nieuwsbrieven

Nieuwsbrief 2003 december

Op dinsdag 9 december heeft de laatste overlegvergadering van 2003 plaatsgevonden. Hieronder worden de belangrijkste resultaten kort toegelicht.


Nota Personeelsbeleid

De Universiteitsraad heeft ingestemd met de Nota Personeelsbeleid 2003-2007 met de afspraak dat de hoofdlijnen van het personeelsbeleid eind 2004 opnieuw ter instemming worden voorgelegd. De personeelsnota is tot stand gekomen na uitgebreide consultaties binnen de universiteit. De personeelsgeleding van de Universiteitsraad, die instemmingsrecht heeft, kon er echter in eerste instantie niet mee akkoord gaan, omdat de nota geen uitspraken bevat over concrete beleidsdoelen, termijnen en beschikbare middelen. De raad wilde geen genoegen nemen met de goede voornemens van het college en het UMT, omdat de ervaring leert dat deze vaak niet worden gerealiseerd. Het College van Bestuur stelde dat het geen concrete beleidsdoelen kan formuleren waar alle eenheden aan zijn gebonden, omdat het beleid nog nader moet worden uitgewerkt en gedurende dat proces draagvlak moet worden gecreëerd. Intensief overleg in de dagen voor de overlegvergadering heeft geresulteerd in het genoemde compromis. Dit is een goede oplossing omdat de uitwerking van het personeelsbeleid voortgang kan vinden langs de door het college gewenste lijnen, die in grote lijnen door de raad worden onderschreven. Het gaat dan om zaken als loopbaanbeleid, arbeidssatisfactie en werkdruk, gelijke waardering van onderzoek en onderwijs, managementontwikkeling, mobiliteit, en academisch leiderschap. De raad zal begin volgend jaar in een advies nader aangeven wat hij verwacht van de uitwerking van het beleid in de zin van concrete resultaten, beschikbare middelen, en verantwoording van beleidskeuzes die nu nog niet zijn gemaakt. Eventueel vragen we ook aandacht voor enkele onderwerpen die nu nog niet aan bod zijn gekomen.

De studentengeleding heeft positief geadviseerd over de nota. Veel waardering vond het uitgangspunt dat onderwijs en onderzoek van gelijk gewicht zijn. Bovendien moeten de didactische vaardigheden van docenten in orde zijn. Het College zegde toe te zorgen voor een verplichte didactische cursus voor nieuwe medewerkers met een onderwijstaak. Dit is inclusief scholing op het gebied van interculturele vaardigheden voor hen die onderwijs geven aan internationale studenten. In de uitwerking van het personeelsbeleid zal ook aandacht worden besteed aan de categorie student-werknemers. Wel miste ook de studentengeleding een financiële onderbouwing en prioriteitenstelling in de nota.


Begroting 2004

Voor het eerst sinds een aantal jaren is de begroting voor het eind van het jaar gereed. Er is een tekort begroot van 1,2 M€, wat lager is dan verwacht, vooral dankzij meevallers in het tempo waarin uitgaven moeten worden gedaan voor het vastgoed. De Universiteitsraad heeft positief geadviseerd en daarbij is een aantal afspraken gemaakt met het College van Bestuur:

hoewel de centrale ziektekostenverevening is afgeschaft, zullen de eenheden (faculteiten en diensten) worden gecompenseerd voor bovenmatige kosten;

de opleidingsdirecteuren wordt gevraagd een systeem voor de verrekening van “infrastructurele kosten” uit te werken, in het bijzonder de kosten die gemoeid zijn met het verzorgen van onderwijs voor studenten van andere faculteiten die in het verdeelmodel niet of onvoldoende worden vergoed;

de aanloop- en ontwikkelkosten die faculteiten krijgen vergoed voor nieuwe opleidingen worden nog eens tegen het licht gehouden, met name voor de vraag of deze niet moeten worden aangepast als de gerealiseerde studentenaantallen lager zijn dan oorspronkelijk verwacht;

bekeken wordt of de toewijzing van stimuleringsmiddelen aan de onderzoeksinstituten voortaan op ‘outputparameters’ kan worden gebaseerd, bijvoorbeeld verworven tweede- en derdegeldstroommiddelen, in plaats van de beschikbare onderzoekscapaciteit;

bekeken wordt of de in het najaar doorgevoerde wijziging van de verdeling van onderzoeksmiddelen, die heeft geleid tot substantiële wijzigingen ten opzichte van het begrotingsbod, een permanent karakter moet hebben, in welk geval deze als wijziging van het verdeelmodel aan de Universiteitsraad zal worden voorgelegd;

de prijzen voor de interne dienstverlening, in het bijzonder op ICT-vlak, worden vergeleken met de marktprijzen voor vergelijkbare diensten, met name op het punt van de leveringsvoorwaarden;

de jaarrekening 2003 zal duidelijk maken in hoeverre de bezuinigingsoperatie van het afgelopen jaar is gerealiseerd.


Onderwijsjaarcirkel en 5 ECTS-richtlijn

Het is de bedoeling dat met ingang van het nieuwe studiejaar alle opleidingen een semestersysteem krijgen, dat het studiejaar wordt ingekort van 42 naar 40 weken, en dat de omvang van alle vakken in principe 5 ECTS wordt. Het College van Bestuur heeft dit begin oktober al besloten en de Universiteitsraad betreurt het dat dit onderwerp nu pas in een overlegvergadering is besproken, te meer daar de raad enkele bedenkingen heeft. Niet alle opleidingen zijn tevreden met de invulling van de jaarcirkel van 40 weken. Bovendien is het de zoveelste keer dat de curricula moeten worden aangepast, met alle gevolgen van dien voor de werkdruk voor de docenten en de studeerbaarheid voor de studenten. Het lijkt de raad geen gek idee om de wijzigingen op een later moment in te voeren, wat de mogelijkheid biedt om in één keer meerdere aanpassingen door te voeren, bijvoorbeeld ook de wijzigingen die voortvloeien uit het 3TU-overleg. We zijn er in het overleg nog niet uitgekomen en de Universiteitsraad wil de visies van de verschillende opleidingen nog eens horen.

De Universiteitsraad heeft ook nog geen besluit genomen over de 5 ECTS-richtlijn. Ook op dit punt bestaan de nodige twijfels, maar de raad heeft zich nog geen oordeel kunnen vormen omdat het College van Bestuur heeft nagelaten dit besluit beargumenteerd aan ons voor te leggen. Deze argumentatie is nu toegezegd, evenals een nadere uitleg van de betekenis van het begrip ‘richtlijn’: in hoeverre zijn opleidingen verplicht deze op te volgen?


Algemene gang van zaken

Twee keer per jaar staat de “Algemene gang van zaken” op de overlegagenda. Bij dit agendapunt gaat het om een open gesprek tussen Universiteitsraad en College van Bestuur zonder concrete besluitvorming. Er is uitgebreid aandacht besteed aan een discussienotitie van UReka op basis van een SWOT-analyse van de universiteit. De besproken thema’s gingen over de informatievoorziening die nog weleens te wensen overlaat, het contact van bestuurders met de werkvloer, het groeiende aantal verantwoordelijkheden van studenten binnen de Universiteit Twente, de veranderingen in het onderwijsveld met name de ‘nieuwe markt’ in het BaMa-stelsel en Enschede Studentenstad.


Instituutsplannen voor Impact, IGS en IBR

De Universiteitsraad heeft ingestemd met de drie instituutsplannen. Vermeldenswaard is dat voor het eerst de decentrale medezeggenschap - in de vorm van (voorlopige) instituutsraden voor Impact en IGS - zich over de ontwerpplannen heeft kunnen uitspreken. In het overleg hebben we vooral gesproken over de functie van de instituutsplannen en de toelatingscriteria voor individuele onderzoekers. Het College van Bestuur is het met de raad eens dat de functie van de instituutsplannen herziening behoeft. Legitimatie van de onderzoeksinstituten en vastleggen van de missie kan het best plaatsvinden in het kader van het vierjaarlijkse Instellingsplan voor de Universiteit Twente als geheel, waar de instituutsplannen als bijlage aan kunnen worden toegevoegd. Wat de toelatingscriteria voor individuele onderzoekers betreft heeft het College van Bestuur ons kunnen geruststellen: hoewel de onderzoeksmiddelen van de leerstoelgroepen formeel via het instituut lopen, beslissen de leerstoelhouders over de toewijzing aan individuele medewerkers zonder gehouden te zijn aan eventuele toelatingscriteria.


Sectorplan Wetenschap en Techniek (3TUs) en Instellingsplan

In 2004 wordt een nieuw Instellingsplan opgesteld. Het College van Bestuur heeft onlangs een eerste notitie (“strategisch kader”) besproken met het UMT. Belangrijke bouwstenen daarbij zijn de strategieplannen voor de faculteiten en instituten, waaraan al sinds de reorganisatie van vorig jaar wordt gewerkt. Het College van Bestuur heeft ons nu gemeld dat de verschillende hoofdstukken, zoals onderzoek en onderwijs, in de loop van het jaar in conceptvorm ter advies zullen worden voorgelegd. De raad heeft voor twee onderwerpen bijzondere aandacht gevraagd: de organisatie van de bachelor-opleidingen en de versterking van private activiteiten van onze universiteit op het gebied van post-initieel onderwijs en kennisvalorisatie.

Het College van Bestuur stelt ook voor om de definitieve versie van het Sectorplan Wetenschap en Techniek ook mee te nemen. Wat het 3TU-overleg betreft heeft Frans van Vught gemeld dat het overleg over de vorm van de beoogde Graduate School en Institute for Science and Technology moeizaam verloopt. Daarnaast zijn nieuwe hoofdstukken in voorbereiding over kennisvalorisatie en de “financiële claim” die de 3 TUs kunnen voorlegen aan de ministers van Onderwijs en Economische Zaken. Afgesproken is dat de Universiteitsraad voor de publicatie van de definitieve versie nog eenmaal wordt geïnformeerd over de gang van zaken.


Overige zaken

De Universiteitsraad heeft ingestemd met het bijgestelde Rookbeleid UT 2003 en de Richtlijn werken met gevaarlijke stoffen. De evaluatie Digitale Universiteit en de transfer van vakgroep BPM van BBT naar CTW zijn doorgeschoven naar een extra overlegvergadering, die waarschijnlijk op 13 januari zal plaatsvinden.