Nieuws

Den Haag: weinig oog voor gemeentelijke en provinciale belangen

Den Haag is nauwelijks ontvankelijk voor decentrale belangen en houdt bij voorkeur de (financiële) touwtjes in handen.

Dat concludeert Edward Figee van de Universiteit Twente in zijn proefschrift: ‘Listen to us! – regional and local Public Affairs in the Dutch and European political arena’. Brussel’ is meer ontvankelijk, echter hier moeten decentrale overheden opboksen tegen nationale belangen. Dat het opereren in de nationale en Europese politieke arena tot onderlinge competitieve ‘gevechten’ leidt, komt omdat (financieel) eigenbelang wordt geprioriteerd waardoor samenwerking gefragmentariseerd raakt en de decentrale Public Affairs- boodschap aan zeggingskracht inboet.  Op 31 maart 2017 promoveert Figee aan de UT.

Decentrale overheden (gemeenten en provincies) zijn sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw actief in zowel de Haagse politieke arena, als in de Europese politieke arena in Brussel. Ze benoemen er eigen vertegenwoordigers die voor hen relevante politieke besluitvorming volgen en waar nodig interveniëren. Deze overheden opereren individueel of in samenwerking, al naar gelang de aard van de belangen die in het geding zijn (wegen, bouwen, water, milieu, regionale economie, etc.).

Belang onder de aandacht

Dit proces is mede een gevolg van voortgaande decentralisaties (het overhevelen van rijkstaken naar gemeenten en provincies) en voorts van de maatschappelijke ontzuiling waardoor belangengroepen gaandeweg hun vertrouwde ‘zuil’ verloren. Deze groepen moesten zelf wegen vinden om aandacht voor hun belangen te vragen door onder meer bij decentrale overheden aan te kloppen. In het proefschrift van Figee is onderzocht langs welke wegen en op welke manier gemeenten en provincies in de nationale en Europese politieke arena decentrale belangen onder de aandacht brengen[1].

Europa

Opmerkelijk is dat kennis van de Europese politieke arena decentraal bescheiden ontwikkeld is, zowel onder PA- professionals als in de gemeentelijke en provinciale thuisorganisatie. Voor de in- en externe organisatie van decentrale PA die op de Europese arena is gericht, blijken ‘Europeanen in hart en ziel’ onontbeerlijk. Verder (ook casuïstiek) onderzoek moet uitwijzen of de ‘Brusselse’ ontvankelijkheid voor decentrale belangen na Brexit en als gevolg van zich manifesterend populisme in de EU kan toenemen.

Aanpak onderzoek

Public Affairs (PA) is een Anglo-Amerikaans begrip waarmee de beïnvloeding van de belangenrelatie tussen organisaties (zoals bedrijven en decentrale overheden) en hun politiek-bestuurlijke omgeving wordt aangeduid. Om inzicht te krijgen in hoe decentrale PA ‘werkt’ is kwalitatief en kwantitatief onderzoek gedaan. Er zijn 41 (ook decentrale) diepte-interviews afgenomen onder PA- professionals, bestuurders en politici (samen goed voor 93 decentrale functies). De focus lag op de politieke arena’s, op de in- en externe organisatie van decentrale PA en op competenties in kennis, vaardigheden en attitude. Voorts is er een vragenlijst uitgezet onder circa 1100 PA- officials (effectieve response 293), om inzicht te krijgen in het profiel van de PA- professional, inclusief zelf- evaluatie van PA- competenties.

Respondenten

Respondenten vergelijken decentrale PA met de politiek: de professional moet kunnen vechten, tegelijk diplomaat zijn en de PA- dossiers precies kennen. Uit het onderzoek blijkt verder dat PA- professionals met een (academische) politicologisch georiënteerde achtergrond zich adequaat geëquipeerd voelen.

[1] Hierbij is niet de samenwerking in ogenschouw genomen van de gemeentelijke en provinciale koepelorganisaties, resp. VNG en IPO, omdat die zich beperken tot generieke decentrale belangenbehartiging.

Meer info over de promotie

Janneke van den Elshout
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)