Zie Regelingen

Bindend studieadvies (BSA) regelgeving

CORONA - ADDENDUM BSA REGELING

Vanwege de Corona-crisis zijn er voor de BSA van 2019-2020 aangepaste regels.
Het document vind je hier:
Addendum BSA 2019-2020

2019-2020 OER: Onderwijs- en examenregeling

Elke opleiding heeft een OER die de rechten en plichten van studenten omschrijft met betrekking tot onderwijs, toetsen en examens. De algemene regels en voorschriften rondom het (bindend) studieadvies worden in de OER en hieronder beschreven (vanaf artikel 6.3 OER). Een opleiding kan daar nog aanvullende eisen aan stellen. Of deze ook voor jouw opleiding gelden, vind je in de opleidingsspecifieke bijlage bij de OER. De OER vind je op de webpagina van je opleiding.

ART 6.3 - (BINDEND) STUDIEADVIES

  1. Aan iedere student wordt uiterlijk aan het eind van diens eerste jaar van inschrijving voor de opleiding een schriftelijk studieadvies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie binnen de opleiding, behoudens artikel 6.4. Dit advies is gebaseerd op de studieresultaten van de student en kan een positief of negatief advies zijn, met inachtneming van de artikelen 6.4 en 6.5.
  2. Het uitbrengen van het studieadvies, als bedoeld in lid 1, is door het instellingsbestuur gemandateerd aan het opleidingsbestuur.
  3. Bij het uitbrengen van het studieadvies worden de resultaten meegeteld van module-onderdelen die ook in het volgende studiejaar geldig blijven.
    1. Bij het vaststellen van het aantal behaalde EC tellen alleen modules en module-onderdelen mee van het onderwijs dat is geprogrammeerd in het eerste jaar van de opleiding waarover het studieadvies wordt uitgebracht.
    2. Aan de student toegekende vrijstellingen voor onderdelen van het eerste jaar tellen mee bij het vaststellen van het aantal behaalde EC.
    3. Het opleidingsbestuur kan vakspecifieke eisen vaststellen waaraan moet zijn voldaan. Deze eisen zijn opgenomen in de opleiding specifieke bijlage.
  4. Aan het studieadvies als bedoeld in lid 1 kan een afwijzing verbonden worden als de student, naar het oordeel van het opleidingsbestuur, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding omdat de student minder dan drie modules met een voldoende resultaat heeft afgesloten waarbij:
    1. de student in totaal minder dan 75% van de studielast van het eerste jaar succesvol heeft afgerond, óf
    2. de student 75% of meer van de studielast van het eerste jaar succesvol heeft afgerond, maar niet voldoet aan de vakspecifieke eisen (als bedoeld in lid 3 sub c van dit artikel).
    3. een studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden wordt een bindend studieadvies (BSA) genoemd.
  5. In zijn afweging om aan een studieadvies een afwijzing te verbinden, betrekt het opleidingsbestuur op verzoek van de student diens persoonlijke omstandigheden. Uitsluitend persoonlijke omstandigheden die door de student na intreden ervan zo spoedig als redelijkerwijs kan worden verlangd bij de studieadviseur zijn gemeld, worden door het opleidingsbestuur betrokken in haar afweging.
    1. Onder persoonlijke omstandigheden wordt verstaan ziekte van de betrokkene, lichamelijk, zintuigelijke of andere functiestoornis van de betrokkene, zwangerschap van de betrokkene, bijzondere familieomstandigheden, topsport of topcultuur beoefening van de betrokkene en het lidmaatschap van de universiteitsraad, faculteitsraad, opleidingscommissie of een bestuur (categorie 3 of 4 conform de Regeling FOBOS).
    2. De persoonlijke omstandigheden dienen, in overleg met de studieadviseur, te worden voorgelegd aan de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO). De melding dient te worden ondersteund door bewijsstukken.
    3. De CPO beoordeelt de geldigheid en de ernst van de persoonlijke omstandigheden. Hierover wordt verslag uitgebracht aan het opleidingsbestuur en de betreffende studieadviseur.
    4. Het oordeel van de CPO wordt meegenomen door het opleidingsbestuur bij de behandeling van het verzoek van de student.
  6. Voordat het opleidingsbestuur tot een afwijzing overgaat, moet het de student een waarschuwing geven onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten tot genoegen van het opleidingsbestuur moeten zijn verbeterd. Bovendien heeft de student het recht te worden gehoord voordat het opleidingsbestuur tot een afwijzing over gaat (WHW art. 7.8b lid 4).
  7. In het besluit van het opleidingsbestuur met betrekking tot het studieadvies wordt melding gemaakt van de mogelijkheid om in beroep te gaan. Uitsluitend tegen een studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden kan binnen zes weken beroep worden aangetekend bij het College van Beroep voor de Examens.
  8. Indien aan de student een studieadvies is uitgebracht waaraan een afwijzing is verbonden, kan hij/zij zich gedurende een periode van drie daaropvolgende studiejaren niet meer inschrijven voor dezelfde opleiding.
  9. Indien een student zich na de periode genoemd in lid 8 van dit artikel opnieuw voor de desbetreffende bacheloropleiding inschrijft, wordt deze inschrijving aangemerkt als diens eerste inschrijving en zijn de desbetreffende bepalingen van deze paragraaf onverkort van toepassing.

