verslag

van 2004 03 30

Verslag interne vergadering d.d. 30 maart 2004


Aanwezig:

U-Raad:

Campus Coalitie: Becht, Brinkman (later), Houweling, Meijer, Van Rijn, Schrama (vz), Wormeester

UReka: Berends, Hartsuiker, Huisman, Krol, Vinke, Wispels

DD: Wallinga-de Jonge, Van Benthem

Griffie: Ribberink, Peijster (verslag)


Afwezig(m.k.): Bulter, Boersma, Borggreve


1.Opening 13.45 uur

De voorzitter opent de vergadering. Hij maakt melding van de afwezigen en geeft aan dat er, indien er gestemd moet worden, een mandaat van Boersma aan Van Benthem ligt. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


2. Mededelingen

Vinke geeft aan dat op 6 april het overleg met Van Lieshout plaats zal vinden. Nader informatie volgt in een mailbericht.

Berends geeft aan een samenvattend verslag rond te willen sturen inzake het accreditatiecongres dat heeft plaatsgevonden. Navraag leert dat een iets uitgebreider verslag met achtergrond informatie beter is. Tevens merkt hij op dat er ook aandacht zal zijn voor de nota kwaliteitszorg (toegezegd door De Jong).

Schrama maakt melding van de uitnodiging door het ministerie inzake het horen van de UR i.v.m. het vertrek van Sevenstern uit de RvT per 1-5-2004. Dit gesprek vindt plaats op 14-4-2004. Hij vraag wie er mee gaan. Wormeester meldt dit te doen. Vinke geeft nog bericht hierover.

Schrama vraagt of er nog opmerkingen of vragen zijn naar aanleiding van het rondgemailde verslag (door Meijer) van de bijeenkomst van het LOVUM. Er zijn geen opmerkingen.


3. Verslag interne vergadering d.d. 17 februari 2004 (UR 04-050)

Tekstueel. Pagina 3 regel 43. 'visie' wordt gewijzigd in 'insteek'. N.a.v. geen opmerking.

Met inachtneming van bovenstaande wijziging wordt het verslag vastgesteld.

Vertrouwelijk verslag interne vergadering d.d. 17 februari 2004 (UR 04-075)

Geen opmerkingen, waarmee het vertrouwelijke verslag is vastgesteld.


4. Ingekomen/uitgaande post (UR 04-090)

Geen opmerkingen.


5. Personeelsbeleid (UR 04-091)

Meijer geeft aan dat naar aanleiding van de nota personeelsbeleid en de bespreking hiervan in de overlegvergadering in december is afgesproken dat de Universiteitsraad met een advies zou komen. Hierin wordt door de UR aangegeven wat deze ziet als de hoofdlijnen voor het personeelsbeleid van de UT.

Schrama vraagt of alleen het voorliggende advies wordt besproken of ook de bijgevoegde notitie van UReka. Berends geeft aan dat de nota alleen ter informatie is en dat deze op de aangegeven punten is geïntegreerd in het voorliggende advies.

Wallinga-de Jonge geeft aan enkele tekstuele wijzigingen te hebben. Zij zal deze doorgeven.

Loopbaanontwikkeling en POP's. Ze vindt dat het punt managementvacatures hier behandeld is en bij transparantie en verslaglegging weer aan de orde komt.

Transparantie en verslaglegging. Ze vraagt zich af of de laatste twee punten wel bij dit onderwerp behandeld moeten worden. Ze ontvangt graag Meijer's mening hierover.

Berends heeft een aanvullende suggestie. Het meenemen van de resultaten van de vakevaluaties bij functioneringsgesprekken zou gewenst zijn. Dit zou een goede maatstaf kunnen zijn. Meijer merkt op dat zijn fractie zich redelijk kan vinden in het advies. Er zijn wel opmerkingen gemaakt over het opstarten van projecten. Via het advies kunnen de criteria voor het management aangegeven worden.

