Verslag

UNIVERSITEITSRAAD

GRIFFIE

Spiegel – kamer 500




Agendapunt




UR

04-001



Vergadercyclus

09-12-2003





Verslag interne vergadering d.d. 02 december 2003


Aanwezig:

U-Raad:

Campus Coalitie: Brinkman, Bulter, Houweling (13.55u), Meijer, Van Rijn, Schrama (vz), Wormeester

UReka: Berends, Borggreve, Hartsuiker, Vinke, Wispels

DD: Wallinga-de Jonge, Van Benthem, Boersma

Griffie:

Ribberink, Peijster (verslag)


Afwezig:

Becht, Huisman, Krol



1. Opening 13.30 uur

De agenda wordt zonder wijzigingen vastgesteld.


2. Mededelingen

Geen.


3. Verslagen (UR 03-326, 03-328, 03-319, 03-340)

30-09-2003 tekst. pagina 4, regel 42. " negatief advies" wordt gewijzigd in "positief advies".

pagina 5, regel 43. " vigerende beleid" wordt gewijzigd in "vigerende regeling". N.a.v. geen opmerkingen

30-09-2003 tekst. "Ondanks deze …… herbenoeming" wordt gewijzigd in "Ondanks deze opmerkingen wordt er zonder stemming akkoord gegaan met herbenoeming". N.a.v. geen opmerkingen.

07-10-203 geen opmerkingen

21-10-2003 tekst. pagina 3, regel 10-11 wordt "Er is specialistische kennis aanwezig bij ITBE die aansluit bij Bureau Strategische Projecten, hierdoor kan overplaatsing van de medewerkers BSP naar ITBE een juiste keuze zijn." N.a.v. geen opmerkingen.

Onder dankzegging van de notulist en met inachtneming van bovenstaande wijzigingen worden de verslagen vastgesteld.


4. Postlijst in - en uitgaande post (UR 03 366)

Geen opmerkingen.


5. Reglement Instituutsraad (UR 03 357)

De voorzitter geeft aan dat er geen opmerkingen of reacties vanuit de Faculteitsraden en Instituutsraden ontvangen zijn. Eveneens zijn er gen reacties vanuit de Universiteitsraad geweest. Hij vraagt of iedereen akkoord is. Ribberink heeft uitgezocht dat er voor het vaststellen van het reglement geen instemming van het College van Bestuur nodig is. Wel zal de regeling ter informatie aan hen toegezonden worden.

Schrama geeft aan dat het Reglement Instituutsraad hierbij is vastgesteld en met onmiddellijke ingang in werking zal treden.


6. Instellen Instituutsraden IBR en CTIT (UR 03-352, 03-363, 03-364, 03-385, 03-386, 03-387)

IBR Het instituut is ingesteld. Op basis van de voordracht (brief UR 03 352) worden de leden benoemd in de Instituutsraad IBR, een adviescommissie van de Universiteitsraad. De opgestelde conceptbrief kan (met inachtneming van een kleine wijziging) uit.

CTIT Nagevraagd is of bij de voorgedragen leden voor de instituutsraad een student vertegenwoordigd is. Dit is Yuchen Zang. Gevraagd wordt naar de functies van de betrokken leden. Dit zal nagevraagd worden bij de Faculteitsraad. Op basis van de voordracht (brief UR 03-385) worden de leden benoemd in de Instituutsraad CTIT, een adviescommissie van de Universiteitsraad. De opgestelde conceptbrieven kunnen verzonden worden.


7. TSP (UR 03 354)

Voorliggende brief welke opgesteld is zonder naamsvermelding van de jurist kan aan het college verzonden worden. Er zal geen bespreking hierover in de overlegvergadering van 9 december plaatsvinden.


7a. Studentleden in de CCO (extra agendapunt)

Het voordrachtsrecht van de studenten voor twee studenten in de CCO dient opgenomen te worden in het Huishoudelijk Reglement van de UR. Een tekstvoorstel zal geformuleerd worden en in de volgende vergadering worden besproken.


Tevens ligt er een voordracht voor een nieuw studentlid in de CCO per 1 januari 2004 (Ian Kennedy). De voordracht wordt aan de voorzitter van de CCO verzonden.


