CES - Planning & Roostering

Vaak gestelde vragen

Stemt de UT de jaarcirkel af met andere instellingen?

Kort samengevat

Ja, om bepaalde gewenste vormen van samenwerking te faciliteren, vooral in 3TU-verband en met Saxion Hogescholen.

Achtergrond

Met ingang van het opleidingsjaar 2009-2010 hanteren de instellingen uit het 3TU-verband een gemeenschappelijke jaarcirkel. Doel hiervan is een optimale facilitering voor onderwijsuitwisseling (voor studenten én docenten, ook via afstandsonderwijs als bijvoorbeeld virtuele colleges). Op basis van de ervaringen in de opleidingsjaren 2009-2010 en 2010-2011 zijn de uitgangspunten van de 3TU-jaarcirkel positief geëvalueerd en voor onbepaalde tijd vastgesteld.

Daarnaast streeft de Universiteit Twente er naar om voorafgaand aan ieder opleidingsjaar een gedeelte van de introductie van eerstejaarsstudenten gemeenschappelijk met Saxion Hogescholen te laten plaatsvinden. Zo kunnen nieuwe studenten van beide instellingen ook werkelijk met beide instellingen kennismaken, waardoor de drempel voor een overstap van de ene naar de andere instelling wordt verlaagd.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waarom wordt een half semester "kwartiel" genoemd?

Kort samengevat

Bij gebrek aan een betere term. Zie de nadere uitleg hieronder.

Achtergrond

In het voorjaar van 2003 heeft het College van Bestuur de (toenmalige) Roosterwerkgroep gevraagd een ‘semester­rooster’ te ontwikkelen dat aansluit bij internationale gewoontes, inclusief het gebruik van het woord "semester".

Het woord ‘semester’ staat hier tussen aanhalingstekens, omdat dit woord letterlijk ‘zes maanden’ betekent, terwijl de betreffende halve opleidingsjaren aan de meeste instellingen ongeveer vijf maanden duren. Bovendien zijn de jaarcirkels van de UT en van de meeste andere instellingen gebaseerd op het tellen van weken, niet van maanden.

Het resultaat was een jaarindeling waarbij de semesters in twee gelijke delen worden verdeeld. Voor die ‘halve semesters’ werd een passende term gezocht.

•Het woord ‘kwartaal’ voor een dergelijke periode viel af. Los van de formele betekenis (Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse Taal: "periode van drie maanden") associëren veel mensen dat woord met een periode van exact drie maanden. Sterker nog, met een bepáálde periode van drie maanden, bijvoorbeeld ‘het eerste kwartaal’ = "de periode van 1 januari tot en met 31 maart van een kalenderjaar".

•Het woord ‘trimester’ viel af, omdat de jaarindeling die juist verlaten werd bekend stond als het ‘trimesterrooster’. Bovendien is hierboven al uitgelegd dat termen die gebaseerd zijn op het tellen van maanden niet de voorkeur hebben.

•Het woord ‘onderwijsperiode’ viel af, omdat het te vaag is. Het (bijvoorbeeld) tweede uur van het (bijvoorbeeld) vijfde hoorcollege van een bepaald vak kan ook een ‘onderwijsperiode’ genoemd worden, evenals de periode tussen iemands eerste stap in een basisschool en de uitreiking van zijn of haar laatste diploma na een aaneengesloten school- en studentencarrière.

Het woord ‘kwartiel’ leek het meest geschikt, gezien de uitleg in Van Dale's Groot Woordenboek der Nederlandse Taal: "... waarbij de verzameling in vier delen wordt verdeeld". Daarom is dit woord gekozen en inmiddels ingeburgerd.

Gebruik van het woord ‘kwartiel’ voor een half semester is binnen de UT inmiddels zodanig ingeburgerd, dat het niet wenselijk geacht wordt om te proberen het te veranderen.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Wat zijn poolzalen en welke zijn er?

Kort samengevat

Het onderwijs van de Universiteit Twente wordt gegeven in twee (uit beheersmatig oogpunt) verschillende soorten ruimten: ruimten die beheerd worden door de faculteitenen ruimten die centraal beheerd worden door het Reserveringsbureau van het Facilitair Bedrijf. De werknaam voor het laatste type ruimten is "poolzalen". Er is een overzichtvan vakken en andere evene­menten in poolzalen.

