agendapunten

4. Brief CvB Herziene onderzoeksnota

Aan de voorzitter van de Universiteitsraad




uw kenmerk


telefoon

053-489 5686

ons kenmerk

ABZ/379.636/al

fax

053-489 4898

datum

9 augustus 2007

e-mail

p.p.hoetink@utwente.nl

bijlage

Nota onderzoeksbeleid Universiteit Twente 2007 - 2010

onderwerp

Herziene nota onderzoeksbeleid 2007 - 2010






Ten aanzien van de onderzoeksnota hebben wij met u afgesproken dat wij begin augustus een voorstel zouden doen, dat ingaat op de aspecten die u graag nader geregeld ziet. Hierbij ontvangt u dit voorstel, in de vorm van een herziene versie van de nota. Wij leggen deze nota ter instemming aan u voor.


Graag lichten wij de wijzigingen in de nota toe. De hoofdstukken 1 tot en met 6 zijn ongewijzigd, aangezien u heeft aangegeven dat u kunt instemmen met de hierin omschreven strategische keuzen ten aanzien van het onderzoek.

Het financiële hoofdstuk (het eerdere hoofdstuk 7), inclusief de uitgangspunten voor het verdeelmodel, is uit de nota verwijderd. De discussie over het verdeelmodel zal in het vervolg van de procedure los van de onderzoeksnota wordt gevoerd. Het voorgenomen onderzoeks-beleid kan zowel met het huidige als met een nieuw verdeelmodel, zoals ons dat voor ogen staat, vorm krijgen.

Er is een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 7) toegevoegd over ‘’Organisatie, bestuur en mede-zeggenschap’’. De bestaande relatie tussen decanen en WD’n ondergaat door deze nota geen wijzigingen, maar wordt nader ingevuld. In dit hoofdstuk zijn de toezeggingen met betrekking tot de relatie decanen - WD’n, die wij in een eerder stadium mondeling aan u hebben gedaan, op schrift gesteld en nader uitgewerkt.

In hoofdstuk 7 zijn ook de toezeggingen die wij aan u gedaan hebben over de medezeggen-schap in hoofdlijnen nader uitgewerkt. Instituutsraden worden qua verantwoordelijkheden en bevoegdheden gelijk gesteld met faculteitsraden. Dit zal in het nieuwe BBR, dat eveneens in september ter instemming aan u voor zal liggen, worden verankerd en nader worden uitgewerkt.

De uitwerkingen in hoofdstuk 7 dienen, conform de artikelen 19 en 23 van het BBR, te worden gezien als een richtlijn aan de decanen respectievelijk WD’n bij bestaande verantwoordelijk-heden en bevoegdheden zoals deze zijn beschreven in de genoemde artikelen en in de in 2002 ontwikkelde bestuurlijke structuur. Dit impliceert dat de nota ook onder het geldende bestuurlijke regime in uitvoering kan worden genomen.











Hoewel wij, zoals bekend, werken aan een aantal bijstellingen in ons bestuurlijk- en financieel instrumentarium, zijn al met al ook op dit moment, zowel op faculteits- en instituutsniveau als op instellingsniveau, afdoende mechanismen gedefinieerd die integraal en adequaat bestuur en medezeggenschap bevorderen. Op basis van de inhoudelijke consensus en de uitwerking van uw wensen, zoals neergelegd in het nieuwe hoofdstuk 7, vertrouwen wij erop dat kunt instemmen met de nota.


Namens het College van Bestuur,





Drs. P.A. Binsbergen,

Secretaris van de Universiteit