8. Algemene gang van zaken (UR 03 411)

De voorzitter vraagt of er een leespauze noodzakelijk is i.v.m. het uitgereikte discussiestuk van UReka. Borggreve geeft aan dat het wat UReka betreft niet noodzakelijk is. Het is een discussiestuk voor de overlegvergadering, de kopjes zijn zeer pakkend gekozen en moeten reacties uitlokken.

Schrama geeft aan dat er komende dinsdag vooral een open discussie moet plaatsvinden. Ter bespreking is het punt Strategisch Kader Instellingsplan ontvangen. Hij vraagt of er nog opmerkingen of aanvullingen zijn over dit punt.

Wormeester vraagt aan UReka over ze uitleg kunnen geven over het punt "studenten aan de macht". Tevens vindt hij dat de veramerikanisering van het onderwijs punt van bespreking moet zijn (Bachelor-Master, Major-Minor).

Berends reageert op de vraag van Wormeester met de opmerking dat dit nu juist de bedoeling van de pakkende kopteksten is. Het vraagt om reactie en discussie.

Wallinga-de Jonge geeft aan dat voor haar onderwijsbeleid een belangrijk punt van aandacht is. Eveneens staat DD achter de punten beschreven in de discussienota van UReka. En het punt kennisvalorisatie behoeft veel aandacht.

De CC-fractie geeft aan dat kapitalisering, leefbaarheid op de UT en kwaliteit van het onderwijs (bachelor-HBO) wat hen betreft aandacht behoeven.

Schrama deelt mede dat er maximaal één uur beschikbaar is voor de bespreking van de Algemene gang van zaken en daarnaast één uur voor het bespreken van de begroting.


9. Ontwerpbegroting 2004 (UR 03-382, 03-412,a, 03-413)

Schrama vraagt de voorzitter van de commissie F&V toe te lichten hoe men gekomen is tot het voorliggende concept advies.

Wormeester deelt mee dat naar aanleiding van twee commissie vergaderingen een aantal vragen is opgesteld (UR 03-365 en een notitie met een achttal vragen) en aan het college is gezonden. Deze vragen worden nog beantwoord voor de overlegvergadering. De volgende onderwerpen zijn nog punten van aandacht.

Ziektevereffeningsfonds: er moet een centrale afdekking komen bij hoge kosten. Dit moet t.z.t. in de nieuwe nota personeelsbeleid opgenomen worden.

Centrale Stimulering: nieuwe lerarenopleiding - de kosten worden nu al samengevoegd (aantallen studenten - nieuwe studenten). Er moet een schatting van kosten komen.

Poolruimtes: de commissie verdeelmodel heeft hierover met Wormeester gemaild. Er moet een systematiek voor afrekening doorbelasting komen.

IMC: er wordt door het college een mededeling hierover gedaan in de overlegvergadering naar aanleiding van de begroting 2004.

Prijs Utnet: door het opwaarderen van het net zijn de kosten sterk verhoogd. Er is geen chargering mogelijk.

Faculteiten verschillen onderling op financieel gebied veel, er is geen balans. Uit bovenstaande is het concept advies (inclusief toezeggingen en vraagpunten) voortgekomen. Wormeester heeft nog geen punten gehoord voor een conflict inzake de begroting 2004.

Bulter heeft een vraag inzake de O&O component. Deze is vorig jaar opgehoogd. Nu in de begroting 2004 met 30% verlaagd wat doorwerkt in de faculteiten. Tevens merkt hij op dat in de begroting afspraken uit de begrotingsrichtlijnen doorkruist worden.

Brinkman geeft aan dat het gebrek aan prijsstabiliteit in het bod gemeld is aan het CvB als probleem voor het verdeelmodel.

Schrama vraagt of dit opgenomen moet worden in het conceptadvies. Meijer geeft aan dat er wel prijsstabiliteit is in de prijzen binnen Onderzoek maar dat dit nog niet het geval is bij Onderwijs. Tevens vindt hij dat het interne verdeelmodel slecht aansluit bij het externe. Bulter stelt dat de doorgevoerde wijzigingen voor dit jaar (2003) ad hoc zijn doorgevoerd. Wat gebeurt er daarna? Hij vindt dat het verdeelmodel vastgesteld moet worden bij de begrotingsrichtlijnen voor 2005.

