Agendapunten

UR 09-187 Verslag overlegvergadering 2009-06-24

logo Universiteitsraad UT

Universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302


Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 09 -187

Fax


Datum

24-06-2009

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl


Verslag van de overlegvergadering van de Universiteitsraad op woensdag 24 juni 2009

Aanwezig:

Leden UR:

Lagendijk (vz), Stekkinger (v.vz.), Kuin, Oudalov, Pouw, Veenendaal, Bijkerk, Dam, Franco Garcia, De Goeijen, Hoogerdijk, van der Kooij, Van der Meer, Ziehmer en Van Benthem (later binnengekomen)


College van Bestuur:

Van Ast, Brinksma en Flierman


Griffie :

Ribberink en Tijink (verslag)


Leden R.v.T.:

H. van Essen (vz), J. Stoker en E. de Boer


Afwezig m.k.: Van Alsté, Poorthuis en Telgenkamp



1. Opening en vaststelling agenda


De voorzitter opent om 13.35 uur de vergadering. Vervolgens feliciteert hij de bestuursleden met de herbenoeming en het lidmaatschap van Flierman in de Eerste Kamer. Flierman is op dit moment verhinderd maar zal later bij de vergadering aanschuiven.

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


2. Mededelingen

CvB:

Brinksma meldt dat Tom Veldkamp benoemd is tot decaan van het ITC. Hij volgt daarmee Martien Molenaar op die per 1 januari 2010 terugtreedt als rector. Ziehmer vraagt naar de achtergrond van de nieuwe decaan. Brinksma antwoordt dat Veldkamp een PhD heeft in Agricultural and Environmental Sciences van de Wageningen Universiteit en Researchcentrum. Momenteel is hij hoogleraar Land Dynamics, hoofd van het Landscape Centre WUR en interim wetenschappelijk directeur van het Centre for Geo-Information and Remote Sensing.

Pieter Binsbergen krijgt per 1 oktober de nieuwe functie van campusmanager. Hij gaat zich in deze functie bezighouden met de ontwikkeling van de campus binnen de doelstellingen van Route’14.

Van der Kooij wil weten of de nieuwe campusmanager ook bij de studenten langs gaat. Brinksma meldt dat Binsbergen langs alle groepen zal gaan en zo ook de studenten.

Van Ast meldt dat in het kader van de Slotregularisatie er een conceptadvies van de raad bij het

college ligt, maar nog geen definitief besluit. Hij verzoekt de voorzitter van de commissie FVA om dit schriftelijke af te wikkelen. De griffier zoekt dit uit en komt hierop terug.


3. Verslag van de overlegvergadering van 1 april 2009 (UR 09-111)

Tekstueel:

Pag 5, regel 18 “PR-beleid“ wijzigen in “pro-actief beleid waarin een positiever beeld van de UT is opgesteld.

Naar aanleiding van:

Pag. 2, regel 27; Pouw vraagt naar aanleiding van het KTO of er al meer informatie beschikbaar is met betrekking tot de verbeterpunten voor de schoonmaak en koffievoorzieningen. Het zou verstandig zijn om deze informatie op de website te plaatsen. Brinksma antwoordt hierop dat het verbeterplan beschikbaar komt. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat de gemiddelde tevredenheid vertaald kan worden naar het rapportcijfer 6.9. In dit type bedrijf zijn dit al behoorlijke cijfers. We zullen overwegen om de volledige rapportage van dit onderzoek op de website te plaatsen.

Pag. 5, regel 38: Van Ast meldt ten aanzien van de Noordelijke rondweg dat we in de toekomst hiermee te maken krijgen, maar het college heeft er geen concrete ideeën over.

Pag. 6, regel 40: Met betrekking tot het gebruik van segways in de gangen van de UT-gebouwen vindt Van Ast dat dat niet moet gebeuren. Men zal hierop gewezen worden.
Pag. 6, regel 10:
Veenendaal meldt dat bij het sportcentrum een rookverbod binnen een straal van 25 meter geldt, maar overal gelden andere regels. Hij vraagt hoe het hiermee staat. Van Ast geeft aan dat in het kader van het rookbeleid afspraken worden gemaakt die voor het gehele UT-terrein gelden. Er zullen aparte rookplekken worden aangewezen. Het college komt hier op terug.

