CTIT University of Twente
Research Business & Innovation About CTIT Research Calls Looking for a job? Intranet

Nationaal programma voor Investeringen in Grootschalige onderzoeksfaciliteiten

Nationaal Programma Investeringen in Grootschalige Onderzoeksfaciliteiten

Call for proposals

1

Achtergronden

Het Innovatieplatform heeft op 4 juli j.l. zijn rapport “Kennisambitie en researchinfrastructuur” publiek gemaakt. Hierin worden concrete aanbevelingen gedaan om te komen tot een strategisch beleid gericht op grootschalige onderzoeksfaciliteiten. Een van de aanbevelingen is de inrichting van een speciaal structureel fonds “Budget voor Investeringen in Grootschalige onderzoeksfaciliteiten (BIG Facilities)” met een minimale omvang van 125 miljoen euro. Het gaat dus om onderzoeksfaciliteiten die het niveau van de “NWO-Groot”-investeringen ruim te boven gaan.

De regering heeft als een eerste follow-up van dit advies besloten een eenmalig bedrag van 100 miljoen euro ter beschikking te stellen voor grootschalige infrastructuur. Aan NWO is door OCW d.d. 19 september jl. gevraagd om de over de besteding van deze gelden uiterlijk eind november advies uit te brengen. NWO heeft besloten om op dit verzoek in te gaan.

Deze NWO-notitie beschrijft de criteria, voorwaarden en procedure voor het indienen en de beoordeling van aanvragen voor dit éénmalig budget. Voor de conceptuele context van een en ander wordt verwezen naar het bovengenoemde rapport van het Innovatieplatform.

2

Doelstelling en algemene voorwaarden

Met deze 100 miljoen euro voor investeringen in grootschalige infrastructuur wordt beoogd één of enkele onderzoeksfaciliteiten in Nederland te realiseren met een internationale uitstraling. Als ondergrens voor de omvang van een aan te vragen faciliteit geldt een bedrag van 25 miljoen euro. Voor de Alfa- en Gamma-wetenschappen geldt een ondergrens van 10 miljoen euro. Deze financiële ondergrenzen zijn door OCW in bovengenoemde brief opgelegd.

Aanvragen moeten expliciet in de aanbiedingsbrief beargumenteren waarom de aanvraag niet per
1 september jl. is ingediend in de nationale competitie voor de nieuwe ronde “NWO-Groot”-investeringen.

De beoogde faciliteit moet voor het betreffende vakgebied een wezenlijke instrumentele toevoeging betekenen aan het Europese onderzoekslandschap én de Nederlandse wetenschappelijke positie op dit vakgebied versterken.

Bij grootschalige faciliteiten kan men -tamelijk willekeurig– denken aan:

-

modern uitgeruste en ingerichte clean rooms

-

telescopen

-

faciliteiten voor medisch genoomonderzoek

-

bronnen voor laser- of synchrotronstraling

-

onderzoeksschepen

-

biologische collecties

-

databanken, bijvoorbeeld voor sociaal-wetenschappelijk of medisch-wetenschappelijk onderzoek

-

breedband verbindingen, high performance supercomputers and grid (ook voor onderzoek in de geestes- en maatschappijwetenschappen en de levenswetenschappen).

3

Aanvraagprocedure

3.1

Wie kan aanvragen

Tot de doelgroep van het programma worden gerekend de universiteiten, de NWO-instituten, de KNAW-instituten, de wetenschappelijke bibliotheken en de informatieverzorgende wetenschappelijke instellingen en de grotendeels publiek gefinancierde onderzoeksinstituten. TNO, de GTI’s en zelfs R&D-intensieve bedrijven kunnen ook aanvragen indienen, máár –zoals uit de criteria blijkt– de aanvragen moeten vooral uit de invalshoek “tools for science” worden beargumenteerd.

Bovenstaande impliceert o.a. dat ongeacht of er sprake zal zijn van fundamenteel, industrieel danwel preconcurrentieel onderzoek, een voorwaarde voor subsidieverlening is dat de onderzoeksfaciliteit zal bijdragen aan het bereiken van een wetenschappelijke doorbraak. Waarom hiervan sprake is, zal in de aanvraag beargumenteerd moeten worden. Bovendien moet de faciliteit toegankelijk zijn binnen de wetenschap en dienen de resultaten publiek toegankelijk te zijn.

De aanvragen worden ingediend door het hoogste bestuursorgaan van de betreffende instelling, organisatie of de beoogde penvoerder.

