Applied Mathematics

Studieprogramma BSc Applied Mathematics

De bacheloropleiding Applied Mathematics duurt drie jaar. Tijdens je opleiding spelen projecten een belangrijk onderdeel van elke module, waarvan elk project gebaseerd is op een thema. De modules zijn aan elkaar gerelateerd, zodat je verder kan bouwen op de stof die je in een eerdere module hebt opgedaan. Op deze manier is het makkelijker te begrijpen hoe de verschillende theorieën samenhangen. 

  • In het eerste en tweede jaar van de opleiding vorm je de basis, waarin je vier modules per jaar hebt. Elke module bestaat uit tien weken. 
  • De eerste zes maanden van je derde jaar heb je de mogelijkheid om een minor naar keuze te kiezen. De laatste zes maanden van het derde jaar bestaat uit je afsluitende bacheloropdracht. 

Lees hieronder meer over de invulling per jaar van de bacheloropleiding Applied Mathematics:

Eerste jaar

MODULE 1: STRUCTUREN EN MODELLEN

In deze module bekijk je de wiskunde vanuit verschillende hoeken. Je borduurt voort op de wiskunde van het vwo, maar er komen ook meteen al nieuwe onderwerpen aan de orde. De manier van werken is anders dan op het vwo. Je gaat dieper op de stof in en er is veel aandacht voor wiskundig redeneren en de formele en abstracte kant van de wiskunde. Er is ook veel aandacht voor wiskundig modelleren; wiskundige modellen zijn nu eenmaal onmisbaar bij het toepassen van wiskunde. Voor een deel werk je in een team aan een projectopdracht. Daarin werk je zelfstandig aan een praktijkprobleem waarbij wiskundige modellen en het doorrekenen daarvan cruciaal zijn voor het vinden van een goede oplossing. Soms ontdek je dat je zelf nog extra kennis of technieken moet vergaren, maar vaak kun je gebruik maken van hetgeen je geleerd hebt bij andere onderdelen van de module. Het is belangrijk om te leren hoe je omgaat met internationale studenten en verschillende culturen, daarom worden er tijdens de module ook interculturele workshops gegeven. 

MODULE 2: WISKUNDIGE BEWIJSTECHNIEKEN

In deze module wordt de wiskunde verdiept. Je maakt kennis met onderwerpen die elke wiskundige moet kennen en waar je in het vervolg van de opleiding steeds weer op terugvalt. Sommige onderwerpen zijn niet echt eenvoudig en je zult misschien niet alles in één keer begrijpen. Het helpt dan dat je weer met een team aan een project werkt. Je bespreekt deze onderwerpen met je teamleden en maakt er opdrachten over. Zo word je een echte toegepast wiskundige die over zijn vak kan communiceren en daardoor sneller tot oplossingen komt. Het leren denken in wiskundige structuren is voor en toegepast wiskundige belangrijk, omdat je daardoor sneller verbanden kunt leggen en sneller ziet dat ogenschijnlijk totaal verschillende praktijkproblemen wiskundig gezien sterk verwant zijn en dus met dezelfde technieken kunnen worden aangepakt. In het project ga je op zoek naar de beste oplossing in relatie tot een vooraf gekozen criterium, bijvoorbeeld ‘zo goedkoop mogelijk’, of ‘zo snel mogelijk’. Daar komt heel wat wiskunde bij kijken.

MODULE 3: Velden en elektromagnetisme 

Deze module is gewijd aan een belangrijk onderwerp: de vectorcalculus. Veel van wat je in de eerdere modules hebt geleerd, komt hier samen. Je leert integreren over gekromde oppervlakken en op het oog heel lastige berekeningen worden ineens eenvoudig door het gebruik van integratiestellingen. De vectorcalculus is belangrijk vanwege de vele toepassingen, bijvoorbeeld in vloeistofstromingen.We behandelen dit onderwerp samen met de theorie van elektromagnetische velden. Je doet samen met natuurkundestudenten proeven en experimenten waarbij soms vonken overspringen − zowel letterlijk als figuurlijk. Je ziet de wiskunde als het ware met eigen ogen functioneren. Als laatst, leer je in deze module hoe je een presentatie geeft over een wiskundig onderwerp. Dit leer je door het geven van een presentatie over een onderwerp dat zowel voor jou als voor het publiek nieuw is. De leraar en je naaste studenten geven hier feedback op. De geselecteerde onderwerpen voor deze opdracht vormen geen onderdeel van de modules en zelfs niet van het curriculum. Dit zorgt ervoor dat je alleen wordt getoetst op hoe duidelijk je de door jou opgezochte informatie kan weergeven. 

Module 4: signalen en onzekerheid 

Veel verschijnselen uit de dagelijkse praktijk laten zich grafisch beschrijven. Denk aan de temperatuur gedurende een etmaal, de waterstand op een bepaalde plek, of de beurskoersen. Door op een bepaalde manier naar deze grafieken te kijken, ontdek je een regelmaat die periodiciteit wordt genoemd. Vaak bevatten zulke grafieken meerdere periodiciteiten tegelijk. De wiskunde helpt je die kluwen te ontwarren. In het modelleren speelt onzekerheid vaak een grote rol. Denk aan de weersvoorspelling. Om toch zinvolle uitspraken en voorspellingen te kunnen doen, is een grondige kennis van kansrekening en statistiek onontbeerlijk. Gecombineerd met het weergeven van signalen, de eerdergenoemde grafieken, levert dat een heel krachtig wiskundig instrumentarium op waarmee je tal van complexe problemen kunt oplossen. De computer is daarbij onmisbaar, vandaar dat in deze module ook aandacht is voor het programmeren van wiskundige technieken.

