Ervaringen

Alumnus aan het woord

DENISE LEUKSINK, ALUMNUS TECHNISCHE NATUURKUNDE

Denise Leusink is afgestudeerd aan de Universiteit Twente en werkt nu als promovendus bij de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) en de UT.

Waarom heb je gekozen voor Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente?

Tijdens je middelbare schoolopleiding moet je een keuze maken wat je later zou willen worden. Dat vond ik een heel lastige keuze. Totdat iemand tegen me zei: “Je moet kiezen wat je interessant vindt om te studeren. De academische vorming is het belangrijkste van een opleiding en veel mensen vinden uiteindelijk een andere baan dan waarvoor ze specifiek zijn opgeleid.” Toen was mijn keuze snel gemaakt: ik heb altijd willen weten hoe dingen in elkaar zitten en natuurkunde komt overal terug in ons dagelijks leven. Bovendien zijn de analytische vaardigheden die je bij Technische Natuurkunde opdoet erg nuttig. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de Universiteit Twente, vanwege de open sfeer op de opleiding. De docenten zijn toegankelijk en de actieve rol van studenten wordt erg gewaardeerd. Bovendien staat de opleiding goed aangeschreven en zijn er goede faciliteiten.

Wat zijn je dagelijkse werkzaamheden?

Ik werk als promovendus bij het FOM. Dit is een stichting met als doel fundamenteel onderzoek in de natuurkunde te bevorderen. Als promovendus zit ik in een onderzoeksgroep van de Universiteit Twente en ik werk bijvoorbeeld geregeld in het NanoLab. Ik onderzoek de interactie tussen magnetisme en een speciaal type geleiding, dat te vinden is in de zogeheten ‘topologische isolatoren’. Deze combinatie van materialen kan erg interessant zijn voor spintronica: elektronica waarbij naast de lading nog een eigenschap van het elektron wordt gebruikt, namelijk de spin.

Als experimenteel onderzoeker wil ik bepaalde natuurkundige verschijnselen bestuderen in devices. Ik ben dus veel bezig in het lab. Naast het ontwerpen van devices, uitvogelen hoe deze gefabriceerd kunnen worden, maak ik ze zelf in het NanoLab. Daarna meet ik ze door en analyseer de data. Ik toets of de data overeenkomen met de theoretische modellen die we hebben ontwikkeld of met modellen van andere wetenschappers. En als we iets verrassends meten, proberen we te verklaren wat er aan de hand is en een nieuw model te maken. Ik ben dus niet alleen in het lab bezig. Ik zit ook geregeld op kantoor om literatuurstudie te doen, theoretische modellen te ontwikkelen en data-analyse en simulaties uit te voeren. We willen onze resultaten natuurlijk ook met de rest van de wereld delen en daarvoor ga ik af en toe naar een conferentie. Naast mijn onderzoekstaken heb ik ook onderwijstaken, zoals werkcollege geven of practica begeleiden.

Welke kennis uit je opleiding gebruik je in je werk?

Doordat ik heb gekozen voor promotieonderzoek in de natuurkunde, maak ik waarschijnlijk het meest gebruik van de inhoudelijke kennis die ik tijdens mijn studie heb opgedaan. In de bachelorpleiding wordt een goede basis gelegd en word je nog vrij breed opgeleid. In de masteropleiding heb ik meer vakken gedaan die een directe link hebben met het onderzoek dat ik nu doe. Het belangrijkste wat ik tijdens mijn studie heb geleerd, zijn echter de vaardigheden. Ik merk dat de analytische en kritische blik erg belangrijk is. Zo heb ik al een paar foutjes ontdekt in modellen van anderen.

Hoe heeft Technische Natuurkunde je voorbereid op de arbeidsmarkt?

Bij Technische Natuurkunde word je opgeleid tot een goede onderzoeker in de natuurkunde. Dit is te zien aan de ‘diehard’-natuurkundevakken en bij de practica leer je hoe je een goed wetenschappelijk experiment opzet en uitvoert. Onderzoek doe je tegenwoordig vaak in een team en tijdens de opleiding moet je ook al samenwerken in een team bij de projecten. De analytische vaardigheden die je opdoet, zijn erg belangrijk. Dit is ook te zien aan mijn medestudenten. Niet iedereen had de ambitie om onderzoeker te worden. Sommigen zijn na de studie de consultancy ingegaan of naar banken toe, die vaak staan te springen om natuurkundigen.

