aandachtspunten

uit het overleg 2003 12 09


Aandachtspunten uit de overlegvergadering van de Universiteitraad van 09 december 2003,


Algemene gang van zaken

De notitie inzake een inventarisatie van mogelijke samenwerkingsvormen tussen de UT en Saxion zal door het college breed ter beschikking gesteld worden.

Het college zegt toe om in het te ontwikkelen Instellingsplan nader aandacht te zullen besteden aan de toekomst/richting en de organisatie van de Bachelor-opleidingen en aan de aangekondigde versterking van private activiteiten op het gebied van post-initieel onderwijs en kennisvalorisatie en deze in de loop van het jaar met de UR te bespreken.


Sectorplan Wetenschap en Techniek

In de tweede week van januari 2004 zal een extra overlegvergadering gehouden worden waarin de UR onder meer zal worden geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen rond het Sectorplan Wetenschap en Technologie. Indien beschikbaar worden concept-versies van de hoofdstukken over kennisvalorisatie en de financiële claim ter informatie toegezonden.


Ontwerpbegroting 2004

De Universiteitsraad,

Gezien:

De nota Ontwerp Begroting 2004, km. FEZ/357.701 en het supplement, km. FEZ/357.700

De vragen van de commissie FV en de beantwoording door het college

Het UMT besluit van 23 oktober 2003.


Overwegende dat:

Een zo groot mogelijke prijsstabiliteit zowel voor onderwijs- als onderzoeksprestaties dient te worden nagestreefd.

Het UMT besluit van 23 oktober voor wijziging van de systematiek alleen voor 2004 en alleen voor het onderzoek prijsstabiliteit waarborgt.

De prijsstabiliteit negatief beïnvloed wordt door het faseverschil in bekostigde parameters tussen intern en extern verdeelmodel.

De OO component een substantiële omvang moet hebben om de aansluiting onderwijs - onderzoek essentiële inhoud te verlenen.

De gelden voor de centrale ziektekostenverevening in het kader van de wet poortwachter in het verdeelmodel zijn gebracht.

Binnen het onderwijs de infrastructurele kosten op basis van het aantal eerstejaars aan een opleiding wordt toegewezen. De infrastructurele kosten worden ten dele door de toeleverende opleiding gemaakt. Voor deze infrastructurele kosten vindt op dit moment geen modelmatige interfacultaire verrekening plaats.

De infrastructurele component een tweetal verschillende zaken omvat, i.e. kosten verbonden aan de organisatie van de opleiding en kosten verbonden aan het specifiek technische karakter van de opleiding. Deze component omvat o.a. de middelen waarvan de volgende onderdelen bekostigd worden: a) onderwijsruimten: poolzalen (ook voor tentamen), facultaire collegezalen en practicumzalen b) Materiele voorzieningen ten behoeve van het onderwijs: apparatuur e.d. c) BOZ d) OLD en bureau e) Onderwijskwaliteitmanagement, waaronder visitatie en accreditatie, advisering Dinkel en scholing docenten (o.a. DUIT-cursus) f) Studievoorlichting. De infrastructurele component bevat ten dele bekostiging voor g) opleidingscoördinatoren, studieadviseurs en OLC h) Stagecoördinatie i) facultaire studentenvoorzieningen (studievereniging e.d.) j) Bibliotheek (voor zover voor studenten) k) Lerarenopleiding (bijdrage opleiding).

De aanloopkosten van nieuwe opleidingen bepaald worden op basis van: a) de geschatte aantallen nieuwe studenten voor een opleiding op basis van een marktverkenning b) de geschatte doorloopsnelheid en slaagpercentage van een opleiding en c) een versneld ingroeitraject in de bekostiging. De schatting op basis van het marktonderzoek is in een aantal gevallen substantieel hoger dan de gerealiseerde aantallen.

Gezamenlijke bachelor opleidingen beoogd worden waarvan pas opgerichte opleidingen deel uit maken.

De deelbegroting van de opleiding technische geneeskunde ontbreekt.

De bepaling van de DSOZ component per instituut wordt gedaan op basis van een verschillend interpreteerbaar input gegeven, de inzet van het instituut in fte.

De wijziging van de onderzoeks bekostigings systematiek als gevolg van het UMT besluit van 23 oktober 2003 als claim is afgehandeld.

De prijzen voor de informatiedienstverlening (telefonie en internet) inmiddels een per aansluiting van een markt vergelijkbare prijs zijn.


Gehoord de toezegging van het College dat:

Er voor het jaar 2004 een centrale registratie plaatsvindt van afwezigheid in verband met ziekte. De eenheden waar de kosten in verband met ziekte van de geregistreerde gevallen boven de gedecentraliseerde middelen uitkomt worden gecompenseerd voor de bovenmatige kosten. Binnen de eenheden wordt wel verevend.

De methode van ziektekosten verevening bij de ontwerp - richtlijnen begroting 2005 zal worden vastgesteld.

De opleidingsdirecteuren gevraagd wordt een verrekeningssysteem voor de infrastructurele kosten uit te werken. Het college zal na advies van de opleidingsdirecteuren vaststellen welke kosten uit de infrastructurele component en welke uit het SSP-onderwijscompartiment bekostigd dienen te worden.

De methodiek voor het bepalen van aanloopkosten en ontwikkelkosten van nieuwe opleidingen in het kader van de begrotingsrichtlijnen 2005 heroverwogen wordt. Met name zal gekeken worden naar het gebruik van het gerealiseerde aantal nieuwe studenten i.p.v. het geschatte aantal nieuwe studenten en zal kritisch gekeken worden naar het versnelde ingroeitraject.