ART. 6.4 - STAKEN VAN DE OPLEIDING

  1. Als staken van de opleiding wordt beschouwd het niet meer volgen van onderwijs of afleggen van enige vorm van toetsing voor deze opleiding, waarbij de student:
    1. een uitschrijvingsverzoek doet aan de UT, óf
    2. zich uitschrijft voor de opleiding aan de UT, waarbij de student zich voor een andere opleiding aan de UT inschrijft en daarmee overstapt naar de andere opleiding op de UT, óf
    3. met een bewijs betaald collegegeld aan een andere instelling voor hoger onderwijs verder gaat studeren.
  2. Aan een student van wie uiterlijk 31 januari van diens eerste jaar van inschrijving voor de opleiding via Studielink het verzoek tot uitschrijving is ontvangen – en die vóór of per 1 februari wordt uitgeschreven en zich in datzelfde studiejaar niet opnieuw voor dezelfde opleiding inschrijft – wordt geen studieadvies uitgebracht als bedoeld in lid 1 van artikel 6.3. Indien bedoelde student zich opnieuw voor de desbetreffende bacheloropleiding inschrijft, wordt deze inschrijving aangemerkt als diens eerste inschrijving.
  3. Aan de student die na 1 februari wordt uitgeschreven voor de opleiding aan de UT wordt door de opleiding die door de student is gestaakt een studieadvies uitgebracht als bedoeld in lid 1 van artikel 6.3.

ART 6.5 - UITSTELLEN STUDIEADVIES

  1. Het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 kan worden uitgesteld, indien:
    1. de student voor de opleiding is ingeschreven op of ná 1 oktober van het desbetreffende studiejaar en uiterlijk op 31 augustus van dat studiejaar niet heeft voldaan aan de norm gesteld in artikel 6.3 lid 3, óf
    2. als gevolg van persoonlijke omstandigheden aan het einde van het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding nog geen uitspraak kan worden gedaan over de studiecapaciteiten van een student, óf
    3. de student op of na 1 oktober van het eerste jaar van inschrijving overstapt van de ene naar een andere opleiding op de UT, waarbij de student zich uitschrijft voor de ene opleiding (staken in de zin van artikel 6.4 lid 1 sub b) en inschrijft voor de andere opleiding.
  2. Als de student voor wie het studieadvies zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 1 is uitgesteld op grond van voornoemd lid, zich in een volgend studiejaar opnieuw inschrijft voor de betreffende opleiding, zal aan hem uiterlijk aan het eind van dat volgende studiejaar een studieadvies worden uitgebracht. Voor dit studieadvies geldt dezelfde norm als gesteld in artikel 6.3 lid 3.
    1. De student voor wie het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 wordt uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1 sub a, wordt binnen 6 weken na de datum van inschrijving schriftelijk medegedeeld vóór welke datum de opleiding het definitieve studieadvies zal uitbrengen.
    2. De student voor wie het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 wordt uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1 sub b, wordt binnen 6 weken na het uitbrengen van het uitgestelde studieadvies schriftelijk medegedeeld vóór welke datum de opleiding het definitieve studieadvies zal uitbrengen.
    3. Voor de student voor wie het studieadvies bedoeld in artikel 6.3 lid 1 wordt uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1 sub c, geldt als nieuwe uiterste datum voor het definitieve studieadvies het einde van het tweede jaar van inschrijving voor de betreffende opleiding. Het studieadvies wordt uitgebracht door de opleiding van de nieuwe inschrijving.
  3. Voor de student die vóór 1 oktober overstapt naar een andere opleiding binnen de UT geldt geen aanpassing van de norm als bedoeld in artikel 6.3 lid 3 en wordt het advies niet uitgesteld op grond van overstappen.