Schrama vraagt of er nog nadere reacties zijn vanuit de andere fracties. UReka en DD geven aan geen nadere opmerkingen te hebben.


10. Nota Personeelsbeleid (UR 03-335, 03-361, 03-380,a,b 1-11)

Schrama vraagt hoe dit agendapunt behandeld gaat worden.

Hartsuiker geeft aan dat naar aanleiding van het commentaar op de nota (en de aanvulling) door de UR er in de commissievergadering een tussentijdse verantwoording is afgelegd aan de UR. Tevens heeft er een extra vergadering van de commissie hierover plaatsgevonden op 28 november.

Meijer vult aan dat hij zeer ontstemd is over een procedureel punt. Hij heeft namelijk vernomen dat de voorzitter van de commissie P&S is 'bewerkt' om in te stemmen met de nota Personeelsbeleid. Wel verwacht hij dat er uiteindelijk een goede nota Personeelsbeleid tot stand komt. Hij vindt dat de aanvullende projectbeschrijvingen, die de UR ontvangen heeft, nu juist in de nota verwerkt moeten worden. Hij geeft aan dat de CC-fractie op dit moment niet kan instemmen met de nota Personeelsbeleid maar wel kan instemmen met sommige projectbeschrijvingen.

Schrama vraagt of er dinsdag ingestemd kan worden met de nota. Bij evt. intrekken van de nota lopen de uitwerkingen daarvan (projecten) een grote achterstand op.

Van Rijn geeft aan dat de gepresenteerde nota zeer beleidsarm is, te breed is en concreter geformuleerd moet worden op sommige punten.

De DD-fractie geeft aan dat de nota 'ruim' geschreven is. De projecten zijn wel concreet. De financiering is onduidelijk. Tussentijdse evaluatie van de projecten wordt ook noodzakelijk geacht. Van Benthem meldt echter wel dat er geen onoverkomelijke bezwaren zijn voor instemming.

UReka meldt dat er vanuit het college en PA&O altijd goed overleg mogelijk is en er geen formele opstelling bestaat. De fractie geeft aan dat de nota niet beleidsarm is. Goed personeelsbeleid is zeer belangrijk. Er moet gestreefd worden om een realistischer personeelsbeleid neer te zetten. Hiervoor moeten keuzes gemaakt worden. Wel vindt UReka dat het financieel kader onduidelijk is. Er ligt een toezegging van het college dat evenveel gewicht gehecht wordt aan onderzoek en onderwijs, dit blijkt niet uit de nota. UReka vindt dat er meer aandacht besteed moet worden aan de didactische vaardigheden van nieuw onderwijsgevend personeel. Een basiscursus hiervoor zou een minimale eis moeten zijn. Er bestaan grote verschillen in beloning. Hiervoor zouden concrete maatregelen uitgewerkt moeten worden (gericht beleid) met een uitwerking naar de doelgroepen AIO's - Studenten - Medewerkers.

Er volgt een korte discussie in hoeverre de UR moet aangeven welke beleid er gevoerd moet worden. De UR toets het beleid op hoofdlijnen.

Schrama geeft aan dat de voorliggende nota beleid op hoofdlijnen is en dat via projecten invulling hieraan gegeven gaat worden, maar dat er essentiële punten ontbreken.

Meijer deelt mee dat vanuit OPUT dezelfde punten van kritiek op de nota gegeven zijn. Onvoldoende keuzes, geen gelden voor projecten en uitvoering, wel gelden beschikbaar voor arbeidsvoorwaarden.

Wallinga-de Jonge merkt op dat de veelheid van onderwerpen wel in de nota 2003-2007 beschreven wordt maar dat de uitvoering van de projecten maar tot 2005 loopt. De nota behoeft hierdoor steeds aanvulling.

Schrama vraagt om een constructief voorstel: of instemmen met de nota maar vragen om een nieuwe met volledige invulling of werken aan nieuwe keuzes.

Wormeester voelt meer voor een aanmoedigingsvoorstel. Meijer wil in de nieuwe nota 2004 duidelijke afspraken.

Wallinga-de Jonge stelt voor om een positief signaal vanuit de UR af te geven maar te verzoeken om een nieuwe concretere nota in 2004. Dit voorstel vindt de goedkeuring van de UR. Meijer zal dit voorlopige standpunt formuleren en aan de leden ter commentaar mailen.


