verslag

van 2004 04 27

GRIFFIE

Spiegel – kamer 500




Agendapunt




UR

04-141



Vergadercyclus

11-05-2004





Verslag interne vergadering d.d. 27 april 2004


Aanwezig:

U-Raad:

Campus Coalitie: Becht, Brinkman, Houweling, Meijer, Van Rijn, Schrama (vz), Wormeester

UReka: Berends, Hartsuiker, Krol, Vinke, Wispels

DD: Wallinga-de Jonge, Van Benthem, Boersma

Griffie: Ribberink, Peijster (verslag)


Afwezig(m.k.): Bulter, Huisman, Borggreve


1.Opening 13.35 uur

De voorzitter opent de vergadering. Hij maakt melding van de afwezigen. Het punt met betrekking tot de uitnodiging van UReka wordt bij de rondvraag behandeld.


2. Mededelingen

Vanuit de commissie F&V. Wormeester geeft aan dat in de vergadering van juni heel veel stukken behandeld moeten worden. Deze stukken zullen pas op het laatste moment beschikbaar komen. Er is door de Stuurgroep Vastgoed een principe besluit genomen inzake de invulling van het project I&I. De nieuwe plannen wijken af van de vorige voor wat betreft EWI+TW en Akilab. Wormeester meldt tevens dat de Aki vertrekt. Hij geeft aan dat vele zaken nog onzeker zijn.

Reorganisatie Technische Dienstverlening. Meijer meldt dat de commissie het voorliggende plan heeft besproken met de Faculteitsraden, het hoofd TCO en de medewerkers TCO. De vraag was hoe zij over het plan dachten. Voor de UR ligt de vraag of vastgehouden moet worden aan het advies of dat positiever geadviseerd moet worden met extra invulling. Overleg hierover met Zijm vindt nog plaats. In juni wordt dit in de overlegvergadering besproken. Schrama vult aan dat de gesprekken hierover al lange tijd duren. De gesprekken verlopen echter goed. De zojuist afgelopen bijeenkomst met het personeel was informatief en verliep voorspoedig. De inbreng van de medewerkers hierbij is essentieel.

Gesprek bevoegdheden UR. Schrama meldt dat hierover gistermiddag een gesprek heeft plaatsgevonden met De Jong, Van der Zandt, Te Pas en Ribberink en hijzelf. Hij vond het een teleurstellende bijeenkomst. Er werd totaal voorbij gegaan aan alle gemaakte afspraken van vroeger. De uitkomst was dat het CvB niet wil dat de UR adviesrecht heeft over collegegeldtarieven. Inzake privaatrechtelijke activiteiten (TSP) zijn er eveneens geen voorstellen gedaan. Er is een vervolgafspraak gemaakt tussen Ribberink en Van der Zandt om gezamenlijk vast te leggen wat procedurele regelingen en bestuurlijke regelingen zijn waarover de medezeggenschap adviesrecht, instemmingsrecht heeft of welke ter informatie toegezonden worden. Meijer merkt op dat de rechten over de medezeggenschap al vastliggen. Brinkman geeft aan dat voor het maken van nieuwe afspraken twee partijen nodig zijn die het in wezen eens zijn met elkaar. Dit is hier niet het geval. Hij geeft aan hierover een geschil te willen aangaan, indien nodig. Dit wordt door de overige UR leden beaamd. Schrama geeft aan dat de UR uit gaat van hetgeen in het convenant is vastgelegd en dit heeft voorgelegd aan het college. Het college geeft hieraan nu een eigen interpretatie. Berends merkt op dat er nu een voorstel van het CvB en een voorstel van de UR ligt. Het voorstel van de UR is duidelijk. Zolang er geen alternatief is geldt het huidige beleid. Het CvB moet komen met een voorstel.

Wallinga-de Jonge merkt op dat over enkele weken wel een nieuw voorstel inzake Tuition fee voor buitenlandse studenten verwacht wordt.

Ribberink neemt hetgeen hier besproken is mee in het overleg met Van der Zandt.


3. Verslag interne vergadering d.d. 30 maart 2004 (UR 04-112)

Tekstueel. Pagina 4 regel 38. De zin 'Ze vindt het jammer …. vanaf: “dat ze geen”, wijzigen in: 'dat ze de ondersteunende activiteiten van het onderwijs mist.'

Regel 39. Wijzigen 'ondersteunende partij' in 'actieve partij'.

N.a.v. geen opmerkingen

Met inachtneming van bovenstaande wijziging wordt het verslag vastgesteld.


4. Ingekomen/uitgaande post (UR 04-123)

Geen opmerkingen.


