Nico Verdonschot helpt clinici de beste implantaten en behandelingen te ontwikkelen

Professor Nico Verdonschot is wetenschappelijk directeur van het Technical Medical Centre (TechMed Centre) van de Universiteit Twente. Het TechMed Centre richt zich op de ontwikkelingen in het onderzoek naar gepersonaliseerde technologieën in de gezondheidszorg. Domeinen waarin het TechMed Institute zich begeeft zijn onder andere translationele fysiologie, bio-engineeringtechnologie, biomedische beeldvorming, biorobotica en gezondheidswetenschappen. Daarnaast is Verdonschot sinds 2007 hoogleraar Implantaat Biomechanica bij de UT en sinds 2003 hoofd van het Orthopaedic Research Laboratory (ORL) van de afdeling Orthopedie binnen het Radboudumc, waar hij in 2013 ook tot hoogleraar werd benoemd. Verder is hij ook benoemd tot gastprofessor bij de Politecnico di Milano en bezit hij een eredoctoraat van de Universiteit Aalborg.

Verdonschot is een wereldwijde expert op het gebied van orthopedische biomechanica van de onderste ledematen. “Met mijn werk wil ik een duidelijke bijdrage leveren aan een beter fundamenteel begrip van de mechanische werking van implantaten en het bewegingsapparaat van het menselijk onderlichaam. Mijn onderzoeksgroep heeft computersimulatietechnieken ontwikkeld die nu worden gebruikt om producten te testen voor orthopedische bedrijven, nog voor ze in productie worden genomen. Met onze simulaties analyseren we of er kans is op klinisch relevante gebreken van deze implantaten.”

prof. Nico Verdonschot
“Focus van wetenschappers op onderzoek of onderwijs kan hun carrièrekansen verbeteren en UT vooruit helpen”
prof. Nico Verdonschot

Op dit moment concentreren Verdonschot en zijn team zich op het genereren van gepersonaliseerde computermodellen. Dit betekent dat de anatomie van een specifieke patiënt wordt gerecreëerd in de computer.  Deze modellen kunnen een clinicus helpen om te beslissen welk type behandeling het beste is voor een specifieke patiënt met een bepaalde pathologie. “In essentie gebruiken we imaging technieken, zoals CT- en MRI-scans, om in de computer een model te bouwen. Deze patiënt-specifieke modellen kunnen we gebruiken om de effecten te voorspellen van een chirurgische ingreep of de plaatsing van protheses.”

Gedurende zijn carríère heeft Verdonschot een groot aantal subsidies verworven, waaronder in 2012 een ERC advanced grant van 2,5 miljoen euro, voor doorontwikkeling en uitbreiding van zijn baanbrekende werkzaamheden op het gebied van diagnostische en evaluatiemethoden voor orthopedische patiënten.

Onderzoek en onderwijs

Verdonschot ziet kansen in een grotere focus van jonge wetenschappers in een vroeg stadium van hun loopbaan.  “Als mensen hier na hun Phd assistant professor worden, moeten ze veel tijd besteden aan onderwijstaken. Daardoor krijgt hun onderzoek minder aandacht. Deze periode na een Phd of Postdoc is echter een cruciale fase voor een jonge onderzoeker. Als een jonge onderzoeker niet in staat is aanzienlijke financiering te verkrijgen of excellente resultaten haalt die worden gepubliceerd, wordt het moeilijker te concurreren met collega-wetenschappers in hun onderzoeksgebied. Idealiter zou ik in een vroeger stadium met hen in gesprek gaan over hun ambities. Als ze de ambitie hebben een wereldwijd erkend wetenschapper te worden, zou ik ze aanraden hun onderwijstaken waar mogelijk te beperken. Dat geeft de jonge wetenschapper de kans om zich meer te richten op zijn of haar onderzoek. Als ze daarin goede resultaten hebben geboekt en hun onderzoeksloopbaan op gang is gebracht kunnen ze meer aandacht en tijd aan onderwijs besteden.”

De professor realiseert zich dat dit praktisch lastig kan zijn. “Ik maak geen deel uit van een faculteit waar onderwijs moet worden gegeven, dus ik heb makkelijk praten.  Maar je zou ook kunnen kiezen voor specialisatie binnen onderzoeksgroepen. Dan kunnen de diverse teamleden bijvoorbeeld kiezen of ze carrière willen maken in het onderwijs of zich richten op onderzoek. Het zou mooi zijn als we zowel goede onderwijzers als goede onderzoekers voort kunnen brengen en beide groepen de ruimte bieden om zich te specialiseren. Onderzoekers krijgen meer tijd voor hun onderzoek en onderwijzers meer loopbaanperspectieven. De laatste groep lijkt nu minder aanzien te hebben. Het zou goed zijn om carrière-paden te ontwikkelen voor  mensen die duidelijk talent en ambitie hebben op onderwijsgebied.  Op dit moment  ken ik niemand op de UT die hoogleraar is vanwege zijn onderwijspakket. Ik vind dat we dit soort paden moeten overwegen omdat studenten, wetenschappers en docenten er allemaal baat bij hebben. De leerlingen krijgen les van bevlogen en geïnspireerde docenten die wel onderdeel zijn van onderzoeksgroepen, maar slechts een beperkt deel van hun tijd aan onderzoek besteden. En de UT blijft voorop lopen in onderzoeksland doordat onderzoekers minder belast zijn met onderwijstaken en zich kunnen concentreren op baanbrekend onderzoek.“

Binnen het reguliere onderwijs is de link tussen onderzoek en onderwijs heel belangrijk, vindt Verdonschot. “Studenten hebben inspirerende omgeving nodig waarin ze de kennis uit theoretische vakken kunnen toepassen, bijvoorbeeld in het analyseren van fascinerende en maatschappelijk relevante onderwerpen.” Het Technical Medical Centre biedt hen veel mogelijkheden, weet de professor. “Wij hebben bijvoorbeeld veel relaties met ziekenhuizen waardoor onze studenten daar stages kunnen lopen. We hebben meer dan 500 externe stageplekken per jaar voor onze opleidingen. Deze studenten worden altijd begeleid door iemand van de UT en een contactpersoon bij de externe partner, daarmee creëren we ook een uitgebreid netwerk. Hier komen ook weer nieuwe onderzoekslijnen en projecten uit voort, waarmee de maatschappelijke relevantie van onze activiteiten wordt vergroot.”   

Over Nico Verdonschot

Nico Verdonschot heeft Mechanical Engineering gestudeerd aan de Universiteit Twente. In 1988 voltooide hij zijn masterscriptie in Nijmegen op het Orthopaedic Research Laboratory(ORL) van het Radboudumc in Nijmegen. Na zijn afstuderen bleef hij als junior onderzoeker bij de ORL en heeft hij diverse projecten uitgevoerd, gericht op het testen van orthopedische implantaten. De meeste projecten werden gefinancierd door de orthopedische industrie, wat geleidelijk leidde tot een uitgebreid netwerk van R&D-afdelingen van kleine tot grote internationale orthopedische bedrijven. De publicaties van deze projecten resulteerden in 1995 in zijn doctoraatsdiploma. Vervolgens promoveerde Verdonschot tot assistent-professor en werd hij benoemd tot directeur van het preklinisch testen van gewrichtsimplantaten. In 2003 werd hij verder gepromoveerd tot universitair hoofddocent. Sinds februari 2014 is hij hoogleraar aan het Radboudumc Institute for Health Sciences (RIHS), waar hij onderzoek doet op het gebied van 'Reconstructieve en regeneratieve geneeskunde'.

Zijn onderzoeksinteresse is gericht op orthopedisch-biomechanische problemen van het onderste deel van de extremiteit. De onderzoeksgroep maakt gebruik van computermodelleringstechnieken in combinatie met kadaveronderzoek, dierproeven en klinische studies om de diagnostische en evaluatietools voor orthopedische patiënten te optimaliseren. Ze werken samen met onderzoekers en orthopedische bedrijven om de functionaliteit en levensduur van orthopedische implantaten zoals knie- en heupprothesen te optimaliseren. Verder richten ze zich op de berekening van de botsterkte voor patiënten met osteoporose of metastatische laesies.

Sinds oktober 2007 heeft Verdonschot een parttime aanstelling (1 dag per week) als hoogleraar Implant Biomechanica aan de Universiteit Twente (afdeling Biomechanical Engineering onder leiding van prof. Bart Koopman), waar hij een onderzoekslijn opzet die is gerelateerd aan de biomechanica van het Musculo-Skeletaalsysteem van het onderlichaam, zie ook TLEMsafe.

In december 2012 kreeg de hoogleraar een 'European Research Council - Advanced Grant' voor vervolgonderzoek. In Nijmegen breidt zijn groep de modelleringsinspanningen uit om patiëntspecifieke modellen te genereren en deze modellen te voeden met innovatieve dynamische beeldvormingstechnieken (zie www.erc-biomechtools.eu). In 2016 werd hij benoemd tot gastprofessor aan de Politecnico di Milano (Italië). In 2018 ontving hij een eredoctoraat van de Aalborg Universiteit (Denemarken). Momenteel is Nico Verdonschot wetenschappelijk directeur van het Technisch Medisch Centrum bij de Universiteit Twente.

Persfoto's

Deze persfoto's kunnen zonder copyright restricties worden gebruikt.