agenda_onderwerpen

3. Verslag overleg 2005-10-04

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 05-259

Fax


Datum

13 oktober 2005

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl


Verslag van de overlegvergadering van de Universiteitsraad op dinsdag 4 oktober 2005

Aanwezig:

Leden UR:

Brinkman, Deetman, Van Dijk, Gutteling, Hendriks, Hesselink, Hollman, Houweling, Lippinkhof, D.Meijer (vz), N. Meijer, Pol, Poorthuis, Van der Wal, Wormeester, IJzermans

College van Bestuur:

Van Ast, Flierman, Zijm

Griffie:

Ribberink, Klomp-Jongsma (Secretariaatsservice “PS” – verslag)

Afwezig:

Becht, Schrama (allen m.k.)




1.Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent om 15.00 uur de vergadering en heet allen welkom, in het bijzonder de nieuwe CvB-leden en de nieuwe UR-studentleden. In een korte kennismakingsronde stellen alle aanwezigen zich voor.


De voorzitter meldt dat Schrama om gezondheidsredenen een tijdlang geen invulling zal kunnen geven aan zijn UR-lidmaatschap. Zoals eerder al gemeld zal ook Becht in verband met haar gezondheid enkele maanden afwezig zijn.


De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


2.Mededelingen

CvB:

Het CvB wenst de nieuwe UR-voorzitter veel succes en de nieuwe leden een nuttige en leerzame zittingsperiode toe.

Sinds één dag is het CvB weer compleet. Het college verheugt zich op een goede samenwerking met de UR.

Er was een geslaagde opening van het academisch jaar, met grote belangstelling vanuit de regio.

De introductieweek voor nieuwe studenten is uitstekend verlopen. Complimenten voor de organisatoren.

“Create tomorrow” was een succes. Ook de minister-president, die enige tijd aanwezig was, heeft het evenement gewaardeerd als een zeer goed voorbeeld van innovatief zijn.

Het streven is er een jaarlijks evenement van te maken, met nationale uitstraling.

Het team van zonnewagen “Solutra” wordt gefeliciteerd met de in Australië behaalde negende plaats.

Per half september is prof. Paul van Loon aangetreden als nieuwe decaan van de faculteit BBT.

Prof. Henk Grootenboer heeft afscheid genomen als decaan CTW. Totdat er een opvolger is aangetrokken zal de decaan-functie tijdelijk worden waargenomen door in eerste instantie prof. Van Maarseveen en vervolgens een interim manager.

Mr. Pieter van Vollenhoven is benoemd tot praktijkhoogleraar aan de UT.


De voorzitter:

Afgesproken is de interne actiepuntenlijst van de UR in het vervolg toe te sturen aan het CvB ter voorbereiding op het agendaoverleg en de commissievergaderingen.


Aansluitend op deze mededeling van de voorzitter wordt afgesproken in het vervolg ook het verslag van de overlegvergaderingen zo spoedig mogelijk (dus buiten de vergaderstukken voor het volgende overleg om) aan het CvB toe te sturen.


3.Verslag van de overlegvergadering van 28 juni 2005 (UR 05-226)

Van de toen aanwezigen die geen deel meer uitmaken van de UR danwel het CvB is geen commentaar op het verslag ontvangen.

Pag. 3 r.28: “de NWO-gelden en voor een deel” wordt geschrapt.

Met inachtneming hiervan wordt het verslag vastgesteld.


Naar aanleiding van het verslag:

Pag. 2 bovenaan – opbouw instroomcijfers: Zijm meldt dat de door hem gegeven informatie niet geheel juist is. Het is namelijk zo dat de aantallen voor de pre-masters wel zijn meegenomen in de vooraanmeldingscijfers maar niet in de definitieve cijfers.


4.Notitie i.v.m. wijziging Arbowet (UR 05-199, UR 05-236)

Reactie van het CvB op de vragen van de UR in UR 05-236:

De onafhankelijkheid van het uitvoeren van de validatie van de RI&E’s is gewaarborgd door enerzijds de professionaliteit van de uitvoerders en anderzijds het feit dat validatie zowel decentraal als centraal plaatsvindt.

De AMD maakt onderdeel uit van PA&O en maakt in die hoedanigheid een jaarverslag, de SAD maakt haar eigen jaarverslag. Uiteraard mag de UR het jaarverslag van de SAD inzien, maar het behoort geen onderdeel uit te maken van bestuurlijke discussie omdat een en ander voldoende verwoord behoort te zijn in het verslag van PA&O – het college is verantwoordelijk voor de inhoudelijke kwaliteit van hetgeen vanuit de UT aan verslaglegging wordt aangeboden.

