Agendastukken

5. Bestuurs- en beheersreglement UT


















Bestuurs- en Beheersreglement


Universiteit Twente


2007





















kenmerk: versie juni 2007







Bestuurs- en beheersreglement Universiteit Twente


ingevolge het gestelde in artikel 9.4 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW),


vastgesteld door het college van bestuur,


na verkregen instemming van de universiteitsraad,


en goedgekeurd door de raad van toezicht in zijn vergadering van …………………












INHOUDSOPGAVE





Hoofdstuk I Algemene bepalingen


Hoofdstuk II Bestuur en inrichting van de universiteit

§ 1 Faculteiten en opleidingen

§ 2 Interfacultaire onderzoeksinstituten

§ 3 Centrale diensten

§ 4 Raad van toezicht

§ 5 Raad van advies

§ 6 College van bestuur

§ 7 College voor promoties

§ 8 Strategisch beraad

§ 9 Adviesorganen

§ 10 De faculteit

§ 11 Het onderzoekinstituut

§ 12 Leerstoelen

§ 13 Bijzondere leerstoelen


Hoofdstuk III Beheersorganisatie


Hoofdstuk IV Universiteitsraad


Hoofdstuk V Lokaal overleg


Hoofdstuk VI Regels voor het gebruik van gebouwen, terreinen en andere
universitaire voorzieningen


Hoofdstuk VII Slot- en overgangsbepalingen

I ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1 Begripsbepalingen


In dit reglement wordt verstaan onder:


a.

Universiteit:

De Universiteit Twente (UT), gevestigd te Enschede;

b.

WHW:

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

c.

Beheer:

Het geheel van activiteiten dat betrekking heeft op de zorg voor de rechtmatige en doelmatige aantrekking, beschikbaarstelling, inzetbaarheid en instandhouding van personele, materiële en financiële middelen van de universiteit

d.

Beheerseenheid:

Het door het college van bestuur onderscheiden deel van de universiteit als afzonderlijke eenheid van personeel, materiële en financiële middelen;

e.

Beheerder:

De natuurlijke persoon die belast is met beheer als bedoeld in hoofdstuk III van dit reglement;

f.

Directeur:

Het hoofd van een dienst als bedoeld in hoofdstuk III van dit reglement;

g.

Decaan:

De decaan van de faculteit als bedoeld in artikel 18 lid 1 van dit reglement;

h.

Leerstoel

Wetenschapsgebied waarin onder leiding van een hoogleraar onderwijs wordt aangeboden en onderzoek verricht;

i.

Wetenschappelijk directeur

De wetenschappelijk directeur van een onderzoeksinstituut als bedoeld in artikel 22 van dit reglement;

j.

Zakelijk directeur

Natuurlijke persoon binnen het onderzoeksinstituut die door de beheerder is belast met beheerstaken;

k.

Directeur bedrijfsvoering:

Natuurlijke persoon binnen de faculteit die door de beheerder is belast met beheerstaken

l.

Onderzoeksinstituut

Bekostigings- en organisatorische eenheid waarin een samenhangend geheel van onderzoekprogramma's is ondergebracht

m.

Faculteit

De eenheid als bedoeld in artikel 9.11. WHW

n.

Strategisch beraad

Het beraad als bedoeld in artikel 16 van dit reglement



Artikel 2 Overige bepalingen


1.Het bepaalde bij of krachtens dit reglement is mede van toepassing op het personeel van derden dat werkzaam is bij de universiteit, indien en voorzover daarover tussen het college van bestuur en die derden overeenstemming bestaat.

2.Overal waar in dit reglement de mannelijke vorm wordt gebruikt, kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen.

3.De in dit reglement voorkomende begrippen hebben indien ze ook voorkomen in de WHW dezelfde betekenis als in de WHW.



II BESTUUR EN INRICHTING VAN DE UNIVERSITEIT


§ 1 Faculteiten en opleidingen


Artikel 3 Faculteiten


De universiteit omvat de volgende faculteiten:

faculteit Management en Bestuur (MB);

faculteit Construerende Technische Wetenschappen (CTW);

faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI);

faculteit Gedragswetenschappen (GW);

faculteit Technische Natuurwetenschappen (TNW).


