UR 12-089 Agendapunt Nieuw onderwijsmodel UT

UR 12-089 Bijlage 8: Verslag UT Onderwijsmiddag 15 mei 2012


Verslag UT onderwijsmiddag 15 mei 2012


Programma


Middagvoorzitter Hans Vossensteyn (CHEPS)


Simultaanvertaling beschikbaar


14.30 – 14.45 uur Filosofie UT duurzaam onderwijs (Ed Brinksma)


14.45 – 15.30 uur Projectonderwijs: algemeen en concreet voorbeeld

Theo van der Meer (hoogleraar WB), Judith Boonstra (studente IO), Thonie van den Boomgaard (OLD IO)


15.30 – 15.45 uur Ervaring eerste modules BMT door Anne ten Dam (studente BMT)


15.45 – 17.00 uur Korte samenvatting van facultaire bijeenkomsten door Marloes Letteboer (TNW), Marjolein Dohmen (CTW), Tanya Bondarouk (MB) en Rom Langerak (EWI).

Aansluitend plenaire discussie over stellingen met forumpanel bestaande uit UR-leden Herbert Wormeester en Petra van Waarden en uit decanen Gerard van der Steenhoven (TNW) en Ramses Wessel (MB)


17.00 uur Afsluiting door Ed, gevolgd door een hapje en een drankje



Verslag


Er waren 152 personen aanwezig. De uitslag van de testvraag voor het gebruik van de stemkastjes geeft een beeld van de samenstelling. Van verschillende bijdragen zijn opnamen gemaakt, die toegankelijk zijn via de site (www.utwente.nl/onderwijsvernieuwingen)


Filosofie UT duurzaam onderwijs

De rector heeft de redenen voor een andere aanpak van het bacheloronderwijs kort uiteengezet.


Projectonderwijs

Theo van der Meer gaf een inleiding in het functioneren van projectonderwijs. Thonie van den Boomgaard gaf relevante onderwijskundige en organisatorische achtergronden. Judith Boonstra voegde het studentperspectief toe.


Er waren een aantal vragen naar aanleiding van de presentaties over projectonderwijs. De vragen hadden vooral betrekking op de arbeidsintensiviteit van dit type onderwijsvorm. De ervaring bij WB en IO is dat de arbeidsintensiviteit zich concentreert in de ontwikkelfase en vervolgens meevalt, omdat de inhoudelijke doelstellingen en aandachtspunten gelijk blijven.


Ervaring eerste modules BMT

Voor Anne ten Dam, die over haar ervaringen met de implementatie van het nieuwe onderwijsmodel bij BMT vertelde, waren er vooral complimenten over haar kennis en vaardigheden als eerstejaars bachelorstudente.


Terugkoppeling facultaire bijeenkomsten

In de korte weergave van facultaire bijeenkomsten (door Marloes Letteboer, Marjolein Dohmen, Tanya Bondarouk en Rom Langerak) werd de conclusie getrokken dat er in deze bijeenkomsten nog vragen waren over het toetsbeleid, de interne communicatie, delen van modules en ervaringen en de te verwachten werkdruk.


Discussie

De discussie over de stellingen was vervolgens geanimeerd, open en constructief. Hieronder een korte weergave van de onderwerpen van gesprek.


Stelling 1. was een oefenstelling en gaf inzicht in de samenstelling van de groep deelnemers: 8,8% hoogleraar, 10,8% UHD, 18,9% UD, 0,7% AIO, 3,4% PD, 24,3% student, 33,1% overig.


Stelling 2. De belangrijkste reden om het UT-onderwijs te vernieuwen is voor mij:

1. studenten zo uitdagen dat ze hun studietijd veel beter gaan benutten (38,5%)

2. in te spelen op de afnemende onderwijsinkomsten, de hogere studiekosten en strengere regelgeving over op tijd afstuderen (13,5%)

3. 1. en 2. (29,7%)

4. ik zie geen reden om het UT-onderwijs te vernieuwen (18,2%)


In de discussie is vooral ingegaan op antwoordcategorie 4. Onderwerpen die daar aan bod kwamen:

-sommige opleidingen zijn voor al bijna conform NOM

-mate van top down sturing in de onderwijsvernieuwingsoperatie

-docentbetrokkenheid

-NOM en het opleiden van onderzoekers

-NOM en monodisciplinaire opleidingen

-NOM en flexibiliteit

-NOM en rendement

-noodzaak van een volledige hervorming versus het nemen van ‘losse’ maatregelen


Stelling 3. Projectonderwijs is ook in mijn opleiding als onderwijsvorm in te passen:

1. makkelijk (63,2%)

2. moeilijk (23,3%)

3. niet (1.5%)

4. weet niet (12%)


In de discussie is vooral ingegaan op antwoordcategorie 2. Onderwerpen die daar aan bod kwamen:

-eisen die worden gesteld aan docenten

-aantal contacturen bij afnemende onderwijsinkomsten

-de creativiteit die nodig is om telkens weer projecten te bedenken

-werkdruk en motivatie als communicerende vaten?

-projectonderwijs in grote opleidingen: veel herhaling voor docenten

-NOM als antwoord op gevraagde profilering

-Quote: ‘meervoud van lef is leven’

-modulair onderwijs en studierendement


Stelling 4. Onze opleiding weet wat nodig is om de beoogde onderwijsvernieuwing vorm te geven.

1. ja (32,5%)

2. nee (14,5%)

3. twijfel (25,6%)

4. wij weten het wel, maar… (27,4%)


In de discussie is vooral ingegaan op antwoordcategorie 4. Onderwerpen die daar aan bod kwamen:

-…wordt er voldoende over de grenzen van opleidingen heen gedeeld?

-…maken we voldoende gebruik van elkaars kennis en kunde?

-…hebben we voldoende capaciteit en middelen?

-…zijn de randvoorwaarden duidelijk genoeg?

-…er kan een betere verbinding worden gemaakt tussen beleid en uitvoering (docentbetrokkenheid en communicatie naar docent!)