Met inachtneming van deze aanpassingen wordt het verslag vastgesteld.


4. Institutional Plan Graduate School UR 09-148

Veenendaal meldt dat de raad positief is over dit ambitieuze plan van de Graduate School. Het is goed van structuur en goed leesbaar. Naar het oordeel van de UR moeten bepaalde punten nog verduidelijkt worden of beter worden toegelicht. De voorzitter stelt voor om dit per geformuleerde toezegging te behandelen:

Er een separaat medezeggenschapsysteem wordt opgezet voor medewerkers, en studenten binnen de Graduate School. Brinksma vindt het zinvol om naar de status van de Graduate School te kijken. Er is gekozen om eerst virtueel met de schools te beginnen. Formeel is er dus geen sprake van een organisatorisch samenwerkingverband. In feite is er maar 1 persoon in dienst. Het doel van de herinrichting van de schools is om tot een soort doorkanteling te komen. Vooralsnog is er geen sprake van een grootscheepse personele omzetting. Brinksma zegt toe dat er een separaat medezeggenschapsysteem wordt opgezet voor medewerkers en studenten binnen de Graduate School, zodra deze niet meer virtueel is. In de volgende versie van het plan zal er een vorm van council experimenteel ingericht worden. Primaire zaken zullen via de faculteitsraden gaan en overstijgende zaken via de Universiteitsraad. De voorzitter stelt voor om een UR topiccommissie in te stellen die zich hiermee bezig gaat houden, maar dit zal intern nog besproken worden.

Er een flow-diagram komt waarin de organisatiestructuur van de Graduate School is weergegeven waar onder meer duidelijk wordt beschreven hoe de verantwoordelijkheid van de Dean is ten opzichte van de wetenschappelijke directeuren en de faculteitsdecanen en hoe de medezeggenschap geregeld gaat worden. Brinksma meldt dat men door tijdsgebrek hier nog niet aan toe was gekomen. Het college stemt in met deze toezegging.

PhD en Masterstudenten ook instemmingsrecht zullen verkrijgen in de nieuw op te zetten vorm van medezeggenschap binnen de Graduate School. Het college erkent de verantwoordelijkheid, maar denkt nog na over de status van promovendi. Brinksma geeft aan dat het college op dit moment geen besluit hierover kan nemen in verband met landelijke ontwikkelingen. Daar zullen er eerst nog knopen moeten worden doorgehakt.

De UR bij het opzetten van het medezeggenschapssysteem van de Graduate School wordt betrokken door hier inspraak in te hebben. Brinksma geeft aan de UR bij het opzetten van het medezeggenschapssysteem van de Graduate School betrokken wordt door instemmingsrecht te krijgen.

In het plan verduidelijkt wordt hoe bepaald wordt of een PhD student het “UT skills certificate” in zijn geheel, of gedeeltes ervan verkrijgt aan het eind van zijn/haar promotietraject. Brinksma zegt dat hier nog tijd voor genomen moet worden om verder uit te werken. Het college zal begin 2010 hierop terugkomen.

In het plan verduidelijkt gaat worden hoe de eenjarige masteropleidingen in de Graduate structuur zullen passen. Brinksma zegt dit punt toe. Pouw voegt hieraan toe dat heel snel opgenomen kan worden in het plan.

Er extra informatie beschikbaar komt over de financiering van de UT ten behoeve van de Graduate School (T&SP realisation, dissertation grants, UT Guarantee Fund). In de oktobercyclus zal het college met extra informatie komen over de financiering.

Er wordt gestreefd naar een derde vakinhoudelijk onderlegde supervisor in het “supervisory team” van elke PhD. Brinksma wijst erop dat altijd een derde persoon in het “supervisory team” zit van elke PhD. Deze persoon heeft meer afstand tot het vakinhoudelijke om de situatie goed te kunnen beoordelen.

De internationale PhD studenten die geen werknemerstatus hebben maar een studentenstatus, indien nodig een financiële tegemoetkoming van de UT kunnen krijgen in geval van langdurige ziekte, het vervullen van een bestuursfunctie en zwangerschap in de tijd dat zij aan de UT onderzoek verrichten, zodat zij aan de UT het (deel)onderzoek kunnen afronden.