Neem ook een kijkje in het programma van het tweede jaar, en lees hier de verhalen van een aantal studenten. 

Tweede jaar

MODULE 5: WISKUNDIGE STATISTIEK EN ANALYSE

In deze module onderzoek je data statistisch op lineaire samenhang. Daarvoor gebruik je het geavanceerde softwarepakket SPSS. Een deel van de achterliggende theorie leer je in het onderdeel Wiskundige statistiek. Daarnaast ontwikkel je je kennis van de basiswiskunde verder in het tweede deel van Analyse, waar je in module 2 van het eerste jaar al mee hebt kennisgemaakt. De reflectiecursus maakt een deel uit van de reflectielijn.

MODULE 6: DYNAMISCHE systemen 

Vaak maken wiskundige modellen gebruik van differentiaalvergelijkingen. Zulke modellen worden dynamisch genoemd, omdat ze een verband tussen variabelen en hun veranderingen weergeven. Daarin verschillen ze van statische modellen, waarin alleen de variabelen zelf voorkomen. In deze module bestudeer je dynamische modellen vanuit het gezichtspunt van de theorie van differentiaalvergelijkingen, de wiskundige systeemtheorie en vanuit numerieke aspecten. Je gebruikt hierbij de wiskundige software MATLAB.

MODULE 7: EFFICIËNTE ALGORITMES VOOR DISCRETE STRUCTUREN

Deze module volg je samen met de studenten Technische Informatica. Onderwerp van studie zijn zogeheten discrete structuren. In tegenstelling tot continue structuren, zoals de verzameling van reële getallen, gaat het hierbij om eindige of aftelbaar oneindige verzamelingen en bewerkingen daarop. Centraal staan berekeningen binnen dergelijke verzamelingen, zoals het vinden van kortste paden langs een gegeven aantal punten en verbindingen tussen die punten. De berekenbaarheid en de complexiteit van de berekeningen zijn daarbij belangrijke kenmerken. Je maakt gebruik van elementen uit de abstracte algebra zoals groepen, ringen en lichamen, maar ook eindige automaten en turingmachines

MODULE 8: STOCHASTIC METHODS FOR OPERATIONS MANAGEMENT

Delen van deze module volg je samen met studenten Technische Bedrijfskunde en Civiele Techniek. Wat de wiskunde betreft gaat het in de eerste plaats om markovketens. Dat zijn stochastische modellen, dat wil zeggen: modellen waarbij uitkomsten van het toeval afhangen en waarin je volgens een bepaalde kansverdeling van toestand naar toestand springt, waarbij het er niet toe doet waar je je in het verleden bevond. Deze modellen worden in allerlei toepassingen gebruikt, zoals het modelleren van wachtrijen. Ze spelen verder een essentiële rol in het modelleren van complexe stochastische systemen en de simulatie ervan. In projectvorm leer je hoe je dergelijke modellen kunt gebruiken om goede beslissingen te nemen in praktijksituaties waar toeval een essentiële rol speelt, bijvoorbeeld de logistiek, een ziekenhuisomgeving en het wegverkeer.

Derde jaar

De eerste helft van het derde jaar kun je vrij invullen. Heb je behoefte aan een buitenlandse ervaring? Dan kun je hier kiezen voor een minor in het buitenland. De eerste helft van het jaar biedt je dus de kans je eigen interesses te volgen. Het tweede halfjaar staat in het teken van je afstudeeropdracht.

HET EERSTE HALFJAAR

Het eerste semester van het derde jaar bestaat uit de door jou gekozen minors. Voor deze modules kies je een onderwerp wat jou aanspreekt uit, die je vervolgens aan de Universiteit Twente of elders in binnen- of buitenland zal volgen. 

HET TWEEDE HALFJAAR

Het tweede semester is voor meer dan de helft gewijd aan het afstuderen. In de rest van de module is plaats ingeruimd voor keuzeonderwerpen en het onderdeel Complexe functietheorie. Het afstudeerproject is een omvangrijke modelleringsopdracht, die niet zelden rechtstreeks uit de praktijk komt. Ter voorbereiding op deze opdracht bestudeer en bespreek je eerst enkele wiskundige artikelen. Zo doe je ervaring op met het lezen en interpreteren van wetenschappelijk werk. Vervolgens formuleer je je eigen onderzoeksvraag. Dat doe je op basis van je opdracht, die vaak in algemene termen gesteld is. Het afstudeerproject bestaat dan verder uit het uitwerken en onderzoeken van je onderzoekvraag. Over je bevindingen schrijf je een verslag. Als afsluiting van de opdracht − en daarmee je bachelorstudie − presenteer je je werk op een speciale studentenconferentie.

En dan heb je je bachelordiploma op zak. Benieuwd wat je na je studie kunt doen? Neem een kijkje.

Chat offline (info)