Zie Nieuws

Nederlandse werknemer onderschat noodzaak omscholing door automatisering

Tweederde van de werknemers in Nederland is bereid om technologische vaardigheden te leren om veranderingen in hun beroep bij te houden en zich zo voor te bereiden op de automatisering van werk. Maar slechts een derde is ook daadwerkelijk bezig met bij- of omscholing. Dat is de belangrijkste conclusie uit een recent onderzoek van de Universiteit Twente, de Radboud Universiteit, en het Onderzoekscentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit van Maastricht. Waaronder ook UT’ers dr. Giedo Jansen en dr. Suzanne Janssen. Zij deelden hun conclusies in een openbare factsheet.

Doordat zelfstandig werkende machines en systemen steeds meer taken overnemen, verandert de arbeidsmarkt. Er zullen banen verdwijnen en nieuwe banen bijkomen; veel bestaande beroepen zullen inhoudelijk veranderen. Om zicht op werk te houden, is het belangrijk dat werknemers nieuwe vaardigheden aanleren of zich laten omscholen. Het merendeel van de werknemers houdt zich hier echter niet mee bezig, zo blijkt uit het onderzoek.

Meeste risico, minst bezig met omscholing

Slechts een derde van de werknemers is daadwerkelijk bezig met bij- of omscholing om zich voor te bereiden op de toekomst van werk. Opvallend is dat juist diegenen met het grootste risico op automatisering van hun beroep , het minst bereid of bezig zijn met om- of bijscholing. “We moeten werknemers in deze hogerisicogroep door middel van campagnes bewust maken dat hun beroep makkelijk te automatiseren is en dat het in hun belang is om te bij- of omscholen”, zegt onderzoeksleider Jansen.

Toegang geen belemmering

Voor dat bewustzijn moet volgens de onderzoekers meer geld en tijd vrijgemaakt worden. Beleid is nu vaak weinig effectief. “Gericht HR-beleid zou werknemers bewust moeten maken van de mogelijkheden, beperkingen en risico’s. Veel werknemers denken onterecht dat er geen tijd of geld beschikbaar is voor scholing”, aldus Jansen. Meestal is de toegang tot om- en bijscholen geen grote belemmering, maar worden werknemers simpelweg te weinig gestimuleerd door hun werkgever, of denken werknemers (soms onterecht) dat hun beroep niet automatiseerbaar is.

Over het onderzoek

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van het LISS-panel (Longitudinal Internet Studies for the Social Sciences). Het LISS-panel is een representatief huishoudpanel. Het bestaat uit circa 7.000 individuen, binnen 5.000 huishoudens. Voor het onderzoek zijn Nederlandstalige werknemers in loondienst onderzocht (geen zzp’ers of werkzoekenden) die permanent in Nederland verblijven. Dr. Giedo Jansendr. Suzanne Janssen (beiden faculteit BMS, UT), dr. Annemarie Künn-Nelen, prof. dr. Mark Levels (beiden ROA, Universiteit Maastricht) en Lotte Voermans (Radboud Universiteit) publiceerden het onderzoek als factsheet die hier te downloaden is. De dataverzameling is gefinancierd door ODISSEI, de nationale onderzoeksinfrastructuur voor de Nederlandse sociale wetenschappen van NWO.

K.W. Wesselink MSc (Kees)
Wetenschapscommunicatiemedewerker (aanwezig ma-vr)