Voor loopbaanoriëntatie is er niet veel ruimte in de opleiding zelf. Dit is ook niet nodig, want de studievereniging biedt veel aan op dit vlak. Zij organiseert (binnen- en buitenlandse) excursies naar bedrijven en nodigt ook bedrijven uit om bijvoorbeeld een lunchlezing te geven. Ook kun je trainingen volgen, zoals een sollicitatiecursus.

Wat is jouw gouden tip voor toekomstige studenten?

Kies een studie die je interessant vindt, want als je gemotiveerd bent, kun je zelfs heel pittige studies aan. Onderschat je studie niet. Soms hebben de studenten die op de middelbare school de hoogste cijfers haalden, het tijdens het eerste jaar het moeilijkst. Zij hebben dan het tempo op de universiteit onderschat, op de middelbare school ging alles immers zo makkelijk, en halen dan opeens niet meer van die hoge cijfers. Bedenk dat je opleiding is ingericht op 42 uur per week. Je opleiding vormt een goede basis, maar is door de 42 uur per week ook beperkt in wat ze kan aanbieden. Daarbuiten zijn er tal van mogelijkheden aan en rondom de universiteit om jezelf te ontwikkelen. Kijk daarnaar en kies iets wat bij je past. Behalve dat dit erg nuttig en meestal ook erg leuk is, maak je jezelf ook veel interessanter voor de arbeidsmarkt.

KAY POLDERS, ALUMNUS TECHNISCHE NATUURKUNDE 

Kay Polders is na zijn afstuderen gaan werken voor YER (een detacheerbureau). Op dit moment werkt hij voor ASML als Troubleshoot Engineer.

Waarom heb jij ervoor gekozen om bij YER te werken?

Ik ben zelf geïnteresseerd in een breed carrièrepad over de komende jaren – ik heb altijd al een hoop verschillende dingen leuk gevonden – en om die reden werk ik voor YER (een detacheerbureau). YER kan mij namelijk bij een groot aantal bedrijven plaatsen en in een hoop verschillende functies. In principe werk ik dan fulltime voor een ander bedrijf, maar mijn contract blijft bij YER. Op deze manier kan ik, als ik daar behoefte aan heb, een heel andere baan krijgen, of een traineeship gaan doen. YER probeert mij ook zo breed mogelijk geïnteresseerd te houden door allerlei cursussen en workshops aan te bieden die ik kan volgen om mezelf om te scholen.

Op dit moment wil ik echter vooral mezelf bewijzen op het technische vlak. Dus werk ik nu voor ASML. ASML is de grootste fotolithografiefabrikant ter wereld en ze maken het gros van de machines waarmee de halfgeleiderindustrie zijn microchips maakt. Ikzelf werk als troubleshoot engineer aan onze nieuwe EUV-machines. Deze staan op het punt om in massaproductie te gaan en daarom zijn we druk bezig met prototypes testen. Hieruit komen nog wel eens wat problemen voort die we op de ontwerptafel niet hadden voorzien. Mijn taak is om die problemen op te sporen en een eventuele oplossing ervoor te vinden.

Waarom heb je gekozen voor Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente?

Natuurkunde heeft mij altijd al geboeid. Ik wil weten hoe en waarom de wereld werkt. Maar het moet wel een toepassing hebben; het CERN dat bewijst dat het Higgs-deeltje echt bestaat in het heelal zegt mij veel minder dan de supergeleidende keramische magneten waarmee zij hun deeltjesversneller hebben gebouwd. Met die technologie kunnen we misschien ooit wel kernfusiereactoren bouwen! Hoe gaaf is dat!

Daarnaast koos ik voor de UT vanwege hun langstaande slogan ‘De ondernemende universiteit’. Ik wil niet alleen nieuwe kennis vergaren, maar er ook echt iets mee doen. De UT heeft die mindset ook. En eerlijk is eerlijk; de mooie Twentse omgeving en de vele sport- en cultuurverenigingen maken het studentenleven in Enschede erg gaaf.

Wat zijn je werkzaamheden binnen de organisatie waar je je dagelijks mee bezig houdt?

Als troubleshoot engineer sta ik tussen de fabriek met de machines en de labs met de ontwerpers in. Operators die de machine daadwerkelijk testen en gebruiken komen met problemen en ik moet die vertalen naar een verbetering in het ontwerp en die vervolgens ook bij de ontwerpers goedgekeurd krijgen. Een deel van mijn baan is dus ook gewoon netwerken: Ik moet iedereen kennen die iets te maken heeft met het probleem dat ik aanpak.

