Zie Laatste Nieuws

Als je digitaal niet redzaam bent en stukloopt op die vermaledijde QR-code, wat dan?

In de Volkskrant

Vernuftig ding hoor, de binnenkort verplichte coronacheckapp die je toegang geeft tot het openbare leven. Maar wat als je digitaal niet vaardig bent? In het Friese Burgum doen ze een moedige poging de technologie bij te benen.

Ashwant Nandram

19 september 2021, 21:51

Een digibeet kun je haar niet meer noemen, de 79-jarige Baukje van der Kamp. De Friese dame staat zaterdagochtend in de bibliotheek van Burgum, bij de jaarlijkse inschrijfochtend voor computerlessen. Ze heeft er in het verleden al wat cursussen gevolgd en is inmiddels een stuk vaardiger dan leeftijdsgenoten.

Toch wil het downloaden van die vermaledijde QR-code, om aan te tonen dat ze is gevaccineerd, niet vlotten. De smartphone die ze met haar man Tjeerd deelt, een afdankertje van een van de kleinkinderen, ligt nog thuis, anders had ze het probleem zo kunnen laten zien. ‘Wat ik ook doe, ik krijg het niet voor elkaar. Ik moet onze codes maar uitprinten.’

Het tonen van de coronapas – vanaf zaterdag verplicht bij bezoek aan de horeca, bioscopen, sportwedstrijden en andere evenementen – kan in een handomdraai geregeld zijn. De coronacheckapp downloaden, linken aan je DigiD en de QR-code staat klaar om gescand te worden. Geen probleem voor de gemiddelde Nederlander, die samen met de gemiddelde Fin de meest digitaal redzame burger van Europa is. Maar liefst de helft van alle 16- tot 75-jarigen beheerst ruimschoots de digitale basisvaardigheden.

Vrolijke stel

Maar de circa veertig bejaarden die zaterdag de bibliotheek zijn binnengelopen, behoren tot de ándere helft van Nederland, de groep die steeds verder achteropraakt. Neem het vrolijke stel bij de ingang, Diet Postma (75) met haar twee vriendinnen. De dames uit het naburige Hardegarijp hebben na 10 jaar computerlessen inmiddels de geheimen van de desktop enigszins ontrafeld. Alleen jammer dat de ontwikkeling van de technologie maar doordendert. Nu weer smartphones waarop een QR-code moet verschijnen, ‘een verschrikkelijke opdracht, heeft me dagen gekost’, verzucht Postma. ‘En als het me na uren proberen niet lukt, word ik boos op mezelf.’

De coronacheckapp is voor deze groep niet de enige drempel op de weg naar zelfstandigheid. Want wie zich digitaal niet kan bedruipen, stuit al gauw op praktische problemen. Postma's vriendin Afina (71) legt uit welke stappen ze doorloopt om naar de film te gaan: een kaart bestellen via de site, betalen via internetbankieren en dan de QR-code printen. Genoeg kans dat er tussendoor iets misgaat. ‘Ik ben op de leeftijd dat ik dingen vergeet. Er liggen thuis stapels lijstjes met zelfgeschreven instructies, zelfs hoe ik de printer moet bedienen.’

De oudere die met de vingers over een tablet loopt te knoeien: het is het stereotype van de digibeet. Dat beeld mag best worden bijgesteld, vindt hoogleraar communicatiewetenschappen Alexander van Deursen, tevens oprichter van het Centrum voor digitale inclusie van de Universiteit Twente. Een voorzichtige schatting is dat zeker 40 procent van de volwassen niet volledig digitaal zelfredzaam is. Een aanzienlijke groep daarvan is jonger dan 60, en is laagopgeleid of heeft een lagere sociaaleconomische status.

Sociaal netwerk

Zonde, vindt Van Deursen, want het is juist deze groep die de meeste vruchten zou kunnen plukken van de digitalisering. ‘Deze groepen hebben al minder middelen tot hun beschikking. Als ze handiger waren met technologie konden ze stappen vooruit zetten qua werk, sociaal netwerk of gezondheid. Door bijvoorbeeld apps te gebruiken die de voeding monitort, LinkedIn om een betere functie te vinden of via Marktplaats spullen te verhandelen. Maar we zien dat het internetgebruik van deze groep zich beperkt tot Nu.nl of Dumpert.’

De hoogleraar roemt de ‘digitale trapveldjes’ uit het begin van het millennium. ‘In 2000, toen er onder de bevolking nog best wat computerangst leefde, kwam Den Haag hiermee: ruim 400 plekken in steden waar je naar binnen kon lopen en kennis kon maken met computers. Maar binnen enkele jaren had iedereen een computer en internetverbinding, en werden die opgedoekt. Probleem opgelost, iedereen doet mee. Dat blijkt nu te gemakkelijk gedacht.’

Een van de organisaties die twintig jaar geleden werden opgericht is het Amsterdamse Cybersoek. Sinds 2001 verzorgt de organisatie vanuit Amsterdam-Oost kosteloze computer- en taallessen. Dat het niet alleen senioren zijn die in deze digitaliserende maatschappij het onderspit delven, ziet directeur Karien Sondervan dagelijks. ‘Minstens de helft van de 650 buurtbewoners die we wekelijks helpen is jonger dan 60.’

Bioscoop

Bijvoorbeeld de Marokkaans-Nederlandse veertiger die afgelopen week binnenliep. ‘Ze heeft geen vaccinatie, daarom ging ze ervan uit dat ze na de invoering van de coronapas niet meer met de kinderen naar de bioscoop kon gaan. Ze is goedgebekt, dus je verwacht dat ze daar zelf wel uit kan komen. Maar omdat haar begrijpende leesvaardigheden laag bleken te zijn, wist ze niet hoe ze online aan informatie kon komen. Ze was afhankelijk van wat ze op straat hoorde. Zo raakt een heel gezin geïsoleerd.’

Juist deze dertigers en veertigers voelen zich bezwaard om hulp te vragen. Sondervan: ‘Op die leeftijd wil je zelfstandig zijn en je eigen boontjes doppen. Dus als zo iemand vastloopt met de DigiD, schuiven ze het probleem opzij. Dan ga je niet gemakkelijk naar je buurman. Daarom zijn laagdrempelige plekken zoals Cybersoek, maar ook buurthuizen en bibliotheken, nodig om het tij te keren.’

Ook in Burgum zijn het vrijwilligers die de computerlessen geven. Gerrit (58) en Ton (69) staan rond het middaguur te kijken hoe de laatste buurtbewoner richting de uitgang schuifelt. De twee hebben iedereen de hele ochtend enthousiast te woord gestaan en ruim twintig aanmeldingen verzameld. Maar ook hun leeftijd begint zich inmiddels te wreken, geven ze toe. Gerrit vertelt over het Senseo koffiezetapparaat dat hij een paar keer per jaar ontkalkt. Een simpel klusje dat hij al jaren doet. De afgelopen jaren vergat hij steeds vaker hoe dat moet. ‘Laatst heb ik het maar gewoon opgeschreven en in de keukenla gelegd.’