Het college erkent de verantwoordelijkheid voor de internationale PhD student die geen werknemerstatus heeft, maar er zijn geen structurele voorzieningen beschikbaar. Omdat deze groep niet in dienst is kunnen er problemen ontstaan met de Sociale Verzekeringsbank en de Belastingdienst. (juridische en belastingzaken). Het zou kunnen leiden tot het heffen van belasting. Brinksma geeft aan dat het onverstandig zou zijn om nu pertinente uitspraken hier over te doen. De voorzitter vraagt of er een noodfonds beschikbaar is. Brinksma wil nog een keer benadrukken dat dit dossier nauwkeurig in de gaten wordt gehouden. Hoe dit verder geïmplementeerd wordt laat hij voorlopig in het midden.

Er binnen een half jaar een evaluatieplan voor de Graduate School komt waarin de succesfactoren worden verwoord. Het college stemt in met deze toezegging. Het evaluatieplan zal voor het eind van het jaar ter advies aan de raad voorgelegd worden.

De plannen voor de andere schools en het Pre-university College in het najaar verschijnenBrinksma meldt dat de plannen voor de andere schools en het Pre- university College in het najaar zullen verschijnen. De UR zal op de hoogte worden gehouden van de ontwikkelingen met betrekking tot de Graduate School.


De UR besluit in te stemmen met het “Institutional Plan Graduate School”.

Naar aanleiding hiervan brengt Flierman een dankwoord uit aan de werkgroep Graduate School. De UR wenst het college en de werkgroep succes met de verdere uitvoering van het plan.


(Om 14.06 uur is Flierman aangeschoven bij het overleg).

5. Contract Santar-UT UR 09-141

De voorzitter verwijst naar het conceptbesluit van de raad. Santar is voortgekomen uit de UT en sluit daarom in cultuur en dienstverlening goed aan bij de UT. De arbodienst doet zijn werk goed en de ervaringen met Santar zijn positief. De raad heeft de mening van het OPUT gehoord vanwege het grensgebied met personele- en UR-zaken. De voorzitter stelt voor om de geformuleerde toezeggingen te behandelen:

Dat het opleidings- en ervaringsniveau van de betrokken BHV teams garanties biedt voor een juiste analyse van de aard en ernst van calamiteiten en de benodigde ondersteuning daarbij; Het college stemt in met deze toezegging. In het geval van ernstige calamiteiten en bij persoonlijk letsel zal er altijd een bedrijfsarts uitrukken.

Dat enige inconsistenties in de tekst worden gecorrigeerd. Flierman zegt dit toe.

Dat bij de discussie in november over studentfaciliteiten studentspecifieke ARBO zaken geïnventariseerd zullen worden. Flierman antwoordt hierop dat het arbocontract niet voor studenten is. Maar het college is bereid met de UR te praten over het voorzieningenniveau van studenten en te bekijken of dit nog adequaat is. Specifieke arbovoorzieningen zullen geïnventariseerd worden en in de novembercyclus zal het CvB deze inventarisatie inbrengen. Dit kan dan samen met de nota studentenfaciliteiten besproken worden.

De voorzitter laat weten dat de raad instemt met de dienstverleningsovereenkomst Universiteit Twente-Santar 2009 – 2010.


6. Nota Kaderstelling, incl. Nota Sturing onderzoek UR 09-142/142a

De raad wil de communicatie in het kader van 21miljoen euro voor RoUTe´14 aan de orde stellen.

Een specificatie van de kosten zal in de komende begroting opgenomen worden.

Van Ast meldt dat voor wat betreft de lopende begroting 2009 er 3,9 miljoen aan onderzoek is toegevoegd om de Plasterkkorting op te vangen. De discussie rondom de beschikbare middelen is afgerond. We kunnen nu overgaan tot besturing op langere termijn. Nu ontstaat er iets meer ruimte voor onderwijs die goed bruikbaar is om de schools te faciliteren en implementeren. Er zijn voldoende aanknopingspunten.

