Frans Nikkels

Zie Engineering for a resilient world

‘Extremer weer hoeft niet uit te monden in extremere rampen’

Overheden en bedrijven steken nu en in de komende jaren honderden miljarden euro’s in het bedenken en implementeren van maatregelen die ons moeten beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering – of nog beter, die de klimaatverandering kunnen afremmen of terugdraaien. Klimaatwetenschapper Maarten van Aalst onderzoekt hoe en waar we al dat geld het slimst kunnen investeren.

Hij doet dat in een dubbele rol. Als hoogleraar aan de ITC Faculty of Geo-information Science and Earth Observation van de Universiteit Twente bekleedt hij de Prinses Margriet-leerstoel, met als missie ‘het vergroten van de weerbaarheid tegen natuurrampen en klimaatverandering’. En als directeur van het Rode Kruis Klimaatcentrum, een team van 35 experts wereldwijd, is het zijn taak het Rode Kruis wereldwijd te ondersteunen bij (klimaat)rampbestrijding onder kwetsbare mensen, onder meer door mondiale wetenschap te koppelen aan de lokale praktijk. ‘Als ik later terugkijk, hoop ik te kunnen zien dat ik met mijn werk daadwerkelijk sterftecijfers en menselijk lijden heb helpen terugdringen.’ 

EEN BRUG SLAAN TUSSEN WETENSCHAP, BELEID EN PRAKTIJK

Terwijl wereldleiders zich buigen over internationaal afgesproken klimaatdoelen, waaronder terugdringing van de uitstoot van broeikasgassen, gaat de klimaatverandering onverminderd voort. In zijn dubbelrol als hoogleraar in ‘het vergroten van de weerbaarheid tegen natuurrampen en klimaatverandering’ (‘Spatial Resilience for Disaster Risk Reduction’) en directeur van het Rode Kruis Klimaatcentrum, wil Maarten van Aalst een brug slaan tussen wetenschap, politiek beleid en praktijk. ‘Via de Prinses Margriet-leerstoel wil ik wetenschappelijke kennis beter benutten om menselijk lijden en economische schade als gevolg van rampen te verminderen; juist nu klimaatverandering zorgt voor grilliger weer is het een enorme uitdaging om de stijgende risico’s te slim af te zijn. Via het Rode Kruis zien we elke dag hoe hard de meest kwetsbaren worden getroffen. Meer noodhulp is niet de oplossing, we moeten het risico op rampen, en op schade als gevolg van rampen, verminderen.’


KLIMAATWETENSCHAP KOPPELEN AAN RAMPENBESTRIJDING

Jaarlijks eisen natuur- en klimaatrampen talloze levens en veroorzaken ze voor honderden miljarden aan schade. Klimaatverandering dreigt deze last alleen maar te vergroten. Van Aalst noemt twee aandachtspunten die opvallen in de strijd tegen (de gevolgen van) klimaatverandering. ‘Eén is dat verreweg de meeste klimaatmaatregelen gericht zijn op de lange termijn. Denk aan de dijkversterking in Nederland in verband met de verwachte zeespiegelstijging in de komende decennia. Een tweede is dat ze merendeels ten goede komen aan welgestelde mensen in de rijkere delen van de wereld. Dat is allemaal goed en belangrijk. Tegelijkertijd is het in het belang van iedereen dat wij ongelijkheden in kaart brengen – want klimaatverandering schept op steeds weer nieuwe plekken nieuwe kwetsbaarheden – zodat ook de kwetsbaarste mensen en gebieden veerkrachtiger worden. En willen we een verschil maken in het hier en nu, dan is het daarnaast cruciaal dat we langetermijnprognoses op basis van wetenschappelijk onderzoek koppelen aan wat nodig is op de korte termijn: snelle hulp tijdens of na een ramp, maar vooral ook preventieve maatregelen, bijvoorbeeld op basis van de actuele weersverwachting. Tot nu toe waren klimaatwetenschap en rampenbestrijding gescheiden werelden. Met het bijeenbrengen van onderzoek, beleid en praktijk vanuit deze domeinen valt er een wereld te winnen.’

CHOLERA-UITBRAAK AFGEWEND

Van Aalst geeft een voorbeeld. ‘In april 2016 voorspelden modellen een overstroming in een deel van Oeganda. Door gebrek aan schoon drinkwater leidt dat daar vaak tot cholera-uitbraken, met mogelijk vele doden als gevolg. Door een paar dagen voor de verwachte overstroming watertanks en chloortabletten uit te delen, hebben we de bewoners verzekerd van schoon drinkwater. Daarvoor moet je wel vooraf afspraken hebben gemaakt. Bijvoorbeeld over financiering van maatregelen op basis van de voorspelling van een ramp die nog niet heeft plaatsgevonden. Maar ook met lokale organisaties moet je vooraf afspraken maken, zodat ze de bevolking kunnen voorbereiden, en de mensen precies weten wat er moet gebeuren. Die investering vooraf is de moeite waard. Als er wel een ziekte-uitbraak zou zijn geweest en we hadden achteraf medische noodhulp moeten verlenen, dan waren de kosten waren fors hoger uitgevallen, en bovendien hadden mensen waarschijnlijk veel meer geleden.’

