reacties_van_ de_ URaad

Brief UR financieel jaarverslag 2005

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-213

Fax


Datum

26 juni 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Financieel Jaarverslag 2005



Geacht college,


Na bestudering van het Financieel Jaarverslag 2005 heeft de UR een aantal vragen en opmerkingen geformuleerd, waarop de raad graag in de komende overlegvergadering een reactie van u zou willen ontvangen.


1.De bedrijfsreserve groeit van M€ 141 naar M€ 153.3 en de voorzieningen gaan van M€ 19.5 naar M€ 25. Hoe is de besteding van algemene reserves procedureel voorzien?

2.Pagina 2. Wordt het verdeelmodel inderdaad aangepast om meer afstemming te krijgen tussen bekostiging en taaklast? Dit impliceert dat het wel een bekostigingsmodel is, en wat wordt als taaklast gezien?

3.Pagina 4. De resultaten van TSM zijn in 2005 niet meer in de jaarrekening opgenomen. Maar was TSM toen niet nog onderdeel van de UT?

4.Pagina 5, 23 en 27. Wat gebeurt er nu precies op het gebied van ondersteuning studenten?

5.Pagina 5. Wat is de regeling RJ 271 ten aanzien van ambtsjubilea, en waarom moet dit via een reservering en niet via het lopende budget?

6.Pagina 7. Waarom verschilt de aanwezige liquiditeit zoveel? Als in 2010 met M€ 18,1 aan liquiditeit kan worden volstaan, zou dat in 2008 dan niet ook kunnen (en hoeft er dus minder geleend te worden)?

7.Pagina 7. Er wordt gestreefd naar meer inkomsten uit 2e en 3e geldstroom. Ziet het college een grens aan de mogelijkheden hiervoor, en hoe staat dit tot het volumebeleid?

8.Pagina 8. De UT heeft in 2005 besloten deel te nemen aan HOMA en UTI. Welke risico’s zijn aan deze deelnames verbonden?

9.Pagina 16 Waarom is er geen invulling bij de buitengewone bedrijfsvoering?

10.Pagina 27 Voorziening milieu risico’s van M€ 4.6. Op basis van welke verwachting komt dit tot stand?

11.Pagina 29. De UT staat borg voor Microsystem Technology Foundry. Welke risico’s zijn aan deze borgstelling verbonden?



Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter