De bachelor Applied Mathematics is een stevige academische opleiding waarin je diep ingaat op het karakter – volgens sommigen de kunst – van de wiskunde. Vanaf je eerste dag van de studie word je ondergedompeld in abstracte, formele aspecten van de wiskunde, altijd met in het achterhoofd de praktische toepasbaarheid. Je raakt thuis in deelgebieden als calculus, lineaire algebra, kansrekening en nog veel meer. Tegelijkertijd richt je je op toepassing van de theorie, onder ander door het modelleren: via abstractie breng je complexe problemen terug tot de kern, beschreven in wiskundige termen, om vervolgens via een wiskundige analyse tot oplossingen van het oorspronkelijke probleem te komen. Dit vergt vaardigheden die je geleidelijk aan ontwikkelt via de verschillende leerlijnen die door de opleiding heenlopen. Voorbeelden van leerlijnen zijn die van de abstracte wiskunde, wiskundig modelleren en van de praktische vaardigheden – denk aan programmeren, (interculturele) samenwerking of presenteren. Zo word je bij ons een wiskundige die de cyclus van abstractie, analyse en oplossing tot in de puntjes heeft leren beheersen en die gemakkelijk aan interdisciplinaire teams deelneemt. Daardoor kun jij straks wezenlijk bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke problemen.

Voor het eerst naar de universiteit

Als je eerstejaars student bent, komen er veel nieuwe dingen op je af. We leggen alvast het een en ander uit.

Je volgt modules

Je bacheloropleiding duurt drie jaar. Ieder jaar volg je vier modules van tien weken: je rondt tijdens de opleiding dus twaalf modules af. In elke module behandel je een actueel thema uit de samenleving of bedrijfsleven. Binnen dat thema komen alle onderdelen van je studie samen: theorievakken en practica, onderzoek en het ontwerpen van oplossingen, zelfstudie én teamwerk. Vast onderdeel is het teamproject, waarin je de opgedane kennis toepast op een actuele uitdaging en met medestudenten een werkbare oplossing ontwerpt. De thema's draaien vaak om vraagstukken waarop wetenschappers nog geen antwoord hebben gevonden. 

Studiepunten, hoe werkt het?

Op de universiteit krijg je te maken met studiepunten. Ook wel EC(s) genoemd. De afkorting EC is afgeleid van het European Credit Transfer System (ECTS), waarmee je opleidingen internationaal kunt vergelijken. Eén studiepunt staat voor 28 uur werk; elk jaar moet je 60 punten behalen. Voor elke opdracht of tentamen waarvoor je een voldoende haalt, krijg je studiepunten. In het eerste jaar moet je minimaal 45 van de 60 punten halen om door te mogen naar het tweede jaar.

45 studiepunten of hoger? Dan mag je naar het tweede jaar.

Ons doel is om je zo snel mogelijk op de juiste plek te krijgen, daarom hanteren we het principe van een Bindend Studieadvies (BSA). Alle eerstejaarsstudenten ontvangen hun BSA aan het einde van het jaar. Je krijgt een positief advies als je in het eerste jaar 45 of meer van de 60 EC hebt gehaald. Een negatief advies is bindend en betekent dat je met de opleiding moet stoppen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen we je, ondanks een te lage score, toch een positief BSA geven, bijvoorbeeld als we voldoende vertrouwen hebben dat je op de juiste plek zit. Belemmeren persoonlijke omstandigheden zoals ziekte of problemen jouw studieprestaties? Student Affairs Coaching & Counselling (SACC) helpt je verder.

Chat offline (info)
Om deze functionaliteit te gebruiken:
Accepteer cookies