2020-2021 OER: Onderwijs- en examenregeling

ART 6.3 - (BINDEND) STUDIEADVIES

1. Aan iedere student wordt uiterlijk aan het eind van zijn eerste jaar van inschrijving voor de opleiding een schriftelijk advies uitgebracht over de voortzetting van zijn studie binnen de opleiding, behoudens artikel 6.4. Dit advies is gebaseerd op de studieresultaten van de student, en kan een positief of negatief advies zijn, met inachtneming van de artikelen 6.4 en 6.5.

2. Het uitbrengen van het studieadvies, als bedoeld in lid 1, is door het instellingsbestuur gemandateerd aan het opleidingsbestuur.

3. Bij het uitbrengen van het studieadvies worden de resultaten meegeteld van onderwijsonderdelen die ook in het volgende studiejaar geldig blijven.

a) Bij het vaststellen van het aantal behaalde EC’s tellen alleen onderwijseenheden en onderwijsonderdelen mee van het onderwijs dat is geprogrammeerd in het eerste jaar van de opleiding waarover het studieadvies wordt uitgebracht.

b) Aan de student toegekende vrijstellingen voor onderwijseenheden en onderwijsonderdelen van het eerste jaar tellen mee bij het vaststellen van het aantal behaalde EC’s.

c) Het opleidingsbestuur kan opleidingsspecifieke eisen stellen waaraan moet zijn voldaan. Deze eisen zijn opgenomen in de opleidingsspecifieke bijlage. Opleidingsspecifieke eisen mogen niet inhouden dat alle onderwijseenheden of –onderdelen van een bepaalde leerlijn moeten zijn behaald.

4. Aan het studieadvies als bedoeld in lid 1 kan een afwijzing verbonden worden als de student, naar het oordeel van het opleidingsbestuur, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding omdat

- de student minder dan 45 EC van het eerste jaar succesvol heeft afgerond, óf

- 45 EC of meer van het eerste jaar succesvol heeft afgerond, maar niet voldoet aan de opleidingsspecifieke eisen (als bedoeld in lid 3 sub c van dit artikel).

Een studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden wordt een bindend studieadvies genoemd (BSA).

5. In zijn afweging om aan een studieadvies een afwijzing te verbinden, betrekt het opleidingsbestuur op verzoek van de student diens persoonlijke omstandigheden.

a) Onder persoonlijke omstandigheden wordt verstaan ziekte van de betrokkene, lichamelijk, zintuigelijke of andere functiestoornis van de betrokkene, zwangerschap van de betrokkene, bijzondere familieomstandigheden, topsport of topcultuur van de betrokkene en het lidmaatschap van de universiteitsraad, faculteitsraad, opleidingscommissie of een bestuur (categorie 3 of 4 conform de Regeling FOBOS).

b) De persoonlijke omstandigheden dienen, in overleg met de studieadviseur, te worden voorgelegd aan de Commissie Persoonlijke Omstandigheden (CPO) voor toetsing. De aanvraag voor toetsing van de persoonlijke omstandigheden dient te worden ondersteund door bewijsstukken.

c) De CPO beoordeelt de geldigheid en de ernst van de persoonlijke omstandigheden. Hierover wordt een advies uitgebracht aan het opleidingsbestuur en de betreffende studieadviseur.

d) Het oordeel van de CPO wordt meegenomen in de afweging van het opleidingsbestuur genoemd in artikel 5. Uitsluitend persoonlijke omstandigheden die door de student na intreden ervan zo spoedig als redelijkerwijs kan worden verlangd bij de studieadviseur zijn gemeld, worden door het opleidingsbestuur betrokken in zijn afweging.

