Zie Nieuws

‘We hoeven niet meer allemaal door hetzelfde hoepeltje’

Wat betekent ‘Shaping 2030’ voor medewerkers van de Universiteit Twente? In een serie dubbelinterviews gaan telkens twee professionals met elkaar in gesprek. Waar overlappen hun werkzaamheden? Waarin onderscheiden ze zich van elkaar? En wat kunnen ze van de ander leren? Twee experts over de relevantie van hun vak in de wereld – nu én straks. Onder de noemer ‘Courage over Comfort’ vindt de photoshoot bij het artikel op geheel eigentijdse wijze plaats. In samenwerking met bijzondere Fashion designers die hun items voorzien van duurzame of technologische aspecten passend bij de hedendaagse ontwikkelingen. De geïnterviewden geven zich over aan een sprankelende lichte make-over: out of their comfortzone! Vandaag aflevering 1: Ellen Giebels en Tom Kamperman.

LET'S TALK ABOUT U AND ME!

Wie?

Ellen Giebels

  • GEBOREN op 26 augustus 1969 te Deventer
  • OPLEIDING Psychologie (PhD, 1999), Rijksuniversiteit Groningen
  • IS Hoogleraar Psychologie van Conflict en Veiligheid & vice-decaan onderzoek bij de faculteit Behavioural, Management and Social Sciences (BMS)
  • WOONT in het buitengebied van Deventer samen met Frank en ruwharige teckel Wiep
  • HEEFT twee (bonus) kinderen en drie kleinkinderen
  • HOBBY de natuur in, buiten leven en alles op en aan het water

 Tom Kamperman

  • GEBOREN op 13 februari 1988 te Winterswijk (Gld.)
  • IS Post-doctoraal onderzoeker bij Brigham and Women’s Hospital & Harvard Medical School (vanaf 2021 bij Universiteit Twente’s DBE groep) Technisch directeur bij UT spin-off IamFluidics B.V
  • OPLEIDING MSc (2013) en PhD (2018) Biomedische Technologie aan Universiteit Twente
  • WOONT in Lichtenvoorde en Boston (VS) en is getrouwd met Jolyn
  • HOBBY/SPORT Wandelen, hardlopen, muziek luisteren en maken, eten en drinken

Tom: ‘Hoi Ellen, aangenaam. Om maar met de deur in huis te vallen: is een hoogleraar als jij altijd geïnteresseerd geweest in wetenschap?’

Ellen: ‘Nou, eerlijk gezegd vond ik mijn psychologiestudie in Groningen aanvankelijk vrij saai. Misschien omdat dat vooral massale hoorcolleges waren – daar werd ik niet echt door gegrepen. Pas in mijn derde jaar kreeg ik een hoogleraar die het vuurtje aanwakkerde. Evert van de Vliert was dat, een wetenschapper gespecialiseerd in de dynamiek van conflicten. Waarom ontsporen die zo vaak, en hoe kun je ze effectief hanteren? Hij werd later ook mijn promotor. Evert inspireerde me enorm met zijn bevlogenheid – het tweede college sprong hij bovenop tafel. Hij stelde intrigerende vragen en daagde studenten uit om zelf na te denken. Dít is leuk, dacht ik. Vanaf dat moment begon ik veel harder te werken.’

Tom: ‘En dat was de start van je wetenschappelijke carrière?’

Ellen: ‘Nog niet meteen. Na m’n studie ging ik het bedrijfsleven in, maar daar ik kon mijn draai niet vinden. Ik miste de inhoudelijke verdieping. Van de Vliert zocht een promovendus en bood me een mooi project aan. Dat project deed hij samen met sociaalpsycholoog Carsten de Dreu, die in 2018 de Spinoza-premie kreeg voor zijn werk. Ik viel dus met mijn neus in de boter! Mijn promotieonderzoek ging over zakelijke onderhandelingen. Ik deed experimenten met rollenspellen onder bedrijfskundestudenten, erg leuk om te doen. Maar zeg, hoe ben jij in het onderzoek gerold?’

Tom: ‘Ook ik wist vanaf het begin niet precies wat ik wilde. Ik heb zelfs een tijdje een carrière als muzikant geambieerd. Dat is uiteindelijk een hobby gebleven, maar ik had verder nooit een bepaald beroep in gedachte. Daarom koos ik op de middelbare school een combinatie van vakken die ik leuk vond: exacte vakken, aangevuld met biologie. Ik ben in Twente gaan studeren, hier gepromoveerd, en heb er toen postdoctoraal onderzoek gedaan. Daarna dacht ik: ik ben hier nu al dertien jaar, misschien moet ik eens verder kijken.’

Injecteerbare pleister

Ellen: ‘En dat ‘verder kijken’ leidde naar Boston?’

Tom: ‘Ja, ik vroeg een Rubiconbeurs aan om naar Harvard te gaan. Zo’n beurs geeft je de kans om bij een excellent lab te werken. In januari ben ik verhuisd. Maar toen kwam de coronacrisis – alle laboratoria gingen dicht. Vanwege de lockdown werk ik nu tijdelijk vanuit Nederland. Ik hoop natuurlijk zo snel mogelijk terug te kunnen.’

Ellen: ‘Wat voor werk doe je precies in de VS?’

Tom: ‘Ik werk met menselijke cellen in combinatie met hydrogel. Dat is een gel die water bevat, net als bijvoorbeeld gelatine. Hydrogel is een soort injecteerbare pleister; het stimuleert het lichaamsweefsel. Er zit van alles in: groeifactoren, eiwitten, et cetera. Het is bedoeld voor cel-gebaseerde therapieën. Stel, je hebt een grote wond, dan kan een combinatie van cellen en biomateriaal mogelijkheden tot herstel bieden. Op dit moment werk ik aan nieuwe technieken om die gels zo klein mogelijk te maken.’

Ellen: ‘Aan wat voor formaat moet ik dan denken?’

Tom: ‘Nou, zelfs zo klein als een enkele cel. Op die manier kunnen we op individueel celniveau weefsels nabouwen met 3D-print-technologie. We halen weefsel uit elkaar en gebruiken de cellen als bouwblokjes. Maar een lichaamscel is kwetsbaar, als je die injecteert of print kan hij snel stukgaan en sterven. De gel dient als een stootkussen; hij beschermt en verstevigt de cellen tijdens het printen.’

Ellen: ‘Dat klinkt innovatief! Werk je ook al met patiënten?’

Tom: ‘Nee, nog niet. We doen dierproeven, in vitro kweek en organ on chip – cellen maken en organen nabootsen buiten het lichaam, met gebruik van stamcellen en een chip. Zo kun je medische toepassingen en medicijnen op een orgaan uittesten, of juist op een tumor, zonder dat je daarmee de patiënt belast. De komende jaren verwacht ik veel innovaties. Personalized medicine bijvoorbeeld, waarbij je stamcellen gebruikt specifiek voor een patiënt, zodat je buiten het lichaam bijvoorbeeld medicijnen op hen kunt testen. In de toekomst gaan we tumoren, en uiteindelijk misschien zelfs organen printen.’

Ondernemerschap

Ellen: ‘Naast je onderzoekswerk ben je ook ondernemer, toch?’

Tom: ‘Klopt, ik ben medeoprichter van IamFluidics BV, een spin-off van de Universiteit Twente. Microgel-fabricatietechnieken zijn namelijk ook interessant voor commerciële bedrijven. Er zitten microdeeltjes in kleding, in shampoo, noem maar op. Je werkt dan alleen niet met menselijke cellen. Denk bijvoorbeeld aan medicijnen; de werkzame stof kun je inkapselen met hydrogel, waardoor je nog nauwkeuriger de afgifte kunt reguleren. Je zou één keer een geneesmiddel kunnen injecteren, dat vervolgens verspreid over een periode van weken zijn werk doet. Of cosmetica; je zou daar de microplastics door biologisch afbreekbare hydrogel kunnen vervangen, wat veel duurzamer is.’

Ellen: ‘Interessante materie. Toch lijkt me die combinatie van werken aan de universiteit en een bedrijf leiden niet altijd makkelijk.’

Tom: ‘Het zijn inderdaad totaal verschillende werelden, maar die kunnen juist van elkaar profiteren. In het onderzoek ben je minder gebonden aan tijd en geld. Je krijgt ruimte om de diepte op te zoeken. Maar als ondernemer moet je snel resultaat boeken, anders overleef je het niet als startup. Die twee kanten vullen elkaar goed aan – zo ontstaat kruisbestuiving. Overigens is het nu niet mijn ambitie om hoogleraar te worden. Ik wil me vooral met onderzoek bezighouden en nog niet te veel focussen op onderwijs geven.’

Ellen: ‘Maar de primaire taak van een universiteit blijft het overbrengen van kennis. Na je postdoc zul je je onderzoek toch met onderwijs moeten combineren.’

Tom: ‘Haha, dat klopt. Maar als ik mag kiezen, richt ik me vooralsnog liever op onderzoeken en ondernemen. Trouwens, jij hebt toch ook ervaring opgedaan naast de academie?’

Ellen: ‘Zeker! Tegen het einde van mijn promotieonderzoek werd ik benaderd door de Politieacademie. Zij wilden een opleiding starten voor politieonderhandelaars. Ik ging onderzoek doen naar crisisonderhandelingen. Wat is in zulke situaties slim om te doen of te zeggen, en wat juist niet? Daarover was nog weinig bekend. Ik kreeg toegang tot allerlei vertrouwelijke opnames, heel bijzonder. Onderhandelaars zijn zich niet altijd bewust van de strategie die ze gebruiken om een ander te beïnvloeden. Speel je in op emotie of gebruik je juist rationele argumenten? Als je dat wel weet, kun je bewust schakelen, afhankelijk van wie je tegenover je hebt. Ik heb daarvoor een raamwerk ontwikkeld, dat ik we nog steeds gebruiken om politiemensen te adviseren.’

Tom: ‘Ben je altijd dingen naast de universiteit blijven doen?’

Ellen: ‘Ja, praktijkgericht werk loopt als een rode draad door mijn academische loopbaan. Ik geef ook nog steeds les op de Politieacademie. En per 1 oktober ga ik in het bestuur van het Instituut Mijnbouwschade Groningen, dat de afhandelingen van aardbevingschade doet. Een enorm mooie uitdaging!’

Onzinnige experimenten

Ellen: ‘Ik ben best wel jaloers op jou, als ik je zo hoor. Het is heerlijk om je helemaal op onderzoek te kunnen richten.’

Tom: ‘Hoe is dat dan voor jou?’

Ellen: ‘Mijn onderzoekstijd is nu vrij beperkt. Tien jaar geleden ben ik hoogleraar geworden. Ik richtte een vakgroep op en kreeg managementtaken. Ook ben ik betrokken bij het bestuur van de faculteit, dat neemt veel tijd in beslag. Natuurlijk heeft dat ook leuke kanten: ik kan de koers bepalen, projecten initiëren, samenwerkingen stimuleren. Maar ik denk er wel over na: hoe wil ik nu verder? Ik wil niet alléén maar bestuurder zijn. Ik zie mezelf dan ook zeker weer de praktijk ingaan, want dat blijft kriebelen.’

Tom: ‘Wat kriebelt er dan precies?’

Ellen: ‘Ik houd van puzzelen. Letterlijk – ik maak graag legpuzzels in mijn vrije tijd – maar ook als het om mensen en conflicten gaat. Veel problematische situaties kunnen verholpen worden, als je ziet welk stukje waar moet liggen. Kijk bijvoorbeeld naar getuigenbescherming, politieverhoren en burenruzies. Het gaat allemaal over interacties tussen mensen, en hoe je kunt voorkomen dat die fout gaan.’

Tom: ‘Hoe denk je dat jouw vakgebied de komende jaren zal veranderen?’