Natuurlijk is het van belang de achtergrond van langdurig ziekteverzuim te kennen, maar de UR moet niet op de stoel van het college willen gaan zitten door voor te stellen daar meer geld voor uit te geven. Het is aan het college de onderhandelingen met de Arbodienst te voeren.


De UR stemt in met het toepassen van de standaardregeling voor de arbo-dienstverlening en voegt daaraan een advies toe met betrekking tot de verslaglegging en de ziekteverzuimanalyse, een en ander conform het concept-besluit in UR 05-236.


5.Kwartaalrapportage voortgang 3TU-proces – mondeling verslag

Flierman en Zijm melden:

De Gemeenschappelijke Regeling is door alle betrokkenen geaccordeerd en ondertekend, inclusief de bestuurlijke agenda en de uitspraak om te komen tot een federatie van de 3 TU’s per 2007. Daaruit vloeien enkele belangrijke opgaven voort, namelijk: inhoud geven aan de federatie, binnenhalen van het in het vooruitzicht gestelde bedrag van M€ 50 en een plan inzake het versterken van het onderzoek door middel van centers of excellence.

Dhr. J. Vrolijk (voormalig directeur-generaal bij het ministerie van OC&W) zal ondersteuning bieden bij het bestuurlijk handen en voeten geven aan de federatie.

Met betrekking tot de ondersteunende processen wordt een verkennende studie uitgevoerd naar de mogelijkheden van nauwere samenwerking.

De drie rectoren hebben vijf gebieden voor centers of excellence gedefinieerd, waarbij gekozen is voor onderwerpen waarin alle drie universiteiten goed vertegenwoordigd zijn:

oHigh tech systems & materials (prof. Stefano Stramigioli)

otechnologies for sustainable energy (prof. Alfred Bliek)

ofluid and solid mechanics (prof. Detlef Lohse)

oservices and applications (onderdeel Nirict) (prof. Peter Apers)

oapplications of nanotechnology (prof. Alfred van den Berg)

Het plan moet medio december 2005 ingediend zijn.

Wat de Graduate School betreft:

oEmbedded Systems: loopt.

oSustainable Energy Technology: aanvraag wordt deze maand ingediend.

oNanoscience en –technology: belangstelling (ook landelijk) valt tegen; waarschijnlijk wordt Groningen erbij betrokken voor de masteropleiding.

oConstruction Management & Engineering: loopt wat moeizaam gezien een verschil van mening tussen de TU’s.

oLerarenopleidingen ELAN en INF: loopt.

Het streven is het bedrag van M€ 50 (neerkomend op k€ 6 à k€ 7 per universiteit per jaar) vooral in te zetten ter structurele versterking en stimulering van de excellente gebieden (bijvoorbeeld het aantrekken van een “topper” als hoogleraar). Wat vooral níét de bedoeling is, is het geld gebruiken voor transitiekosten.

Als wordt gesproken over een federatie gaat het niet over een fusie. Met andere woorden: er blijven drie colleges en drie raden van toezicht, alle met hun eigen identiteit. Of en in hoeverre bevoegdheden aan een ander orgaan worden overgedragen en welke rechtspersoon dat moet zijn is nog niet besloten. Dat de drie TU’s zelfstandige rechtspersonen blijven houdt onder meer in dat ieder in zijn eigen regio ook andere samenwerkingsrelaties blijft onderhouden.


In reactie op het verzoek van de UR om meer concrete informatie zodra die beschikbaar is, meldt het CvB dat in 3TU-verband is afgesproken dat de drie medezeggenschapsraden gelijkluidend geïnformeerd worden. Toegezegd wordt in ieder geval het communiqué dat is verschenen inzake de centers of excellence te zullen toesturen.


6.Bestuurlijke agenda CvB – met mondelinge inbreng commissies UR

Bij de opening van het academisch jaar is al enig zicht gegeven op de prioriteiten die het CvB in de komende jaren wil stellen in het kader van de uitvoering van het Instellingsplan. Daarom stelt de voorzitter eerst de voorzitters van de UR-commissies in de gelegenheid onderwerpen naar voren te brengen die in hun ogen prioriteit behoeven:


Commissie Financiën en Vastgoed:

De laatste jaren lijkt vooral het verdeelmodel te regeren. Waar blijft het flankerend beleid? Want alleen beleid kan ongewenste ontwikkelingen voorkomen.

Hoe gaat de centrale stimulering vorm krijgen, daar waar het gaat om onderwijs en onderzoek?

Van de nota onderzoeksbeleid staat weinig meer overeind, terwijl daar destijds uitgebreide discussies over gevoerd zijn.

