Als universiteit gebruiken we onze energie met name voor huisvesting, laboratoria, onderzoek en mobiliteit. Bedrijfszekerheid door een gegarandeerde energielevering staat voorop zodat het primair proces, onderwijs en onderzoek, te allen tijde ongehinderd doorloopt. Engie is de energieleverancier, de stadsverwarming loopt via Ennatuurlijk en het aardgas komt van Gazprom.  

TRIAS ENERGETICA

Het uitgangspunt voor het energieverbruik op de UT is de Trias Energetica; het beperken van de energievraag, het gebruik maken van duurzaam opgewekte energie en kijken naar het energieverbruik in de keten (leveranciers van de UT)

Bij het beperken van de energievraag kijken we naar systemen die geautomatiseerd kunnen worden, zodat bijvoorbeeld de verwarming en koeling niet tegelijk aangezet kunnen worden. Daarnaast betekent dit dat installaties zodanig ingeregeld worden zodat ze vraag gestuurd werken. Heet water voor de verwarming komt bijvoorbeeld pas het gebouw binnen wanneer er vraag is. De leidingen die door het gebouw lopen warmen op deze manier niet onnodig het gebouw op.

Als tweede wordt er gekeken naar het gebruik van duurzame opgewekte energie, zoals energie uit reststromen en energie uit hernieuwbare bronnen. Op dit moment gebruikt de UT stadsverwarming voor het verwarmen van de meeste gebouwen. Stadsverwarming is restwarmte die ontstaat bij het verbranden van afval in de lokale afvalverbrandingsinstallatie. Ook warmteterugwinning, waar afvoerlucht ventilatielucht voorverwarmt, is een voorbeeld van restwarmte.

Als derde kijken we naar maatregelen in de keten. Wat doen de leveranciers van de UT: hebben zij het verbruik in hun keten in beeld? De CO2-uitstoot die gepaard gaat met energieverbruik wordt weergegeven in de CO2-footprint.

meerjarenafspraak energie-efficientie

Universiteit Twente heeft het convenant Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie getekend. De Meerjarenafspraak energie-efficiency (MJA) is een vrijwillige – maar niet vrijblijvende – afspraak tussen overheid, bedrijfsleven en instellingen om de energie-efficiency van producten, diensten en processen te verbeteren en daarbij het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen. De doelstelling is om over een periode van 15 jaar (2005-2020) 30% minder energie te verbruiken; onderverdeeld in 20% energievermindering op de campus en 10% energievermindering in de keten (bij partners/leveranciers).

ENERGIEVERBRUIK

De grafiek geeft het energieverbruik aan van de campus over de periode 2005 tot en met 2017. Het verbruik van elektriciteit, aardgas en stadverwarming is vertaald naar megawattuur. De meerjarenafspraken met de overheid om over een periode van 15 jaar 30% minder energie te verbruiken zie je terug door middel van de zwarte lijn (een gemiddelde verbetering van de energie-efficiëntie van 2% per jaar). In 2014 is het al gelukt om de doelstelling te behalen.

De opvallende toename in het energieverbruik in 2010 is te verklaren doordat er in dat jaar nieuwe gebouwen in gebruik werden genomen. In de overgangsfase was er verwarming en elektriciteit voor de oude en de nieuwe huisvesting nodig.

De toename in het gasverbruik is te verklaren doordat de stoomketels, gebruikt voor de luchtbevochtiging, beter in de stand-by stand kunnen blijven staan dan dat ze uitgezet worden. Als de stoomketels namelijk uitstaan, vindt er ernstige corrosie en slijtage aan onderdelen plaats en op deze wijze wordt dat voorkomen.

De maatregelen voor energiebesparingen hebben zich tot nu toe vooral gefocust op efficiënt energie verbruik van de gebouwen. Daarnaast is er energieverbruik dat beïnvloed kan worden door de gebruikers. Een volgende stap is dan ook de bewustwording; bewust gebruik van verlichting, verwarming, koeling èn apparaten.