3.2

Wat kan aangevraagd worden

1.

De integrale kosten voor de ontwikkeling, aanschaf/bouw en huisvesting van de beoogde faciliteit, ofwel de integrale kosten voor een dusdanige aanpassing van een bestaande faciliteit dat hiermee een wetenschappelijke doorbraak zal kunnen worden bereikt.

2.

De kosten voor de exploitatie van de faciliteit voor een periode van maximaal 10 jaar. Onder exploitatie wordt hier verstaan het technisch in stand houden van de faciliteit.

Kosten die zijn gemaakt of waarvoor verplichtingen zijn aangegaan vóórdat de subsidie is verleend zijn niet subsidiabel. Ook onderzoekskosten die eerder zijn gesubsidieerd danwel anderszins zijn bekostigd uit universitaire of openbare middelen zijn niet subsidiabel.

3.3

Waar kan aangevraagd worden

Aanvragen kunnen worden ingediend bij NWO, t.a.v. Drs. R.J.P. (Ron) Dekker, die tevens als secretaris van de hiervoor door NWO ingestelde taskforce zal gaan functioneren.

Het is verplicht om de aanvraag in te dienen via Iris, het elektronische aanvraagsysteem van NWO. Naast de aanvraag moet ook de aanbiedingsbrief elektronisch worden meegestuurd. Deze aanbiedingsbrief mag in het Nederlands, de aanvraag moet in het Engels. Er moeten dus twee documenten –beide in PDF-format– in één aanvraag via Iris worden meegestuurd.

Aanvragers die nog geen Iris-account hebben kunnen die –van te voren– aanvragen via www.iris.nwo.nl. Informatie over het elektronisch indienen en Iris kan worden verkregen via de Iris-helpdesk, op werkdagen vanuit Nederland bereikbaar op 0900-6964747 (NWOIRIS).

3.4

Wanneer kan aangevraagd worden

De deadline voor het indienen van aanvragen is kort na Prinsjesdag, d.w.z. donderdag 13 oktober 2005. Dit heeft alles te maken met de wens van de ministers van OCW en EZ om het advies van het Algemeen Bestuur van NWO in november te mogen ontvangen.

4

Beoordelingsprocedure

4.1

Criteria

In de doelstelling voor dit programma is een ambitie neergelegd waaraan de beoogde faciliteiten moeten voldoen. De faciliteiten zullen worden beoordeeld op de volgende zes criteria. Deze criteria worden kort toegelicht met citaten uit het eerder genoemde rapport van het Innovatieplatform.

1. De kans op wetenschappelijke doorbraken (Science case)

Het gaat om mogelijkheden te creëren voor (nieuwe) wetenschappelijke doorbraken. Als men grote investeringen wil plegen in onderzoeksfaciliteiten, moeten deze faciliteiten ertoe leiden dat er door de aanwezigheid van de faciliteit een grotere kans op wetenschappelijke doorbraken op het betreffende onderzoeksterrein ontstaat. De internationale onderzoeksgemeenschap moet ermee gediend zijn. Het betreft multidisciplinair onderzoek óf monodisciplinair onderzoek dat verschillende onderzoeksterreinen bedient. De groep rondom de faciliteit is van hoog wetenschappelijk niveau. Topfaciliteiten kunnen alleen goed worden benut door toponderzoekers. De faciliteit moet de wetenschappelijke positie van Nederland in Europa versterken.

2 De potentie tot brain gain (talent case)

Een kennisland kan niet zonder veelbelovend onderzoekstalent. In het licht van de demografische ontwikkeling is talentbeleid gekoppeld aan onderzoeksinfrastructuur van groot belang. Hoe aantrekkelijk is de onderzoeksfaciliteit voor goede onderzoekers uit het buitenland en willen ze daarvoor naar Nederland komen? Wil Nederland in 2010 voldoende onderzoekers hebben om tot de top in Europa te behoren, dan is een aantrekkelijke, uitdagende werkplek een voorwaarde om goede mensen naar Nederland te krijgen. Geavanceerde researchfaciliteiten zijn daarvoor essentieel.

