Zie Regelingen

Bindend studieadvies (BSA) regelgeving

Waarom het BSA?

Een leidend principe in de visie van de UT is dat de student als partner betrokken is bij de inrichting en uitvoering van het onderwijs. Het onderwijs is een product van de samenwerking tussen de UT en haar studenten; een product dat alleen door een gedeelde verantwoordelijkheid en inspanning voor de kwaliteit ervan tot stand kan komen.

De UT biedt studenten uitdagend onderwijs. Dit kan alleen zo ervaren worden als je als student op de juiste plek zit. Adequate studiebegeleiding, goede matching en samenwerking met het omringend HBO-onderwijs moeten hiervoor zorgen. De uitdaging voor de UT is om goed georganiseerd onderwijs aan te bieden. Van de studenten mag verwacht worden dat zij inzet en ambitie tonen.

Uit ervaringen van de opleidingen blijkt dat studenten die minder dan een bepaald aantal EC in het eerste jaar halen weinig kans hebben de studie succesvol af te ronden. Bij enkele opleidingen is ook gebleken dat het niet behalen of uitstellen van bepaalde vakken een negatief effect heeft op het studiesucces. Studenten die in deze situatie terecht zijn gekomen, blijken bij de betreffende opleiding niet op de juiste plek te zitten om het beste in zichzelf naar boven te halen.

De hoofddoelstelling van het BSA is studenten sneller “op de juiste plek” te krijgen.

Daarnaast heeft het BSA als doel jou uit te dagen om vanaf het begin van je studie hoge studieprestaties te leveren. Studenten moeten wel de mogelijkheid hebben om aan extra-curriculaire activiteiten deel te nemen, bijvoorbeeld deelnemen in een commissie of een studiereis mede organiseren.

Wanneer je in het eerste jaar 45 EC of meer behaald, zou je tijdig jouw studie moeten kunnen afronden. Wanneer je ondanks voldoende inzet toch vertraging oploopt, zal er serieus gekeken moeten worden wat er aan de hand is. Concluderend kan gezegd worden dat het BSA ook tot verplichtingen bij de opleiding leidt.

Het behalen van de norm moet gezien worden als absoluut minimum. Het doel zou moeten zijn om in het eerste jaar het B1 programma af te ronden. Onderwijs- en examenprogramma’s zijn zo ontworpen dat je aangezet wordt daarnaar te streven en bij voldoende inspanning 60 EC in het eerste jaar moeten kunnen realiseren.

OER: Onderwijs- en examenreglement 2018-2019

Elke opleiding heeft een Opleiding- en Examenregeling (OER) die de rechten en plichten regelt van studenten ten aanzien van onderwijs, tentamens en examens. De algemeen geldende regels rondom het BSA staan hieronder  beschreven (Artikel 6.3 en 6.4 OER). 

Een opleiding kan aanvullende eisen binnen het BSA stellen. Of deze ook bij jou opleiding gehanteerd worden, is terug te vinden in de opleidingsspecifieke bijlage van de OER. De OER is te vinden via de onderwijspagina van je opleiding.