Achtergrond

Sommige soorten onderwijs vereisen een ruimte die beheerd moet worden of alleen gebruikt wordt door één specifieke faculteit. Voorbeelden van dat soort ruimten zijn: jaargangzalen, scheikundige laboratoria, computerzalen met specifieke hard- en/of software of observatieruimten voor gedragsweten­schappelijke experimenten. Dergelijke ruimten worden facultaire onderwijs­ruimten genoemd en vallen geheel onder beheer en verant­woordelijkheid van de betreffende faculteit.

Er zijn echter ook onderwijsruimten, voornamelijk zalen voor hoor- en werk­colleges, die inzetbaar zijn voor onderwijs uit meerdere faculteiten. Dergelijke zalen worden binnen de UT "poolzalen" genoemd. Faculteiten huren en betalen deze ruimten derhalve niet permanent maar per collegemoment volgend uit de onderwijsroosters.

Er zijn vaak mutaties in het bestand van poolzalen, zeker gedurende de looptijd van het Vastgoedplan. In het opleidingsjaar 2012-2013 zijn momenteel de volgende 50 poolzalen in gebruik. Alle zalen beschikken over de standaard AV-uitrusting, ter informatie is hieronder vermeld welke zalen bovendien beschikken over een interactive whiteboard. Ga naar het overzicht poolzalen.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waarom heeft de UT maar één week vakantie buiten de kerstperiode?

Kort samengevat

Omdat de zomervakantie anders te kort zou worden voor docenten die juni-tentamens moeten beoordelen en betrokken zijn bij de herkansingen in de zomerperiode en/of de introductie.

Achtergrond

Er is geen instantie die bepaalt wanneer de universiteiten vakantie hebben. Voor scholen overigens ook maar beperkt. Het Ministerie van OC&W bepaalt de gespreide zomervakanties (vanaf het schooljaar 2013-2014 ook de kerst- en meivakanties) van scholen voor basis-, voortgezet en speciaal onderwijs en geeft adviesdata voor de overige vakanties. In de praktijk houden veel scholen zich aan de geadviseerde data. Universiteiten en hogescholen, dus ook de Universiteit Twente, bepalen zelf hun optimale jaarcirkel, inclusief vakantiedata.

Wettelijk (WHW*, artikel 7.4, lid 1) moet een universiteit opleidingen inrich­ten van 1680 studie-uren per jaar. Bij een (nominaal) 40-urige werkweek staan er derhalve 42 onderwijsweken op het rooster (42 weken x 40 uur = 1680 uur).

Die 42 weken worden in de uniforme 3TU-jaarcirkel (vanaf het opleidingsjaar 2009-2010) ondergebracht in vier kwartielen van (netto) vier keer (8 collegeweken + 2 tentamenweken) = 40 weken. De resterende weken worden gereserveerd voor herkansingen c.q. aanvullende toetsen in de zomerperiode.

Naast die 40 netto college- en tentamenweken kent het opleidingsjaar twee weken kerstvakantie, één week voorjaarsvakantie in het derde kwartiel en één compensatieweek voor officiële feestdagen in het vierde kwartiel. Samen zijn dat 44 weken. Na afloop daarvan hebben docenten die een schriftelijk tentamen afnemen in de tentamenweken van het vierde kwartiel formeel nog vier weken (20 werkdagen) de tijd om die tentamens na te kijken. Soms moet het beduidend sneller als voor het betreffende vak nog een herkansing in de zomerperiode volgt. De reguliere nakijktermijn verstrijkt dus 48 weken ná het begin van het opleidingsjaar. Docenten die daarnaast betrokken zijn bij de herkansingsweek in de zomerperiode moeten in die week aanwezig zijn en docenten die een rol vervullen in de introductie van nieuwe studenten, moeten twee weken vóór het begin van het nieuwe opleidingsjaar al weer aanwezig zijn.