ENERGIE EFFICIENCY PLAN

In het kader van de Meerjarenafspraak Energie-efficiëntie heeft de universiteit een Energie Efficiency Plan (EEP) opgesteld. Iedere 4 jaar wordt het EEP geactualiseerd. Het EEP geeft inzicht in de energetische situatie en de besparingsopties van de universiteit.

Onderdeel van de EEP is de invoering van een Energie Management Systeem. Op dit moment wordt invulling gegeven aan de realisatie van het Energie Management Systeem. De verantwoordelijkheid van gebouwgebonden energie ligt bij Campus & Facility Management. De verantwoordelijkheid voor niet-gebouw gebonden energie, het verbruik van gebruikersapparatuur, ligt bij de faculteiten en LISA is verantwoordelijk voor het energieverbruik van de centrale serverruimtes en ICT apparatuur.

Energie monitoringsysteem

De UT heeft een online energie monitoringssysteem wat per gebouw het energieverbruik in beeld heeft. Hierbij kan gemakkelijk het verbruik van een specifieke maand vergeleken worden met dezelfde maand van het jaar ervoor. In gebouw Ravelijn is er een Energie Display in het atrium waarbij realtime het energieverbruik zichtbaar is.

ENERGIELABEL GEBOUWEN

Een energielabel geeft de energieprestatie van een gebouw weer. Bij het vaststellen van het energielabel worden ook mogelijke energiebesparende maatregelen aangeduid. De UT is bezig met deze labelling te realiseren voor alle gebouwen. Zilverling, Cubicus en Paviljoen zijn de eerste gebouwen met een energielabel.

Energiebesparende maatregelen

Helofytenfilter en de Koudecirkel

In de koudecirkel (het bassin voor gebouw Horst) bevindt zich ruim 10 miljoen liter water dat gezuiverd moet worden om corrosie en aanslag op de koelsystemen te voorkomen. Deze zuivering gebeurt door middel van een helofytenfilter. Een helofytenfilter is een filter dat met behulp van helofyten afvalwater zuivert tot een kwaliteit die onschadelijk is voor het milieu. Helofyten zijn planten die boven water groeien maar met hun wortels in zeer natte grond groeien en kunnen zelf zuurstof naar hun wortels transporteren. 

Achter de Horst liggen twee velden met grind, zand en worteldoek waarop rietplanten zijn geplant. Het vuile water stroomt aan één kant het veld in en zakt door het grind. In de bodem worden de afvalstoffen omgezet in voedingstoffen voor de planten in het filter. Het water dat het filter verlaat is schoon genoeg om weer terug de koudecirkel in te gaan.

Warmtewisselaars

In de gebouwen Carré, Nanolab, Zuidhorst en Meander halen warmtewisselaars energie uit rookgassen. Een condensor in de uitlaat van de stoomketel verwarmt het water in een grote waterbak. Zo wordt het koude drinkwater voorverwarmd met warmte die anders door de schoorsteen zou verdwijnen. Ook wordt zo kalkafzetting en corrosievorming (roest) teruggedrongen en dit levert dan weer een beter rendement op.

Warmte terugwinssyteem gebouw Spiegel

De luchtbehandelingskast van gebouw de Spiegel is voorzien van een warmteterugwinsysteem. Afgevoerde binnenlucht is in de winter veel warmer dan de buitenlucht. Een warmtewisselaar draagt de warmte van de afgevoerde (binnen)lucht over aan de instromende koudere buitenlucht. Warmteverlies wordt op deze manier tegengegaan. In de zomer kan dit proces omgekeerd worden uitgevoerd.