Hoe gaat de verdeling van trekkingsrechten in de faculteiten eruit zien?

Commissie Onderwijs en Onderzoek:

Visie op onderwijs.

Belangrijke aandachtspunten zijn de aansluiting tussen vwo en universitair bacheloronderwijs en de profilering van technische studies (de instroom is te laag). De instroom voor de masters is zeer divers en er zijn relatief weinig doorstromers. Verder lijkt het onderscheid tussen hbo- en wo-bachelors steeds kleiner te worden – leidt dat niet tot devaluatie van de wo-masters? Een ander aandachtspunt is het feit dat studenten beter moeten worden voorbereid op geheel Engelstalig masteronderwijs. Ten slotte: wat gaat er met de minors gebeuren in 3TU-verband?

De kwaliteitsborging is absoluut niet optimaal. Zo kennen sommige opleidingen geen duidelijke eindtermen. Wellicht is meer centrale coördinatie wenselijk.

Visie op ICT: Een paar jaar geleden was de UT nog koploper op ICT-gebied, maar dat is voorbij. Er is onvrede over Teletop en de integratie van systemen. Er lijkt geen centrale sturing en daadkracht te zijn.

Commissie Personeel en Studenten:

HRM-beleid; Welke plannen zijn er?

ICT-beleid: Hoe kan ict op de UT worden georganiseerd en ingericht? En hoe in 3TU-verband? Wat zijn de plannen ten aanzien de centralisering van een deel van de ict-dienstverlening?

Imago: Het imago van de UT behoeft verbetering. Immers, studenten uit het westen van het land mijden de UT.


Het CvB:

Het college heeft behoefte aan een bestuurlijke agenda als een soort van werkprogramma voor de komende twee à drie jaren. Het streven is die bestuurlijke agenda, zo mogelijk samen met de begroting, rond de kerst te kunnen voorleggen. Dat geeft transparantie van beleid, waarop het college vervolgens aangesproken kan worden.

De bestuurlijke agenda vindt zijn oorsprong in het Instellingsplan. Bij de opening van het academisch jaar zijn al accenten geplaatst. Nu Van Ast het college is komen versterken zal ook hij zijn punten gaan benoemen, en verder zal ook het UMT gevraagd worden aandachtspunten aan te dragen.

Internationalisering komt hoog op de agenda te staan. In dat kader speelt ook het aspect van Engelstalige colleges.

Het CvB is zich bewust dat het HRM-beleid nader c.q. opnieuw vorm moet krijgen. In de loop van dit academisch jaar zal een nadere uitwerking van het HRM-beleid inclusief een aantal speerpunten ter discussie op tafel gelegd worden. In de bestuurlijke agenda zelf zal overigens niet veel meer komen te staan dan dat er een nota personeelsbeleid zal worden opgesteld.

Wat het imago betreft: Wat we ons af zullen moeten vragen is: welk imago willen we en waarom?

Overigens wordt de UT-studentensite goed bezocht, en werken zaken als Create Tomorrow en de Solutra toch ook mee aan het imago van de UT, evenals het zeer onlangs opgezette Technasiuminstituut (met als doel de instroom van studenten met een bèta-profiel te verhogen).

In Den Haag ligt het imago van de UT als ondernemende universiteit bijzonder goed – er is geen ministerie dat dat niet weet; daarbij gaat het dan vooral om de onderzoeksprofilering.

Verdeelmodel: Het is bij de UT niet zo dat het verdeelmodel altijd vóór beleid gaat (want dan zouden er bijvoorbeeld geen speerpuntinstituten zijn). Het is meer dan duidelijk dat de implementatie van de kanteling een brandend aandachtspunt is. Van Ast voegt hieraan toe dat het maar goed is dat het verdeelmodel er is – er is goed over nagedacht en er kan goed mee gestuurd worden.

Onderwijs en onderzoek: In de openingsrede van het academisch jaar zijn heel wat van de door de UR genoemde punten aan de orde geweest. Diversiteit van de instroom is daarin een zeer prominent punt. Overigens is het niet juist dat wo- en hbo-bachelors dichter naar elkaar toe kruipen. En wat het Engelstalig onderwijs betreft: er moet inderdaad niet alleen aandacht zijn voor de medewerkers maar zeker ook voor de studenten.

Diversiteit moet uitgangspunt zijn, en niet gelijkschakeling.


Afgesproken wordt dat de UR zijn punten (met aangeven van prioriteiten) op schrift zet, waarna er vóór de decembervergadering in commissieverband meer in detail met het college/de portefeuillehouder over gesproken zal worden.


