Zie Nieuws

Vervoerssector: kies voor waterstof of elektrisch

Als we de vervoerssector duurzamer willen krijgen dient hij stevig in te zetten op rijden op waterstof of elektrisch. Zo luidt het stellige advies van promovendus Bunyod Holmatov van de Universiteit Twente. Er wordt veelal ingezet op biobrandstoffen in de sector, omdat dit de broeikasgas-uitstoot zou verminderen. Maar tegen hoge kosten voor land en water, terwijl de biobrandstoffen slechts een klein deel van de in de vervoerssector verbruikte energie vervangen. Holmatov promoveerde op 26 november op dit onderwerp.

De resultaten van het onderzoek van Holmatov tonen aan dat de grond-, water- en koolstofvoetafdruk van alternatieve brandstoffen en elektriciteit sterk variëren afhankelijk van veel onderdelen. Bijvoorbeeld het type outputenergie, de gebruikte grondstof, het land en de aannames over de beschikbaarheid van de grondstof. Hoewel een alternatieve brandstof een kleine CO2-voetafdruk kan hebben en de uitstoot van broeikasgassen kan helpen verminderen, kunnen de water-en landcomponenten ervan hem ongeschikt maken om op grote schaal te produceren of inferieur zijn aan het aanbod van bestaande alternatieven.

Energietransitie

De overkoepelende doelstelling van dit onderzoek is bij te dragen aan de maatschappelijke discussie over de energietransitie. En dan specifiek naar koolstofarme brandstoffen in de transportsector om de klimaatdoelstellingen te halen. Hierbij rekening houdend met de land- en waterimplicaties van alternatieve brandstoffen. Dit gebeurt in twee stappen: door middel van een berekening van de grond-, water- en koolstofvoetafdruk van biobrandstoffen. En door een inschatting van het wereldwijde productiepotentieel van biobrandstoffen op basis van verschillende duurzaamheidscriteria.

Klimaatdoelstellingen

Water, land, koolstof en energie zijn met elkaar verbonden. Ambitieuze klimaatdoelstellingen en een snelle overgang naar hernieuwbare energiebronnen focussen vooral op de koolstofuitstoot (voetafdruk). De behoefte aan land en water (voetafdruk) van hernieuwbare energiebronnen worden echter steeds meer bepalend voor de duurzaamheid en aanvaardbaarheid ervan op de lange termijn. De maatschappij ondervindt immers al de impact van hernieuwbare energiesystemen, zoals biogasvergisters, biobrandstofraffinaderijen, zonneparken en windturbines.

Grond-en watervoetafdruk

Bronnen zoals land en water zijn schaars. Het is daarom belangrijk om de grond- en watervoetafdruk van hernieuwbare energiebronnen te begrijpen. Om zodoende te kunnen vergelijken met de energie die wordt opgewekt uit fossiele brandstoffen. We moeten voorkomen dat het ene probleem wordt verruild voor het andere.

Fossiele brandstoffen

Fossiele brandstoffen zijn momenteel de dominante energiebronnen in alle sectoren van de wereldeconomie en het gebruik ervan leidt tot de uitstoot van broeikasgassen die de klimaatverandering veroorzaken. Van de verschillende sectoren is de vervoerssector een uniek geval. Hij stoot een kwart van de broeikasgassen uit. De overgang naar koolstofarme technologieën is vanwege de grote energiedichtheid en de lastige infrastructuur een enorme uitdaging.

Meer informatie

Bunyod Holmatov was een promovendus in de onderzoeksgroep Multidisciplinair Waterbeheer (MWM). Zijn promotor is dr. M.S. Krol van de Faculteit ET. Sinds 1 augustus werkt hij als postdoc bij het CSTM (BMS). 

drs. J.G.M. van den Elshout (Janneke)
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)