Een stevige academische opleiding waarin je diep ingaat op het karakter – volgens sommigen de kunst – van de wiskunde.
Vanaf de eerste dag leer je alles over de abstracte, formele aspecten van de wiskunde, altijd met in het achterhoofd de praktische toepasbaarheid. Je wordt bekend met deelgebieden als calculus, lineaire algebra, kansrekening en nog veel meer. Tegelijkertijd richt je je op toepassing van de theorie, onder ander door het modelleren: via abstractie breng je complexe problemen terug tot de kern, beschreven in wiskundige termen, om vervolgens via een wiskundige analyse tot oplossingen van het oorspronkelijke probleem te komen. Dit vergt vaardigheden die je geleidelijk aan ontwikkelt via de verschillende leerlijnen die door de opleiding heenlopen. Voorbeelden van leerlijnen zijn die van de abstracte wiskunde, wiskundig modelleren en van praktische vaardigheden – denk aan programmeren, (interculturele) samenwerking of presenteren.
Zo word je een wiskundige die de cyclus van abstractie, analyse en oplossing tot in de puntjes heeft leren beheersen en die gemakkelijk aan interdisciplinaire teams deelneemt. Daardoor kun jij straks wezenlijk bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke problemen.