Inzake Loopbaanontwikkeling antwoord Meijer dat de aangegeven punten te maken hebben met POP's. Gevraagd wordt wat het beleid hierin van het CvB zal zijn.

Met betrekking tot Transparantie meldt hij dat de aangegeven punten nog niet aan de orde komen in de projecten. De laatste twee punten hebben een functie binnen transparantie. Hierin vindt namelijk rapportage plaats. Transparantie is vooral belangrijk bij het vervullen van managementfuncties. Op detailniveau moet één en ander uitgewerkt worden in de projecten. De evaluaties moeten hierbij zeker betrokken worden.

Meijer geeft aan moeite te hebben met een apart kopje voor het punt lector academiae. De indeling moet volgens UFO.

Wormeester vraagt wat de kwaliteit van de evaluaties zal zijn. Er is geen vaste wijze waarop dit gebeurt. Informatie wordt veelal opgevraagd via de opleidingsdirecteur. Tevens ligt er het feit dat het verslag van de functioneringsgesprekken vertrouwelijk is. Meijer merkt op dat inderdaad verstandig met de evaluaties omgegaan moet worden. Maar dat er terugkoppeling moet plaatsvinden, dit is noodzakelijk. Berends geeft aan dat de kwaliteit moet aansluiten bij de verslaglegging. Het beleid ten aanzien hiervan moet geconcretiseerd worden.

Schrama merkt op dat de opleidingsdirecteur als een soort sluiswachter gaat functioneren.

Brinkman zegt dat voor zo'n evaluatie een meetinstrument gemaakt moet worden. Deze moet voor alle opleidingen gelijk zijn en moet goede criteria bevatten. Wormeester geeft aan dat deze dan eerst ontwikkeld moet worden voordat de evaluatie gebruikt gaat worden binnen het personeelsbeleid. Wallinga-de Jonge vraagt wat de functie van de opleidingsdirecteur in deze zal zijn. Ook dit dient vastgelegd te worden. Beoordeling van de onderwijskwaliteit heeft een belangrijke inbreng bij de wijzigingen in het universitaire beleid. Tevens moeten de studenten betrokken worden bij de beoordeling van de kwaliteit van het gegeven onderwijs en eventueel een rol hebben bij loopbaanontwikkelingen van de docenten. Meijer merkt op dat het toevoegen van onderwijscoördinatoren niet nodig is. Beoordeling gebeurt voor alle medewerkers, dit is door het CvB al aangegeven.

Schrama geeft aan tot afronding te willen komen. Hij merkt dat alle partijen het grotendeels eens zijn. Het advies moet op enkele punten aangepast worden. Berends vraagt of het advies in de overleg vergadering besproken gaat worden. Hij zou graag de kwaliteit van het onderwijs bespreken. Wormeester geeft aan ook het punt didactisch inwerktraject te willen bespreken. Hij vindt dat zolang er nog geen goed instrument is om dit uit te voeren en de financiën niet duidelijk zijn er een probleem is.

Schrama geeft aan dat dit punt besproken gaat worden in de vergadering en dat de onderwerpen didactisch inwerktraject en kwaliteit(sbeleid) aandacht krijgen.


6. ICT voor onderwijs en studentenactivisme (UR 04-081 en 04-097)

Vinke heeft vanuit de commissie geen opmerkingen en geeft het woord aan Berends. Berends merkt op dat voorliggende reactie gezamenlijk is voorbereid en wat hem betreft geen nadere toelichting behoeft. De CC fractie heeft geen opmerkingen. Berends vraagt of dit punt in het overleg behandeld kan worden. Hij wil graag antwoorden ontvangen op de bestuurlijke vragen door het CvB.