Ellen: ‘Ik denk dat psychologie en technologie steeds meer met elkaar gaan samenwerken. Vroeger bestudeerden we groepen mensen door met observatoren naar videobeelden te kijken en te turven wat ons opviel. Maar tegenwoordig heb je sensoren die precies de bewegingspatronen van mensen in een bepaald gebied vastleggen, en hun onderlinge interacties. Wie spreekt wie, en hoe lang, wie interrumpeert wie? Daarvan leren we veel over groepsgedrag.’ 

Tom: ‘Zo kun je natuurlijk ook veel exactere gegevens ophalen.’

Ellen: ‘Precies, en je kunt grotere groepen bestuderen – denk aan groepsdynamiek in voetbalstadia. Als mens is er maar zo veel wat je kunt zien. Nieuwe technologie zorgt dus voor een enorme inhoudelijke vernieuwing van ons vakgebied.’

Verschil maken

Ellen: ‘Ik zie bij ons beiden de behoefte om niet in het theoretische te blijven hangen – de drang om direct bruikbare resultaten te zien.’

Tom: ‘Dat herken ik wel, ja. Waarom is dat voor jou zo belangrijk?’

 Ellen: ‘Ik wil iets doen wat echt verschil maakt. Dus geen onderzoek naar de correlatie tussen het kijken naar een slanke vaas en onzekerheid bij vrouwen, om maar iets te noemen. Met dat type onderzoek heb ik niks. Het gaat daar vaak alleen om publicaties en media-aandacht. Dat hebben we aan onszelf te danken hoor, door het publicatiesysteem. Onzinnige experimenten werden en worden op die manier beloond. Voor mij gaat het erom wat onderzoeksresultaten kunnen bijdragen of veranderen aan de praktijk. Dat reikt veel verder dan publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift.’

Tom: ‘Inderdaad, vaak wordt gepubliceerd om te publiceren. Veel onderzoeksresultaten belanden na publicatie op het schap. Ik vind het leuker en waardevoller om uitvindingen direct te valoriseren en naar de markt te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door onderzoek met ondernemerschap te combineren.’

Ellen: ‘Veel publiceren is ook de veilige route. Als het je ambitie is om hoogleraar te worden, kom je er op die manier het makkelijkst. Wijk je van dat pad af, omdat je ambitie hebt op bijvoorbeeld het ondernemende vlak, dan breng je je academische loopbaan in gevaar. Wil je toepasbare resultaten behalen, dan moet je accepteren dat je een andere weg zult bewandelen, met een ander eindpunt.’

Tom: ‘Toch heb ik het idee dat dit wel aan het veranderen is. Er lijkt een nieuwe wind te waaien.’

Ellen: ‘Ja, we hebben bijvoorbeeld met een aantal andere universiteiten een declaratie ondertekend die stelt dat we geen publicaties meer mogen tellen. En er is het document “Ruimte voor ieders talent”, waarin landelijke organisaties voorstellen doen tot verandering. Ook andere zaken, zoals inhoud en de maatschappelijke impact, moeten meewegen – die conclusie wordt gelukkig breed omarmd. We moeten niet meer allemaal door hetzelfde hoepeltje gedwongen worden. De cultuur is daarmee niet meteen veranderd, maar er is wel een begin gemaakt.’ 

Over Let's talk about U and me

TOM draagt de kleding van Paul Kruize: www.paulkruize.com, ELLEN draagt de kleding van Hellen van Rees: www.hellenvanrees.com.

Hellen van Rees
GEBOREN 23 februari 1987 in Gouda.
IS mode/textiel ontwerper .
OPLEIDING MA Fashion Womenswear, Central Saint Martins in Londen + BA Fashion Design ArtEZ in Arnhem.
WOONT in Hengelo met partner Casper en kat.
HOBBY tuinieren, chillen in de tuin, lekker eten, wandelen.

Paul Kruize
GEBOREN in 1963 in Groningen.
OPGELEID aan de Hogeschool voor de Kunsten Arnhem (ArtEz). Afgestudeerd als meubelontwerper.
WOONT sinds 1996 in Enschede. Is getrouwd en heeft een dochter.
WERKT sinds 2014 als kleermaker, gespecialiseerd in jeans.

FOTOGRAFIE Annabel Jeuring.

drs. J.G.M. van den Elshout (Janneke)
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)