6. Voordat het opleidingsbestuur tot een afwijzing overgaat, moet het de student een waarschuwing geven onder bepaling van een redelijke termijn waarbinnen de studieresultaten tot genoegen van het opleidingsbestuur moeten zijn verbeterd. Ook stelt het opleidingsbestuur de student in de gelegenheid te worden gehoord, voordat het tot een afwijzing overgaat (WHW artikel 7.8b lid 4).

7. In het besluit van het opleidingsbestuur met betrekking tot het bindend studieadvies wordt melding gemaakt van de mogelijkheid om in beroep te gaan. Uitsluitend tegen een studieadvies waaraan een afwijzing is verbonden kan door de student binnen 6 weken beroep worden aangetekend bij het College van Beroep voor de Examens.

8. Indien aan studenten een bindend studieadvies is uitgebracht, kunnen zij zich gedurende een periode van 3 daaropvolgende studiejaren niet meer inschrijven voor dezelfde opleiding.

9. Indien een student zich na de periode genoemd in lid 8 van dit artikel opnieuw voor de desbetreffende bacheloropleiding inschrijft, wordt deze inschrijving aangemerkt als diens eerste inschrijving en zijn de desbetreffende bepalingen van deze paragraaf onverkort van toepassing.

Artikel 6.4           Staken van de opleiding

1. Als staken van de opleiding wordt beschouwd het niet meer volgen van onderwijs of afleggen van enige vorm van toetsing voor deze opleiding, waarbij de student:

a) een uitschrijvingsverzoek doet aan de UT, óf

b) zich uitschrijft voor de opleiding aan de UT, waarbij de student zich voor een andere opleiding aan de UT inschrijft en daarmee overstapt naar de andere opleiding op de UT, óf

c) met een bewijs betaald collegegeld aan een andere instelling voor hoger onderwijs verder gaat studeren.

2. Aan een student van wie uiterlijk 31 januari van diens eerste jaar van inschrijving voor de opleiding via Studielink het verzoek tot uitschrijving is ontvangen – en die vóór of per 1 februari wordt uitgeschreven en zich in datzelfde studiejaar niet opnieuw voor dezelfde opleiding inschrijft – wordt geen studieadvies uitgebracht als bedoeld in lid 1 van artikel 6.3. Indien bedoelde student zich opnieuw voor de desbetreffende bacheloropleiding inschrijft, wordt deze inschrijving aangemerkt als diens eerste inschrijving.

3. Aan de student die na 1 februari wordt uitgeschreven voor de opleiding aan de UT wordt door de opleiding die door de student is gestaakt een studieadvies uitgebracht als bedoeld in lid 1 van artikel 6.3.

Artikel 6.5           Uitstellen studieadvies

1. Het studieadvies als bedoeld in artikel 6.3 lid 1 kan worden uitgesteld, indien:

a) de student voor de opleiding is ingeschreven op of ná 1 oktober van het desbetreffende studiejaar, al dan niet vanwege overstap in de zin van artikel 6.4 lid 1b, en uiterlijk op 31 augustus van dat studiejaar niet heeft voldaan aan de norm gesteld in artikel 6.3 lid 4, óf

b) als gevolg van persoonlijke omstandigheden aan het einde van het eerste jaar van inschrijving voor de opleiding nog geen uitspraak kan worden gedaan over de studiecapaciteiten van een student, óf

2. Als de student voor wie het studieadvies zoals bedoeld in artikel 6.3 lid 1, is uitgesteld op grond van artikel 6.5 lid 1, zich in een volgend studiejaar opnieuw inschrijft voor de betreffende opleiding, geldt als uiterste datum voor het studieadvies het einde van het tweede jaar van inschrijving voor de betreffende opleiding. In ieder geval wordt binnen 6 weken na de datum van inschrijving schriftelijk meegedeeld vóór welke datum de opleiding het definitieve studieadvies zal uitbrengen. Voor dit studieadvies geldt dezelfde norm als gesteld in artikel 6.3 lid 3.

a) In geval van uitstel op grond van lid 1 sub a wordt het studieadvies uitgebracht door de opleiding van de nieuwe inschrijving.

b) Voor de student die vóór 1 oktober overstapt naar een andere opleiding binnen de UT wordt het studieadvies niet uitgesteld op grond van overstappen en dus geldt geen aanpassing van de norm als bedoeld in artikel 6.3 lid 4.