Disciplinaire maatregelen

Regeling Disciplinaire Maatregelen Universiteit Twente 2010

Het College van Bestuur van de Universiteit Twente

Overwegende, dat nadere regels kunnen worden vastgesteld over het opleggen van disciplinaire maatregelen;

Gelet op artikel 6.12, derde lid van de CAO Nederlandse Universiteiten;

Met instemming van de werknemersorganisaties in het Lokaal Overleg (overlegvergadering van 17 december 2009)

BESLUIT:

Vast te stellen de navolgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.

Beheerder: de beheerder als bedoeld in artikel 29 van het Bestuurs- en Beheersreglement Universiteit Twente;

b.

CAO NU: CAO Nederlandse Universiteiten

c.

College van Bestuur: College van Bestuur van de Universiteit Twente

d.

Regeling: de Regeling Disciplinaire Maatregelen Universiteit Twente

e.

Universiteit: Universiteit Twente

f.

Werknemer: de werknemer als bedoeld in de CAO Nederlandse Universiteiten die in dienst is bij de Universiteit Twente

Artikel 2 Bevoegdheid

De bevoegdheid tot het opleggen van disciplinaire maatregelen berust bij het College van Bestuur.

Artikel 3 Disciplinaire maatregelen

3.1. Er is sprake van plichtsverzuim als een werknemer een voor hem geldend voorschrift heeft overtreden, een geldende verplichting niet is nagekomen of iets heeft gedaan of nagelaten wat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.

3.2. Het College van Bestuur kan aan de werknemer die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt een disciplinaire maatregel opleggen welke in verhouding staat tot het plichtsverzuim. De volgende disciplinaire maatregelen kunnen worden opgelegd:

a. schriftelijke berisping;

b. inhouding van bezoldiging of van verlof;

c. overplaatsing;

d. non-activiteitstelling;

e. ontslag (zonder opzegtermijn).

3.3. Behoudens in het geval van een schriftelijke berisping, kan het College van Bestuur de disciplinaire maatregel(en) voorwaardelijk opleggen.

Artikel 4 Procedure

4.1. De beheerder verzoekt het College van Bestuur schriftelijk en gemotiveerd, onder overlegging van relevante stukken, de disciplinaire maatregel(en) aan een werknemer op te leggen.

4.2. Het voornemen tot het opleggen van een disciplinaire maatregel wordt de werknemer schriftelijk medegedeeld. De redenen voor het opleggen van de maatregel worden daarbij gegeven en toegelicht.

4.3. De werknemer wordt, voordat het College van Bestuur een besluit neemt, in de gelegenheid gesteld zich mondeling te verantwoorden. Indien de werknemer daaraan de voorkeur geeft, kan hij een schriftelijke reactie geven.

4.4. De werknemer kan zich door een raadsman en/of raadsvrouw laten bijstaan.

4.5. Van de mondelinge verantwoording wordt een verslag opgemaakt. Het verslag wordt door de werknemer en degene te wiens overstaan de verantwoording heeft plaatsgevonden ondertekend. Weigert de werknemer te tekenen, dan wordt daarvan op het verslag aantekening gemaakt, onder vermelding van de redenen.

4.6. Wanneer de vereiste spoed onmiddellijk beslissen nodig maakt kan het horen of het geven van een schriftelijke reactie zoals genoemd onder punt 4.3. achterwege blijven. In dit geval kan direct beslist worden.

4.7. Het opleggen van de maatregel geschiedt schriftelijk en met redenen omkleed. Het besluit met daarbij het verslag van het horen, wordt de werknemer uitgereikt of gezonden bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst. In het besluit wordt vermeld dat de werknemer bij het College van Bestuur binnen 6 weken bezwaar kan maken tegen het opleggen van de disciplinaire maatregel.

Artikel 5 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 8 maart 2010. Per deze datum komt de toepasselijkheid van de Regeling Disciplinaire Maatregelen Universiteit Twente 1998 te vervallen.