Hoogerdijk vraagt om verdere toelichting met betrekking tot bepaalde beleidskeuzes. Hij stelt voor om eerst de geformuleerde toezegging te behandelen:

De Nota Sturing Onderzoek als (onderdeel van) onderzoeksbeleid ter instemming zal worden voorgelegd aan de Universiteitsraad; Het college begrijpt het verzoek maar wijst op de formele kant van de nota. Deze dient als instrument om tot onderzoekssturing te komen. Dit kan samen met de KPI’s van de WD’s in de novembercyclus ter instemming worden voorgelegd aan de UR. (vóór de begroting)

Dat bijlage 21 van de Nota Kaderstelling in een volgende cyclus als separaat agendapunt zal worden behandeld; Het college zegt toe dat bijlage 21, in de loop van het collegejaar besproken gaat worden.

In de toekomst terughoudend zal worden omgegaan met het inhuren van externe kennis, en als hier toch voor wordt gekozen dit grondig beargumenteerd wordt; De voorzitter pleit voor actieve kennisdeelname vanuit de UT-gemeenschap zelf waarbij externe experts meer een regiefunctie op de achtergrond vervullen. Het college gaat in de toekomst beter van eigen expertise gebruik maken als dit mogelijk is.

Bij de Begroting 2010 een specificatie zal worden opgenomen van de uitgaven voor RoUTe ’14; Hoogerdijk geeft aan dat er in de wandelgangen vaak wordt gesproken over veel geld dat naar RoUte’14 gaat. Van Ast antwoordt dat de stelling dat RoUTe ’14 21miljoen gaat kosten niet juist is. Het gaat over de kaderstelling van 2010 en daar moeten nog beslissingen over worden genomen. De systeemvernieuwing moet in 2010 afgerond zijn. Van Ast voegt hieraan toe dat extra informatie op dit moment geen zin heeft.

Hoogerdijk merkt op dat de budgetten voor de diensten stijgen en voor onderwijs en onderzoek krimpen. Dit is voor zijn gevoel een ongunstige ontwikkeling; De UR verzoekt om meer uitleg over de beeldvorming. Hierop antwoordt Van Ast dat je bij minder geld deze discussie krijgt. Er zit 1,3 miljoen minder aan premies van TNW. Dit zijn ontwerperspremies die voor de laatste keer aan TNW toegekend zijn. De gebouwgebonden onderhoudskosten zijn naar het Facilitair Bedrijf verschoven. Het beeld is hierdoor wat verzwaard. De kosten van tijdelijke projecten gaan wel omhoog, maar zijn structureel niet duurder. Het komend half jaar gaan we verder in discussie. De voorzitter zegt dat het om een stuk beeldvorming gaat en niet eens zozeer om de technische uitleg ervan. Zou het niet te overwegen zijn om op korte termijn informatie op de website te plaatsen, bij bijv. frequently asked questions. Flierman voelt meer voor een nieuwsbrief aan alle medewerkers waarin dit proces beschreven wordt. De grote bedragen die vermeld staan zijn primair voor wetenschappelijk onderwijs bestemd. Het college verwacht juist van de wetenschappelijk directeuren en de decanen dat zij zich hierin genuanceerd opstellen omdat ze in het debat betrokken zijn.

Hoogerdijk vraagt of het college ermee akkoord gaat dat de raad in de volgende cyclus hierover nader en gericht discussieert. Van Ast stemt hiermee in.

De UR wil de termijn van 30 dagen in acht nemen om tot een definitieve besluitvorming te komen. De raad mandateert het presidium de besluitvorming af te ronden.

7. Inschrijvingsregeling UT 2009-2010 UR 09-149

Brinksma geeft aan dat naar aanleiding van deze regeling er een overleg plaats heeft gevonden met de heren Bijkerk, Van der Kooij, Van Klaveren en Punt. De uitkomsten van dit overleg zijn zeer gunstig te noemen. De frequentie van trekkingen zal op 12 per jaar vastgesteld worden met de 1e trekking eind augustus. De trekking zal gelijkgeschakeld worden met de IBG maanden en tevens met de uitkering van het collegekrediet zodat mensen niet in de knel komen bij her-inschrijving. De WHW schrijft voor dat betaling voorafgaand aan het collegejaar moet plaatsvinden, zodat studenten zich kunnen inschrijven. Mocht de 1e trekking fout gaan, dan wordt het in oktober erbij geteld. Deze wijziging in trekking wordt ook nog gecommuniceerd richting studenten. Veenendaal vraagt of er in 3TU verband afstemming zal komen over het implementeren van inningstrajecten. De voorzitter zal dit meenemen. De UR besluit positief te adviseren ten aanzien van de Inschrijvingsregeling UT 2009-2010.


