reacties_van_de_raad

8. Brief UR reactie op reorganisatievoornemen

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500


Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-404

Fax


Datum

7 december 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: UR - reactie op de aankondiging van een reorganisatie Efficiënte Moderne Bedrijfsvoering (MEB)



Geacht college,



In de UR - commissie Personeel, Strategie en Internationalisering (PSI) is uw brief met de aankondiging van de reorganisatie in verband met de uitwerking van de plannen rond “Efficiënte Moderne Bedrijfsvoering” besproken met de heren Flierman (CvB) en de Vries (procescoördinator MEB).

De Universiteitsraad verwelkomt het aanbod voor een consultatieronde van betrokkenen en decentrale medezeggenschap, alvorens het voorstel voor een reorganisatieplan definitief wordt vastgesteld en ter advies aan de UR wordt voorgelegd. Ook het aanbod van overleg van de UR-adviescommissie met de procescoördinator nemen we gaarne aan: in overleg met de procescoördinator zullen we nadere afspraken maken over fasering, gespreksonderwerpen en gesprekspartners bij dit overleg.

Wij herhalen in deze brief de in de commissie PSI besproken aspecten en verzoeken u in het overleg deze te bevestigen dan wel de gestelde vragen te beantwoorden:

1.Indien de sectoren sport en cultuur (thans onderdelen van DiSC) en de medewerkers Arbo en milieu van PA&O niet in het Facilitair Bedrijf worden ondergebracht, kan de voorgenomen (interne) organisatieverandering van FB als een reorganisatie van deze dienst worden gezien. De directeur is dan verantwoordelijk voor het reorganisatieplan en de dienstraad zijn gesprekspartner vanuit de medezeggenschap voor deze (deel)reorganisatie.

2.Voor een goed totaaloverzicht van de planning van de reorganisatie dient ook de rol van het OPUT in deze planning te worden opgenomen.

3.Daar de vigerende reorganisatiecode van toepassing is, wordt op 3 april het (definitieve) reorganisatieplan ter instemming voorgelegd aan de personeelsgeleding van de UR en ter advies aan de studentgeleding, alsmede de uit het reorganisatieplan voortvloeiende wijziging van het BBR ter instemming aan de UR.

4.Ten aanzien van het in de brief gemaakte onderscheid in “wijzigingen in de bedrijfsvoering” en “organisatieveranderingen volgens de definitie van de CAO” zijn college en raad het er over eens dat alle veranderingen in een integraal reorganisatieplan van de dienstverlening worden gepresenteerd.

Een vraag die nog niet besproken is, is de volgende: verdient het niet de voorkeur om de projecten facultaire organisatie en besluitvormingsprocessen binnen hetzelfde tijdspad als die van de reorganisatie af te ronden?

Ten aanzien van het tijdspad, zoals vermeld onder het kopje “Planning reorganisatie bedrijfsvoering UT”, zijn bij bespreking van uw voorstel de volgende punten aanvullend naar voren gebracht:

Bespreking in het UMT is nu voorzien op 18/25 januari. Omdat de bespreking van de plannen van en pre-advisering door de decentrale raden in de consultatieronde voorzien

wordt rond 31 januari ligt o.i. een UMT-overleg over de reorganisatie aan het einde van die consultatieronde voor de hand.

De bespreking in eerste termijn in de UR op 6 februari 2006 kan gehandhaafd worden, maar een adviesaanvraag op 6 februari van het college op basis van een nog op 12 februari vast te stellen plan bevreemdt ons zeer. Hetzelfde geldt voor het stellen van de instemmingsvraag ten aanzien van het nog vast te stellen reorganisatieplan op 6 maart.

Gaarne vernemen we in het overleg of u het met deze constateringen eens bent en welke conclusies u daaruit trekt.


Tot slot vraagt u de raad advies over uw voornemen om de organisatieverandering te bestempelen als een eenheidsoverstijgende reorganisatie, conform de vigerende reorganisatiecode. Wel merken we op dat de rol van FB in de organisatieveranderingen nog niet geheel duidelijk is: de tussenrapportages van de projectgroepen zijn daarover onduidelijk en die van de te vormen facilitaire dienst ontbreekt nog. Op dit onderdeel na, kan er over de vraag of hier sprake is van een eenheidsoverstijgende reorganisatie geen discussie zijn, gezien de geschetste organisatorische en personele gevolgen. We komen tot het volgende concept-besluit (schuin gedrukt is een optionele toezegging die in het overleg besproken dient te worden):


De Universiteitsraad,

gezien

De aankondiging van de reorganisatie Efficiënte Moderne Bedrijfsvoering (kenmerk 377.073/kdv) en de onderliggende tussenrapportages van de projectgroepen.

De organisatorische wijzigingen in de dienstverlening majeur en eenheidoverstijgend van karakter zijn en dat het eenheidsoverstijgende karakter bij dienst FB alleen van toepassing is indien deze wordt uitgebreid met de sport en cultuur en/of de arbo- en milieumedewerkers van de UT.

gehoord de toezegging van het college dat

De organisatieverandering bij FB als een afzonderlijke decentrale reorganisatie wordt aangemerkt indien de organisatorische veranderingen bij FB niet eenheidsoverstijgend zullen zijn.

besluit positief te adviseren over het aanmerken van de voorgenomen organisatieverandering als een eenheidsoverstijgende reorganisatie, m.u.v. de organisatieverandering bij FB als de verandering bij FB slechts een reorganisatie van deze dienst betreft.




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter