Verslag

UNIVERSITEITSRAAD

griffie

BBgebouw – kamer 500




Agendapunt

Verslag interne vergadering d.d. 13-05-2003



UR

03-166



Vergadercyclus

20-05-2003





Verslag van de interne vergadering van de Universiteitsraad op dinsdag 13 mei 2003



Aanwezig:

U-Raad:

Campus Coalitie: Becht, Brinkman, Bulter, Van Doorn, Houweling, Meijer, Van Rijn, Schrama (vz), Wormeester

UReka: Berends, Hazebroek, Holkers, Huisman, Hummel

DD: Wallinga-de Jonge, Van Benthem

Griffie:

Ribberink, Peijster (verslag)


Afwezig:

Beeker (m.k.), De Olde (z.k.)




1.Opening en vaststelling van de agenda

Schrama opent om 13.37 uur de vergadering en deelt mee dat een machtiging is afgegeven door Beeker aan Holkers en (voor een deel van de vergadering) door Berends aan Huisman.


De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


2.Mededelingen

Meijer komt terug op een vertrouwelijk agendapunt van de vorige vergadering en geeft aan dat hij na de veelvuldige mailwisselingen van de afgelopen weken het punt als afgehandeld beschouwt.


3.Verslag interne vergadering 08-04-2003 (UR 03-129)

N.a.v. pag. 1: Bij aanwezigen: Van Benthem moet bij DD staan.


Agendapunt 3a:

Berends vraagt de voorzitter naar de stavaza m.b.t. de vertegenwoordigingslijstjes. De voorzitter heeft het van iedereen ontvangen maar moet één en ander nog samenvoegen. Berends verzoekt of dit op de site vermeld kan worden. Akkoord.


Agendapunt 7: pag. 3: regel 14: veiligheidsrisico's clean-room. Wordt nader besproken bij pt. 5 Vastgoed.


Agendapunt 4a: pag. 2: gebruik UR-kamer: is via mailwisseling afgehandeld.


Agendapunt 5: pag. 2: regel 46/47: aansluiting VWO-UT. Schrama: In de cie. O&O is besloten geen advies uit te brengen. Wormeester geeft nadere info en meldt dat vanuit de ambtelijke organisatie één lijn binnen de UT wordt gevolgd.


Met inachtneming van de wijzigingen wordt het verslag vastgesteld.


4. Ingekomen-/uitgaande post (UR 03-150)

Wallinga-de Jonge vraagt of er misschien een pagina ontbreekt. Dit blijkt niet zo te zijn, vervolg komt in de volgende vergadering.


5. Vastgoed (UR 03-109, UR 03-145, UR 03-158 vertrouwelijk)

Wormeester geeft een korte weergave van de besloten commissie vergadering F&V. Hij geeft hierbij aan waar de verhoging van het tekort uit voortkomt. En hoe het college tegen de financiële situatie aankijkt. Het CvB heeft aangegeven welke informatie vertrouwelijk en openbaar is. Additionele stukken zijn ter informatie tijdens de vergadering uitgereikt (en weer ingenomen).


De voorzitter vraagt of de fracties n.a.v. deze informatie akkoord kunnen gaan met het O&O-plan.


Ureka vindt dat de geschetste financiële situatie voldoende armslag biedt. De overige vragen zijn voldoende beantwoord. De fractie geeft nu instemming aan het voorstel.


Wallinga-De Jonge vraagt om nadere informatie ook m.b.t. de gestelde vragen vanuit de UR. Wormeester en Schrama geven deze. DD twijfelt nog over instemming.


Meijer geeft nog nadere uitleg over de meerjarenraming in relatie tot de financiële situatie en geeft aan dat nog enkele zaken onduidelijk zijn en om meer info vragen. De huisvestingslasten zullen de komende jaren met M€ 10 stijgen. Ook de relatie van het O&O-plan tot de meerjarenraming en de overige nog uit te voeren projecten roepen vragen op. De vragen zijn:

1. wat is de financiële ruimte binnen het primaire proces ten opzichte van de huisvestingslasten?

2. wat is de regelruimte in geval van tegenvallende ontwikkelingen?


Het voorstel van Wormeester ter bevordering van het instemmingsproces is om dit onderling met Te Beest te bespreken en af te handelen. De vragen worden wel op papier afgehandeld richting overige UR-leden.

Afgesproken wordt het instemmingsbesluit evt. aan te houden tot de juni vergadering en dit gezamenlijk met de meerjarenraming te bespreken.


6. Twente Scholarship Program (UR 03-157)

De status van het besluitvormingsproces is nog niet duidelijk. Er wordt besloten een concept standpunt in te nemen.

UReka onderschrijft de doelstellingen van de Stichting wel. Er moet een brief met advies aan CvB, hierin moeten de volgende vragen/punten vermeld worden:

- argumentatie waarom TMF in TSP opgenomen

- opzet bestuur stichting

- tijdige informatie aan studenten

- lening UT aan stichting moet in begroting verantwoord worden


DD vindt de oprichting van TSP wel verantwoord en staat er positief tegenover. Het vergroot de instroom van buitenlandse studenten, er is grote behoefte aan technische studenten voor onderzoek op de UT, fraude gevoeligheid wordt verminderd, grote behoefte aan werkend TSP op korte termijn, regelingen moeten per opleidingsdirecteur ingevuld worden.


CC is akkoord met doelstellingen TSP, vraagt zich af of de TSP constructie noodzakelijk is en of dit niet intern geregeld kan worden, heeft vraagtekens bij de bestuurlijke constructie en vindt dat de bevoegdheid van de UR minstens adviesrecht is (vooral op financiële gronden).


Er volgt een korte meningsvormende ronde waaruit het volgende in een conceptbrief/-advies naar het CvB verwoord zal worden.

- De meerderheid van de raad vindt dat de status minimaal adviesrecht is,

- argumentatie koppelen TMF aan TSP, (UR niet gelukkig met deze constructie);

- opzet bestuur Stichting,

- de meerderheid van de raad is het niet eens met de verantwoording inzake fraudegevoeligheid en ethische verantwoording bij TSP,

- duidelijkheid financiële gevolgen voor studenten,

- duidelijkheid regeling incl. evt onbillijkheden die hieruit voortvloeien voor Nederlandse t.o.v. buitenlandse AIO's.

Concept wordt door voorzitter opgesteld en aan overige leden voorgelegd.


7. Portfolio analyse (UR 03-148)

De commissie O&O heeft nog geen advies opgesteld. Uit de notitie blijkt dat de Wetenschappelijk directeuren leidend hierin zijn qua indienen van voorstellen. De commissie vindt dat de decanen in ieder geval een coördinerende rol moeten kunnen vervullen.

UReka geeft aan dat voor de Wetenschappelijke Raad gezocht wordt naar een meer technische invulling van bestuurders maar dat men hecht aan een invulling van de maatschappij wetenschappelijke kant van gelijke grootte.

CC geeft aan dat behalve de namen van de leden ook achtergrondinformatie over deze mensen beschikbaar zou moeten komen.

DD ondersteunt de uitspraak van UReka inzake een evenwichtige samenstelling van de Wetenschappelijke Raad.

Er wordt een concept advies opgesteld door Wormeester.


8. Overleg 3TU's (UR 03-159)

Vooraf wordt gemeld dat de personeelsleden binnen de UR beter geïnformeerd zijn dan de studenten daar alle medewerkers een informerende mail van het College van Bestuur ontvangen hebben. Elk universiteitsraadslid heeft alle stukken ontvangen. Op dit moment behoeft dit punt geen advies of instemming.

CC heeft kennis genomen van de brief. De hoofdvraag die bij CC ligt is: Welke mogelijkheden zijn er in het vervolgtraject nog qua beïnvloeding vanuit de UR. Tevens zijn er vragen over de volgende punten: welke randvoorwaarden zijn er bij de goedkeuring van het sectorplan TNW door de minister, inhoud 3TU Graduate School, de regionale instappunten (wat betekent dit voor de UT?), de interne samenwerking is nog vaag, nadere afstemming inzake masteropleiding (waar liggen de probleempunten), minorinvulling op andere universiteiten, instroom t.b.v. master (basisdiscipline) - onderscheid masters andere universiteiten.

UReka heeft kennis genomen van de brief. Wil graag nadere informatie over het traject van medezeggenschap, informatie uitwisseling met de universiteitsraden van de andere TU's.

DD heeft nog vragen inzake de volgende punten: onduidelijke insteek masteropleiding, traject medezeggenschap moet duidelijk zijn, duidelijkheid over minors (c.q. het ontbreken ervan) binnen het plan, de ontwerpersopleiding krijgt een prominente plaats - de ervaringen hiermee binnen de UT zijn anders.

Sijas Akkermans blijft secretaris van dit project 'Kwartetten'.

Afgesproken wordt een brief op te stellen waarin in ieder geval het volgende wordt opgenomen:

- instemmingsrecht (diverse gremia binnen de UT)

- vastleggen medezeggenschapstraject incl. rechten

Eén en ander wordt nader besproken in de Presidiumvergadering.


9. Masteraanbod, specialisaties (UR 03-156)

Dit agendapunt wordt van de agenda van de overlegvergadering afgehaald.


10. UFO, implementatieplan (UR 03-056)

Verwacht wordt dat het implementatietraject op 1-1-2004 afgerond is. De wijze van uitvoering wordt niet centraal maar decentraal geregeld. Hierdoor is het proces door de universiteitsraad niet te volgen. Het CvB zal worden gevraagd één en ander te stroomlijnen en een eenheid in uitvoering te realiseren.

Bij invulling van salarisschalen binnen dezelfde functie zal deze nooit omlaag gaan, wel is een hoger salaris mogelijk. Nieuwe personeelsleden kunnen lager worden ingeschaald. Uitgangspunt is dat dit budgettair neutraal gebeurd.

Van Benthem zal een brief hierover aan het college opstellen.


Als nevenpunt komt aan de orde de transparantie over de invulling van salarissen van CvB leden. De suggestie is dat hiervan eventueel melding in het jaarverslag gemaakt zou kunnen wordt. Besloten wordt dit punt bij de schriftelijke rondvraagpunten op te nemen.


11. Evaluatie verdeelmodel, voortgangsrapportage (mondeling)

Er leven nog twee vragen binnen de Universiteitsraad die beantwoord moeten worden

1. hoe is de evaluatie uitgevoerd;

2. wat is het oordeel van het UMT hierover. Hiervoor wil de UR graag inzage in het verslag van de UMT vergadering m.b.t. het vastgoed en het verdeelmodel. Tevens zou communicatie met het UMT hierover plaats moeten vinden.

Besloten wordt geen brief hierover op te stellen. (zie ook agpt. 5. Vastgoed)


12. Arbo-Milieujaarplan en -Jaarverslag (UR 02-386)

Het voorliggende jaarverslag 2001 is van de Stichting ARBOdienst Drienerlo en niet van de Universiteit zelf. Naar de mening van de UR moeten er ook jaarverslagen en -plannen van de UT beschikbaar komen. Uitgezocht wordt wat hierover in de wet geregeld is.

Eveneens wordt hierover een brief opgesteld t.b.v. de overlegvergadering (Van Benthem).


13. BBR, eerste bespreking (mondeling)

Het concept BBR van maart 2003 is niet besproken in de interne vergadering. Wel is er een reactie namens de UR naar het CvB/DUB gezonden. Volgens de tijdsplanning komt het BBR in juni terug in de UMT-vergadering.


14. Schriftelijke rondvraagpunten (UR 03-160, 03-161)

Doorstroom HBO-p naar WO. Naar aanleiding van de toegezonden mailberichten hierover volgt onderstaande tekstuele aanvulling van Van Doorn uit de cie. P&S:

"- Is de houding van de UT tav. een wetswijziging, identiek aan de inhoud van de brief van 7 Mei jl. van de VSNU aan staatssecretaris Nijs waarin wordt gevraagd naar het opheffen van het toelatingsrecht zoals staat in artikel 7. 28 van de WHW. Wat is in het algemeen de houding van de UT ten aanzien van de inhoud van deze brief?

- Wat is de houding van de UT ten aanzien van wetswijziging die decentrale selectie mogelijk maakt, en uit zou kunnen breiden?

- Welke mate van bereidheid heeft de UT voor inspanningen die de HBO-uitstroom naar WO-master faciliteren, en van welk niveau mogen deze inspanning zijn?"

Hierna volgt een discussie waarin de volgende punten naar voren komen:

Universiteiten zouden zelf een regeling "doorstroombeleid" moeten kunnen maken; Selectie van studenten moet mogelijk zijn; Doorstroom van HBO-p'ers moet mogelijk blijven; evt. voorwaarden aan bepaalde VWO profielen stellen (gelijkheid moet hierbij echter gewaarborgd blijven); toetsing bij toelating moet mogelijk zijn.

Een brief hierover aan het college wordt opgesteld.


Met betrekking tot de problematiek inzake Sars worden geen vragen aan het CvB gesteld.


Wallinga-De Jonge heeft enkele vragen inzake de opleiding Technische Geneeskunde. De vragen hierover zullen schriftelijk aan het CvB gesteld worden (Wallinga-De Jonge en Wormeester).


Naar aanleiding van de gemailde besluiten van het CvB inzake het Bedrijfsplan UT-C: De faciliteiten en financiële gevolgen moeten duidelijk zijn met betrekking tot de tekorten. Dit geldt ook voor USE en de Bastille.

Meijer stelt hierover vragen aan het college op.


15. Rondvraag

Geen.


16. Sluiting

De voorzitter sluit de vergadering om 16.13 uur.