Vraaggestuurd leveren

Het vraaggestuurd maken van installaties zorgt ervoor dat niet meer energie verbruikt wordt dan strikt noodzakelijk. CO2- en warmtesensoren monitoren de kwaliteit en op basis daarvan wordt de lucht toe- en afvoer ingeregeld. Een voorbeeld: In een van de gebouwen op de campus was het altijd warm. Dat kwam doordat water met een temperatuur van 90C voor de verwarming het hele jaar door de (toevoer)leidingen stroomde. Door de doorgevoerde aanpassingen, stroomt nu alleen heet water door de leidingen als er behoefte is aan warmte: wanneer de verwarming aan gaat.

Koppeling reserveringssysteem met klimaatbeheersingssysteem

Studieruimtes en collegezalen worden alleen verwarmd of gekoeld als deze in gebruik zijn en worden vooraf hiervoor verwarmd. Het klimaatbeheersingssysteem haalt hiervoor informatie op uit verschillende reserverings- en rooster-/planningssystemen. Zo worden studieruimtes alleen verlicht als ze geboekt zijn en als er geen reservering geplaatst is, wordt de ruimte niet verwarmd.

Afgedekte zwembaden

Om warmteverlies van het zwembadwater tegen te gaan, worden de zwembaden afgedekt als deze niet in gebruik zijn. Voor het instructiebad zijn zelfs solar lamellen toegepast. Deze lamellen houden de uitgaande warmte tegen en laten inkomende warmte (door zonnestralen die erop schijnen) door.

Zonnepanelen en zonnecollectoren

Warm zwembad- en douchewater door zonnecollectoren


Het zwembad en douche water wordt opgewarmd door 40 zonnecollectoren. De panelen liggen op het dak van de kleedkamer, op de bestaande boiler en op het dakterras.



Zonneboilers voor Sportcentrum

Het Sportcentrum heeft twee zonneboilers met een gezamenlijke capaciteit van 52 GJ op jaarbasis. Met gasgestookte bijverwarming van 1280 m3/jaar (vergelijkbaar met het energieverbruik van één huishouden over een heel jaar) wordt voldaan aan de behoefte.

Zonnecollectoren op de Horst en Technohal

Op de Horst liggen 100 lichtgewicht panelen. Bij de installatie is rekening gehouden met draagkracht dak wanneer er ook sneeuwbelasting is. Totale capaciteit is 24.965kW.

Op de vernieuwde Technohal liggen zonnepanelen op de zijbeuk daken (deels gefinancierd uit een SDE subsidie). Het zijn 585 panelen met een 160875 Wp vermogen.

LED binnenverlichting

Wanneer een lamp vervangen moet worden, wordt het vervangen met LED. Indien mogelijk wordt er een beweegmelder toegekend (in laboratoria vanwege veiligheid niet). Hiervoor is jaarlijks een budget gereserveerd in het onderhoudsplan.

LED buitenverlichting

De buitenverlichting op de UT is de afgelopen jaren overgeschakeld op dimbare ledverlichting. Zo'n 80% van de lantaarnpalen is nu LED. Per weg, kruising, fietspad of parkeerplaats kan de lichtsterkte ingesteld worden. De verlichting hoeft niet altijd op 100% staan. Veiligheid is hier het belangrijkste aspect, maar door aanpassingen in de intensiteit wordt energie bespaard en voorkomen we onnodige lichtvervuiling.

Vraaggestuurde verlichting openbare ruimten

Het komt voor dat uit gewoonte verlichting aanstaat waar het eigenlijk niet nodig is. Bijvoorbeeld in de dakopbouw, de technische ruimte, van gebouw Carré stond 24 uur per dag de verlichting aan. Dit is aangepast dat deze nu automatisch aan en uitgeschakeld wordt. Ook in het trappenhuis van Ravelijn is de verlichting aangepast. Het trappenhuis moet 24 uur/dag verlicht zijn, maar door van de twee armaturen er slechts één aan te laten wordt voldaan aan de veiligheidseisen en wordt energie bespaard. Dergelijke maatregelen hebben zichtbaar effect op het energieverbruik voor openbare verlichting.