Voor deze docenten blijft er weinig tijd voor zomervakantie over. Indien er meer dan één vakantieweek buiten de Kerstperiode in de jaarcirkel zou worden opgenomen, zou dit voor hen evenredig moeilijker worden omdat voor deze docenten de zomervakantie daardoor nog korter zou worden.

Dat is de hoofdreden waarom de Universiteit Twente geen herfstvakantie kent en wel een voorjaarsvakantie (vanaf het opleidingsjaar 2008-2009).

*) WHW = Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Wat is de Werkgroep Onderwijsruimten?

Kort samengevat

De Werkgroep Onderwijsruimten (WOR) is een samenwerkings­verband tussen het Facilitair Bedrijf (FB), het Campusmanagement en het Roosterteam van het Centre for Educational Support (CES).

De WOR zorgt onder andere voor de beschikbaarheid, inrichting en optimaal gebruik van het bestand aan poolzalen van de UT.

Achtergrond

De leden van de Werkgroep Onderwijsruimten zijn:

David Korringa (FB, directeur, voorzitter WOR)
Marc Hulshof (FB, beleidsmedewerker, secretaris WOR)
Wim Senger (AZ/CAM, hoofd Reserveringsbureau)
Roy Juninck (FB, beheerder poolzalen)
Karen Frowijn (FB, projectmedewerkster)
•Gerrit Zwier (EWI, docent)
Laura Holsbeeke (GW, onderwijscoördinator Psychologie)
Hans Punt (CES, hoofd Student Affairs)

Agendaleden:

Jan Evers (S&B, hoofd Universitair Informatiemanagement)
•Irene Visscher-Voerman (S&B)

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waarom zijn er zo weinig wandcontactdozen in de onderwijsruimten?

Kort samengevat

De behoefte aan een groot aantal wandcontactdozen ("stopcontacten") voor laptops in de onderwijsruimten van de Universiteit Twente is in korte tijd ontstaan, maar er is niet eenvoudig aan te voldoen. De gekozen oplossing bestaat uit verplaatsbare zuilen met wandcontactdozen.

Achtergrond

Nog maar kort geleden was de audiovisuele apparatuur voor de docent de enige apparatuur op netspanning die tijdens een onderwijsbijeenkomst in functie was en dus een wandcontactdoos nodig had. Vanzelfsprekend zijn in alle onderwijsruimten nog meer wandcontactdozen geïnstalleerd, maar niet voldoende om iedere gebruiker afzonderlijk van netspanning te voorzien.

Nu bijna iedere student over een laptop beschikt en bij sommige colleges of tentamens het gebruik daarvan is toege­staan, aanbevolen of zelfs verplicht, is er in bijna alle onderwijsruimten een gebrek aan wandcontactdozen. Dat pro­bleem wordt erkend, maar een oplossing is niet snel, eenvoudig en goedkoop te realiseren.

De simpelste oplossing zou zijn de gebruikers van onderwijsruimten te voorzien van kabelhaspels of hen te stimuleren deze zelf mee te nemen. Het gevolg daarvan zou een wirwar van snoeren over de vloer zijn, een onaanvaardbaar gevaar­lijke situatie die tot ernstige struikelpartijen zou kunnen leiden. Het gebruik van losse kabelhaspels is om die reden dan ook niet toegestaan. Iets soortgelijks zou gelden voor het uitbreiden van het aantal wandcontactdozen in de wanden of plinten van de onderwijsruimten. Nog afgezien van de vereiste extra capaciteit van de elektrische energievoorziening in de gebouwen en de noodzakelijke verbouwactiviteiten, zouden er dan nog steeds losse snoeren aanwezig zijn tussen de tafels en de wand of de plint.

Bij de nieuwbouw van een onderwijsruimte kan het probleem worden opgelost met vloerputten of kleine staande kastjes op de vloer (zoals toegepast bij de docentlessenaars in Carré, dus één kastje per zaal). Een dergelijke oplossing is in een bestaande ruimte nauwelijks meer te realiseren, nog afgezien van de problemen die vloerputten met zich mee­brengen bij het nat schoonmaken van de vloer en - alweer - het gevaar van struikelen bij meerdere opstaande kastjes.