7. Sectorplan Wetenschap en Technologie (UR 04-071, 04-087, 04-094)

Schrama geeft aan de vergadering niet besloten te willen maken. Iedereen is akkoord. Hij verzoekt de raadsleden nogmaals de financiële claim vertrouwelijk te behandelen, dit ondanks uitgebreide publicaties hierover in het Financieel Dagblad. Schrama merkt op dat we het concept-advies gaan bespreken maar dat er nog geen officiële adviesaanvraag ontvangen is.

Tevens geeft hij aan dat er een gezamenlijke bijeenkomst met het college hierover gepland is op 8 april aanstaande. Hij nodigt allen uit hierbij aanwezig te zijn. Hij vraagt een inhoudelijke reactie op het advies.

Wormeester merkt op dat dit proces al bijna een jaar loopt. SWT is een goede actie maar de activiteiten die nog verzet moeten worden zijn nog groter (doorstroming, wettelijke regelingen aanpassen enz.). Hij geeft aan de volgende punten te hebben. Doorzettingsmacht. Hoe wordt dit ingevuld, wat betekent dit voor de UT, wat wil men hiermee bereiken?

De veranderingen op verschillende gebieden. Financiële gevolgen, reallocatie van mensen, maar ook van onderwijs en onderzoek. Ook wil hij weten wat één en ander betekent voor de medezeggenschap. Hij geeft aan hierover duidelijkheid/helderheid te willen hebben voordat hij advies wil geven.

Brinkman geeft aan dat de vaagheden in aantallen voor hem problemen opleveren. Bijv. de, in het Financieel Dagblad, genoemde 12-15% eerste geldstroom gelden of 1400 fte.

Wormeester merkt op dat indien het werkelijk om deze aantallen gaat het wederom een reorganisatie wordt. Waarbij hij opmerkt dat die reorganisatie dan groter wordt dan degene die we zojuist hebben gehad.

Van Benthem zegt dat Van Vught in de vergadering van 24-02-2004 al gesproken heeft over het eventueel traineren van de uitvoering. Het lijkt erop of de 1400 fte een inzet is voor de onderhandelingen met het ministerie over de financiële claim.

Huisman geeft aan geen drempelloze doorstroom te verwachten, mede in het licht van de faciliteiten die hiervoor nodig zijn (huisvesting). Ze vraagt zich af hoe de UR hiermee naar buiten moet treden naar de universitaire gemeenschap. Ter informatie zou eventueel een nota toegevoegd moeten worden.

Wormeester geeft aan dat hij voordat hij überhaupt advies wil uitbrengen eerst duidelijkheid wil over de invulling en de uitvoering.

Schrama geeft aan dat er de mogelijkheid bestaat om over de term 'doorzettingsmacht' juridisch advies in te winnen. Hij vraagt zich af of er door het gezamenlijk ondertekenen van de nota SWT er niet al consequenties 'aanhangen'. Wormeester merkt op dat de Staatssecretaris niet akkoord gaat met deze vorm van bestuursstructuur. Het is geen coherent geheel. Hoe moet het er uit gaan zien. Kan het gezien worden als fusie-vorm? Is het bestuurlijk in de hand te houden? Wallinga-de Jonge merkt op dat er grote onduidelijkheid is over de financiële mogelijkheden om één en ander in te vullen. Het is geen samenhangend geheel. Ook zij wil eerst duidelijkheid. Brinkman merkt op dat indien er een federatie gevormd wordt er ook overdracht van autonomie zal zijn. Hiervoor moeten de juridische consequenties die hieruit voortvloeien ook duidelijk zijn. Vinke merkt op dat het college niet nogmaals gevraagd moet worden naar de doorzettingsmacht. Hij vindt het inwinnen van een juridisch advies hierover een goed idee.

Wallinga-de Jonge merkt op dit ook goed te vinden. Het voorbereide advies is een goede basis voor het gesprek met het college. Er moeten echter nog vele zaken duidelijk gemaakt worden. Schrama vraagt of de hiervoor genoemde informatievragen voorgelegd moeten worden aan het college. Het gaat dan speciaal om het punt openbaarheid financiële claim. Dit moet voor de bijeenkomst van 8 april duidelijk zijn.