15.15 uur De vergadering wordt geschorst.

15.30 uur Heropening van de vergadering


11. Instituutsplannen (UR 03-367, 03-391, 03-368, 03-390, 03-369, 03-389)

De voorzitter geeft aan dat er drie positieve instemmingbesluiten voorliggen en vraagt om reactie vanuit de fracties. Hij meldt een algemene brief met vragen en opmerkingen te zullen formuleren en dat deze per mail voor commentaar aan de leden wordt voorgelegd. Wormeester geeft aan dat er verschillend word omgegaan met de onderzoeksinzet en wil graag de financiële kant hiervan gedefinieerd hebben. Houweling vraagt hoe het zit met de adviezen over de instituutsplannen door de Instituutsraden. Is dit gebeurd? En wat of wie is een vervangende Instituutsraad? Vanuit de UR zal gevraagd worden om advies van de Instituutsraden over de Instituutsplannen. In de conceptbesluiten zal dit bij het punt "gehoord" worden gecorrigeerd of weggelaten (IBR).


12. Sectorplan Wetenschap en Technologie (UR 03-332, 03-345, 03-402)

Vinke geeft aan dat de voorliggende brief aan het college inhoudelijk is opgesteld vanuit de commissievergadering.

Wallinga-de Jonge geeft aan dat er gesproken wordt over het toevoegen van extra hoofdstukken aan het definitieve plan met betrekking tot Kennisvalorisatie en financiering. Deze punten moeten opgenomen worden in de brief aan het college. Schrama meldt naar aanleiding van informatie van De Jong inzake de structuur van de nieuwe organisatie dat dit een meer formeel punt wordt. Dit gedeelte moet aangepast worden in de voorliggende brief.

Meijer verwacht dat het een opiniërende discussie wordt aangezien er nog geen nieuwe stukken ter bespreking ontvangen zijn. De voorzitter geeft aan dat het een informatieve bespreking moet worden.


13. Evaluatie Digitale Universiteit (UR 03-376, 03-394)

Vanuit de commissie O&O wordt aangegeven dat zij niet positief staat tegenover de uitgevoerde evaluatie. Schrama vraagt of er nog vragen zijn vanuit de fracties.

Meijer geeft aan dat er vooraf geen duidelijke criteria zijn opgesteld en er tussentijds bijstellingen hebben plaatsgevonden. Tevens is er geen duidelijkheid over wat de evaluatie oplevert voor de UT. De fractie geeft aan wel een advies hierover te zullen geven maar geen verdere doorgang aan het project te willen verlenen.

Vinke geeft namens UReka aan wel doorgang aan het project te willen geven vanwege de reeds geïnvesteerde middelen. Hij vindt dat er geen UR-advies hierover uit moet.

De DD fractie geeft aan geen commentaar te hebben.

Wormeester geeft aan dat er wel doorgang van de Digitale Universiteit moet zijn maar dat de kosten bij de gebruikers moeten komen te liggen dus bij de decentrale eenheden. Brinkman constateert dat er geen criteria zijn vastgesteld en dat de inhoud van het advies daarom weinig voorstelt. Vinke geeft aan dat een conclusie op basis van de evaluatie niet mogelijk is en stelt dan ook voor geen UR-advies te formuleren.

Wallinga-de Jonge vindt dat er een brief aan het college moet uitgaan met hierin de vraag over het al dan niet doorgaan met de Digitale Universiteit en het evalueren van de opgestarte projecten en de waarde hiervan voor de UT. Schrama vult aan dat in de formulering van de voorliggende brief duidelijker naar voren moet komen dat de evaluatie niet voldoende is geweest. Tevens moet de vaag opgenomen worden over de criteria voor de UT en de financiële prikkel voor de deelnemende eenheden.

Vinke zal de aangegeven wijzigingen doorvoeren.