In januari 2012 is er in de poolzalen Carré 1C en Carré 2N geëxperimenteerd met een mogelijke oplossing in de vorm van verplaatsbare spanningszuilen met tien wandcontactdozen en een aansluiting in het plafond. Aan docenten die in de genoemde zalen college gaven is om hun bevindingen gevraagd. Op basis daarvan is besloten het aantal beschikbare spanningszuilen sterk uit te breiden.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Wat is het Major-minor-combi-sjabloon?

Kort samengevat

Het Major-minor-combi-sjabloon is een extra randvoorwaarde aan de roosters voor het eerste semester van het derde bachelorjaar van alle UT-opleidingen met een minorverplichting met de bedoeling een optimale keuzevrijheid van minors voor alle bachelorstudenten te garanderen.

Achtergrond

In het eerste semester van het derde bachelorjaar volgen de meeste UT-studenten een minor buiten hun eigen opleiding. Voor meer details over minors, zie de Major-minorwebsite. De meeste minors hebben een studielast van 20 European Credits (EC). In een semester zijn 30 EC verroosterd, een student besteedt in het eerste semester van het derde bachelorjaar dus tijd aan de minor én aan onderwijs in de eigen discipline (Major). Een optimale keuzevrijheid van minors is derhalve alleen mogelijk indien Major- en minoronderwijs in de tijd gescheiden worden.

Daartoe worden de tien dagdelen van de werkweek in het eerste semester van het derde bachelorjaar onderscheiden in Major-, minor- en combidagdelen.

•Een Majordagdeel is een dagdeel waarop onderwijs kan worden verroosterd dat uitsluitend tot één of meer Majors (en dus tot geen enkele minor) behoort.
•Een minordagdeel is een dagdeel waarop onderwijs kan worden verroosterd dat uitsluitend tot één of meer minors (en dus tot geen enkele Major) behoort.
•Een combidagdeel is een dagdeel waarop onderwijs kan worden verroosterd dat tot één of meer Majors én één of meer minors behoort.

De noodzaak om een Major-minor-combi-sjabloon te hanteren wordt geleverd in dit formele bewijs.

Voor de collegeweken (maar niet voor tentamenweken) van de jaarcirkel geldt de volgende verdeling van de dagdelen van het eerste semester van het derde bachelorjaar:

maandagochtend: minordagdeel
maandagmiddag: Majordagdeel
dinsdagochtend: Majordagdeel
dinsdagmiddag: minordagdeel
woensdagochtend: combidagdeel
woensdagmiddag: Majordagdeel
donderdagochtend: combidagdeel
donderdagmiddag: minordagdeel
vrijdagochtend: combidagdeel
vrijdagmiddag: Majordagdeel

Voor tentamenweken is er een aparte regeling, omdat er in tentamenweken andere soorten service aan de studenten verleend wordt. Bijvoorbeeld: de tentamens van het nominale curriculum worden zo veel mogelijk gespreid over de tentamenweken. Of: de tentamens uit de oneven jaren van het curriculum worden op andere momenten gehouden dan tentamens uit de even jaren van het curriculum om verwevenen zo veel mogelijk tegemoet te komen.

De afwijkende regeling voor de tentamenweken luidt als volgt.

•Na ieder kwartiel volgen twee tentamenweken. In de eerste van ieder tweetal tentamenweken geldt géén verdeling in Major-, minor- en combi-momenten om de hierboven bedoelde "andere soorten service" mogelijk te maken.
•In de twee herkansingsweken in de zomervakantie geldt eveneens géén verdeling in Major-, minor- en combi-momenten.
•In de overige tentamenweken geldt een enigszins afwijkende verdeling van de week in Major-, minor- en combi-momenten. De dinsdagmiddag is dan een Majordagdeel in plaats van een minordagdeel. Alle overige dagdelen zijn in die weken op dezelfde manier verdeeld als in de collegeweken.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waarom zijn er veel tentamens in het Sportcentrum?

Kort samengevat

Veel tentamens worden in het Sportcentrum afgenomen omdat de capaciteit van de reguliere onderwijsruimten te gering is voor alle gelijktijdig verroosterde tentamens.