Vinke stelt voor om hierover nog contact op te nemen met Van Vught. Schrama geeft aan hierin mee te gaan. Tevens zal Vinke een korte begeleidende brief opstellen waarin de specifieke vragen van de UR opgenomen zijn.


8. Vaststelling collegegeldtarieven en inschrijvingsregeling UT 2004-2005 (UR 04-088, 04-095)

De voorzitter geeft aan dat dit onderwerp ter informatie aan de UR is aangeboden. Een onderdeel hieruit is vaststellen tuition fee. De UR claimt hiervoor (net als in voorgaande jaren) instemmingsrecht. Omdat de UR en het college hierover van mening verschillen heeft Ribberink één en ander uitgezocht.

Ribberink geeft aan inzake de bevoegdheden naspeuringen verricht te hebben. Dit heeft geresulteerd in voorliggende conceptbrief. Deze is op te delen in twee onderdelen. Ze vraagt of de UR met de brief akkoord gaat of nog aanvullingen heeft.

UReka geeft aan dat deze brief aan het college verzonden kan worden.


Inzake het onderwerp tuition fee merkt Hartsuiker op dat er een tweede brief is opgesteld omdat niet alle vragen de vorige keer beantwoord zijn en de financiële onderbouwing mist.

Meijer vraagt zich af wat er gebeurt indien de overheidsbijdrage afgeschaft wordt. Wordt er dan overgegaan op kostendekkende fee? Er zou een richtinggevende uitspraak gedaan moeten worden voor de langere termijn, een beleidskeuze. De vraag hierover in de brief zou specifieker gesteld kunnen worden. Wormeester geeft aan dat hiervoor dan ook geldt of de kosten 'integraal', 'marginaal' of 'kostendekkend' zullen zijn. Wallinga-de Jonge merkt op dat ter beantwoording van deze complexe vraag reeds een commissie is ingesteld. Meijer vraagt of er niet alvast een advies opgesteld moet worden? Wallinga-de Jonge merkt op dat de UT al plannen maakt maar dat de teksten vanuit het HOOP geen duidelijkheid hierover geven.

Schrama geeft aan dat de UR niet vooruit moet lopen op eventuele problemen die zullen ontstaan in de toekomst. Hij vindt dat de vragen in de brief nader gespecificeerd kunnen worden.

Berends vraagt of het uitbrengen van een advies op dit moment niet in overweging genomen moet worden omdat pas volgend jaar de verhoging van de tuition fee ingaat.

Schrama vraagt of nog op het punt Engelse taalvaardigheid ingegaan moet worden? Berends merkt op dat naar zijn mening één en ander in de commissie vergaderingen is afgehandeld. Schrama geeft aan dat dit een interpretatie is en verzoekt een vraag hierover toe te voegen. Wallinga-de Jonge merkt op dat de eisen voor vrijstelling van de IELTS-toets misschien beter omgedraaid kunnen worden. Iedereen moet getoetst worden behalve VWO-ers en instromers met een Engelstalige bachelor. Brinkman vraagt zich af wat ermee bereikt wordt. Tevens verschilt het niveau tussen VWO-ers onderling ook sterk. Schrama merkt op dat op termijn evaluatie in ieder geval noodzakelijk lijkt.

Berends geeft aan dat een besluit over de inschrijvingsregeling deze vergadering afgehandeld moet worden. Hartsuiker geeft aan de brief aan te zullen passen en alvast een concept advies op te zullen stellen waarin de besproken standpunten verwoord worden.


9. Internationalisering Onderwijs (UR 04-086, 04-099)

Schrama vraagt de leden op welke wijze dit punt in de overlegvergadering behandeld moet worden. Moet dit aan de hand van de nota 'Internationalisering aan de UT' (UR 04 099).