8. 3TU Ontwikkelingsplan en Voortgang 3TU proces

Dam verwijst naar het conceptbesluit van de UR. De UR wil dat er naast aandacht voor de technische opleidingen ook ruim aandacht aan de niet technische opleidingen besteed wordt in 3 TU verband; Flierman antwoordt dat de niet technische opleidingen bij de UT nadrukkelijk in de belangstelling staan. En daarbij is het profiel van TU Delft en TU Eindhoven anders dan dat van de UT. Flierman zegt toe dat daar waar het mogelijkheid is, er ruim aandacht voor de niet technische opleiding gaat komen. De UR is van mening dat naast de financieringsaspecten van het onderzoek ook aandacht besteed moet worden aan die van het onderwijs. Met betrekking tot de vraag over de scope van de 3TU geeft Flierman aan dat 4-jarige opleidingen en het daaraan gekoppelde onderzoek niet worden meegenomen. Deze opleidingen behoren niet tot het werkgebied van 3TU. Brinksma voegt hieraan toe dat de kern van 3TU samenwerking is, waarin versterken we elkaar in bredere zin?. Daarin zal je de inhoudelijke punten moeten benoemen waarin je elkaar versterkt. Het college zegt wel toe de vraag naar de scope van de 3TU in het rectorenoverleg van 3TU te zullen bespreken. In de novembercyclus zal de raad hier nader over worden geïnformeerd. De voorzitter vraagt aan het college of er aan 1TU wordt gedacht. Flierman antwoordt hierop dat er over van alles wordt nagedacht. Maar het blijft bij 1 federatie en deze is adequaat. Hij voegt eraan toe dat hij met zijn collega’s van Delft en Eindhoven Zwitserland zal bezoeken om dat model te bekijken. De UR besluit hierop positief te adviseren met betrekking tot het Ontwikkelingsplan 3TU.Federatie 2009-2012.


9. Evaluatiecriteria pilot BSA

Brinksma geeft aan dat in de commissievergadering van OOS een aantal zaken al besproken is. Naar aanleiding hiervan heeft de UR een aantal ongevraagde adviezen en vragen geformuleerd.

De raad adviseert om bij de drie doelstellingen, genoemd op de eerste pagina onder ‘Doelstellingen’, onderscheid aan te brengen tussen een hoofddoel en subdoelen. Van der Meer meldt dat dit punt inmiddels aangepast is in het nieuwe stuk. De voorzitter vraagt wanneer het herziene stuk verwacht kan worden. Brinksma antwoordt dat de herziene versie in de oktobercyclus aan de UR voorgelegd wordt met ondermeer deze voorgestelde adviezen.

De URaad adviseert om de reeds opgestelde indicatoren aan te vullen met indicatoren ter evaluatie van de relevante randvoorwaarden. Brinksma geeft aan dat dit een bouwwerk gaat worden. De werkgroep die zich hiermee bezighoudt zal dit punt meenemen.

De URaad is van mening dat de formulering ‘Exit-enquete gehele cohort’ verwarrend is. De toevoeging van ‘exit’ wekt de indruk dat het hier alleen gaat om die studenten die een negatief studieadvies hebben gekregen of om een andere reden de opleiding hebben verlaten. De URaad adviseeert om de term ‘Exit-enquete’ te vervangen. Daarnaast wil de URaad adviseren om expliciet criteria op te nemen aangaande studenten met een positief studieadvies Brinksma zal dit punt meenemen naar de werkgroep.

Nergens komt aan bod wanneer de pilot BSA als een succes wordt beschouwd en overwogen kan worden deze instellingsbreed door te zetten. De URaad adviseert u om naast de indicatoren ook de daadwerkelijke evaluatiecriteria helder te maken. Brinksma gaat ermee akkoord om de twee subdoelstellingen opnieuw te benoemen.