Artikel 4 Opleidingen

Aan de universiteit zijn de volgende opleidingen ingesteld:

a.In de faculteit Management en Bestuur

de bacheloropleiding Bestuurskunde

de bacheloropleiding Technische Bedrijfskunde

de bacheloropleiding Bedrijfskunde

de bacheloropleiding Gezondheidswetenschappen

de masteropleiding European Studies

de masteropleiding Public Administration

de masteropleiding Industrial Engineering and Management

de masteropleiding Business Administration

de masteropleiding Healthcare management

b. In de faculteit Construerende Technische Wetenschappen

de bacheloropleiding Industrieel Ontwerpen

de bacheloropleiding Civiele Techniek

de bacheloropleiding Werktuigbouwkunde

de masteropleiding Mechanical Engineering

de masteropleiding Industrial Design Engineering

de masteropleiding Civil Engineering and Management

de masteropleiding Sustainable Energy Technology

c.In de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

de bacheloropleiding Informatica

de bacheloropleiding Bedrijfsinformatietechnologie

de bacheloropleiding Telematica

de bacheloropleiding Toegepaste Wiskunde

de bacheloropleiding Elektrotechniek

de masteropleiding Applied Mathematics

de masteropleiding Computer Science

de masteropleiding Human Media Interaction

de masteropleiding Business Information Technology

de masteropleiding Telematics

de masteropleiding Electrical Engineering

de Masteropleiding Mechatronics

de masteropleiding Embedded Systems

d.In de faculteit Gedragswetenschappen

de bacheloropleiding Psychologie

de bacheloropleiding Toegepaste Onderwijskunde

de bacheloropleiding Toegepaste Communicatiewetenschap

de masteropleiding Philosophy of Science, Technology and Society

de masteropleiding Psychology

de masteropleiding Educational Science and Technology

de masteropleiding Research in Social Science

de masteropleiding Communication Studies

e.In de faculteit Technische Natuurwetenschappen

de bacheloropleiding Technische Natuurkunde

de bacheloropleiding Chemische Technologie

de bacheloropleiding Biomedische Technologie

de masteropleiding Applied Physics

de masteropleiding Chemical Engineering

de bacheloropleiding Technische Natuurwetenschappen

de bacheloropleiding Technische Geneeskunde

de masteropleiding Biomedical Engineering

de masteropleiding Clinical Technology

de masteropleiding Nanotechnology


Lerarenopleidingen:

In de faculteit Gedragswetenschappen:

de masteropleiding Social Science Education

de opleiding tot leraar voor het vak Algemene Economie

de opleiding tot leraar voor het vak Bedrijfseconomie

de opleiding tot leraar voor het vak Maatschappijleer

In de faculteit Gedragswetenschappen:

de masteropleiding Science Education:

de opleiding tot leraar voor het vak Wiskunde

de opleiding tot leraar voor het vak Informatica

de opleiding tot leraar voor het vak Scheikunde

de opleiding tot leraar voor het vak Natuurkunde




§ 2 Interfacultaire Onderzoeksinstituten


Artikel 5 Onderzoeksinstituten


De universiteit omvat de volgende onderzoeksinstituten, als bedoeld in artikel 9.21 WHW:


1.Institute for Nanotechnology (MESA)

2.Biomedisch Technologisch Instituut (BMTI)

3.Centrum voor Telematica en Informatietechnologie (CTIT)

4.Institute of Mechanics, Processes and Control Twente (IMPACT)

5.Institute for Governance Studies (IGS)

6.Institute for Behavourial Research (IBR)


§ 3 Centrale diensten


Artikel 6 Diensten


1. Ter ondersteuning van onderwijs en onderzoek, dan wel van bestuur en beheer, zijn de volgende diensten ingesteld als bedoeld in artikel 9.50.WHW:

a. Directie Financiële en Economische Zaken (FEZ)

b. Directie Personeel, Arbeid & Organisatie (PA&O)

c. Directie Strategie en Coördinatie (S&C)

d. Facilitair Bedrijf (FB)

e. ICT-servicecentrum (ICTS)

f. Onderwijsservicecentrum (OWS)

g. Servicecentrum Wetenschappelijke informatievoorziening (SWi)

h. Eenheid Secretaris (Sec)







§ 4 Raad van toezicht


Artikel 7 Samenstelling en werkwijze


1.Er is een raad van toezicht die bestaat uit 5 leden.