Wallinga-de Jonge merkt op dat het goed was om bij te lezen inzake internationalisering van de UT. Ze vindt het jammer dat onderwijs geen centrale positie inneemt en dat ze de ondersteunende activiteiten van het onderwijs mist. Ze mist eveneens S.M.I.T. als actieve partij in het geheel. De aandacht voor internationalisering van studenten aan de Campus is belangrijk. Huisman geeft aan dat de notitie vooral ingaat op buitenlandse studenten die naar de UT (moeten) komen en ze mist de aandacht voor UT-ers die in het buitenland (willen) gaan studeren. Indien de UT een multiculturele Campus moet worden vindt ze dat er erg weinig aandacht aan Engelstalige informatie geschonken wordt.

Schrama vraagt of dit onderwerp in de overlegvergadering besproken moet worden en welke stukken meegezonden moeten worden. Berends merkt op dat voorliggende notitie (UR 04-099) meer een stand van zaken notitie is. Hij vindt dat dit onderwerp wel in de overlegvergadering besproken moet worden. Brinkman merkt op dat er op dit moment een pilot bij BBT loopt inzake een Engelstalige docenttoets. Misschien zou hierover informatie aan de URaad gegeven kunnen worden. Vinke zal een brief hierover opstellen. Eventuele opmerkingen kunnen aan hem gemaild worden. TSP moet hierbuiten gelaten worden.


10. Financiering lening vastgoed

Wormeester geeft aan dat er nog notulen van de commissievergadering zullen komen. Hierin is vastgelegd wat er is afgesproken. Dit punt hoeft niet in de overlegvergadering besproken te worden, tenzij het verslag hier aanleiding toe geeft.


11. Aanpassing regelingen financiële ondersteuning studenten (a. garantiebeurzen en b. regeling topsporters) (UR 04-089)

Schrama geeft aan dat deze regelingen ter instemming aangeboden zijn.

Hartsuiker merkt op dat een en ander besproken is in de commissievergadering. Inzake topsporters is uitgezocht dat er geen dubbele betaling plaatsvindt indien er inkomsten van derden zijn. Eén en ander zal in de regeling aangepast worden. Dit heeft geleid tot voorliggend concept instemmingbesluit. UReka geeft aan akkoord te gaan. Beide besluiten worden in één brief aan het college gezonden.


12. Notitie persoonsgebonden leerstoelen (UR 04-085 en 04-100)

Hartsuiker geeft aan dat er twee punten in de commissie vergadering aan de orde zijn geweest. Richtlijnen onderzoek en promotiebegeleiding van studenten. Bij de aanvullende informatie die van de beleidsmedewerker ontvangen werd is aangegeven dat de hoogleraar dit blijft doen. In de uitgereikte aanvullende informatie wordt tevens de link gelegd met UFO. Toch zijn er nog eventuele vragen.

Meijer geeft aan dat de criteria die voor hoogleraar gebruikt worden afwijken van de richtlijnen binnen UFO. Hij meldt tevens dat er vele verschillen zijn tussen vrije-, functionele- en, de hier genoemde, persoonsgeboden leerstoelen en vraagt zich af hoe dit ingevuld gaat worden. Wormeester geeft nadere informatie over de soorten leerstoelen en merkt hierbij op dat het UFO systeem niet op gaat. Schrama vraagt of dit onderwerp in de overlegvergadering besproken moet worden. Meijer geeft aan dit te willen. Schrama geeft aan dat de hoofdpunten zijn: verhouding met UFO en tijdelijkheid van de leerstoelen. Meijer zal een conceptbrief opstellen.


13. Schriftelijke rondvraag

Schrama vraagt of er nog schriftelijke rondvraagpunten in voorbereiding zijn. Dit is niet het geval.


14. Rondvraag

Huisman vraagt of er bij de overlegvergadering tijdstippen op de agenda aangegeven kunnen worden.


15. Sluiting 15.50 uur