14. Onderwijsjaarcirkel en 5 ECTS (UR 03-371, 03-395)

Vinke meldt de conclusie over beide punten vanuit de commissie O&O. De informatievoorziening is onvoldoende geweest maar in een later stadium toch ontvangen. De verschillende ontwikkelingen in de jaarcirkel volgen elkaar wel heel erg snel op waardoor curriculumaanpassingen wederom noodzakelijk zijn. Misschien moet de invoeringstermijn 1 jaar uitgesteld worden. Vanwege de faculteitsoverstijgende wijzigingen op het studentenstatuut heeft de UR instemmingsrecht inzake de 5 ECTS. De voorzitter vraagt om commentaar vanuit de fracties.

De CC-fractie onderschrijft de conclusie van de commissie en vindt één uniform systeem noodzakelijk. Ze geeft aan dat één jaar uitstel van invoering misschien wijs is. Wormeester verwoordt zijn persoonlijke mening. De overgang naar een semestersysteem is mogelijk (maar niet nu). Het behelst een enorme verandering die best een jaar kan wachten. Er is geen onderwijskundige argumentatie voor de wijziging van 42 naar 40 weken. De invoering van 5 ECTS kent een negatieve argumentatie dit betreft onder andere de curriculumopzet. Dit pleit ook voor uitstel van één jaar. Het laatste punt behelst de problematiek van de ingeplande stages. Ook dit pleit voor uitstel van invoering met één jaar.

Wallinga-de Jonge geeft aan dat de DD-fractie de strekking van de brief akkoord vindt en heeft geen behoefte aan nog meer informatie uit de CCO en SOW. De termijn van uitstel met één jaar is nog niet duidelijk daar er ook een samenhang gezien moet worden met de ontwikkelingen binnen het SWT.

UReka meldt akkoord te gaan met de voorliggende brief maar verzoekt het punt van de tentamenperiode op te nemen.

Schrama geeft aan dat er inzake de 5 ECTS nog een advies voorbereid moet worden. Het punt van invoering op deze korte termijn moet ter discussie gebracht worden ook in verband met de eventuele negatieve uitwerking hiervan. Tevens moet het punt van de roosterwijzigingen en teruggang naar 40 weken tot uitdrukking komen. En het feit dat het instemmingspunt 5 ECTS aan de UR is voorgelegd zonder argumentatie. Als laatste punt moet verwoord worden het late tijdstip van aanbieden aan de UR.

Wallinga-de Jonge ziet graag het punt van de invoering van de minor van 30 ECTS ook opgenomen.

Vinke zorgt voor gewijzigde concept versies van het advies onderwijsjaarcirkel en het instemmingsbesluit invoering 5 ECTS.


15. Centraal Arbo- en milieujaarplan 2003-2006 (UR 03-339, 03-398)

De voorzitter van de commissie P&S geeft aan dat het voorliggende plan redelijk compleet is. De commissie heeft echter wel kanttekeningen. Tijdens de cie-vergadering is door de beleidsmedewerker aangegeven dat er nog mutaties op dit plan volgen.

Schrama vraagt of de fracties nog commentaar hebben.

De DD-fractie geeft aan niets te willen toevoegen aan voorliggend concept besluit.

De CC-fractie heeft de volgende punten. Men wil de betrokkenheid van de SAD in dezen nader geformuleerd hebben. De nota is een meerjarenbeleidsplan en geldt tevens als plan voor 2004. Echte verslaglegging inzake arbozaken ontbreekt. Het zou mooi zijn indien er één nota komt waarin verslaglegging van de resultaten en de actiepunten voor komend jaar staan. In de nota staat geen informatie over wie wat heeft uitgevoerd en betrokkenen zijn niet op de hoogte van wat er in de afgelopen twee jaar is gebeurd.

Berends meldt dat er voor wat betreft de kernpunten betere afstemming centraal-decentraal moet plaatsvinden (bijv. RSI-beleid). Dat bij wijzigingen inzake huisvesting ook gebruikers betrokken moeten worden (bijv. bij collegezalen). Het laatste punt van aandacht is onvoldoende financiële onderbouwing van het uitvoerende beleid (bijv. RSI-beleid).

Houweling vindt dat er duidelijke normen gesteld moeten worden voor de werkzaamheden van de BHV buiten werktijd.

Schrama meldt nog dat bij de overwegingen de wettelijke verplichting opgenomen moet worden. Wormeester geeft aan dat hij voorafgaande aan de instemming over het arbo- en milieumeerjarenplan een advies hierover van de SAD wil hebben.