2.De voorzitter en de andere leden worden door de minister benoemd, geschorst en ontslagen, gehoord de universiteitsraad. Een lid geniet in het bijzonder het vertrouwen van de universiteitsraad. De benoeming geschiedt voor een periode van 4 jaar.

3.Een lid kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.

4.Het college van bestuur voorziet in de administratieve ondersteuning van de raad van toezicht.

5.De leden van het college van bestuur wonen de vergaderingen van de raad van toezicht bij, tenzij de raad anders beslist. Zij hebben daarin een adviserende stem.


Artikel 8 Taken en bevoegdheden


1.De raad van toezicht is belast met het toezicht op het bestuur van de universiteit in haar geheel en op het beheer daarvan. Hij staat het college van bestuur met raad bij. De raad ziet erop toe dat het college van bestuur bij de uitoefening van zijn bevoegdheden de op de universiteit betrekking hebbende wetten alsmede de krachtens die wetten uitgevaardigde regelingen, richtlijnen, aanwijzingen en reglementen naleeft.

2.De raad van toezicht is belast met:

a.goedkeuring van het bestuurs- en beheersreglement, bedoeld in artikel 9.4 WHW;

b.goedkeuring van het instellingsplan, bedoeld in artikel 2.2 WHW;

c.goedkeuring van de begroting, bedoeld in artikel 2.8 WHW;

d.goedkeuring van het verslag, bedoeld in artikel 2.9 WHW;

e.goedkeuring van het besluit of de herroeping daarvan met betrekking tot de keuze voor een medezeggenschapsstructuur, bedoeld in artikel 9.30 WHW en, in voorkomende gevallen, van de daarbij behorende medezeggenschapsregeling;

f.goedkeuring van een besluit betreffende een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 8.1 WHW.


Artikel 9 Verantwoordings- en inlichtingenplicht


1.De raad van toezicht is verantwoording schuldig aan de minister.

2.De raad van toezicht verstrekt de minister de gevraagde inlichtingen betreffende zijn handelen.


§ 5 Raad van advies


Artikel 10 Samenstelling en werkwijze


1.Er is een raad van advies. Het college van bestuur benoemt de leden van de raad van advies.

2.De raad van advies is een extern klankbord bij de voorbereiding van het strategische beleid.

3.De raad van advies komt tenminste twee maal per jaar bijeen. Tussentijds kan schriftelijke raadpleging plaatsvinden.

4.De leden van de raad van toezicht kunnen de vergadering van de raad van advies bijwonen.

5.Het college van bestuur voorziet in de administratieve ondersteuning van de raad van advies.




§ 6 College van bestuur


Artikel 11 Samenstelling


1.Het college van bestuur bestaat uit maximaal 3 leden, onder wie de rector magnificus van de universiteit.

2.De raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van het college van bestuur, gehoord het strategisch beraad en de universiteitsraad. De benoeming geschiedt voor een door de raad van toezicht te bepalen termijn. Met het einde van de maand waarin een lid de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens heeft bereikt, wordt hem eervol ontslag verleend.

3.Een lid kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.

4.De voorzitter van het college van bestuur wordt uit de leden van het college van bestuur door de raad van toezicht benoemd, gehoord het strategisch beraad en de universiteitsraad.

5.De rector magnificus, zijnde een hoogleraar, wordt benoemd door de raad van toezicht, gehoord het strategisch beraad en de universiteitsraad.


Artikel 12 Algemene bevoegdheden


1.Het college van bestuur is belast met het bestuur van de universiteit in haar geheel en met het beheer daarvan, onverminderd de bevoegdheden van de raad van toezicht.

2.Het college van bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit die bij of krachtens de WHW aan het instellingsbestuur zijn opgedragen. Het college van bestuur heeft ondermeer de bevoegdheid tot het geven van richtlijnen.

3.De voorzitter van het college van bestuur vertegenwoordigt de universiteit in en buiten rechte.


Artikel 13 Verantwoordings- en inlichtingenplicht


1.Het college van bestuur is verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht.

2.Het college van bestuur verstrekt de raad van toezicht de gevraagde inlichtingen omtrent zijn besluiten en handelingen.

3.Het college van bestuur verstrekt de minister de gevraagde inlichtingen omtrent de universiteit.