Om een probleem aan te pakken moet ik ook regelmatig de cleanroom in en aan de machine werken. Gemiddeld sta ik zeker twee uur per dag binnen. Dit is een leuke afwisseling met kantoorwerk, omdat je ook nog echt met de techniek aan de slag moet. Daarnaast heb ik veel gesprekken met ontwerpers en operators over mogelijke oplossingen. Hier zijn vergaderingen voor gepland, maar het grootste deel is informele gesprekken op de wandelgangen, al met al is dat het grootste deel van mijn werk, zeker een uur of drie per dag. Natuurlijk moet ik ook verslagen schrijven en rapportages maken over de stand van zaken van problemen en machines. Ook is troubleshoot als afdeling verantwoordelijk voor het tracken van langetermijnproblemen – problemen waar ontwerpers echt een grondig herontwerp voor moeten maken – ook dit kost me zeker een uur per dag. De rest van mijn tijd gaat op aan mijn eigen leertraject: Zowel ASML als YER wil graag dat ik me blijf ontwikkelen en daar maken ze ook zeker de tijd voor.

Welke kennis uit je studie gebruik je in je werk?

Natuurlijk heb ik de technische knowhow uit mijn studie nodig voor deze baan. Maar misschien nog wel veel belangrijker is de manier van denken die je als TN’er leert. Vanaf het eerste jaar wordt je gevraagd op een bepaalde manier naar experimenten of wiskundige problemen te kijken. Je moet de situatie analyseren en de beste oplossing bepalen. Die manier van denken is precies wat ik nodig heb voor deze baan. En het is diezelfde manier van denken die ons ook zo populair maakt in allerlei sectoren. We zijn erg goed in problemen herkennen en oplossen.

Hoe heeft de opleiding Technische Natuurkunde je voorbereid op de arbeidsmarkt?

Natuurkundigen zijn dus een soort algemene ‘problem solvers’, en dat is wat ons zo breed inzetbaar maakt. Ik denk ook dat TN mij het meest heeft geleerd dankzij die praktische inkijk: veel experimenten en practica om dat soort vaardigheden te trainen. Als je in de masteropleiding terecht komt, komt daar nog een vaardigheid bij: kritisch denken. In de bachelor krijg je een brede basis en leer je de wereld om je heen te analyseren, maar in de master moet je ook een oordeel vellen over wat je ziet: als een experiment anders uitpakt dan de hypothese (of een experiment van een andere onderzoeker), welke van de twee klopt er dan niet? En waarom?

Binnen de opleiding wordt verder weinig aandacht besteed aan carrièreoriëntatie. Maar op de UT is dat ook niet nodig, omdat de studieverenigingen al heel veel mogelijkheden daarvoor bieden. Je kunt hier passief aan mee doen: er zijn bedrijfsbezoeken, lunchlezingen, sollicitatiecursussen en de jaarlijkse bedrijvendagen. Maar nog veel leerzamer is een actieve rol: organiseer zelf maar eens een evenement, of een reis naar een instituut in het buitenland. Dit soort kansen geeft je een heleboel ervaring buiten je vakgebied om, die later onschatbare waarde heeft.

Wat zijn je ambities voor de toekomst?

De meeste functies die me interessant lijken vragen toch wel enige jaren ervaring op de arbeidsmarkt. Dus eerst ga ik maar eens hard werken aan die ervaring door me te profileren in mijn huidige baan. Daarna… eigenlijk weet ik het nog niet. Over drie jaar werk ik misschien wel bij een verzekeraar als risico-analist, of begin ik ergens als junior manager. Misschien ben ik wel voor mezelf begonnen als technisch consultant, of misschien werk ik nog wel wat langer hier bij ASML (het blijft een interessant bedrijf). Het mooiste is juist dat ik dat alles zou kunnen, dus wat er als eerste komt dat zien we dan wel.

Wat is de gouden tip voor toekomstige studenten?

TN biedt je de keus: je mag de diepte in en kunt een expert in een belangrijk en uitdagend vakgebied worden, of je kunt je juist breed oriënteren. Als je dat laatste wilt, pak dan de kansen tijdens je studie, kies veel verschillende extra vakken in verschillende gebieden en doe vooral iets naast je studie! Het geeft je net die extra mogelijkheden die je later in je carrière nodig hebt.

Chat offline (info)