5. Sectorplan Wetenschap en Technologie (UR 04-071, UR 04-094) (VERTROUWELIJK)


6. Arbo en milieureglement (UR 04-083 en 04-124)

Schrama geeft aan dat er waarschijnlijk geen overleg vergadering zal plaatsvinden en vraagt de leden of het voorliggende besluit vandaag genomen kan worden. Hartsuiker vraagt of de cursief aangegeven tekstgedeeltes akkoord zijn. Allen zijn akkoord. Het besluit kan verzonden worden aan het college.


7. Notitie Draagvlak Student Union (UR 04-125)

Wispels geeft kort de achtergrond van voorliggende notitie weer. De studentengeleding vindt dat binnen de huidige Student Union en de RvT niet iedere student op de UT vertegenwoordigd wordt. Ze willen daarom graag een plek in de RvT. Hierdoor zal de terugkoppeling van de activiteiten naar de studenten groter worden. Eén en ander is in de commissie P&S besproken.

Schrama vraagt of de gehele studentengeleding hier achter staat. Van Rijn en Boersma merken op dat dit plan besproken is en ook hun achterban achter dit voorstel staat. Wispels geeft aan dat het voorstel al ingediend is bij de SU. Van Rijn merkt op dat het indienen om praktische redenen al gebeurd is zonder de formele bespreking in de UR vergadering. Meijer merkt op dat wel uitgekeken moet worden dat de UR haar formele instemmingsbevoegdheid inzake het Strategisch Plan wel behoud. Eventueel zou een formulering hierover opgenomen kunnen worden in het convenant.


8. Relatie UT - HBO (UR 04-118, UR 04-120, UR 04-119)

Vinke merkt op dat dit onderwerp uitgebreid besproken is in de commissievergadering. Ook de bevoegdheden van de UR hierover zijn besproken. Per september zullen de wijzigingen al doorgevoerd worden. Krol merkt op dat voor de studenten die zich al ingeschreven hebben eventueel problemen met de huisvesting zullen ontstaan. Hartsuiker vindt dat deze problematiek, op korte termijn, bij het college aangekaart moet worden. Wormeester vindt ook dat er een brief hierover aan het college gezonden moet worden.

Wallinga-de Jonge merkt op dat ze het punt instroom vanuit specifieke regionale HBO's onder de aandacht van het college wil brengen. In het kader van het sectorplan en de bachelor ziet ze het liefst dat alle HBO's in Nederland betrokken worden bij de instroom vanuit het HBO. De UT kan hierbij eventueel een leidende rol vervullen.

Schrama vraagt of Wallinga-de Jonge één en ander hierover op papier wil zetten.

Vinke merkt op dat naar andere opleidingen gezocht is voor samenwerking met Friesland, tevens in 3TU verband. Wormeester vindt dat dit toch in breder verband getrokken moet worden. Vinke vindt dat de instroom als pre-master voor de UT gezien moet worden, zeker voor wat betreft de instroom in Friesland. Wormeester geeft aan dat hierover nu afspraken gemaakt moeten worden in het kader van doorstroomactiviteiten (propedeuse instroom). Wallinga-de Jonge merkt op het met UReka eens te zijn. De UT heeft verplichtingen inzake de HBO-instroom vanuit Friesland. Wel vindt ze dat zich nu de kans voordoet om de HBO-instroom in breder verband te trekken dan alleen vanuit regionaal perspectief. Ze vindt dat de propedeuse in Friesland wel voortgezet moet worden met kleine studentenaantallen.

Schrama vraagt of een definitief voorstel van het CvB hierover afgewacht moet worden of dat vooruitlopend hierop een advies gegeven gaat worden. Er volgt een korte discussie hierover waarna afgesproken wordt dat Wallinga-de Jonge, Brinkman en Vinke gezamenlijk een conceptadvies opstellen. Dit zal op korte termijn in een brief ter reactie aan het college worden voorgelegd.


9. Schriftelijke Rondvraagpunten

Hooglerarenbeleid. Gevraagd wordt wat de stand van zaken is met betrekking tot de praktijkhoogleraar en hoe zich dit verhoudt tot de notitie 'Persoonsgebonden leerstoelen' en de nota 'leerstoelenbeleid'. Eveneens zou in dit verband de selectie van studenten besproken moeten worden.

Vinke stelt voor hierover een brief op te stellen waarin deze twee vragen aan de orde komen.

Meijer merkt op dat de UR een half jaar geleden ingestemd heeft met de nota leerstoelenbeleid. In deze korte periode zijn al nieuwe namen opgevoerd en is de aanstellingsduur gewijzigd. Eenzijdig worden door het college reeds vastgestelde besluiten gewijzigd. Terwijl de hieraan ten grondslag liggende nota's en notities niet gewijzigd worden. Schrama merkt op dat besluiten uitgevoerd moeten worden volgens het vastgestelde besluit.