§ 7 College voor promoties


Artikel 14 Samenstelling


Er is een college voor promoties. Het college voor promoties bestaat uit de decanen en de rector magnificus. De rector magnificus is voorzitter.


Artikel 15 Taken en bevoegdheden


1.Het college voor promoties is het college dat het doctoraat verstrekt, bedoeld in artikel 7.18 WHW.

2.Het college voor promoties stelt het promotiereglement vast, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.19 WHW.

3.Het college voor promoties heeft het recht om op voordracht van een decaan of wetenschappelijk directeur, het college van bestuur gehoord, wegens zeer uitstekende verdiensten aan natuurlijke personen het doctoraat honoris causa te verlenen, bedoeld in artikel 7.19 WHW.








§ 8 Strategisch beraad


Artikel 16 Samenstelling en taken


1.Er is een strategisch beraad (SB). Het strategisch beraad wordt gevormd door het college van bestuur, de decanen van de faculteiten en de wetenschappelijk directeuren van onderzoeksinstituten. Voorzitter van het SB is de voorzitter van het college van bestuur. Het strategisch beraad vergadert tenminste 4 keer per jaar.

2.Het college van bestuur bepaalt het strategische beleid van de universiteit in nauw overleg met het SB.

3.Het onderzoekberaad (CvB-Wd) bestaat uit de wetenschappelijk directeuren van de onderzoeksinstituten en het college van bestuur. De voorzitter van het college van bestuur zit de vergadering voor. Het onderzoekberaad vergadert tenminste 4 keer per jaar. In het onderzoekberaad vindt ondermeer de afstemming, coördinatie en voorbereiding van het universitair onderzoekbeleid plaats.

4.Het onderwijsberaad (CvB-D) bestaat uit de decanen en het college van bestuur. De voorzitter van het college van bestuur zit de vergadering voor. Het onderwijsberaad vergadert tenminste 8 keer per jaar. In het onderwijsberaad vindt ondermeer de afstemming, coördinatie en voorbereiding van het universitair onderwijsbeleid plaats.



§ 9 Adviesorganen


Artikel 17 Adviesorganen


1.Het college van bestuur kan besluiten andere adviesorganen in te stellen. Tot de adviesorganen wordt in ieder geval gerekend: de Universitaire Commissie Onderwijs (UCO), de Universitaire Commissie Bedrijfsvoering (UCB) en de Centrale Commissie Innovatie (CCI).

2.Het college van bestuur stelt de samenstelling en werkwijze van de adviesorganen vast. De UCO heeft twee student-leden welke worden voorgedragen door de Universiteitsraad. De agenda, verslagen en stukken van de adviesorganen zijn openbaar, behoudens de bevoegdheid van de voorzitter van deze vergaderingen of het college van bestuur om (een deel van) bedoelde stukken besloten te laten zijn.



§ 10 De faculteit


Artikel 18 Het bestuur


1.De verzorging van het onderwijs en de beoefening van de wetenschap geschieden in de faculteit. Aan het hoofd van de faculteit staat de decaan van de faculteit.

2.De decaan wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het college van bestuur, gehoord de faculteitsraad. De benoeming geschiedt voor een door het college van bestuur te bepalen termijn.

3.De decaan kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.

4.De decaan bezit de hoedanigheid van hoogleraar.


Artikel 19 Richtlijnen aan de decaan


1.Het college van bestuur kan richtlijnen vaststellen met het oog op de organisatie en coördinatie van de uitoefening door de decaan van ondermeer de bevoegdheid van de decaan tot:

a.het vaststellen van het faculteitsreglement;

b.het vaststellen van de onderwijs- en examenregeling alsmede de regelmatige beoordeling daarvan;

c.het vaststellen van de algemene richtlijnen voor de wetenschapsbeoefening;

d.het vaststellen van het jaarlijks onderzoekprogramma van de faculteit;

e.het instellen van de examencommissies en de commissies voor het colloquium doctum;

f.het vaststellen van nadere regels omtrent de wijze waarop vrijstellingen kunnen worden verkregen;

g.het sluiten van een gemeenschappelijke regeling ten behoeve van een of meer opleidingen met andere faculteiten;

h.het vaststellen van de begroting;

i.het facultaire beleidsplan.