Achtergrond

Het getal in de kolom ‘capaciteit’ in de lijst van poolzalen is de onderwijscapaciteit van de betreffende zaal. De tentamencapaciteit van een zaal is echter aanmerkelijk kleiner. Voor een zaal met vast meubilair, bijvoorbeeld, worden tussen twee kandidaten twee lege plaatsen toegepast en bovendien een lege rij tussen twee rijen met kandidaten. De tentamencapaciteit van een dergelijke zaal is dus slechts (ongeveer) één-zesde van de onderwijscapaciteit.

Daardoor is er in reguliere onderwijsruimten te weinig capaciteit om alle gelijktijdig verroosterde schriftelijke tentamens af te nemen. De zalen in het Sportcentrum bieden dan uitkomst, niet in de laatste plaats omdat zij met los meubilair bijzonder flexibel in te richten zijn.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Hoe zit het ook al weer met die schrikkeljaren?

Kort samengevat

Tussen 1901 en 2099 is ieder jaar waarvan het jaartal deelbaar is door vier (inclusief 2000) een schrikkeljaar, waarvan de maand februari een dag (29 februari) extra heeft. Het jaar 2012 is dus een schrikkeljaar en de eerstvolgende schrikkel­jaren zijn 2016, 2020, etc.

Achtergrond

De tijd die de aarde nodig heeft om één keer om de zon te draaien (en dus één keer alle seizoenen te doorlopen) noemen we een jaar. De tijd die de aarde nodig heeft om één keer om haar eigen as te draaien (en dus één cyclus van licht en donker te doorlopen) noemen we een dag.

Nauwkeurige astronomische metingen resulteren er in dat een jaar (momenteel en gemiddeld) 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 45,19 … seconden duurt en er dus 365,24219 … dagen in een jaar zitten. Uiteraard is het niet praktisch om een gebroken aantal dagen in een jaar te hebben en daarom is het concept van het "schrikkeljaar" met één extra dag al lang in zwang. Het woord "schrikkeljaar" is overigens terug te voeren op het Middelnederlandse woord "scricken" met de betekenis "springen" of "met grote passen lopen".

In het jaar 46 vóór Christus voerde Julius Caesar de "Julische" kalender in, met iedere vier jaar een schrikkeljaar. Gemiddeld gesproken heeft een jaar dan 365,25 dagen. Dat is dus bij benadering 365,25 - 365,24219 … = 0,00781 … dag (ongeveer 11 minuten en 15 seconden) per jaar te veel. Rond 730 ná Christus was men zo ver dat men die fout kon bepalen, maar daar werd nog lange tijd niets mee gedaan.

In 1582 bepaalde Paus Gregorius XIII echter dat donderdag 4 oktober 1582 direct gevolgd zou worden door vrijdag 15 oktober 1582 om de inmiddels opgelopen fout in één keer goed te maken en dat er voortaan slechts 97 schrikkeljaren in iedere periode van 400 jaar zouden zijn. Een jaar heeft dan gemiddeld 365 + 97/400 = 365,2425 dagen, een benadering van de werkelijk­heid die voorlopig voldoende nauwkeurig is. Uiteraard koos de toenmalige paus voor de correctie een moment waarop er geen Christelijke feestdagen in het gedrang kwamen. Toch stuitte zijn ingreep op groot verzet: veel mensen meenden dat zij door het overslaan van 5 tot en met 14 oktober 1582 tien dagen korter zouden leven.

Deze "Gregoriaanse" kalender werd onmiddellijk geaccepteerd door katholieke landen zoals Italië, Spanje, Portugal en Polen, korte tijd later gevolgd door Frankrijk, Luxemburg, België en de toenmalige zuidelijke gewesten van Nederland. De noordelijke gewesten verlieten de Julische kalender pas rond 1700, Groot-Brittannië volgde nog later in 1752 en de Sovjet-Unie pas in 1918. Zo is bijvoorbeeld de grote Britse wis- en natuurkundige Sir Isaac Newton volgens de toen­malige Britse kalender geboren op Eerste Kerstdag 1642, maar was het in veel andere landen op dat moment al 4 januari 1643. En ook wordt de Russische Oktoberrevolutie (van 25 oktober 1917) ieder jaar herdacht op 7 november, omdat het verschil tussen de Julische en Gregoriaanse kalenders inmiddels was opgelopen van tien dagen in 1582 tot twaalf dagen in 1918. *)