Art 6.3 - (BINDEND) STUDIEADVIES

  1. Aan iedere student wordt aan het eind van zijn eerste jaar van inschrijving voor de opleiding een schriftelijk definitief studieadvies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie binnen de opleiding. Dit advies is gebaseerd op de studieresultaten van de student, en kan een positief advies of negatief zijn.
  2. Met iedere student wordt voor 1 november van het eerste jaar van zijn inschrijving voor de opleiding een kennismakingsgesprek gehouden.
  3. In het jaar van zijn eerste inschrijving voor de opleiding ontvangt de student uiterlijk in week 52 een eerste voorlopig studieadvies over de voortzetting van zijn opleiding. Dit advies is niet bindend.
  4. In het jaar van zijn eerste inschrijving voor de opleiding ontvangt de student uiterlijk in week 10 een tweede voorlopig studieadvies over de voortzetting van zijn opleiding. Dit advies is niet bindend.
  5. De studenten die een negatief voorlopig studieadvies, als bedoeld in lid 3  en/of 4 krijgen, worden uitgenodigd voor een gesprek met de studieadviseur met als doel het bespreken van de studiemethode en een heroverweging van de studiekeuze. 
  6. Het uitbrengen van het studieadvies, als bedoeld in lid 1 is door het instellingsbestuur gemandateerd aan het opleidingsbestuur.
  7. Aan het definitieve studieadvies als bedoeld in lid 1 kan een afwijzing  verbonden worden als de student minder dan 75% van de studielast succesvol heeft afgerond. Hiertoe worden resultaten van module-onderdelen die langer dan het lopend academisch jaar geldig zijn, geteld. Eventuele aanvullende eisen waar de student aan moet voldoen zijn gedefinieerd in de opleidingsspecifieke bijlage en worden als zodanig aan de OLC voorgelegd.
  8. De afwijzing geldt gedurende een termijn van 3 studiejaren. Een definitief studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden wordt een bindend studieadvies genoemd. 
  9. Bij het vaststellen van het aantal behaalde EC tellen alleen de onderwijseenheden van het onderwijs geprogrammeerd in het eerste jaar van de opleiding waarover het definitieve studieadvies wordt uitgebracht mee. In het geval dat een student vrijstelling vraagt voor onderdelen van het eerste jaar wordt bij het bericht van toekenning van die vrijstelling meegedeeld welke aangepast BSA-eis geldt. Deze eis kan vakspecifieke aanvullende eisen bevatten. 
  10. Aan de student die vóór 1 februari van het eerste jaar van inschrijving de opleiding staakt, wordt geen definitief studieadvies zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 1 uitgebracht. Indien deze student zich in een volgend studiejaar opnieuw inschrijft, zal aan het eind van dat volgende studiejaar een definitief studieadvies worden uitgebracht.
    Als studiestakenwordt beschouwd:
    1. het doen van een uitschrijvingsverzoek aan de UT;
    2. overstappen naar een andere opleiding op de UT. Onder overstappen wordt verstaan: je officieel inschrijven bij een andere opleiding;
    3. het met een bewijs betaald collegegeld aan een andere instelling verder gaan studeren. 
  11. Voor de student die voor 1 oktober overstapt naar een andere opleiding binnen de UT geldt geen aanpassing van de norm als bedoeld in artikel 6.3 lid 7. Voor het overige zijn de bepalingen als bedoeld in artikel 6.3 lid 7 van toepassing.
  12. Voor de student die op 1 oktober of later overstapt naar een andere opleiding wordt het definitief studieadvies uitgesteld, met als uiterste datum het einde van het tweede jaar van inschrijving van de student. Aan de student wordt binnen 6 weken na de overstap schriftelijk medegedeeld welke datum de opleiding het eindadvies zal uitbrengen. 
  13. Voor het uitbrengen van een bindend studieadvies moet de studenteen waarschuwing krijgen onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten tot genoegen van het opleidingsbestuur moeten zijn verbeterd. Bovendien heeft de student het recht te worden gehoord voordat het opleidingsbestuur tot een afwijzing over gaat (WHW art. 7.8b lid 4).
  14. In zijn afweging om aan een studieadvies een afwijzing te verbinden, betrekt het opleidingsbestuur op verzoek van de student diens persoonlijke omstandigheden. Uitsluitend persoonlijke omstandigheden die door de student na intreden ervan zo spoedig als redelijkerwijs kan worden verlangd bij de studieadviseur zijn gemeld, worden door het opleidingsbestuur betrokken in haar afweging. 
  15. Onder persoonlijke omstandigheden wordt verstaan ziekte van de betrokkene, lichamelijk, zintuigelijke of andere functiestoornis van de betrokkene, zwangerschap van de betrokkene,  bijzondere familieomstandigheden, topsport van de betrokkene en het lidmaatschap van de universiteitsraad, faculteitsraad, opleidingscommissie of een bestuur Categorie 3 conform de Regeling FOBOS.
  16. De persoonlijke omstandigheden dienen, in overleg met de studieadviseur, te worden voorgelegd aan de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO). De melding dient te worden ondersteund door bewijsstukken.
  17. De CPO beoordeelt de geldigheid en de ernst van de persoonlijke omstandigheden. Hierover wordt verslag uitgebracht aan het opleidingsbestuur en de betreffende studieadviseur. 
  18. Het oordeel van de CPO wordt meegenomen door het opleidingsbestuur bij de behandeling van het verzoek van de student zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 13. 
  19. Wanneer als gevolg van persoonlijke omstandigheden geen uitspraak gedaan kan worden over de studiecapaciteiten van een student, wordt het definitief studieadvies uitgesteld, met als uiterste datum het einde van het tweede jaar van inschrijving van de student. Aan de student wordt binnen 6 weken na het uitbregen van het uitgestelde advies schriftelijk medegedeeld welke datum de opleiding het eindavies zal uitbrengen. 
  20. In het besluit van het opleidingsbestuur met betrekking tot het bindend studieadvies wordt melding gemaakt van de mogelijkheid om in beroep te gaan.

