Zie Canon van de UT

Campushospita ‘Ma’ Elsenburg

Campushospita ‘Ma’ Elsenburg

Voor het eerst op jezelf wonen is een belangrijk onderdeel van het studentenleven, en van volwassen worden. Ver weg van het ouderlijk nest ben je opeens gedwongen voor jezelf te zorgen, en daarbij horen enkele huishoudelijke taken: boodschappen doen, koken, wassen en (vooruit, af en toe dan) schoonmaken. Dat gold echter niet voor de eerste lichtingen studenten aan de THT: zij kwamen terecht onder de vleugels van campushospita ‘Ma’ Elsenburg.

De eerste THT-studenten – toen nog verplicht om op de campus te wonen – hoefden zich bij het verlaten van het ouderlijk huis maar om weinig druk te maken. Ze kregen een gemeubileerde kamer op de campus en werden goed verzorgd door mevrouw G. Elsenburg, de campushospita. Al gauw kreeg Elsenburg de bijnaam ‘Ma’ Elsenburg. Ze maakte de kamers schoon en voorzag de studenten regelmatig van schoon beddengoed en frisse handdoeken.

Volgens haar contract was Ma Elsenburg de huishoudjuffrouw, maar in de praktijk betekende ze veel meer voor de studenten. Vooral voor de eerstejaars, die vaak amper achttien waren, of nog jonger. Zelf omschreef Ma Elsenburg haar rol als campushospita als die van ‘moeder van een heel groot gezin’. Ze was het reguliere aanspreekpunt voor studenten die ergens mee zaten en wist niet alleen de studenten gerust te stellen, maar ook hun ouders: hun zoons waren in goede handen. Hoe populair ze was bij de studenten blijkt wel uit het feit dat Ma Elsenburg erelid is van het College Cnødde.

Toen Ma Elsenburg in 1977 afscheid nam, betekende dat een einde van een tijdperk. Er kwam geen nieuwe campushospita: de studenten moesten zichzelf redden, en zelf de bezem in handen nemen. En dat zal menig student die zuchtend naar het schoonmaakrooster in zijn ranzige studentenhuis staart tot op de dag van vandaag diep betreuren.

Waarom niet iedereen blij was met "Ma" Elsenburg

De goede zorgen van "Ma" Elsenburg en de schoonmaaksters waren een ongekende luxe voor de studenten. Echter, het leidde ook tot een sfeer van bevoogding waar studenten over gingen morren, al in het eerste jaar. Als illustratie daarvan noem ik het volgende. In die periode kwam ook een verzoek van een aantal verdiepingen aan de Calslaan om meer gaspitten en grotere pannen om zelf warme maaltijden te kunnen koken. De kwaliteit van de mensa maaltijden was niet altijd goed. Dat verzoek werd afgewezen door de campusdecaan. Niet eens op praktische gronden van te weinig ruimte in de keukens. Nee, zijn argument was er een van een maatschappelijke positie waarin zelf koken niet aan de orde was. Aankomende academici dienden hun tijd niet te verdoen met het koken van een warme maaltijd. Dat was onnodig als voorbereiding op het latere beroepsleven als ingenieur. Immers, het koken zou worden gedaan door de vrouw des huizes. In geval deze ontbrak kon men zich als ingenieur gemakkelijk een huishoudster kunnen veroorloven die deze taak zou verrichten. Deze visie werd sterk betwist door de studenten maar de decaan blijf volharden in zijn standpunt.

Dit verhaal is ingezonden door alumnus Johan Grievink. 

 

De canon is altijd in ontwikkeling en staat open voor debat en discussie. Mis jij een gebeurtenis, kenmerk of markant persoon in de canon?

Voeg dan jouw eigen verhaal toe!