Volgens de Gregoriaanse kalender zijn de 97 schrikkeljaren als volgt verdeeld over een periode van 400 jaar:

•uitgangspunt is het jaar van 365 dagen (dat levert 0 schrikkeljaren per 400 jaar op);
•uitzondering daarop: ieder jaar waarvan het jaartal deelbaar is door vier is een schrikkeljaar (dat levert 100 schrikkeljaren per 400 jaar op);
•uitzondering daarop: eeuwjaren zijn geen schrikkeljaren (dat levert 96 schrikkeljaren per 400 jaar op);
•uitzondering daarop: eeuwjaren waarvan het jaartal deelbaar is door 400 zijn toch schrikkeljaren (dat levert de gewenste 97 schrikkeljaren per 400 jaar op).

De schrikkeldag werd toebedeeld aan februari, omdat die maand tot het jaar 456 de laatste maand van het jaar was en de minste dagen telde. Dat kwam ook omdat de Romeinse keizer Augustus een dag van februari had afgehaald en had toegevoegd aan de naar hem genoemde maand augustus, om deze even veel dagen te laten tellen als de maand juli, vernoemd naar Julius Caesar. Tot het jaar 456 begon het jaar dus met de maand maart (om het jaar met de lente te laten beginnen), hetgeen direct de namen september, oktober, november en december verklaart als de zevende, achtste, negende en tiende maand van het jaar.

Conclusie

De jaren 1700, 1800 en 1900 waren geen schrikkeljaren, 2000 was dat wel, 2100, 2200 en 2300 zullen het niet zijn, etc. Iedereen die ná 1900 geboren is en vóór 2100 zal overlijden, zal nooit een andere situatie meemaken dan dat er iedere vier jaar een schrikkeljaar is.

*) Het gelijktrekken van de tijd heeft over het algemeen nog later plaats­gevonden dan het gelijktrekken van de kalender. Pas vanaf 1 mei 1909 zijn er binnen Nederland geen tijdsverschillen meer tussen verschillende plaatsen. De laatste dag dat Nederland binnenlandse tijdsverschillen kende was dus vrijdag 30 april 1909, toevallig ook de geboortedag van Koningin Juliana.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waarom hebben sommige jaren 53 genummerde weken?

Kort samengevat

Ieder jaar heeft 52 ‘hele’ weken plus één of (in een schrikkeljaar) twee ‘extra dagen’. Die extra dagen resulteren in 53 genummerde weken in sommige jaren. Het kalenderjaar 2009 was zo'n jaar. Het eerstvolgende jaar met 53 genummerde weken is 2015.

Achtergrond

Een ‘gewoon’ jaar heeft 365 dagen, dat zijn 52 weken plus één dag, en een schrikkeljaarheeft 366 dagen, dat zijn 52 weken plus twee dagen. Het kan dus niet zo zijn dat ieder jaar 52 genummerde weken heeft, want dan zouden er na verloop van tijd te veel dagen ‘over’ zijn.

Beschouw nu een (willekeurige) periode van 28 aaneengesloten jaren. In die periode vallen zeven schrikkeljaren en 21 gewone jaren. In die periode van 28 jaar zijn er bij elkaar dus (7 x 2) + (21 x 1) = 35 dagen bovenop de 28 x 52 weken. Omdat 35 dagen precies vijf weken vormen, komen er in iedere periode van 28 jaar vijf jaren met 53 genummerde weken voor.

Volgens afspraak begint de week op maandag en loopt tot en met zondag. Een week heeft een weeknummer in het jaar waarin de meeste dagen van die week vallen. Als bijvoorbeeld 29 december op een maandag valt, is dat de eerste dag van week 1 van het nieuwe jaar, want van de zeven dagen in die week (29, 30 en 31 december, 1, 2, 3 en 4 januari) vallen de meeste dagen in het nieuwe jaar.