2.Het college van bestuur stelt een richtlijn als bedoeld in het vorige lid niet vast dan nadat het hierover overleg heeft gevoerd met de decanen..


Artikel 20 Overige taken en bevoegdheden van de decaan


1.De decaan is voorts belast met de algemene leiding van de faculteit. Hij is belast met het bestuur en de inrichting van de faculteit voor het onderwijs en de wetenschapsbeoefening.

2.De decaan werkt mee aan het bestuur van de universiteit, onder meer door deelname aan het strategisch beraad en het plegen van overleg met het college van bestuur over de voorbereiding van het instellingsplan en de begroting.

3.Onverminderd het bepaalde in artikel 19 stelt de decaan ter nadere regeling van het bestuur en de inrichting van de faculteit het faculteitsreglement vast. Dit reglement behoeft de goedkeuring van het college van bestuur.

4.De decaan voorziet in de benoeming van een opleidingsdirecteur voor elke opleiding dan wel combinatie van opleidingen die in de faculteit is ingesteld, gehoord de faculteitsraad. Deze benoeming behoeft de goedkeuring van het college van bestuur.

5.De decaan wijst per opleiding of combinatie van opleidingen tenminste één student aan om zitting te hebben in het orgaan, dat de dagelijkse gang van zaken bij die opleiding of combinatie van opleidingen regelt. Het faculteitsreglement geeft nadere regels omtrent samenstelling en werkwijze van dit orgaan.

6.De decaan stelt, in overleg met de wetenschappelijk directeuren van de bij de faculteit betrokken onderzoeksinstituten, een leerstoelenplan voor alle leerstoelen van de faculteit op en legt dit ter goedkeuring voor aan college van bestuur.

7.De decaan heeft een bijzondere verantwoordelijkheid voor het bewaken van de relatie tussen onderwijs en onderzoek en de personele en financiële beheersverantwoordelijkheid voor de faculteit.

Artikel 21 Verantwoordings- en inlichtingenplicht van de decaan


De decaan is verantwoording schuldig aan het college van bestuur. Hij verstrekt het college van bestuur de gevraagde inlichtingen omtrent de faculteit.



§ 11 Het onderzoeksinstituut


Artikel 22 Het bestuur


1.Het onderzoek is ondergebracht in het onderzoeksinstituut. Aan het hoofd van een onderzoeksinstituut staat de wetenschappelijk directeur van het onderzoeksinstituut.

2.Het onderzoekinstituut heeft een instituutsraad , gekozen uit het personeel dat werkzaam is in het instituut. De taak van de instituutsraad is gelegen in het door uitoefening van medezeggenschap bevorderen van de ontwikkeling en implementatie van het beleid in het belang van het instituut, rekening houdend met de verschillende visies die leven in de universiteit als geheel.

3.De wetenschappelijk directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het college van bestuur, gehoord de instituutsraad. De benoeming geschiedt voor een door het college van bestuur te bepalen termijn.

4.De wetenschappelijk directeur kan om gewichtige redenen tussentijds worden ontslagen.

5.De wetenschappelijk directeur bezit de hoedanigheid van hoogleraar.

6.In overeenstemming met de betrokken faculteiten stelt de wetenschappelijk directeur van een onderzoeksinstituut een voordracht op voor de samenstelling van de raad van advies van een onderzoekinstituut. De raad van advies wordt benoemd door het college van bestuur. De raad van advies bestaat uit minimaal vijf leden. Een of meer leden komen van buiten de universiteit, onder wie in elk geval de voorzitter. De decanen van de meest betrokken faculteiten maken deel uit van de raad van advies. Het vijfjarige instituutsplan wordt opgesteld door de wetenschappelijk directeur. De wetenschappelijk directeur legt het instituutsplan en de begroting voor aan de raad van advies. Het college van bestuur dient de begroting en instituutsplan goed te keuren.

7.Elk instituut heeft een hooglerarenkamer. De hooglerarenkamer bestaat uit de hoogleraren die in het instituut participeren. De wetenschappelijk directeur is voorzitter van de hooglerarenkamer. De hooglerarenkamer bespreekt de zaken van algemeen belang voor het onderzoeksinstituut..