Tot slot adviseert de URaad om ook te onderzoeken of er met de intrede van een BSA misschien in latere studiejaren alsnog een studiedip ontstaat bij de studenten. Dit naar aanleiding van de vernomen ervaringen bij opleidingen elders in het land. Brinksma zal via de werkgroep laten onderzoeken of met de intrede van BSA wellicht in latere jaren het risico van een “studiedip” ontstaat.

Met betrekking tot het punt privacybescherming van de studenten meldt Brinksma dat alle gegevens in de pilot geanonimiseerd zullen worden gebruikt. Het college zegt toe dat de privacybescherming van de studenten gewaarborgd wordt. Ten aanzien van de indicator ‘inzet personeel” gaat het om gewone urenregistratie van medewerkers. Met deze informatie op de achtergrond kun je een indruk krijgen van de kosten. Het relateert niet aan de doelstelling van de pilot BSA.


10. Voortgang RoUTe ‘14

Flierman geeft aan dat nu de raad ingestemd heeft met de implementatie van de Graduate School er een belangrijke stap gezet is in het proces dat we 1 jaar geleden met elkaar gestart zijn. Als het gaat om de andere schools is Mouthaan druk met de aansluiting met de Pre University. Lagendijk merkt in dit kader op dat er onduidelijkheid en verwarring heerst bij de benaming en de bijbehorende verantwoordelijkheden van deze activiteit: het VO-loket.vormt de koepel en het Pre University College vormt daar een onderdeel van. Hij adviseert dit helder te communiceren.

Vervolg mededelingen

Flierman geeft aan dat op 1 juli de tweede interne conferentie over Technology in Healthcare plaats gaat vinden in de Grolsch Veste. En in oktober wordt de 2e conferentie over Energy gehouden. Tenslotte meldt hij dat de Notitie Hooglerarenbeleid in de septembercyclus met de UR besproken gaat worden.


11. Schriftelijke rondvraagpunten

Ten aanzien van de nieuwe tweejarige master Industrieel Ontwerpen in de bouw meldt het college dat het om een track gaat. Men is bezig met de co-licentie aanvraag en de verwachtingen van deze opleiding zijn hoog. Maar we hebben het vooralsnog over een track. Pas als de track succesvol wordt, zal het tot een nieuwe opleiding komen. Flierman voegt hieraan toe dat dit stadium nog niet bereikt is.

Met betrekking tot de vraag over de BIG registratie voor afgestudeerden van de opleiding TG meldt Flierman dat de minister zijn toezegging hieromtrent nog niet heeft gerealiseerd. Hij is zich bewust van zijn toezegging en het college heeft nog steeds het gevoel dat hij zich hieraan gaat houden.

In het kader van de vraag naar de kosten van de sportfaciliteiten meldt Van Ast dat de bedragen die vermeld staan niet correct zijn. Er zijn allerlei technische zaken aangepast. Elk project wordt zoals afgesproken van budget voorzien. Nadere informatie - zoals de juiste getallen - komt nog beschikbaar. De bedragen zijn conform budget. Van Ast wijst erop dat er onjuiste bedragen de ronde doen. Hij ervaart dit als zeer vervelend.


12. Algemene gang van zaken i.a.v. leden RvT

De voorzitter heet de leden van de Raad van Toezicht welkom en vraagt om een voorstelronde.

Van Velzen is verhinderd om de vergadering bij te wonen vanwege zijn vakantie. Van Essen meldt dat de opvolging van Sorgdrager nog een lopende zaak is. De voorzitter meldt dat de UR hart heeft voor de UT en erop gericht is om kritisch mee te denken. Op dit moment bestaat de UR uit 4 fracties: Campus Coalitie, Ureka, Pro-UT en Lijst Chairman. De voorzitter meldt dat de onderwerpen waarvoor de UR bij dit agendapunt in het bijzonder de aandacht vraagt per fractie behandeld gaan worden.

