reacties_van_de_URaad

9. Brief UR Alumnibeleid en fondsenwerving

Logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-123

Fax


Datum

11 mei 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Notitie Alumnibeleid en fondsenwerving



Geacht college,


De UR heeft in de notitie “Alumnibeleid en fondsenwerving” gelezen dat het College voornemens is de subsidies van het Universiteitsfonds aan Nederlandse studenten die naar het buitenland willen af te schaffen. De genoemde reden hiervoor is dat het om kleine bedragen gaat, waar het doorgang vinden van een activiteit niet meer van afhankelijk is. En dus zou er geen stimulerende functie meer uitgaan van deze subsidies.

Met de voorgenomen afschaffing van deze subsidievorm worden verschillende gremia studenten getroffen, zoals studiereiscommissies van studieverenigingen en studenten die meegaan op studiereis alsmede studenten die individueel in het buitenland studeren dan wel een opdracht uitvoeren.

Internationalisering in studiereisverband

UReka heeft bij verschillende studiereiscommissies van studieverenigingen gepeild wat de bijdrage van het Universiteitsfonds aan de studiereizen inhoudt, of de Universiteit nog op andere manieren bijdraagt en wat men van het afschaffen vindt. De uitkomsten van deze peiling zijn besproken in de interne vergadering van de UR.

De gehele UR ziet als tegenargumenten voor het afschaffen van de subsidies aan Nederlandse studenten die naar het buitenland gaan in studiereisverband:

1.Om de SRC-subsidie te verkrijgen moet een studiereis aan door het SRC opgestelde kwaliteitscriteria voldoen. Op deze manier wordt een basis kwaliteitsniveau van studiereizen gewaarborgd. Dit basisniveau gaat te gronde bij het afschaffen van subsidies.

2.Met de subsidie wordt niet alleen de studiereis maar ook het studentactivisme gestimuleerd dat nodig is voor het organiseren van een studiereis. Dit activisme is van grote waarde voor de verbreding en academische vorming van de UT-student.

3.De subsidie wordt gezien als een blijk van waardering vanuit de UT voor studiereizen. En zo’n blijk van waardering mag best gegeven worden als je bedenkt dat middels een studiereis de UT wordt uitgedragen bij vele bedrijven en universiteiten in het buitenland. Deze waardering zou overigens best wat groter mogen gezien de exposure in het buitenland, maar iets is natuurlijk altijd beter dan niets.

Internationalisering individuele studenten

De UR weet dat studenten die naar het buitenland gaan bedragen in de orde van grootte van 400 euro krijgen van het Universiteitsfonds en/of Twente Mobility Fund. Als studenten buiten programma’s als Erasmus Mundus vallen is het dan wel wenselijk dat ze ook geen geld van de UT krijgen? 400 euro lijkt de UR een bijdrage waar menig student stevig door gestimuleerd wordt. En ook in het licht van de internationaliseringsdoelstellingen die niet alleen gericht zijn op buitenlandse studenten die naar Nederland komen, maar juist ook op Nederlandse studenten die naar het buitenland gaan, komt het de UR vreemd voor dat dit niet meer gestimuleerd en financieel ondersteund zou worden door de UT.

Vragen

Internationalisering is twee richtingsverkeer. Dus wil de UT graag een internationaal imago dan is stimulering van eigen studenten om een deel van de studie in enigerlei vorm in het buitenland te doen van wezenlijk belang voor het uitdragen van UT-imago en UT-kwaliteit.

Concreet heeft de UR de volgende vragen aan het College:

1.Worden de stimuleringssubsidies voor internationalisering van onze eigen studenten, waaronder SRC-subsidies e.d., daadwerkelijk afgeschaft of vallen deze niet onder het Universiteitsfonds?

2.Is het College met de UR eens dat subsidies aan individuele studenten en mede ten behoeve van studiereizen moeten worden behouden? En is het College bereid deze subsidies te vergroten, bijvoorbeeld om bovengenoemde redenen?

3.Welke subsidies worden er precies afgeschaft? Uit het jaarverslag 2004 van het Universiteitsfonds blijkt dat er een veelheid aan subsidies wordt gegeven en de UR wil graag weten welke er worden afgeschaft teneinde een goed oordeel te kunnen vormen.

4.Waarom is er gekozen voor de beleidsverschuiving van het bevorderen van 'dat wat eruit gaat' naar 'dat wat erin komt'?




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter