Zie Nieuws

Invloed van klimaatverandering op wereldwijde landbouwproductie naar verwachting binnen tien jaar merkbaar

Uit een onderzoek dat recentelijk verscheen in Nature Food blijkt dat de vorige prognoses met betrekking tot de toekomstige landbouwproductie te optimistisch waren. De nieuwe reeks mondiale oogst- en klimaatmodellen voorspelt binnen tien jaar forse veranderingen in de oogstopbrengst van belangrijke gewassen als de huidige trend in CO2-uitstoot zich voortzet.

Veel gebieden zullen veel eerder dan aanvankelijk verwacht te maken krijgen met aanzienlijke veranderingen, wat het voor boeren en overheden noodzakelijk maakt om zo snel mogelijk in actie te komen. “We hadden niet verwacht dat de situatie zo drastisch zou veranderen, vergeleken bij de prognoses voor oogstopbrengst van de vorige generatie klimaat- en oogstmodellen, uit 2014”, zegt Jonas Jägermeyr, klimaatwetenschapper bij NASA en The Earth Institute van Columbia University.

De nieuwe prognoses vloeien voort uit twaalf geavanceerde mondiale oogstmodellen, die ontwikkeld zijn binnen het Agricultural Model Intercomparison and Improvement Project (AgMIP). Een van die modellen is ACEA, ontwikkeld door de Multidisciplinary Water Management group (MWM) van de Universiteit Twente. Het model richt zich primair op de impact van veranderingen in regenpatronen, temperatuur en CO2-concentratie op de oogstopbrengst.

Oleksandr Mialyk, Promovendus MWM
“Dit is tot nu toe de grootste toepassing van ACEA en we zijn er trots op dat wij als team mogen bijdragen aan dit spraakmakende onderzoek.”
Oleksandr Mialyk, Promovendus MWM


Joep Schyns, Universitair docent MWM
“We gaan samenwerken met andere teams die zich over de hele wereld bezighouden met oogstmodellen, om zo een nog beter beeld te geven van de toekomst van de landbouw. Deze sector vormt immers een van de hoekstenen van duurzame ontwikkeling.”
Joep Schyns, Universitair docent MWM

Nieuwe prognoses voor de 21e eeuw

Aan de hand van geavanceerde klimaat- en landbouwmodellen concluderen de auteurs dat de verandering in productie is toe te schrijven aan verwachte temperatuurstijgingen, verschuivingen in neerslagpatronen en gestegen koolstofdioxideconcentraties boven de grond als gevolg van broeikasgassen die worden uitgestoten door menselijke activiteiten. “Wat wij doen, is oogstsimulaties opzetten waarbij dagelijks virtuele gewassen worden verbouwd, aangestuurd door een supercomputer. Vervolgens kijken we voor elke locatie ter wereld hoe de situatie per jaar en per decennium verandert”, zegt Alex Ruane, adjunct-directeur van de Climate Impacts Group van NASA.

Deze studie komt met een nieuwe schatting van het moment waarop de effecten van klimaatverandering zich “voordoen” als duidelijk signaal ten opzichte van de van oudsher bekende variatie in oogstopbrengsten. De prognoses voor sojabonen en rijst laten in sommige gebieden een afname zien, maar op mondiaal niveau is er tussen de verschillende modellen nog geen overeenstemming over de totaaleffecten van klimaatverandering. Voor mais en tarwe is het klimaateffect echter veel duidelijker en wijzen de meeste modellen in dezelfde richting. 

Voor mais is de verwachting dat – bij de huidige trends in uitstoot – de opbrengst met 24% afneemt tegen het einde van de eeuw. Dit gewas wordt verbouwd op allerlei breedtegraden, waaronder subtropische en tropische streken waar de hogere temperatuur meer schade zal aanrichten dan in koelere gebieden die verder van de evenaar liggen. Noord- en Midden-Amerika, West-Afrika, Centraal-Azië, Brazilië en China zullen hun maisoogst de komende jaren mogelijk zien afnemen, naarmate de gemiddelde temperatuur in deze korenschuren stijgt en de gewassen meer te lijden hebben van water- en hittestress.

De opbrengst van tarwe zou wereldwijd mogelijk kunnen stijgen met zo’n 17%. Dit gewas gedijt het beste in een gematigd klimaat. Als de temperatuur stijgt, zouden er meer gebieden in aanmerking kunnen komen voor het verbouwen van tarwe, zoals het noorden van de Verenigde Staten en Canada, het Chinees Laagland, Centraal-Azië, het zuiden van Australië en Oost-Afrika, maar tegen het midden van de eeuw zou dit effect weer kunnen stabiliseren.

“Eén gevolg dat duidelijk naar voren komt uit de gegevens is dat armere landen waarschijnlijk de grootste afname zullen zien in de opbrengst van hun voornaamste gewassen. Dit versterkt de reeds bestaande verschillen in voedselzekerheid en rijkdom”, zegt Christoph Müller, onderzoeker bij het Potsdam Institute for Climate Impacts Research. Hierdoor zijn er wezenlijke veranderingen in mondiale landbouwproductiepatronen te verwachten. Sommige producerende landen zullen daar mogelijk van profiteren, terwijl ze voor de andere nadelig kunnen zijn.

drs. J.G.M. van den Elshout (Janneke)
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)