Schematisch weergave van het apparaat.
Een PAM beeld vergeleken met een MR beeld van een tumor.

Zie Nieuws

Belangrijke stap borstkankeronderzoek Universiteit Twente

Onderzoekers van onderzoeksinstituut MIRA van de Universiteit Twente werken al lange tijd aan een nieuwe techniek om borstkanker op te sporen. De techniek, die PAMmografie is gedoopt, maakt gebruik van korte lichtpulsen die ultrageluid veroorzaken op plekken waar zich veel bloed bevindt, zoals rond kwaadaardige tumoren. Met een publicatie in het tijdschrift Scientific Reports presenteren de onderzoekers een belangrijke wetenschappelijke stap voor het onderzoek. Ze lieten zien dat er verschillende verschijningsvormen van borsttumoren te onderscheiden zijn met hun techniek.

 Bijna vijftien jaar geleden zijn onderzoekers aan de Universiteit Twente van start gegaan met het onderzoek naar een nieuwe methode om borstkanker te detecteren. Dit heeft onder meer tot een zogenoemde PAMmoscoop geleid; een door de UT ontwikkeld apparaat dat de borst belicht met korte lichtpulsen die ultrageluid veroorzaken op plekken waar zich veel bloed bevindt, zoals rond kwaadaardige tumoren. Dit ultrageluid reist vervolgens naar het huidoppervlak, waar je het kunt meten.

Nieuw onderzoek

Met een nieuw onderzoek, dat is gepubliceerd door het wetenschappelijke tijdschrift Scientific Reports, tonen de onderzoekers aan dat hun methode inderdaad potentie heeft om in de toekomst in de praktijk borsttumoren in beeld te brengen. Het gaat om het eerste vraaggestuurde onderzoek op dit terrein. De onderzoekers hebben, simpel gezegd, onderzocht in een cohort van 29 patiënten hoe verschillende borsttumoren er met hun methode uitzien. In de publicatie vergelijken ze deze weergaven met MRI-afbeeldingen en met afbeeldingen waarop de tumor na verwijdering met een kleurstof is aangekleurd. De onderzoekers konden drie verschillende verschijningsvormen van de tumoren onderscheiden. Volgens Associate Professor Srirang Manohar, een van de betrokken onderzoekers, is dit een belangrijke stap om diagnostische indicatoren – dus manieren om een tumor op een PAMmografiebeeld te herkennen – vast te stellen.

Volgens Manohar scoort PAMmografie in het onderzoek goed ten opzichte van MRI en laat het onderzoek zien dat PAMmografie absoluut potentie heeft om later in de praktijk te worden ingezet. Zeker omdat de techniek een aantal belangrijke voordelen heeft. Zo is PAMmografie relatief goedkoop, zijn de metingen pijnloos, is er geen contrastvloeistof nodig en is het met PAMmografie in principe mogelijk om ook borsttumoren in jong borstweefsel te vinden. Op termijn kan PAMmografie volgens Manohar, een belangrijke rol spelen op het gebeid van detectie (screening), diagnose, het monitoren van tumoren tijdens chemotherapie en bij de detectie van borstkanker bij jonge vrouwen.

Ondanks de vorderingen in het onderzoek, waakt Manohar voor vroegtijdig optimisme. “Onze methode is relatief nieuw, terwijl MRI en mammografie bijvoorbeeld al decennia aan ontwikkeltijd hebben gehad. We moeten nog veel onderzoek doen om de betrouwbaarheid van onze techniek verder aan te tonen. In het optimistische scenario is onze methode over ongeveer vijf tot tien jaar inzetbaar in nichegebieden. Het zal nog langer duren voor de methode regulier voor screening en diagnose ingezet kan worden.”

Onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd bij de vakgroep Biomedical Photonic Imaging van UT-onderzoeksinstituut MIRA. Bij het onderzoek is nauw samengewerkt met het Centrum voor Mammacare van het Medisch Spectrum Twente en het Laboratorium Pathologie Oost-Nederland. Financieel is het onderzoek mede mogelijk gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Auteurs van het artikel zijn Michelle Heijblom, Daniele Piras, Mariël Brinkhuis, Johan van Hespen, Frank van den Engh, Margreet van der Schaaf, Joost Klaase, Ton van Leeuwen, Wiendelt Steenbergen en Srirang Manohar.