Artikel 23 Richtlijnen aan de wetenschappelijk directeur


1.Het college van bestuur kan richtlijnen vaststellen met het oog op de organisatie en coördinatie van de uitoefening door de wetenschappelijk directeur van onder meer de bevoegdheid tot:

a.het vaststellen van de algemene richtlijnen voor de uitvoering van onderzoeksprogramma’s;

b.het opstellen van het vijfjaarlijkse instituutsplan;

c.het vaststellen van het onderzoeksprogramma van het onderzoeksinstituut;

2.Het college van bestuur stelt een richtlijn als bedoeld in het vorige lid niet vast dan nadat het hierover overleg heeft gevoerd met de betrokken wetenschappelijk directeuren.


Artikel 24 Taken en bevoegdheden van de wetenschappelijk directeur


1.De wetenschappelijk directeur is verantwoordelijk voor de programmering (inhoudelijke keuzes), kwaliteitsbewaking en volumebeheersing van het onderzoek in het instituut.

2.De wetenschappelijk directeur is verder belast met de algemene leiding van het onderzoeksinstituut. Hij is voorts belast met het bestuur en de inrichting van het onderzoeksinstituut.

3.De wetenschappelijk directeur stelt de begroting en het jaarlijkse onderzoeksprogramma op. Hij is verantwoordelijk voor de inzet van het budget voor onderzoek en maakt daartoe afspraken met de decanen van de faculteiten.

4.De wetenschappelijk directeur werkt mee aan het bestuur van de universiteit, onder meer door deelname aan het strategisch beraad en het plegen van overleg met het college van bestuur over de voorbereiding van het instellingsplan en de begroting.


Artikel 25 Verantwoordings- en inlichtingenplicht van de wetenschappelijk directeur


De wetenschappelijk directeur is verantwoording schuldig aan het college van bestuur. Hij verstrekt het college van bestuur de gevraagde inlichtingen omtrent het onderzoeksinstituut.



§12 Leerstoelen en hoogleraren


Artikel 26 Instelling, taken en bevoegdheden


1.Een leerstoel wordt bekleed door een hoogleraar. Hoogleraren worden benoemd door het college van bestuur.

2.De hoogleraar is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het toegewezen wetenschapsgebied en levert een bijdrage aan de ontwikkeling van onderwijs- en onderzoekprogramma’s op het toegewezen wetenschapsgebied.

3.De decaan kan uit hoogleraren van verwante wetenschapsgebieden een leerstoelgroep vormen. Binnen de leerstoelgroep vindt afstemming plaats tussen de betrokken hoogleraren.

4.De hoogleraar is belast met het op een zo hoog mogelijk niveau houden of brengen van de kwaliteit van de medewerkers op het toegewezen vakgebied.


§13 Bijzondere leerstoelen


Artikel 27 Instelling en reglement


1.Het bestuur van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid kan bij het college van bestuur een gemotiveerd verzoek indienen tot bevoegdverklaring om bij de universiteit een bijzondere leerstoel te vestigen.

2.Bij dit verzoek moeten de statuten van de rechtspersoon en het reglement betreffende de oprichting van de leerstoel worden overlegd.

3.De statuten of het reglement dient te bevatten:

a.het voorschrift, dat de leerstoel onder toezicht staat van een college, bestaande uit tenminste 3 leden, van welke er tenminste 1 behoort tot de hoogleraren van de betrokken faculteit;

b.het voorschrift, dat de rechtspersoon de bijzonder hoogleraar niet aanstelt dan nadat de voorgenomen aanstelling door het college van bestuur is bekrachtigd;

c.het voorschrift, dat de rechtspersoon jaarlijks een verslag van de gedurende het afgelopen academisch jaar verrichte activiteiten met betrekking tot de leerstoel doet toekomen aan het college van bestuur.

4.Het college van bestuur besluit, gehoord de decaan van de betrokken faculteit, de wetenschappelijk directeur van het betrokken onderzoeksinstituut en het college van promoties. Het college kan aan de bevoegdverklaring een termijn verbinden.

5.Het college van bestuur stelt een procedure vast voor de benoeming van bijzonder hoogleraren.



III BEHEERSORGANISATIE


Artikel 28 Beheerseenheden


1.Elke faculteit, genoemd in artikel 3 van dit reglement, is een beheerseenheid.

2.Elk onderzoekinstituut, als genoemd in artikel 5 van dit reglement, is een beheerseenheid.

