Reacties_van_de_raad

7. Brief UR Student Union

logo URaad Ut

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 07 - 227

Fax


Datum

21 juni 2007

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Convenant UT – Student Union, overlegvergadering 26 juni 2007


Geacht college,



Omdat u in het najaar van 2007 het nieuwe convenant tussen de Universiteit Twente en de Stichting Student Union Universiteit Twente aan de Universiteitsraad zal voorleggen en gezien het belang van de Union voor de studenten en medewerkers van de Universiteit, wil de Raad graag met u van gedachten wisselen over dit onderwerp.


Gezien:

1.de ‘Overeenkomst Student Union en de Universiteit Twente 2004 – 2007’ waarin de Union “als vertegenwoordiger van de gehele studentengemeenschap” wordt aangeduid;

2.art. 3, lid 1 van het geldende ‘Reglement Universiteitsraad’ waarin staat dat in de Raad “leden gekozen uit en door de studenten” zitting nemen;

3.art. 4, lid 1 van de Statuten van de Union waarin staat dat het doel van de Union “het bevorderen van de academische vorming en het welzijn van de studenten van de Universiteit” is en dat “Deelnemers zijn verenigingen of stichtingen die als zodanig door het bestuur [van de Union] zijn toegelaten”;

4.art. 2 van de University of Warwick Students’ Union Constitution waarin staat dat “this union is directed by its members” en in de definities, art. 4.1 lid (a): “Full members: All registered students of the University”, dit is vergelijkbaar met de statuten van andere organisaties die de naam ‘Student Union’ dragen in Canada, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Ierland, Australië en Nieuw-Zeeland;

5.de nota ‘Efficiënte Moderne Bedrijfsvoering’ waarin het college “optimale taakverdeling, heldere verantwoordelijkheden, standaardisatie, gemeenschappelijkheid, samenhang en klantgerichtheid” nastreeft in de bedrijfsvoering van de Universiteit en “optimalisatie van de relatie tussen de dienst en de klant/afnemer” in het bijzonder nastreeft door de klant ‘eigenaar’ te maken van de dienst;

6.het Instellingsplan 2005 – 2010 waarin wordt gesteld dat de missie van de Universiteit gerealiseerd kan worden “door een gemotiveerde, hoogwaardige academische gemeenschap die optimaal wordt ondersteund door de Student Union die de opdracht heeft studentenactivisme te bevorderen” en “Onder het motto “studenten weten wat goed


7.is voor studenten” zal het studentenzelfbestuur verder worden uitgebouwd, inclusief het beheer van de hiervoor relevante sturingsmiddelen”.


Vragen:

1.Hoe ziet het college de positie van de Union ten opzichte van de Universiteit? De Union is een onafhankelijke rechtspersoon maar is financieel en bestuurlijk gezien bijna volledig afhankelijk van de Universiteit.

2.Hoe ziet het college de rollen van de studentengeleding van de Universiteitsraad en de Union ten opzichte van elkaar?

3.Hoe ziet het college de huidige bestuursstructuur van de Union, waarbij een student via vier bestuurslagen (een Algemene Leden Vergadering van een vereniging waar de student lid is, het betreffende verenigingsbestuur, de Deelnemersraad van de Union en de Raad van Toezicht van de Union) invloed heeft op het Unionbestuur? Dit dient vergeleken te worden met de medezeggenschap bij de Faculteiten en Diensten van de Universiteit en hoe studenten via de Universiteitsraad en het College invloed hebben op het Unionbestuur.

4.Erkent het college het gebrek aan draagvlak van de Union onder studenten? Hoe denkt het college dat dit draagvlak kan worden vergroot?

5.De Union is opgericht naar Brits voorbeeld, maar heeft een andere bestuursstructuur. Waarom is onze Union anders dan de Britse Unions? Verwacht het college haar in 1997 ingezette kanteling in het studentenzelfbestuur door te zetten naar een klassieke Britse Union?

De raad verneemt graag uw ideeën over deze zaken tijdens de overlegvergadering aanstaande dinsdag.




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T. M. J. Meijer

voorzitter