Reactie van de Raad

UR 09-200 Schriftelijke Rondvraagpunten

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302


Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 09 - 200

Fax


Datum

4 september 2009

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Schriftelijke rondvraag overlegvergadering van 9 september 2009



Geacht college,


De Universiteitsraad heeft in zijn onlangs gehouden interne vergadering een tweetal schriftelijke rondvragen geformuleerd. Graag ontvangt de UR in de komende overlegvergadering uw reactie hierop.


1. Promovendi

Via het landelijk Promovendi Netwerk Nederland (PNN) heeft de URaad vernomen dat de Collegevoorzitter van de UT, samen met collega's van Universiteit Maastricht en Rijks Universiteit Groningen (RUG), een verkenning uitvoert naar de mogelijkheden van introductie van beurs(aal)-promovendi in de WHW. Na deze verkenning zouden de mogelijkheden worden besproken met relevante ministeries.

Daarnaast heeft de kantonrechter een uitspraak gedaan met betrekking tot beurs(aal)-promovendi. Het ging hier om een rechtszaak tegen de RUG, aangespannen door ABVAKABO FNV. De kantonrechter heeft ABVAKABO FNV op alle punten in het gelijk gesteld en daarmee verklaard dat er een arbeidsovereenkomst bestaat tussen de RUG en haar werkzame (beurs-)promovendi.

Naar aanleiding van deze berichten heeft de UR de volgende vragen. 

Klopt het dat het CvB meewerkt in de verkenning naar de mogelijkheden van introductie van beurs(aal)-promovendi in de WHW?

oZo ja,

§kan het CvB dan aangeven wat de insteek is van de UT?

§in hoeverre past dit dan binnen de eerdere afspraken dat de UT in principe uitgaat van promovendi als medewerker met bijbehorende rechten en plichten?

Heeft het college de uitspraak van de kantonrechter gezien en bestudeerd?

oZo ja, wat is dan de reactie van het college op de uitspraak?

In hoeverre heeft de uitspraak van de kantonrechter gevolgen voor het beleid van de UT?

 

2. Werkgroep “Verbetering kwaliteit en efficiency ondersteunende processen”

De UR heeft met belangstelling kennisgenomen van de opdracht aan een werkgroep “Verbetering kwaliteit en efficiency ondersteunende processen” om een onderzoek in te stellen naar de organisatie van de ondersteunende processen van de UT in brede zin zoals die zijn vormgegeven door de concerndirecties, de servicecentra en binnen de faculteiten.





Naar aanleiding daarvan hebben wij in dit stadium de volgende vragen:


1.Wat is de samenhang tussen deze opdracht en het project EMB en de toegezegde evaluatie hiervan?

2.Op welk moment in het voorgenomen tijdspad worden de resultaten van de rapportage met de gevraagde concrete voorstellen aan de UR voorgelegd?



Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,



drs. F.L. Lagendijk

voorzitter