3.Elke dienst, als genoemd in artikel 6 van dit reglement, is een beheerseenheid.Het college van bestuur kan andere beheerseenheden aanwijzen.

4.Aan het hoofd van een dienst als bedoeld in lid 3. staat de directeur. Het college van bestuur benoemt de directeur, gehoord de dienstraad.


Artikel 29 Beheerder


1.De decaan is de beheerder van de faculteit. Hij stelt een directeur bedrijfsvoering aan. Deze benoeming behoeft de goedkeuring van het college van bestuur.

2.De wetenschappelijk directeur is de beheerder van het onderzoekinstituut als bedoeld in artikel 5 van dit reglement. Hij stelt een zakelijk directeur aan. Deze benoeming behoeft de goedkeuring van het college van bestuur

3.De directeur, als bedoeld in artikel 28 lid 7 van dit reglement, is de beheerder van de dienst.

4.Het college van bestuur kan voorschriften en aanwijzingen geven omtrent de bevoegdheden en taakinvulling van de beheerder.

5.De beheerder is verantwoording schuldig aan het college van bestuur voor de wijze van invulling van het beheersmandaat.




Artikel 30 Bevoegdheden van de beheerder


1.Het college van bestuur verleent de beheerder nader te bepalen mandaat om zijn functie uit te oefenen.

2.Bij langdurige afwezigheid van de beheerder kan het college van bestuur het in lid 1 bedoelde mandaat tijdelijk terugnemen en geheel of gedeeltelijk aan een andere persoon binnen de beheerseenheid verlenen.

3.De verlening van een mandaat geschiedt schriftelijk en is openbaar. De verlening geschiedt zoveel mogelijk gelijktijdig met de benoeming tot beheerder. De reikwijdte en de voorwaarden waaronder het mandaat wordt verstrekt worden daarbij aangegeven.

4.Binnen de grenzen van dit mandaat is de beheerder bevoegd namens en onder verantwoordelijkheid van het college van bestuur zelfstandig zaken af te doen en stukken te tekenen met inachtneming van dit reglement en desbetreffende voorschriften, aanwijzingen en richtlijnen van het college van bestuur.

5.Het mandaat wordt niet uitgeoefend als het college van bestuur te kennen geeft de behandeling van een zaak aan zich te houden.

6.Verrichtingen, handelingen, beschikkingen en toezeggingen die de universiteit binden of verbinden, kunnen slechts namens het college van bestuur geschieden door of namens de beheerder aan wie daartoe de bevoegdheid is verleend door het college van bestuur.




Artikel 31 Voorbehouden bevoegdheden


Het college van bestuur verleent in elk geval geen mandaat voor:

a.de bevoegdheid tot het aanstellen en ontslaan van hoogleraren, UHD's, directeuren, diensthoofden en andere categorieën door het college van bestuur aan te wijzen personeel, alsmede de indeling in de bijbehorende UFO-profielen en – niveau’s;

b.de bevoegdheid tot het opleggen van disciplinair strafontslag;

c.het aanvragen van wettelijk vereiste vergunningen op het gebied van veiligheid, gezondheid en arbeidsomstandigheden;

d.het aangaan van geldleningen, het beleggen van gelden en het openen van bank- of girorekeningen;

e.het aanvaarden en doen van schenkingen en legaten;

f.het opstellen van de jaarrekening;

g.aanmerkelijke garantstellingen;

h.het stichten van opstallen, het verkrijgen, vervreemden, bezwaren, huren en verhuren en in gebruik geven van onroerende zaken, waaronder het verlenen van toestemming tot het doorhalen van hypothecaire inschrijvingen en beslagen alsmede elke andere daad van eigendom;

i.het voeren van rechtsgedingen, het opdragen van geschillen aan scheidslieden, het aangaan van dadingen, het toestemmen in een akkoord, het berusten in rechterlijke beslissingen en in de beslissing van scheidslieden.



Artikel 32 Gebouwenbeheer


1.Het beheer van de gebouwen en andere onroerende zaken die de universiteit in eigendom of gebruik heeft berust bij het college van bestuur.

1.Het college van bestuur kan per gebouw of andere onroerende zaak een beheerder aanwijzen.

1.Het college van bestuur verleent de beheerder nader te bepalen mandaat om zijn functie uit te oefenen.