3 Belang voor maatschappij of bedrijfsleven (innovation case)

Researchfaciliteiten zijn een must voor het bedrijfsleven en innovatieve overheden. Uitstraling naar het bedrijfsleven –door aansluiting bij nationale of locale sterktes, sleutelgebieden en industriële innovatieagenda's (ook op regionale schaal)– alsmede de potentie voor de oplossing van maatschappelijke vragen vormen een belangrijke reden om een faciliteit juist binnen de grenzen van ons eigen land te willen hebben. Behalve de mogelijkheden die er zullen zijn voor het bedrijfsleven, kunnen andere researchvoorzieningen belangrijke informatie opleveren voor bijvoorbeeld maatschappelijke vraagstukken (zoals in de zorgsector). Juist grote faciliteiten werken als een magneet voor nieuwe kennis en dat schept een uitstekend klimaat voor het bedrijfsleven, van groot tot klein.

4 Samenwerking en concurrentie (partnership case; Europese positionering)

Grote faciliteiten staan niet op zichzelf, maar zijn ingebed in een brede netwerkinstallatie. Onderzoek in grote faciliteiten geschiedt via netwerken. Met wie wordt samengewerkt en met wie kan de faciliteit worden gedeeld? Dit kunnen partners zijn uit de universitaire wereld, maar ook uit de niet-universitaire wereld. Dit geldt ook voor de internationale kern die zich met het onderzoek bezighoudt. Wat is het draagvlak in Nederland? Welke andere faciliteiten zijn er op dit terrein van onderzoek aanwezig en waar zijn zij gevestigd? Wat is de internationale (Europese) dimensie van de faciliteit, welke uitstraling heeft de faciliteit? Dit hangt ook samen met de eventuele aanwezigheid van soortgelijke faciliteiten in ons omringende landen. Is de uniciteit het aantrekkelijke van de faciliteit? Zijn er alternatieven in de nabije omgeving waar het onderzoek gebruik van kan maken? Faciliteiten met een grote kritische massa zorgen voor synergie tussen kenniswerkers.

5 Financiële aspecten van de faciliteit (business case)

Er is behoefte aan kosteneffectieve besluiten. Wat zijn de kosten van bouw en exploitatie van de faciliteit? Om een faciliteit van internationale allure binnen de grenzen te halen, zullen de kosten de beschikbare budgetten te boven gaan (dus ruim boven 'NWO-Groot'). Daarnaast is exploitatie een belangrijk punt dat bij het berekenen van de kosten (naast de constructiekosten) niet mag worden vergeten. Uiteraard is een zorgvuldige budgetanalyse van voorgestelde plannen noodzakelijk.

Aanvragen die worden ingediend door bedrijven moeten voldoen aan de voorwaarden gesteld in de Brusselse kaderregeling inzake staatssteun voor onderzoek en ontwikkeling.

6 De technische haalbaarheid/ technische uitdagingen (technical case)

Nieuwe faciliteiten bergen risico’s in zich. Het is van belang om te weten of het technisch mogelijk is om de gevraagde faciliteit te bouwen. Het is goed om ook de technische uitdagingen in te schatten, omdat dat eveneens een extra reden kan zijn om aan deze faciliteit te beginnen. Originaliteit en feasibility moeten dus samengaan. Ook hier kan het Nederlandse bedrijfsleven samen met kennisinstellingen werken aan hoogwaardige producten.

5

Procedure

Voor de beoordeling van de aanvragen is door het Algemeen Bestuur van NWO een ad hoc taskforce benoemd. Deze taskforce bestaat uit onafhankelijke deskundigen (wetenschappers, onderzoeksmanagers bij industrie of overheid, enzovoort). De leden nemen op persoonlijke titel zitting in de taskforce.

De taskforce toetst de aanvragen aan de hand van de criteria in deze brochure. Daarbij kan de taskforce op basis van een eerste bespreking een selectie maken van de meest kansrijke aanvragen en met de indieners van deze aanvragen een persoonlijke interactie hebben. Ook kan de taskforce waar men dit nodig acht externe adviezen inwinnen.

De taskforce zal aan het Algemeen Bestuur van NWO een advies uitbrengen. Het bestuur neemt vervolgens een standpunt in en legt dit voor aan de ministers van OCW en EZ.

Op 7 december hoopt de minister van OCW bekend te maken welke aanvragen in principe voor subsidie in aanmerking komen, zulks onder voorbehoud van goedkeuring van het Kabinet, c.q. voor sommige aanvragen van “Brussel”.

6

Richtlijnen voor het indienen van aanvragen

6.1

De aanvragen dienen de volgende onderdelen te bevatten:

(Dit betreft in feite de uitwerking van de aanvraag langs de lijn van de zes criteria toegelicht in punt 4)

1.