Schrama stelt voor het punt selectie eventueel als bespreekpunt in de vergadering van juni op te nemen. Vinke vindt dat het college hierover wel alvast ingelicht moet worden. Eventueel zou één en ander opiniërend besproken kunnen worden.

Berends vraagt zich naar aanleiding van de voorgestelde plannen van Nijs af wat het standpunt van het college is ten aanzien van 'selectie aan de poort' of 'collegegelden'. En of hiermee komend collegejaar al geëxperimenteerd gaat worden aan de UT. Hij geeft aan dat deze vragen i.v.m. de tijd op dit moment al gesteld zouden moeten worden.

Schrama vraagt of deze punten evt. schriftelijk afgehandeld zouden kunnen worden. Berends merkt op dat hij dit via een brief wil aankaarten maar toch ook wil bespreken in de algemene gang van zaken.

Wormeester merkt op dat er al plannen klaar zijn om in september te starten. De vraag is welke opleidingen mee willen doen.


Brinkman wil van het college, naar aanleiding van de bijeenkomst van 8 april in het kader van het SWT, weten in welke mate en op welke wijze invulling gegeven wordt aan de technische wetenschappen boven de maatschappij wetenschappen op de UT. Of eventueel het maatschappijwetenschappelijk onderzoek gelieerd wordt aan het technisch onderzoek. De vraag hierbij is: Hoever gaat het formele beleid hierin om van een drie kernen universiteit naar een twee kernen of zelfs één kern te gaan? Bij GW speelt dit probleem. Hier wordt in het Strategisch Plan op ingegaan. Schrama merkt op dat dit bij BBT ook het geval is. De decaan stelt voor de eigen disciplines dienstbaar te stellen aan de technische disciplines.

Brinkman vraagt hoe dit gecommuniceerd gaat worden naar de diverse partijen en op welke termijn dit gebeurt. Er moet niet te lang mee gewacht worden. Becht geeft aan dat deze vragen ook betrekking hebben op de nieuwe opleidingen m.b.t. Geneeskunde.


Krol geeft aan dat ook de inhoud van het instellingsplan besproken zou moeten worden. Zoals het er nu uitziet komt straks weer een volledig plan ter bespreking in de UR en dit was niet de afspraak. Schrama merkt op dat het zeker niet wenselijk is. Meijer vindt dat een concept instellingsplan uitermate geschikt is om bij de algemene gang van zaken te bespreken. Iedereen wil dit graag voorbespreken. Misschien moet de vraag aan het college gesteld worden of het concept al besproken kan worden.

Vinke merkt op dat wij punten kunnen aanleveren voor de bespreking tijdens de algemene gang van zaken.

Wallinga-de Jonge heeft n.a.v. het bericht over Van Vught in het UT-nieuws de vraag of het aantal CvB leden eventueel weer naar vier zal gaan. Klopt dit?

Schrama merkt op dat dit inderdaad uit de tekst valt af te leiden. Dit zal niet het geval zijn. Wel doet hij melding dat hij door Van Vught vooraf is ingelicht. Hij meldt dat voor invulling van de functies een head hunter bureau is ingeschakeld. Eveneens wordt de functie van Rector en voorzitter weer gesplitst.

Meijer merkt op dat naar aanleiding van een afspraak met de minister, deze constructie nog geëvalueerd moet worden. Wallinga-de Jonge vraagt of dit niet beter een schriftelijk rondvraagpunt kan worden. Schrama geeft aan dat Van Amerongen de UR hierover op de hoogte zal houden en informatie zal geven zodra er kandidaten zijn. Tevens is afgesproken dat de URaad vooraf met eventuele kandidaten kan spreken. Schrama merkt tevens op dat de UR vertrouwelijk gehoord wordt inzake het benoemen van een nieuw RVT-lid.


Wallinga-de Jonge vraagt of de overlegvergadering niet toch door moet gaan indien er een concept instellingsplan ligt. Ribberink zal dit navragen.


Afgesproken wordt de vergadering in principe te annuleren tenzij er nieuwe informatie is.


10. Rondvraag

Berends wil graag nogmaals de personeelsgeleding van de URaad uitnodigen voor de meedenkersbijeenkomst. Het betreft een open uitnodiging die gaat over de communicatie van de medezeggenschap met de achterban. UReka heeft een aanzet gemaakt en wil hierover in discussie. De reactie vanuit de CC-fractie is niet positief. Er volgt een korte discussie over houding, ambitie en inzet van personeel ten aanzien van de medezeggenschap.


Schrama deelt mee dat er maar één kandidatenlijst is ingediend voor de personeelsgeleding en dat hij dit zeer betreurt. 10 mei volgt een definitieve beslissing van het Centraal Stembureau.



11. Sluiting 15.35 uur