Art 6.4 – (BINDEND) STUDIEADVIES: MEERDERE OPLEIDINGEN

Indien een student staat ingeschreven bij meerdere opleidingen en bij één van de opleidingen aan de BSA-norm heeft voldaan vervalt de verplichting om bij andere opleidingen aan de norm te voldoen.

OER: Onderwijs- en examenreglement 2019-2010

ART 6.3 - (BINDEND) STUDIEADVIES

  1. Aan iedere student wordt uiterlijk aan het eind van diens eerste jaar van inschrijving voor de opleiding een schriftelijk studieadvies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie binnen de opleiding, behoudens artikel 6.4. Dit advies is gebaseerd op de studieresultaten van de student en kan een positief of negatief advies zijn, met inachtneming van de artikelen 6.4 en 6.5.
  2. Het uitbrengen van het studieadvies, als bedoeld in lid 1, is door het instellingsbestuur gemandateerd aan het opleidingsbestuur.
  3. Bij het uitbrengen van het studieadvies worden de resultaten meegeteld van module-onderdelen die ook in het volgende studiejaar geldig blijven.
    1. Bij het vaststellen van het aantal behaalde EC tellen alleen modules en module-onderdelen mee van het onderwijs dat is geprogrammeerd in het eerste jaar van de opleiding waarover het studieadvies wordt uitgebracht.
    2. Aan de student toegekende vrijstellingen voor onderdelen van het eerste jaar tellen mee bij het vaststellen van het aantal behaalde EC.
    3. Het opleidingsbestuur kan vakspecifieke eisen vaststellen waaraan moet zijn voldaan. Deze eisen zijn opgenomen in de opleidingsspecifieke bijlage.
  4. Aan het studieadvies als bedoeld in lid 1 kan een afwijzing verbonden worden als de student, naar het oordeel van het opleidingsbestuur, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding omdat de student minder dan drie modules met een voldoende resultaat heeft afgesloten waarbij
    1. de student in totaal minder dan 75% van de studielast van het eerste jaar succesvol heeft afgerond, óf
    2. de student 75% of meer van de studielast van het eerste jaar succesvol heeft afgerond, maar niet voldoet aan de vakspecifieke eisen (als bedoeld in lid 3 sub c van dit artikel).
    3. Een studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden wordt een bindend studieadvies (BSA) genoemd.
  5. In zijn afweging om aan een studieadvies een afwijzing te verbinden, betrekt het opleidingsbestuur op verzoek van de student diens persoonlijke omstandigheden. Uitsluitend persoonlijke omstandigheden die door de student na intreden ervan zo spoedig als redelijkerwijs kan worden verlangd bij de studieadviseur zijn gemeld, worden door het opleidingsbestuur betrokken in haar afweging.
    1. Onder persoonlijke omstandigheden wordt verstaan ziekte van de betrokkene, lichamelijk, zintuigelijke of andere functiestoornis van de betrokkene, zwangerschap van de betrokkene, bijzondere familieomstandigheden, topsport of topcultuur beoefening van de betrokkene en het lidmaatschap van de universiteitsraad, faculteitsraad, opleidingscommissie of een bestuur (categorie 3 of 4 conform de Regeling FOBOS).
    2. De persoonlijke omstandigheden dienen, in overleg met de studieadviseur, te worden voorgelegd aan de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO). De melding dient te worden ondersteund door bewijsstukken.
    3. De CPO beoordeelt de geldigheid en de ernst van de persoonlijke omstandigheden. Hierover wordt verslag uitgebracht aan het opleidingsbestuur en de betreffende studieadviseur.
    4. Het oordeel van de CPO wordt meegenomen door het opleidingsbestuur bij de behandeling van het verzoek van de student.
  6. Voordat het opleidingsbestuur tot een afwijzing overgaat, moet het de student een waarschuwing geven onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten tot genoegen van het opleidingsbestuur moeten zijn verbeterd. Bovendien heeft de student het recht te worden gehoord voordat het opleidingsbestuur tot een afwijzing over gaat (WHW art. 7.8b lid 4).
  7. In het besluit van het opleidingsbestuur met betrekking tot het studieadvies wordt melding gemaakt van de mogelijkheid om in beroep te gaan. Uitsluitend tegen een studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden kan binnen zes weken beroep worden aangetekend bij het College van Beroep voor de Examens.
  8. Indien aan de student een studieadvies is uitgebracht waaraan een afwijzing is verbonden, kan hij/zij zich gedurende een periode van drie daaropvolgende studiejaren niet meer inschrijven voor dezelfde opleiding.
  9. Indien een student zich na de periode genoemd in lid 8 van dit artikel opnieuw voor de desbetreffende bacheloropleiding inschrijft, wordt deze inschrijving aangemerkt als diens eerste inschrijving en zijn de desbetreffende bepalingen van deze paragraaf onverkort van toepassing.

