Zie Nieuws

Is een ‘IPCC voor voedsel’ nuttig?

De oprichting van een ‘IPCC’ voor voedsel. Tijdens de Food Systems Summit van de Verenigde Naties op 23 september is het één van de onderwerpen die hoog op de agenda staan. Toch is het maar de vraag of zo’n nieuwe institutie een stap voorwaarts zou betekenen, zo betogen onderzoekers Esther Turnhout (Universiteit Twente) Jeroen Candel, Jessica Duncan en Anna Roodhof (Wageningen University & Research), Timo Maas (PBL) en andere wetenschappers in een nieuw artikel in Science. Zij stellen vragen bij de legitimiteit van dit initiatief en zijn bang dat er te weinig oog is voor de diversiteit aan kennis in zo’n platform. Ook vragen ze zich af hoe zo’n nieuw platform, een ‘IPCC voor voedsel’, kan bijdragen aan beter voedselbeleid. 

Rechtvaardige en duurzame voedselverdeling 

De voedselsystemen die we nu in de wereld kennen, zijn niet geschikt om belangrijke wereldwijde problemen rond voedselvoorziening op te lossen. Door een gebrek aan coördinatie en door belangenconflicten tussen de verschillende actoren blijft een rechtvaardige verdeling van gezond voedsel uit, leven voedselproducenten en -verwerkers in veel delen van de wereld in slechte omstandigheden en dragen voedselsystemen onvoldoende bij aan duurzaamheid, klimaatadaptatie en klimaatmitigatie.

Voedselsystemen hebben dringend transformatie nodig, stellen de auteurs van het artikel. Voor die transformatie is kennis nodig. Maar niet alleen wetenschappelijke kennis doet ertoe. En daar wringt de schoen want huidige mechanismen om kennis te vertalen naar beleid voldoen niet. In het artikel noemen zij als voorbeeld de ontwikkelingen rond de aanstaande Food Systems Summit van de Verenigde Naties, die vanaf 23 september in New York plaatsvindt. Discussies rond de Food Summit duiden op mogelijke risico’s dat deze belangrijke conventie te sterk beïnvloed wordt door de agenda van het bedrijfsleven en hun ‘techno-optimistische’ benadering. Die is te eenzijdig; transities in voedselsystemen zijn alleen mogelijk als deze voor alle actoren in een voedselsysteem relevant en acceptabel zijn: dus niet alleen overheden en de grote bedrijven, maar ook het maatschappelijk middenveld en lokale bevolkingen. Allen leveren cruciale bijdragen aan voedselsystemen. En het is belangrijk om hun kennis mee te nemen. 

Middenveld en voedselproducenten praten niet mee

Aan intergouvernementele initiatieven om kennis over voedselsystemen te vertalen naar beleid geen gebrek, signaleren de auteurs. Het punt is dat er over voedselsystemen veel verschillende visies bestaan en verschillende vormen van kennis kunnen soms botsen. Voorbeelden zijn genetische modificatie of agro- ecologie. Het gaat daarbij niet alleen om belangenconflicten dit zit zijn ook kenniscontroverses. 

Interfaces nodig tussen kennis en beleid

Er zijn nieuwe ‘interfaces’ nodig tussen kennis van voedselsystemen en beleid, betogen de auteurs. Maar, waarschuwen zij, nieuwe initiatieven hebben alleen zin als deze daadwerkelijk bijdragen aan legitiem en rechtvaardig beleid. Hiervoor is deelname en betrokkenheid van alle actoren in een voedselsysteem een vereiste. De vraag is alleen, hoe kom je hiertoe? Een mogelijkheid is volgens de auteurs om hiervoor volledig nieuwe kennisplatforms te ontwikkelen. Denk aan een ‘IPCC’ voor voedsel, waarin een groot aantal wetenschappelijke en maatschappelijke partijen bijdragen aan kennis die op alle niveaus doorwerkt in beleid. Het VN-platform IPBES rond biodiversiteit is een ander voorbeeld van een pluriform samengesteld platform dat sterke invloed op internationaal beleid heeft.

IPCC voor voedsel vraagt geld en betrokkenheid

Het klinkt mooi, een IPCC voor voedsel dat dagelijks de krantenkoppen haalt en van grote invloed is op het wereldwijde voedselbeleid. Het kost alleen veel tijd én geld voordat zo’n invloedrijk platform er is, waarschuwen de wetenschappers. Het vraagt bovendien om een grote betrokkenheid van beleidsmakers, stakeholders en experts van verschillende disciplines om te waarborgen dat dit platform zich ook echt richt op de urgente opgaven waar de wereld voor staat. En ook om te voorkomen dat kennis niet selectief wordt gebruikt voor beleid en uitvoering. En dat een participatieve benadering gehanteerd wordt die open staat voor verschillende vormen van wetenschappelijke, lokale en inheemse kennis. De ervaringen rond IPCC en IPBES leren dat overheden nog weleens selectief kunnen zijn in het beslissen welke en wiens expertise wel of niet wordt gebruikt.

Voorop staat dat effectief voedselbeleid niet kan worden vastgesteld met alleen wetenschappelijke kennis als basis. Impliciet zit dit toch nog vaak opgesloten in de verbindingen tussen wetenschap en beleid. De aanname dat het beter beschikbaar stellen van wetenschappelijke kennis automatisch leidt tot beter beleid, is misleidend en simplistisch, besluiten de auteurs. Daartoe zijn ook hervormingen van politieke instituties en meer leiderschap nodig. Daarbij moeten inclusiviteit, rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid steeds voorop blijven staan.

Meer informatie

Prof. dr. Esther Turnhout is hoogleraar Wetenschap, Technologie en Samenleving bij de afdeling Science, Technology and Policy Studies (STePSFaculteit BMS). Samen met Jessica Duncan, Jeroen Candel en Anna Roodhof (Wageningen University & Research), Timo Maas (Planbureau voor de Leefomgeving) Robert Watson (University of East Anglia) en Fabrice DeClerck (CGIAR en Eat-Forum) publiceerden ze hun artikel, getiteld "Do we need a new science-policy interface for food systems?", in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

DOI: 10.1126/science.abj5263

prof.dr. E. Turnhout (Esther)
Chair of Science, Technology, and Society
K.W. Wesselink MSc (Kees)
Wetenschapscommunicatiemedewerker (aanwezig ma-vr)