Klimaatgevel Spiegel

Een klimaatgevel is een glazen façade die als een tweede schil om een gebouw geplaatst wordt. In 2000 is dit bij gebouw Spiegel gerealiseerd. De zon warmt de lucht in de laag tussen de façade en het gebouw op. Dit creëert een warmtebuffer waardoor in de winter minder verwarmd hoeft te worden en het in het voor- en naseizoen behaaglijk blijft. Aan de bovenkant van de façade zitten kleppen. Wanneer de temperatuur buiten 20C is, en de buitentemperatuur ook tenminste 20C, staan deze kleppen open. Het ventileren gaat op natuurlijke wijze: warme lucht stijgt en koelere lucht kan aan de onderkant de gevel instromen. Daarnaast is er zonwering om zoveel mogelijk warmte buiten te houden op warme, zonnige dagen.

Minder energieverbruik door gebruik CO2-sensoren

CO2-sensoren sturen de luchtverversing aan. Wanneer de CO2-waarde onder de norm blijft, bijvoorbeeld als een ruimte niet in gebruik is, wordt er minder nieuwe lucht toegevoerd als dat niet nodig is. Dit resulteert in minder onnodig energieverbruik. CO2-sensoren beïnvloeden ook het comfort door het binnenklimaat te reguleren (De arbo norm is 1200ppm, terwijl 800 optimaal is).

Verbruik gebruiksapparatuur inzichtelijk maken

Door inzichtelijk te maken wat het verbruik is van diverse apparaten, gaan mensen er bewuster mee om. Op de UT zijn allerlei gebruiksapparaten uitgerust met sensoren.

Pilot Internet-of-Things

Het doel van deze pilot was om te onderzoeken of Internet of Things devices kunnen worden ingezet bij nieuwbouw en renovaties. Belimo energy valves kunnen een regelklep die verbonden zit aan het Bacnet IP netwerk aansturen, monitoren, bemeteren en bewaken. Deze pilot is succesvol getest in T1300 van de Horst.

Pilot nieuwe regel- en optimaliseringsstrategie energie

Gebruikerscomfort tegen minimaal energieverbruik en zichtbaar en meetbaar maken van klimaatkwaliteit en verbruikte energie. Dat waren de uitgangspunten van een pilot met een nieuwe regel- en optimalisatiestrategie. Deze pilot draait succesvol in een aantal gebouwen op de campus: Waaier (zaal 2) en Vrijhof (Audiozaal, Amphitheater en Agora). Het comfort is merkbaar verbeterd en de tochtklachten zijn verdwenen.

Energieopslag voor gebruik op een later moment

Voor het opslaan van warmte en koude worden Phase Change Materials, een soort thermische accu's, ingezet. In PCM wordt energie opgeslagen voor gebruik op een later moment. PCM’s gedragen zich hier als thermische accu’s en zijn zodoende zeer geschikt om als warmte/koude buffer te fungeren.

In de kelder van Zilverling staat een luchtbehandelingskast die bestaat uit een water-koelbatterij, een PCM-koelbatterij, een toevoerventilator en een afzuigventilator. Phase Change Materials (faseovergangmaterialen) zijn niet brandbare anorganische thermische zouten waarvan de faseverandering van vast naar vloeibaar en andersom wordt gebruikt om warmte/koude op te slaan en af te staan. Door warmte opname uit de omgeving smelt het materiaal en wanneer de warmte weer wordt afgegeven stolt het materiaal.

Wat kun je zelf doen? 

  • Zet apparaten uit en doe het licht uit als je weggaat, of als je het niet nodig hebt/gebruikt
  • Let bij de aanschaf van nieuwe apparatuur op het energieverbruik.
  • Haal opladers uit het stopcontact als deze niet in gebruik zijn.
  • Kijk eens of de verwarming een graadje lager kan?
  • Kijk wat je kunt doen om te voorkomen dat het binnen te warm of te koud wordt. Bijvoorbeeld door deuren te sluiten als de verwarming aan staat en zonwering te gebruiken om op warme dagen warmte buiten te houden.