7.Schriftelijke rondvraagpunten (UR 05-233)

7.1. Prijs Student Union Activity Card medewerkers (SUAC)

Het college verontschuldigt zich voor het feit dat nog niet is gereageerd m.b.t. dit thema en zegt zich te kunnen vinden in het voorstel van de UR om SU en OPUT hierover met elkaar overleg te laten hebben. De UR zal over de uitkomst worden geïnformeerd.


7.2. Benoeming praktijkhoogleraar

Onderzoek en onderwijs aan de UT worden primair verzorgd door de gewone hoogleraren en de daarbijbehorende staf. Het is mogelijk praktijkhoogleraren aan te stellen, zoals ook aangegeven in de Nota leerstoelenbeleid, maar het is wel de bedoeling dat dat een uitzondering blijft.


7.3. Samenwerkingsovereenkomst HBO-UT

Er is geen samenwerkingsovereenkomst. Wel zijn er afspraken gemaakt over de doorstroom naar BBT. Op dit moment wordt gewerkt aan een veel algemener raamwerk van afspraken over doorstroming vanuit hbo’s. Aan de kwaliteitseisen t.a.v. de instroom zal niet worden getornd.

Als de UR daar prijs op stelt is Zijm graag bereid, bijvoorbeeld in commissieverband, wat uitgebreider te spreken over de relaties met het hbo.


7.4. TSM

Het college heeft inmiddels een voorlopig standpunt ingenomen over de na te streven ontwikkeling t.a.v. TSM. Op korte termijn vindt overleg met TSM plaats. Daarna zal de UR geïnformeerd worden.

Pol dringt aan op het ter beschikking stellen van het onderzoeksrapport van prof. Van der Wende aan de UR en bespreking daarvan in de commissie O&O. Flierman antwoordt dat het nu nog om een conceptrapport gaat – zodra er stukken met een officiële status zijn zullen ze aan de UR worden toegezonden; nadat de gesprekken met de betrokken partijen geweest zijn zal de commissie eventueel vertrouwelijk geïnformeerd worden.


7.5. Catering UT

De UR heeft een samenvatting van het evaluatierapport ontvangen, en niet het originele rapport omdat daarin veel is terug te voeren op individuele personen. Inmiddels is een interim manager aangesteld en wordt verder nagedacht over de vraag hoe de cateringfunctie ook op de langere termijn vorm kan worden gegeven. Op het laatste wil het college nu nog niet vooruitlopen.


7.6. Beveiliging UT

De rechtspositie van het zittende personeel is niet in het geding, aldus het college. Over wat er gebeurt na bijvoorbeeld pensionering van de huidige medewerkers zijn gesprekken gaande. Overigens heeft de faculteitsraad ingestemd met de huidige gang van zaken.


7.7. Bezuinigingen UT op o.m. Keuzemodel Arbeidsvoorwaarden

In beginsel is tussen college en OPUT overeenstemming bereikt over het nog een jaar doorgaan met het keuzemodel. In het kader van de levensloopregeling en de nieuwe CAO ontstaat er een heel andere situatie, maar hoe die vorm zal krijgen is nu nog niet duidelijk.

Als de begroting aan bod is, is een goed moment aangebroken voor een overzicht van het totale financiële plaatje.


7.8. Financiële toezegging TNW (i.h.k.v. revitalisering)

Er is geen extra financiële toewijzing afgesproken. Maar het college is zich er wel van bewust dat de faculteit op grond van de huidige cijfers mogelijk in 2008 een probleem kan krijgen. Daarom zal het college zich met de faculteit opnieuw bezinnen op de vraag wat er dan moet gaan gebeuren; het is niet verantwoord nu al uitspraken te doen over bedragen per 2008.

Er is een briefwisseling geweest tussen college en faculteitsdecaan, die ook in het bezit is van de faculteitsraad, en waaruit precies blijkt welke afspraken er zijn gemaakt. Op grond daarvan heeft de faculteitsraad ingestemd met het plan. Afgesproken wordt de brief van het college aan de decaan ook aan de UR toe te zenden.

Ook hier geldt: het college wil het totale financiële perspectief van de faculteiten op korte termijn in beeld hebben – dus: zoveel mogelijk proberen één lijn te trekken naar de faculteiten. De spelregels zullen nog nader worden geformuleerd.


7.9. Indalen bekostiging TG in het UT-verdeelmodel

Kennelijk is er sprake van voortschrijdend inzicht en gaat de indaling langer duren. Het college zal hier bij de begrotingsbehandeling nader op ingaan, zo wordt afgesproken.


8.Rondvraag

Van de rondvraag wordt geen gebruik gemaakt.


9.Sluiting

Om 17.20 uur sluit de voorzitter de vergadering.


*****