Zie Nieuws

Eigen onderzoek Universiteit Twente naar welzijn onder studenten

Studentenactivisme lijkt aanzienlijk hoger welzijn en gevoel van verbondenheid te bevorderen en vrouwelijke studenten, LGBT- en internationale studenten scoren minder op mentale gezondheid.

De vakgroep Health, Psychologie and Technology van de Universiteit Twente heeft in het voorjaar van 2019 onderzoek gedaan naar het welzijn van alle UT studenten. Aanleiding van de studie was dat er landelijk veel aandacht was voor het psychisch welbevinden van studenten in het hoger onderwijs. Maar ook het feit dat de UT eind vorig jaar zélf al haar plan voor studeren met een functiebeperking wilde uitbreiden naar een Universitair Plan Studentenwelzijn was aanleiding om de vakgroep te vragen om het onderzoek te verrichten.
Het onderzoek is onderdeel van de activiteiten die al eerder zijn ingesteld voor studentenwelzijn, zoals groepsgerichte- en individuele begeleiding van studenten en de aandacht voor welzijn binnen bepaalde opleidingen als technische geneeskunde, biomedische technologie, creative technology en  mechanical engineering. De studie zelf is verricht door studenten psychologie onder leiding van onderzoeker dr. Saskia Kelders, die zich onder andere bezighoudt met positieve psychologie.

Wat is onderzocht?

De resultaten van het onderzoek geven inzicht in verschillende aspecten van de mentale gezondheid van studenten, zoals stress, burn-out, depressie, onrust, welzijn en slaap. Er wordt ingegaan op wat voorspellers zijn voor problemen met stress en welzijn, zoals stress-mindset, eenzaamheid, gevoel van verbondenheid, intolerantie voor onzekerheid, veerkracht en fear-of-missing-out (angst om dingen te missen).
Verder is in het onderzoek gekeken naar de relatie tussen stress en welzijn en middelengebruik en dwangmatig internetgebruik. Ook wordt duidelijk welke groepen het meeste risico lopen op het ontwikkelen van psychische problemen tijdens hun studie.
Tot slot geeft deze studie inzicht in hoeverre studenten al gebruik maken van begeleiding of therapie, wat hun voorkeur hierin heeft en wat de universiteit kan doen om het welzijn van haar studenten te verbeteren.

Uitkomsten

Van alle UT-studenten heeft 15% actief meegedaan aan het onderzoek. Dit betreft in totaal 1682 studenten, met een gemiddelde leeftijd van 22 jaar. Van de 85% die niet actief heeft deelgenomen is geen informatie over het welzijn bekend.

Depressie of angst
Een derde van de respondenten vertoont milde symptomen van depressie, angst of beide. Nog een derde ervaart dit in matige tot ernstige vorm.

Middelen- en internetgebruik
In vergelijking met andere landelijke onderzoeken, toont het UT-onderzoek aan dat middelengebruik  onder de UT-studenten wat hoger ligt ten opzichte van de rest van Nederland. Meer dan de helft van de respondenten in het onderzoek vertoont signalen van dwangmatig internetgebruik. Of deze uitkomsten correleren met mentale gezondheidsproblemen is in het onderzoek niet aangetoond.

Voorspellers voor stress of andere welzijnsproblemen
Als het gaat om voorspellers voor stress of andere welzijnsproblemen, lijken UT-studenten meer dan studenten elders intolerantie van onzekerheid in het algemeen te ervaren en meer onzeker zijn over toekomstige gebeurtenissen, als ook meer angst ervaren waardoor ze zich geremd voelen. Tevens lijkt het erop dat het gevoel van eenzaamheid onder UT studenten hoog is en het algemene gevoel van verbondenheid aan de UT juist lager, in vergelijking met andere instellingen voor hoger onderwijs. hogeschoolgemeenschappen.
Van de respondenten geeft 25% aan in het verleden gebruik te hebben gemaakt van begeleiding of therapie bij een psycholoog, een studieadviseur, of een externe partij.

Risicogroepen

Vrouwen, LGBT, internationale studenten
In het onderzoek scoren de vrouwelijke studenten het minst goed, evenals de studenten die zich identificeren als LGBT. De masterstudenten doen het qua welzijn wat beter dan de bachelorstudenten. Ook de groep internationale studenten vertoont een lagere welzijnsscore en kampen meer met klachten als depressie, eenzaamheid en een lager gevoel van verbondenheid.
Studenten met een beperking geven vooral een mindere score op het gebied van welzijn in algemeen, depressie en onrust.

Studentenactivisme welzijnsbevorderend?
Studenten die zich bezighouden met studentenactivisme vertonen een aanzienlijk hoger welzijn en gevoel van verbondenheid en zijn aanzienlijk minder intolerant voor onzekerheid.

Integrale aanpak voor welzijnsbevordering

De onderzoekers pleiten naar aanleiding van de uitkomsten voor o.a. meer preventie, continue monitoring, aandacht voor psychisch welbevinden in het onderwijs en speciale aandacht voor de risicogroepen.
De aanbevelingen vormen de basis voor een Universiteitsplan Studentenwelzijn. Dit plan wordt nog met diverse partijen binnen de UT besproken, waaronder de Universitaire Commissie Onderwijs, het College van Bestuur en de Universiteitsraad.
Centraal in de gedachte van welzijnsbevorderende activiteiten is integraliteit. Disciplines die zich nu al bezighouden met het welzijn van studenten moeten zich meer tot elkaar gaan verhouden en hun initiatieven op elkaar aan laten sluiten. Naast nieuwe initiatieven moet meer zichtbaar zijn wat al aan welzijnsactiviteiten wordt gedaan, zoals de International Support Group, het buddy-programma van de Student Union voor nieuwe studenten, de ontbijtsessies met studenten, introductieprogramma voor internationals, de samenwerking van Student Union met zorgverzekeraar VGZ in het kader van preventieve workshops. Ook op het gebied van middelengebruik is al veel aandacht voor bewust gebruik en preventie van gebruik van middelen, zoals de gedragscode die door studentenverenigingen is opgesteld en de richtlijnen die verenigingen hanteren op het gebied van alcoholgebruik. Op UT niveau wordt gewerkt aan een integraal plan voor de aanpak van middelengebruik onder studenten.
In de voorstellen voor een integrale aanpak wordt onder andere ingegaan op het vergroten van het bewustzijn en het verbeteren van informatievoorziening over begeleidingsmogelijkheden en faciliteiten voor studenten. Daarnaast moeten professionals beter getraind worden in het herkennen van signalen die kunnen leiden tot mentale gezondheidsproblemen. Verder zullen bijeenkomsten over welzijn, het bespreekbaar maken en het inzetten van digitale zelfhulp-tools daarbij kunnen helpen. Mede op basis van het onderzoek van de onderzoeksgroep in positieve psychologie en samen met studenten zelf geeft de UT de komende tijd verder invulling aan de welzijnsbevordering van studenten. Het is de bedoeling om dit welzijnsonderzoek periodiek te herhalen.
Rector magnificus, Thom Palstra geeft als reactie: “Het welzijn van onze studenten is van groot belang, primair voor de studenten zelf, maar ook voor de UT, om goed te kunnen functioneren. Studenten moeten fysiek én mentaal fit zijn om goed te kunnen presteren in de studieprogramma’s en in het sociale leven daaromheen. Ik ben blij met de concrete voorstellen van de onderzoekers om het welzijn van de studenten te verbeteren. Het onderzoek geeft een aantal directe aanbevelingen om problemen tegen te gaan. Participatie in studentenactivisme en verminderen van isolement lijken belangrijk. Door met de aanbevelingen aan de slag te gaan kunnen we voortgang boeken omtrent studentenwelzijn.”

drs. B.G. Lankhaar (Bertyl)
Woordvoerder College van Bestuur