Agendapunten

UR 08-405 Schriftelijke rondvraagpunten




universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302


Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 08 - 405

Fax


Datum

12 december 2008

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl



Betreft: Schriftelijke rondvragen overlegvergadering 17 december 2008




Geacht college,


In de interne vergadering van de Universiteitsraad zijn onderstaande vragen geformuleerd.

Graag ontvangt de raad uw reactie hierop in de komende overlegvergadering.


A. Toekomst minoren

Onlangs bereikte ons het bericht dat besloten is om de minorruimte uit het curriculum van de opleiding Gezondheidswetenschappen te halen. Er zijn meer opleidingen die geen minor hebben of de keuze van de minor beperkt hebben. Tegelijkertijd zijn er andere ontwikkelingen zichtbaar die te toekomst van de minor in zijn huidige vorm zullen beïnvloeden. In RoUTe '14 staan twee verwijzingen naar de minor:


“Naast een hoge kwaliteit heeft al het onderwijs van Universiteit Twente een aantal andere dingen gemeen. Het onderwijs is multidisciplinair en biedt in de undergraduate fase door middel van de minor ruimte voor verbreding en internationale oriëntatie. Onafhankelijk van de discipline wordt een ondernemende houding gestimuleerd en ligt de nadruk op het ontwerpen van oplossingen voor complexe problemen.” (pagina 11)

Ook in andere undergraduate programma's zal meer onderwijs in het Engels aangeboden worden, met als eerste mijlpaal een volledig Engelstalige minor in elk programma. Daarmee wordt uitwisseling van studenten beter mogelijk gemaakt.”

Hierbij hebben wij de volgende vragen:

1. Wat is de mening van het college over het feit dat niet elke student een minor kan volgen binnen zijn/haar curriculum?
2. Deelt het college de opvatting dat het verdwijnen van de minorruimte uit curricula in strijd is het met het tweede citaat uit RoUTe '14?
3. Om een goede uitwisseling (internationaal dan wel met 3TU-partners) mogelijk te maken is het wenselijk om een heel semester elders te kunnen volgen. Krijgt de UT in de toekomst minors van 30 EC?



B. OSIRIS en OER

Aanleiding voor deze vraag is uw brief aan de decanen d.d. 24 november 2008 met als onderwerp: “Gemeenschappelijke Onderwijs- en Examenregeling (OER) voor de bacheloropleidingen UT en Gedragsregels t.b.v. de examens en tentamens van de examencommissie”







Om een gemeenschappelijk UT-breed Onderwijs- en Examenregeling (OER) vast te kunnen stellen is als voorwaarde gesteld dat een goed functionerend studievolg-systeem aanwezig moet zijn (1). In uw brief aan de decanen van de faculteiten wordt de volgende formulering hiervoor gebruikt: “Hierbij is als voorwaarde gesteld om een nieuw Studenten Informatie Systeem (SIS) in te voeren.” U geeft hierna in de brief aan dat aan de voorwaarde voldaan is door de volzin: “Aan die voorwaarde is voldaan door de aanschaf van Osiris.”


Naar aanleiding van de genoemde brief stellen we de volgende vragen:

1.Tijdens de OOS-commissievergadering van 30 oktober 2008 gaf de Rector Magnificus aan dat het nog niet zeker was dat implementatie van een gemeenschappelijk OER per 1 september 2009 mogelijk was. Een werkend studievolg-systeem was hierbij de voorwaarde waar sowieso aan voldaan moest worden. Is het CvB, gezien de genoemde brief, nog steeds de mening toegedaan dat invoering per 1 september 2009 nog geen vaststaand feit is?


2. Is alleen het aanschaffen van OSIRIS voor het CvB voldoende om aan de genoemde voorwaarde (1) te voldoen? Of is het CvB net als de Universiteitsraad van mening dat alleen een (bewezen goed) functionerend Studenten Informatie Systeem / studentvolg-systeem invulling geeft aan de genoemde voorwaarde?


3. Op of vóór welke datum wordt duidelijk of aan alle vastgestelde voorwaarden is voldaan voor invoering van een gemeenschappelijk OER per 1 september 2009?


Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




drs. F.L. Lagendijk

voorzitter