Als 1 januari van een gewoon jaar op een donderdag valt, dan valt 31 december van dat jaar ook op een donderdag, want dat jaar heeft 52 weken plus één dag. De week waarin 1 januari van dat jaar valt is dan week 1 (want 1, 2, 3 en 4 januari vallen in die week) en de week waarin 31 december valt is week 53 (want 28, 29, 30 en 31 december vallen in die week).

Dezelfde redenering geldt voor een schrikkeljaar waarvan 1 januari op een donderdag valt, alleen valt 31 december dan vanwege de extra dag dan niet op een donderdag, maar op een vrijdag.

Als 1 januari van een schrikkeljaar op een woensdag valt, dan valt 31 december van dat jaar op een donderdag, want dat jaar heeft 52 weken plus twee dagen. Ook zo'n jaar heeft 53 genummerde weken (want 28, 29, 30 en 31 december vallen in week 53).

Conclusie

Alle (gewone én schrikkel-)jaren waarvan 1 januari op een donderdag valt, plus de schrikkeljaren waarvan 1 januari op een woensdag valt, hebben 53 genum­merde weken.

Opmerking (1)

De uitgangspunten van de uniforme 3TU-jaarcirkel zijn onafhankelijk van het aantal genummerde weken in het kalenderjaar. De ‘extra’ week 53 resulteert altijd in een extra week zomervakantie, maar niet in het jaar dat 53 genummerde weken heeft. Zo was 2009 het vorige jaar met 53 genummerde weken en 2015 zal het volgende jaar zijn. Het kalenderjaar 2011 had een zomervakantie die één week langer was dan normaal, het eerstvolgende kalenderjaar met een langere zomervakantie is 2016.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Voor docenten: als ik in MTT op mijn naam zoek, krijg ik niet alle vakken die ik geef te zien; hoe kan dit?

Het is niet altijd bij het Roosterteam bekend welke docent welk vak verzorgt. Kun je een vak niet vinden, zoek dan via Moduleonderdeel/vak of Module/studieprogramma. Om je naam bij een vak toe te laten voegen, kun je een mail naar de Rooster-mailbox van de desbetreffende faculteit sturen.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Wanneer vraag ik een zaal aan bij het Roosterteam en wanneer bij het Reserveringsbureau?

Voor alle direct onderwijs-gerelateerde zaken die op een rooster vermeld moeten worden, kan er contact met het Roosterteam worden opgenomen. Bij niet onderwijs gerelateerde zaken (denk hierbij aan colloquia, oraties en promoties) neem je contact op met het Reserveringsbureau.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waarom kan ik een vak niet vinden?

Er wordt per semester geroosterd. Het kan dus zijn dat je een vak zoekt dat nog niet verroosterd is. Ontbreekt er toch een vak waarvan je denkt dat dit verroosterd had moeten zijn, neem dan contact op met het Roosterteam.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Wanneer zijn de roosters beschikbaar?

Voor collegejaar 2016-2017 worden hiervoor de volgende deadlines gehanteerd:

15 juni 2016: publiceren van definitieve troosters 1e kwartiel 2016-2017 op de portal
30 sept. 2016: publiceren van definitieve roosters 2e kwartiel 2016-2017 op de portal
09 dec. 2016: publiceren van definitieve roosters 3e kwartiel 2016-2017 op de portal
10 maart 2017: publiceren van definitieve roosters 4e kwartiel 2016-2017 op de portal

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Hoe kunnen projectruimtes worden geboekt?

Projectruimtes kunnen via Webroombooking worden gereserveerd.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Hoe kunnen onderwijsruimtes worden geboekt?

Bij niet-onderwijs gerelateerde reserveringen kun je contact opnemen met het Reserveringsbureau.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waar kan ik met klachten over onderwijsruimtes terecht?

Neem hiervoor contact op met de Servicedesk van het desbetreffende gebouw.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Is het mogelijk om een rooster ouder dan het lopende collegejaar, op te vragen?

In MTT kunnen oudere collegejaren worden opgevraagd, tot 2 jaar terug.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag

Waar vind ik informatie over in-, her- en uitschrijvingen voor tentamens?

Lees hiervoor de regelingen en procedures voor het in- en uitschrijven bij tentamens.

Dit beantwoordt mijn vraag
JaNee
Bedankt voor je vraag