Namens CC vraagt Pouw hoe de RvT naar de toekomst van de UT kijkt als het gaat om extra investeringen Vastgoed, geld voor het primaire proces en het beroep op reserves. De Plasterkkorting en 2e geldstroom die teruggehaald wordt. Maar ook de gevolgen van de economische crisis, de voorbereiding van de begroting en de zojuist doorgevoerde reorganisatie EMB. Kortom de ambities van de UT zijn hoog, maar in hoeverre zijn alle ideeën haalbaar. De Boer geeft aan dat de actuele positie van de UT financieel gezond is. Er is een meerjaren-vooruitblik en deze wordt elk jaar opnieuw bijgesteld. De afweging die je kunt maken is hoe vertaal je de visie tot een uitwerking. Van jaar tot jaar zal dit bekeken worden op haalbaarheid. Men zal de vinger aan de pols houden en zo nodig de plannen bijstellen. Lagendijk vraagt waar voor de RvT de focus ligt. De Boer antwoordt dat zij zich focussen op het meerjarenplan. Cash flow is daarbij heel belangrijk en ook de arrangementen met de banken. Het laatste punt is een stukje flexibiliteit in plannen. Daarbij is er afgesproken dat we jaarlijks opnieuw naar de plannen kijken. Bijkerk merkt op met betrekking tot de reorganisatie EMB dat er geluiden zijn dat een soortgelijke reorganisatie in Delft mislukt is. De RvT volgt dit proces. De raad krijgt in het najaar een evaluatierapport van de reorganisatie EMB. Van der Kooij vraagt in hoeverre de RvT RoUTe’14 heeft meegekregen. Van Essen geeft aan dat het hele RoUTe ’14 traject op de voet gevolgd wordt. Met zicht op onze verantwoordelijkheden zullen we ook aanschuiven bij het UMT, aldus Van Essen. Van der Kooij heeft het gevoel dat de communicatie over RoUTe ’14 richting studenten afzwakt. Ze worden minder bij het proces betrokken. In het kader hiervan stelt hij voor om iets te organiseren zodat het weer onder de aandacht wordt gebracht bij studenten. De bijeenkomst in december is ook goed bezocht door studenten.

Flierman vindt het terecht dat dit punt aangehaald word en deelt deze zorg. Brinksma voegt hieraan toe dat de opkomst vaak tegen valt. Bij de senaatsbijeenkomst was de opkomst wel hoog te noemen. Bij een controversieel onderwerp is de opkomst vaak heel hoog. Het college zegt toe de studenten meer te betrekken bij RoUTe’14 en de communicatie daarover. Na de vakantie zal opnieuw een bijeenkomst vergelijkbaar aan die van 3 december worden georganiseerd.

Lagendijk vraagt hoe de RvT over medezeggenschap denkt. Van Essen durft stellig te beweren dat de medezeggenschap een dominante rol speelt in de kwaliteit van besturen. Het is een belangrijk orgaan. De wijze van meedenken is soms lastig, maar van belang is hoe je omgaat met de medezeggenschap.

Namens Pro-UT stelt Van Benthem de fusie aan de orde. Een aantal jaren geleden was de druk van buitenaf erg groot om met Delft te fuseren. De toenmalige voorzitter was voor een fusie. Delft was daar echter geen voorstander van. De positie van de UT was toen verontrustend. Flierman wijst erop dat er wel degelijk een aantal successen uit de 3TU federatie zijn voortgekomen. Op bepaalde terreinen versterkt Twente zich en op andere Eindhoven. Het 3TU Ontwikkelingsplan geeft de visie weer voor de komende tijd. Bepaalde doelen zijn gehaald. Behalve dan het doel om het studierendement drastisch te verhogen. De instroomcijfers zijn moeilijk te duiden. Het Duitse marktaandeel is aanzienlijk aan het vergroten en daar is niets op tegen. Het heeft ook met profilering en Branding te maken, maar groei is noodzakelijk. We zullen ons als aantrekkelijke universiteit in de markt moeten zetten. Dit zal onder meer vorm krijgen in het kader van de nieuwe profilering van de UT.