Artikel 33 Inlichtingen


1.De beheerder stelt het college van bestuur onmiddellijk in kennis van omstandigheden of gebeurtenissen waardoor de normale gang van zaken binnen zijn beheerseenheid in ernstige mate wordt belemmerd of dreigt te worden belemmerd.

2.In spoedeisende omstandigheden neemt de beheerder, zo mogelijk na overleg met het college van bestuur, gepaste maatregelen ter verzekering van een zo goed mogelijke voortgang van de werkzaamheden binnen de beheerseenheid. De beheerder stelt het college van bestuur van de omstandigheden en de genomen maatregelen zo spoedig mogelijk op de hoogte.

3.De beheerder voorziet in zijn vervanging bij afwezigheid. De vervangingsregeling behoeft de goedkeuring van het college van bestuur.



Artikel 34 Middelen


Onverminderd artikel 30, 31, 32 en 33 van dit reglement is de beheerder belast met het beheer van de middelen die de beheerseenheid ter beschikking zijn gesteld. Beslissingen over de inzet van de middelen worden genomen in overeenstemming met de daartoe gegeven regels, richtlijnen en aanwijzingen van het college van bestuur en binnen het door de beheerder ontvangen mandaat.



IV Universiteitsraad


Artikel 35 Taak en samenstelling


1.De taak van de universiteitsraad is gelegen in het door uitoefening van medezeggenschap bevorderen van de ontwikkeling en implementatie van het beleid in het belang van de universiteit, rekening houdend met de verschillende visies die leven in de universiteit. De raad bevordert naar vermogen openheid, openbaarheid en onderling overleg in de universiteit. De raad waakt voorts in de universiteit in het algemeen tegen discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van gehandicapten en allochtonen.

2.De universiteitsraad bestaat uit 18 leden, te weten 9 leden gekozen uit en door het personeel en 9 leden gekozen uit en door de studenten.

3.Het overleg met de universiteitsraad wordt gevoerd in overeenstemming met het Reglement Universiteitsraad.

4.Het college van bestuur verstrekt de universiteitsraad tijdig de informatie die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.



V LOKAAL OVERLEG


Artikel 36 Lokaal overleg


1. Het lokaal overleg met de werknemersorganisaties wordt gevoerd in het Overleg Personeelszaken Universiteit Twente (OPUT).

2. Het overleg wordt gevoerd in overeenstemming met het Overlegprotocol van de CAO Nederlandse universiteiten.




VI REGELS VOOR HET GEBRUIK VAN GEBOUWEN, TERREINEN EN ANDERE UNIVERSITAIRE VOORZIENINGEN


Artikel 37 Voorschriften


1.Ieder, die gebruik maakt van universitaire gebouwen, terreinen en andere universitaire voorzieningen, daaronder begrepen materiële voorzieningen ten bate van het onderwijs en onderzoek, dient zich daarbij te houden aan de door of namens het college van bestuur ter zake gegeven voorschriften en mondeling dan wel schriftelijk gegeven aanwijzingen.

2.Voorts is ieder, die gebruik maakt van universitaire gebouwen, terreinen en andere universitaire voorzieningen, daaronder begrepen materiële voorzieningen ten bate van onderwijs en onderzoek, gehouden zich zodanig te gedragen dat hij

de universiteit of derden noch direct noch indirect schade berokkent of overlast bezorgt;

noch inbreuk maakt op een recht van de universiteit of van derden noch in strijd handelt met een wettelijke plicht;

in het algemeen niet handelt in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

3.Het college van bestuur kan, al dan niet op verzoek van de beheerder, degene die naar zijn oordeel handelt in strijd met het bepaalde in lid 1 de toegang tot bepaalde universitaire gebouwen en terreinen of het gebruik van voorzieningen als bedoeld in lid 1 voor maximaal een jaar ontzeggen.




VII SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN


Artikel 38 Interpretatie


In gevallen waarin dit reglement niet voorziet of in het geval een artikel voor verschillende uitleg vatbaar is, beslist het college van bestuur.


Artikel 39 Inwerkingtreding


Dit reglement treedt in werking per …………….



Artikel 40 Naamsaanduiding


Dit reglement kan worden aangehaald als: bestuurs- en beheersreglement (BBR) UT 2007.