Schrama doet daarop het volgende voorstel. Dit agendapunt niet op de overlegvergadering behandelen en de instemmingvraag aanhouden totdat het advies van de SAD er is. Een en ander moet in een brief aan het college worden toegelicht. Eventuele afhandeling kan via het presidium plaatsvinden. Iedereen gaat akkoord met dit voorstel.


16. Rookbeleid UT 2003 (UR 03-347 en 03-400)

Er zijn geen opmerkingen vanuit de fracties inzake het opgestelde concept-besluit. Iedereen is akkoord.


17. Richtlijn werken met gevaarlijke stoffen (UR 03-362 en 03-399)

De voorzitter geeft aan dat er inzake de richtlijn contact is gezocht met de betrokken uitvoerende Faculteitsraden over de werkbaarheid. De belangrijkste Faculteitsraden hebben gereageerd en zijn positief. Mochten er nog negatieve ontwikkelingen komen vanuit de Faculteiten dan kan er alsnog actie volgen.

De volgorde van het concept besluit moet gewijzigd worden, maar de inhoud is akkoord.


18. Voornemen tot wijziging implementatieplannen DUB-ITBE (UR 03-373 en 03-383)

De voorliggende brieven betreffen het intrekken van het "voornemen…" door het CvB en een negatief advies van de Dienstraad Stafdiensten over het combineren van de functies Directeur DUB en Secretaris UT in één persoon.

Het college heeft toegezegd de URaad over het verdere verloop nader te zullen informeren.

Besloten wordt dit onderwerp niet in de overlegvergadering te behandelen.


19. Transfer vakgroep BPM (Ur 03-372,a en 03-401)

Schrama geeft aan dat het alleen een hiërarchische wijziging betreft die geen personele consequenties heeft. Daarom ligt er een positief instemmingbesluit.

Meijer geeft aan dat navraag heeft geleerd dat er hierover nog geen advies is gevraagd bij de betrokken Faculteitsraden.

Bij BBT heeft intussen een informeel overleg hierover tot instemming geleid.

Bij CTW is over de overplaatsing geen informatie bekend. Binnenkort volgt overleg hierover in de Faculteitsraad. Afgesproken wordt het advies van de Faculteitsraad af te wachten alvorens positief in te stemmen met de transfer.


20. Researchmaster "Systems evaluation and Survey Research" (UR 03-374,a,b,c en 03-397)

De voorliggende conceptbrief aan het college is akkoord. Afgesproken wordt dit punt niet in de overlegvergadering te behandelen.




21. Evaluatie Minors (UR 03-370,a en 03-396)

Voorliggende conceptbrief aan het college is akkoord. De raad wil de complete evaluatie afwachten alvorens een definitieve reactie te geven.

Afgesproken wordt dit punt niet in de overlegvergadering te behandelen.


22. Schriftelijke rondvraagpunten (UR 03-384, 03-388, 03-392, 03-393)

Met betrekking tot het advies centraal inloggen geeft Wormeester aan het een nobel streven te vinden van de studenten een advies over dit onderwerp op te stellen. Hij verwacht echter nog "enkele beren op de weg". Zijn punten zijn: de financiële afrekening, de vraag "wat zijn standaard applicaties", licentiekwesties en huisvestingsproblematiek. De uitvoering zal niet gemakkelijk zijn.

Vinke geeft aan dat het gaat om enkele standaard software pakketten die op diverse plekken binnen de UT beschikbaar zouden moeten zijn. Het zou eventueel via een centrale voorziening te downloaden moeten zijn.

Wallinga-de Jonge heeft een tekstwijziging voor het advies onder overwegende "dat het voorstel (van openstelling) kan leiding tot problemen vanwege praktische en financiële problemen hieromtrent bij faculteiten".

Borggreve geeft aan dat dit advies mede is opgesteld naar aanleiding van vragen vanuit de achterban.

Vinke neemt de opmerkingen vanuit de raad mee in de definitieve versie van de brief en het advies aan het college.


23. Rondvraag

Schrama deelt mee dat de evaluerende vergadering van de URaad gepland is op 20 januari 2004 om 15.30 uur. Aansluitend zal een borrel plaatsvinden.


24. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 17.00 uur