Vanuit Lijst Chairman vraagt Lagendijk of er in 3TU verband onderlinge contacten zijn met de respectievelijke Raden van Toezicht. Van Essen antwoordt hierop dat hij die recent heeft gehad. Dit veld is heel complex omdat er veel gebeurt. En daarbij moet je je telkens afvragen wat nu de juiste weg is voor de UT. We hebben hierover nader overleg met het CvB. Binnenkort gaat collegelid Flierman op werkbezoek naar Zwitserland om een soortgelijk samenwerkingsverband te bekijken. Brinksma stelt nu terugkijkend naar de inzet dat het succes van 3TU in een kader geplaatst moet worden. Er is versterking gecreëerd en inhoudelijke verbetering door gerichte samenwerking. Op het gebeid van techniek is er nog een belangrijke slag te slaan in het verbeteren van de valorisatie. Deze samenwerking is zeker nuttig te noemen. Lagendijk uit zijn zorgen over een aantal zaken die beter verduidelijkt moeten worden aan de UT-gemeenschap. Flierman geeft toe dat de communicatie wel beter kan, maar daar ligt ook een taak van de UR. Hij is zeer tevreden op de wijze waarop UT Nieuws over RoUTe’14 heeft bericht. Tenslotte vraag Lagendijk naar de belangrijkste topics voor de komende 6 maanden. Van Essen noemt de Kadernota richting jaarplan 2010 en de praktische besluitvorming, de integratie van ITC als belangrijkste zaken voor het komend jaar. Maar 3 TU is al jarenlang een standaard agendapunt. Het thema communicatie zowel intern als extern ten aanzien van het profiel van de UT en de investering hierin en ten slotte de effecten van de financiële crisis.


13. Mondelinge rondvragen


Kuin vraagt met betrekking tot de studie Create of de gedragscode voertalen nog uitgebreid gaat worden. Brinksma zegt hierop dat het college in een volgende vergadering hierop zal terugkomen.


Kuin wil weten of bepaalde groepen studenten als een soort van stage mee kunnen lopen in het programma van de Graduate School. Brinksma vindt dit een interessante gedachte en neemt dit punt mee. .

Vrijdag 19 juni was de presentatie van de nieuwe zonneauto van het Solar Team Twente. De zonneauto was overal te zien. Van der Kooij brengt hulde aan het Solar Team.


De voorzitter vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot het functioneren van de Instituutsraden. Het college antwoordt dat hierin verbetering moet komen. Het CvB zal hierover in overleg treden met de wetenschappelijk directeuren.


Flierman heeft nog een aantal mededelingen.


Er is een ontmoeting is geweest met de collegevoorzitter van Münster in het kader van een samenwerking.


Onlangs heeft Albert van den Berg de Spinozaprijs 2009 ontvangen. Deze prijs van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek is de grootste Nederlandse onderscheiding in de wetenschap. Daarmee zijn er nu twee wetenschappers van onze universiteit die tot de top behoren.


Boeing, Koninklijke Ten Cate, StorkFokker en de UT richten samen een onderzoekscentrum voor thermoplastische composieten op. Dit Thermoplastic Composites Research Centre (TPRC) wordt gevestigd op de UT. De oprichtingsovereenkomst werd op vrijdag 12 juni ondertekend.


Vrijdag vindt de ondertekening van Talent naar de Top plaats. Dit is een initiatief voor meer vrouwen naar de top. We ondertekenen daarmee de belofte tot het aantrekken en behouden van vrouwelijk talent.


Veenendaal vraagt met betrekking tot de Nota Kaderstelling of er financiën gereserveerd zijn specifiek voor vrouwen en ligt dit per faculteit vast. Brinksma antwoordt dat juist die faculteiten waar vrouwen achterblijven een inhaalslag moeten maken, maar niet in die orde van grootte.


Lagendijk uit namens de Universiteitsraad zijn dank richting mw. Sorgdrager voor de goede samenwerking. Daarbij complimenteert hij de collegeleden en UR-leden voor hun kritische inzet en samenwerking in het afgelopen academisch jaar. Hij waardeert daarbij de goede samenwerking met de stafmedewerkers. En tenslotte dankt hij de griffie voor de goede ondersteuning.


14. Sluiting

Om 17.30 uur sluit de voorzitter de vergadering. Aansluitend vindt er een borrel plaats.