Een andere maatregel die veel schade kan voorkomen bij zo’n dreigende overstroming: sloten graven rondom akkers en woonplekken. Van Aalst: ‘Het zijn beide relatief eenvoudige maatregelen. Door de combinatie van wetenschappelijke kennis over de meest kwetsbare gebieden met kennis van, en ervaring met effectief beleid kunnen we zorgen dat extremer weer niet uitmondt in extremere rampen.’

GELD OM JE VEE IN VEILIGHEID TE BRENGEN

Een belangrijk onderdeel van Van Aalsts werk is het creëren van effectieve waarschuwingssystemen, zegt hij – zogeheten ‘early warning, early action systems’. ‘Het gaat daarbij om het zo vroeg mogelijk anticiperen op extreem weer, om zo levens te redden en schade te voorkomen. Ik wil graag wetenschappelijk aantonen dat preventief handelen effectiever is. Een voorbeeld: Bangladesh wordt regelmatig getroffen door cyclonen. Dankzij de huidige waarschuwingssystemen lukt het vaak om bewoners van kwetsbare gebieden tijdig te evacueren. Maar dat is niet genoeg. Lokale boeren verliezen nog steeds vaak hun vee en daarmee hun bron van inkomsten; de gemeenschap en de economie krijgen een zware klap. Vervolgens zijn ze voor hun overleving afhankelijk van internationale donaties. Stel nu dat we deze mensen op voorhand een kleine hoeveelheid geld geven, zodat ze hun vee in veiligheid kunnen stellen? Of zaden kunnen inkopen die beter bestand zijn tegen de verwachte droogte, of overstroming? Door slim in te spelen op verwachtingen kunnen we ook bestaande sociale zekerheidssystemen robuuster, effectiever, weerbaarder maken. We steken dan niet pas de handen uit de mouwen als de ramp zich voltrokken heeft, maar vóórdat mensen onder de armoedegrens zakken.’

EEN IDEAAL KOPPEL

Volgens Van Aalst vormen de Prinses Margriet-leerstoel en het Rode Kruis Klimaatcentrum, met ieder hun eigen kennis, ervaring en netwerken, een ideaal koppel voor het veerkrachtiger maken van de kwetsbaarste mensen op onze planeet. ‘Het doel van de leerstoel is om kennis over natuurrampen en klimaatverandering beter in te zetten voor rampenpreventie, en om de impact van humanitaire hulp op het gebied van rampenpreventie te meten en te verbeteren. De uitkomsten van ons onderzoek kunnen we direct toepassen op het werk van het Rode Kruis, dat steeds meer investeert in het vergroten van weerbaarheid van mensen tegen natuurgeweld. Tegelijkertijd profiteren de wetenschappers van de praktijkkennis van het Rode Kruis, bijvoorbeeld over hoe mensen zich kunnen voorbereiden op extreem weer, en over innovatieve methoden om lokale data over kwetsbaarheid voor rampen te verzamelen.’

Hoogleraar ‘Vergroten weerbaarheid tegen natuurrampen en klimaatverandering’ (Spatial resilience for Disasters Risk Reduction), Prinses Margriet-leerstoel
prof.dr. M.K. van Aalst (Maarten)
Hoogleraar
  • Directeur Rode Kruis Klimaatcentrum (Red Cross Red Crescent Climate Centre)
  • Coordinating Lead Author bij het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), de VN-organisatie die zich bezighoudt met het evalueren van de risico’s van klimaatverandering
  • Wetenschapper aan het International Research Institute for Climate and Society, Columbia University, New York, Verenigde Staten

Studeerde Astrofysica en Atmosferische Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht en het Duitse Max Planck Instituut voor Chemie

Aandachtsgebieden: klimaatverandering, duurzame ontwikkeling, internationale samenwerking, rampbestrijding en preventie van schade als gevolg van natuurrampen

‘Van oorsprong ben ik een theoretisch sterrenkundige; ik heb met telescopen de zon en de atmosfeer bestudeerd. Maar diep van binnen is het altijd mijn ambitie geweest iets te doen voor mensen – en dan vooral de mensen die het ’t hardst nodig hebben, de kwetsbare groepen. Dat werd versneld toen ik de stap maakte van de NASA naar de Wereldbank in ‘99, waar toen voor het eerst de vraag werd gesteld wat klimaatverandering eigenlijk betekende voor investeringen van de Wereldbank in ontwikkelingslanden. Ik ben toen begonnen met analyses te maken van de impact van klimaatverandering op kwetsbare mensen. Vanuit humanitair oogpunt stelde het Rode Kruis Klimaatcentrum zich dezelfde vraag, dus de stap daarnaartoe in 2005 was ook logisch – en gaf mij de gelegenheid de harde klimaatwetenschap te koppelen aan rampbestrijding. De Prinses Margriet-leerstoel aan de Faculteit Geo-Information Science and Earth Observation (ITC) van de Universiteit Twente is een prachtige plek om de kennis en netwerken die rondom klimaatverandering ontstaan zijn te benutten en verder uit te bouwen – juist ten behoeve van de meest kwetsbare mensen en plekken op onze planeet.’