Zie Uitgelichte verhalen

Niet de dijk, maar het systeem er omheen

Volgens de nieuwste Nederlandse normen vormen de dijken langs de rivier de Vecht een veiligheidsrisico. Aan de noordkant is 76% afgekeurd, aan de zuidkant 93%. Daarvan is 60% te laag. Onder de noemer POV (Project Overstijgende Verkenning) Systeemuitwerking Hoogwaterperspectief Overijsselse Vecht onderzoeken Waterschap Vechtstromen, Waterschap Drents Overijsselse Delta, Provincie Overijssel gezamenlijk wat de beste en meest doelmatige oplossingen zijn voor de waterveiligheid in het Vechtdal. UT-onderzoeker Joanne Vinke-De Kruijf is er nauw bij betrokken. ‘De traditionele oplossing zou zijn: dijkverhoging. Maar in deze POV kijken we verder en zoeken we systeemmaatregelen: slimmere, efficiëntere en goedkopere alternatieven waarmee we meer bereiken dan het uitbannen van overstromingen.’

Rondom de dijken en waterkeringen van Nederland is veel werk aan de winkel. Veel ervan voldoen niet aan de nieuwste veiligheidsnormen. In het landelijke Hoogwaterbeschermingsprogramma werken het rijk en de waterschappen intensiever dan ooit samen om ons land te beschermen tegen overstromingen. In het Vechtdal, gaan de betrokken partijen een stapje verder. De POV (Project Overstijgende Verkenning) systeemuitwerking Hoogwaterperspectief Overijsselse Vecht richt zich niet exclusief op het stabieler en hoger maken van dijken, maar ook op het weerbaarder en veerkrachtiger maken van het hele stroomgebied. Deze benadering leidt tot bredere samenwerking en een veel bredere diversiteit aan mogelijke maatregelen.

Oplossingen buiten het stroomgebied

‘Binnen het project wordt er niet alleen gekeken naar dijken, maar ook naar allerlei factoren erom heen,’ zegt Joanne Vinke-De Kruijf. ‘Van de natuurlijke en sociale systemen in het stroomgebied tot de impact van de energietransitie en hoe we die erin kunnen betrekken. Het bergen van water in historische overstromingsvlaktes, bijvoorbeeld, kan in extreme omstandigheden een flinke waterstandverlaging opleveren. We zoeken zulke systeemmaatregelen niet alleen in het Vechtdal zelf, maar ook in andere stroomgebieden, zelfs over de grens.’

Resilience vraagt om een andere kijk

‘Het is een nieuwe manier van denken,’ vervolgt Vinke. ‘Het grote verschil tussen deze op resilience – of weerbaarheid en veerkracht – gerichte denkwijze en de traditionele aanpak is: we streven er niet meer naar om alles onder controle te hebben, maar om voorbereid te zijn op het kunnen meebewegen met gebeurtenissen of effecten die niet te voorspellen zijn. Dat moet ook. Een verschijnsel als klimaatverandering, bijvoorbeeld, confronteert ons met veel meer complexiteit en onzekerheid dan die waarmee we vroeger te maken hadden. Omdat we overstromingen of andere rampen niet zomaar kunnen uitsluiten, proberen we nu onze veerkracht te vergroten – zodat áls er een ramp plaatsvindt we in staat zijn de schade te beperken en er snel van te herstellen. Dat is waar het bij deze aanpak om draait. Bij de UT noemen we dat ‘engineering for resilience’.’

Vier systeemmaatregelen

‘Slimme combinaties van systeemmaatregelen zijn waarschijnlijk het meest kosteneffectief,’ zegt Vinke. ‘Een voorbeeld is verruwing van het landschap, zodat bij hoog water de stroomsnelheid vertraagt en het water niet allemaal tegelijk in de lager gelegen delta terecht komt. Of bijvoorbeeld het bovenstrooms in Duitsland langer vasthouden van water.’

De projectgroep heeft inmiddels vier concrete systeemmaatregelen onderzocht:

  • het aanleggen van een overlaat bij Dalfsen
  • rivierverruiming
  • het gebruiken van oude overstromingsvlaktes langs de Vecht om water te bergen
  • en het vasthouden van water binnen het toeleverende stroomgebied.

De eerste conclusies daaruit zijn: dat grootschalige systeemmaatregelen in termen van waterbeheer het gewenste resultaat kunnen hebben; dat ze bij doorgaande klimaatverandering nóg effectiever worden; en dat de investeringskosten die ermee gepaard gaan flink wat lager kunnen uitvallen dan die van dijkversterking.

De rol van de UT

Vinke: ‘Als onderzoeker denk ik mee bij het ontwerpen van het proces; samen met afstudeerders doe ik onderzoek en brengen we geleerde lessen in kaart. Bijvoorbeeld rondom vragen als: Hoe ga je om met onzekerheden? Hoe zien verschillende partijen het systeem? Waar leggen ze de grenzen in tijd, ruimte, of samenwerking? Denken over een veerkrachtig systeem was niet de directe aanleiding maar speelde een grote rol omdat de POV betrokken partijen uitdaagde om te gaan nadenken over het grotere systeem rondom de rivier en over extreme situaties. Vanuit de UT hebben we dit nadenken over een toekomstbestendig watersysteem benadrukt.’

DR.IR. JOANNE VINKE-DE KRUIJF

Universitair docent Vakgroep Bouw/Infra (Department of Construction Management & Engineering, CME), Universiteit Twente

Studeerde Civil Engineering & Management (specialisatie Water Engineering and Management) aan de Universiteit Twente

Aandachtsgebieden: onderzoek, onderwijs en projecten met een focus op klimaatbestendige steden en delta’s

‘Ik heb in mijn jonge jaren nooit voorzien dat ik in dit werk terecht zou komen, maar ik geniet ervan en vind het waardevol om het te kunnen doen. Vooral de koppeling van inhoud en proces in het civieltechnische domein spreekt mij enorm aan. Want in het weerbaarder en veerkrachtiger maken van steden, delta’s en andere infrastructuur is de grootste uitdaging niet meer zozeer het vinden van technisch-inhoudelijke oplossingen, maar het realiseren van oplossingen die kunnen meebewegen met een continu veranderende werkomgeving. Het omgaan met allerlei belanghebbenden, technologieën, media-invloeden en de grotere krachten, zoals klimaatverandering, maakt de civiele techniek tot een heel complex en onvoorspelbaar vakgebied. Dat vind ik er juist boeiend aan.’