ART. 6.4 - STAKEN VAN DE OPLEIDING

  1. Als staken van de opleiding wordt beschouwd het niet meer volgen van onderwijs of afleggen van enige vorm van toetsing voor deze opleiding, waarbij de student:
    1. een uitschrijvingsverzoek doet aan de UT, óf
    2. zich uitschrijft voor de opleiding aan de UT, waarbij de student zich voor een andere opleiding aan de UT inschrijft en daarmee overstapt naar de andere opleiding op de UT, óf
    3. met een bewijs betaald collegegeld aan een andere instelling voor hoger onderwijs verder gaat studeren.
  2. Aan een student van wie uiterlijk 31 januari van diens eerste jaar van inschrijving voor de opleiding via Studielink het verzoek tot uitschrijving is ontvangen – en die vóór of per 1 februari wordt uitgeschreven en zich in datzelfde studiejaar niet opnieuw voor dezelfde opleiding inschrijft – wordt geen studieadvies uitgebracht als bedoeld in lid 1 van artikel 6.3. Indien bedoelde student zich opnieuw voor de desbetreffende bacheloropleiding inschrijft, wordt deze inschrijving aangemerkt als diens eerste inschrijving.
  3. Aan de student die na 1 februari wordt uitgeschreven voor de opleiding aan de UT wordt door de opleiding die door de student is gestaakt een studieadvies uitgebracht als bedoeld in lid 1 van artikel 6.3.

ART 6.5 - UITSTELLEN STUDIEADVIES

  1. Het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 kan worden uitgesteld, indien:
    1. de student voor de opleiding is ingeschreven op of ná 1 oktober van het desbetreffende studiejaar en uiterlijk op 31 augustus van dat studiejaar niet heeft voldaan aan de norm gesteld in artikel 6.3 lid 3, óf
    2. als gevolg van persoonlijke omstandigheden aan het einde van het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding nog geen uitspraak kan worden gedaan over de studiecapaciteiten van een student, óf
    3. de student op of na 1 oktober van het eerste jaar van inschrijving overstapt van de ene naar een andere opleiding op de UT, waarbij de student zich uitschrijft voor de ene opleiding (staken in de zin van artikel 6.4 lid 1 sub b) en inschrijft voor de andere opleiding.
  2. Als de student voor wie het studieadvies zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 1 is uitgesteld op grond van voornoemd lid, zich in een volgend studiejaar opnieuw inschrijft voor de betreffende opleiding, zal aan hem uiterlijk aan het eind van dat volgende studiejaar een studieadvies worden uitgebracht. Voor dit studieadvies geldt dezelfde norm als gesteld in artikel 6.3 lid 3.
    1. De student voor wie het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 wordt uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1 sub a, wordt binnen 6 weken na de datum van inschrijving schriftelijk medegedeeld vóór welke datum de opleiding het definitieve studieadvies zal uitbrengen.
    2. De student voor wie het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 wordt uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1 sub b, wordt binnen 6 weken na het uitbrengen van het uitgestelde studieadvies schriftelijk medegedeeld vóór welke datum de opleiding het definitieve studieadvies zal uitbrengen.
    3. Voor de student voor wie het studieadvies bedoeld in artikel 6.3 lid 1 wordt uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1 sub c, geldt als nieuwe uiterste datum voor het definitieve studieadvies het einde van het tweede jaar van inschrijving voor de betreffende opleiding. Het studieadvies wordt uitgebracht door de opleiding van de nieuwe inschrijving.
  3. Voor de student die vóór 1 oktober overstapt naar een andere opleiding binnen de UT geldt geen aanpassing van de norm als bedoeld in artikel 6.3 lid 3 en wordt het advies niet uitgesteld op grond van overstappen.