De kans op wetenschappelijke doorbraken (science case)

2.

De potentie tot brain gain (talent case)

3.

Belang voor maatschappij of bedrijfsleven (innovation case)

4.

Samenwerking en concurrentie (partnership case; Europese positionering)

5.

Financiële aspecten van de faciliteit (business case)

Geef een inzichtelijke meerjarenbegroting van de faciliteit en maak onderscheid tussen kosten voor bouw en exploitatie. Beschrijf en onderbouw duidelijk de omvang van het benodigde personeel.

6.

De technische haalbaarheid/ technische uitdagingen (technical case)

6.2

De communautaire regeling inzake staatssteun voor onderzoek & ontwikkeling

Gezien het feit dat van overheidswege is besloten dat bijvoorbeeld ook bedrijven of publiek-private samenwerkingsverbanden (PPS) aanvragen mogen indienen, moet nog op het volgende worden gewezen. Subsidie aan aanvragers in PPS-verband danwel aan bedrijven kan pas worden verstrekt mits voldaan is aan de voorwaarden van de communautaire regeling inzake staatssteun voor onderzoek & ontwikkeling. Dat betekent dat onderhavig programma tevoren door de Europese Commissie (EC) zal moeten worden goedgekeurd. Het ministerie van OCW is verantwoordelijk voor de aanmelding van het programma. Niet uitgesloten is dat de EC daarnaast bepaalde individuele aanvragen gemeld wil zien voor goedkeuring.

Aanvragers in PPS-verband en bedrijven dienen in ieder geval aan te geven:

1.

Of er sprake is van economische waardecreatie danwel van sociaal-maatschappelijke waardecreatie. Indien het een mix betreft, hoe wordt de verhouding ingeschat?

2.

Voor welk percentage van de te ondernemen activiteiten het (a) fundamenteel onderzoek (b) industrieel onderzoek, (c) preconcurrentiële ontwikkelingen betreft en hoe de budgetverdeling over deze typen onderzoek is;

3.

Per industriële partner of deze tot de categorie grote ondernemingen of de categorie MKB gerekend dient te worden;

4.

De geplande resp. verwachte mate van samenwerking én uitwisseling tussen industrie en onderzoeksinstellingen, zowel in het kader van het voorstel als op de langere termijn alsook de mate van verankering van eventuele uitwisseling van personeel.

Als handvat volgt hieronder de door de EC toegestane steunintensiteit:

-

fundamenteel onderzoek: tot 100%

-

industrieel onderzoek: tot 50%

-

preconcurrentieel onderzoek: tot 25%

Hierbij gelden de volgende bonussen:

-

10% punten voor MKB;

-

5 of 10% punten voor onderzoek in regionale steungebieden;

-

15% punten voor onderzoek dat aansluit bij het EU kaderprogramma;

-

25% punten voor daadwerkelijke grensoverschrijdende samenwerking.

Daarnaast zullen subsidiebedragen voor de faciliteit ontvangen van andere bestuursorganen of de EC worden verrekend (anticumulatiebeding).

6.3

Algemene informatie

1.

Administratieve gegevens (titel aanvraag, naam en adres aanvrager(s), contactpersoon).

2.

Executive summary (specifiek geschikt voor publicatiedoeleinden) van maximaal 1 A4.

7

Ontvankelijkheid

Aanvragen kunnen uitsluitend worden ingediend via het elektronisch aanvraagsysteem Iris van NWO.

In het licht van de door OCW opgelegde uitzonderlijk beperkte doorlooptijd van de procedure zullen (mede gezien de hoogte van de te verstrekken subsidies) aanvragen waarin niet alle criteria benoemd worden, ‘kennelijk niet ontvankelijk’ worden verklaard. Dit wil zeggen dat deze voorstellen zonder pardon en zonder dat gelegenheid wordt gegeven aan de aanvrager(s) tot aanvulling van hun voorstel, buiten behandeling blijven.

Hetzelfde zal gelden voor aanvragen die niet in de aanbiedingsbrief uitleggen waarom niet per 1 september jl. is ingediend bij de competitie voor “NWO-Groot”. Ook dienen aanvragen in het Engels te zijn gesteld en omvatten, inclusief alle bijlagen, niet meer dan 40 pagina’s. De aanbiedingsbrief dient door het hoogste bestuursorgaan van de betreffende instelling of de beoogde penvoerder te zijn ondertekend.