TOELICHTING

Algemeen

Ingevolge artikel 6.12. van de CAO NU kan door de werkgever aan de werknemer die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt een disciplinaire maatregel worden opgelegd welke in verhouding staat tot het plichtsverzuim. In dit artikel is geen opsomming gegeven van de op te leggen disciplinaire maatregelen. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, derde lid van de CAO NU kan de Universiteit zelf invulling geven aan de op te leggen maatregelen.

Of een maatregel in verhouding staat tot het plichtsverzuim wordt van geval tot geval bekeken. In bepaalde gevallen zal het voor de hand liggen om de werknemer eerst schriftelijk te waarschuwen alvorens een disciplinaire maatregel te treffen.

Disciplinaire maatregelen dienen te worden onderscheiden van ordemaatregelen. Disciplinaire maatregelen maken deel uit van het ambtenarentuchtrecht. Het tuchtrecht is erop gericht te verzekeren dat de ambtenaar de hem opgedragen taken in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag vervult in overeenstemming met de gestelde regels en normen.

Ordemaatregelen zijn al die maatregelen die beogen de rust en de orde in de werksituatie te bevorderen, te realiseren of te handhaven. Een ordemaatregel kan eventueel vooraf gaan aan een disciplinaire maatregelen.

Artikel 1, a.

De decaan is de beheerder van de faculteit. De wetenschappelijke directeur is de beheerder van het onderzoekinstituut. De directeur is de beheerder van de dienst.

Artikel 2

Voor de rechtsgelijkheid en een eenduidige en zorgvuldige toepassing door de Universiteit is alleen het College van Bestuur bevoegd disciplinaire maatregelen op te leggen en is deze bevoegdheid niet gemandateerd.

Artikel 3.2., sub b

In artikel 3.1., derde lid van de CAO NU is reeds de mogelijkheid geboden om bij verwijtbare afwezigheid van de werknemer salaris in te houden, volgens het principe ‘geen arbeid geen loon’. De inhouding van de bezoldiging bij wijze van disciplinaire maatregel is van andere orde. Het is een strafmaatregel die naar aanleiding van plichtsverzuim kan worden opgelegd.

Artikel 3.2., sub c

Overplaatsing als disciplinaire maatregel dient te worden onderscheiden van overplaatsing in het belang van de universiteit. De laatstgenoemde maatregel is een ordemaatregel. De mogelijkheid van een dergelijke maatregel is geregeld in artikel 1.10 CAO NU.

Artikel 3.2. sub d

Non activiteit bij wijze van ordemaatregel is geregeld in de artikelen 6.15 en 6.16 van de CAO NU. Daarbij is veelal het belang van de instelling reden voor de non activiteit. Verwijtbaarheid hoeft dan geen rol te spelen. Deze maatregel kan bijvoorbeeld voorafgaan aan het opleggen van een disciplinaire maatregel. Non activiteit bij wijze van disciplinaire maatregel is een strafmaatregel waaraan plichtsverzuim vooraf dient te zijn gegaan.

Artikel 3.2. sub e

Op grond van het bepaalde in artikel 8.4., lid 5a CAO NU kan een werknemer bij wijze van disciplinaire maatregel worden ontslagen zonder dat een opzegtermijn geldt en zonder dat opzegverboden van toepassing zijn.

Artikel 3.3.

Voorwaardelijke bestraffing levert twee besluitmomenten op. Het eerste besluit betreft het opleggen van de voorwaardelijke maatregel. Hiertegen kan de werknemer in bezwaar gaan en eventueel daarna in beroep. Indien de werknemer opnieuw plichtsverzuim pleegt en/of niet aan de gestelde voorwaarden voldoet, kan de werkgever besluiten de maatregel ten uitvoer te brengen. Ook tegen dit besluit staat bezwaar en beroep open. Een te stellen voorwaarde dient duidelijk te worden omschreven en op schrift te worden gesteld. De te stellen voorwaarde zal doorgaans in verband moeten staan met het plichtsverzuim. Ook dient de voorwaardelijkheid in tijd te zijn begrensd. Wat een redelijke periode is om aan de voorwaardelijkheid te verbinden kan van geval tot geval verschillen.