De wijziging van de onderzoeks bekostigings systematiek in het meerjaren perspectief wordt doorgerekend en bij handhaving als wijziging op het verdeelmodel aan de UR zal worden voorgelegd.

De verdeling van de DSOZ component op een andere wijze dan de fte inzet gedaan moet gaan worden en als wijziging op het verdeelmodel aan de UR zal worden voorgelegd.

Bij marktvergelijkbare doorberekende prijzen van dienstverlening binnen de UT ook marktvergelijkbare randvoorwaarden en uitbesteding hoort.

De beleidsteksten bij de deelbegrotingen van DUB, CvB en BC zo spoedig mogelijk aan de UR worden toegezonden.

De deelbegroting van Technische Geneeskunde in een afzonderlijke notitie door het college ter advisering aan de Universiteitsraad wordt voorgelegd

Bij de Jaarrekening 2003 de uitkomsten van de bezuinigingen ten gevolge van de Reorganisatie in beeld te brengen.


Adviseert:

De hernieuwde doorberekening van de meerjarenraming met de beoogde wijziging van de systematiek het effect op prijzen met als basisjaar 2003 door te rekenen en mogelijkheden te bezien die de prijsstabiliteit bevorderen.

positief over de Ontwerpbegroting 2004


Instituutsplannen

Het CvB onderschrijft het voorstel van de UR (UR 03 410) om de instituutsplannen voortaan een plaats te geven in de vierjaarlijkse cyclus van het Instellingsplan, zodat het Instellingsplan mede gebaseerd kan worden op de geactualiseerde versies van de Instituutsplannen.

Het college bevestigt de stelling van de UR dat een instituut geen criteria met betrekking tot deelname van individuele medewerkers van de deelnemende leerstoelen kan stellen, een dergelijke beoordeling komt toe aan de hoogleraren.

De diversiteit in naamgeving van de gremia in de verschillende instituten zal door het college gecorrigeerd worden.


IMPACT

De Universiteitsraad


Gezien:

Het instituutsplan “IMPACT – Institute of Mechanics, Processes and Control – Twente” (UR 03 367);

het advies van de instituutsraad IMPACT;


overwegende dat:

de samenvoeging van de instituten PiT en TIM om een nieuw instituutsplan vraagt;

de onderzoeksgroepen binnen IMPACT gehonoreerd zijn, of hiervoor alsnog voorgedragen worden;


besluit:

in te stemmen met het instituutsplan “IMPACT – Institute of Mechanics, Processes and Control – Twente” (UR 03 367)


IBR

De Universiteitsraad


Gezien:

Het instituutsplan “IBR – Institute for Behavioral Research” oktober 2003 (UR 03 368);


overwegende dat:

de oprichting van het IBR om een instituutsplan vraagt;

het plan tegemoet komt aan eerder gemaakte kanttekeningen voor de URaad;

GW de intentie heeft een WD aan te trekken welke een breed draagvlak dient te hebben binnen het IBR en in staat moet zijn voldoende middelen voor het IBR te verwerven met name van buiten de Universiteit Twente;


besluit:

in te stemmen met het instituutsplan “IBR – Institute for Behavioral Research” (UR 03 368) oktober 2003.


IGS

De Universiteitsraad


Gezien:

Het instituutsplan “IGS – Institute for Governance Studies” juni 2003 (UR 03 369);

Het IGS cross-cutting programme: Innovation and governance oktober 2003 (UR 03 369a);

De Procesnotitie versterking en ontwikkeling IGS (UR 03 369b);

Het advies van de Faculteitsraad - BBT;


overwegende dat:

de uitbreiding van het IGS om een nieuwe instituutsplan vraagt;

het verzoek van de vervangende instituutsraad tot een integrerend programma uitgewerkt is in het cross-cutting programma;

BBT de intentie heeft een WD aan te trekken welke een breed draagvlak dient te hebben binnen het IGS en in staat moet zijn voldoende middelen voor het IGS te verwerven met name van buiten de Universiteit Twente;


besluit:

in te stemmen met het instituutsplan “IGS – Institute for Governance Studies” (UR 03 369) juni 2003.


Nota Personeelsbeleid


De personeelsgeleding van de Universiteitsraad:

Gezien

De Nota personeelsbeleid 2003 – 2007, versie 14 oktober 2003 (UR 03/335);

Het commentaar UR bij de Nota Personeelsbeleid 2003 – 2007 (UR 03/361);

De brief van het College van Bestuur aan de Universiteitsraad inzake de Nota Personeelsbeleid, d.d. 25 november 2003 (UR 03/380);

De bijlage: probleemanalyse bij de Nota Personeelsbeleid (UR 03/380a);

De concept projectplannen van alle projecten zoals die zijn opgenomen in de Nota Personeelsbeleid (UR 03/380b1 t/m 380b11).


Overwegend dat

Het ontwikkelen en benutten van menselijk kapitaal van eminent belang is voor een universiteit en voor universitaire medewerkers.

Een meerjarige nota Personeelsbeleid richtinggevend dient te zijn voor het te voeren beleid op middellange termijn.

in de voorliggende versie van de Nota Personeelsbeleid wel hoofdlijnen van het beleid worden aangegeven, echter zonder uitwerking in concrete en meetbare beleidsdoelen, met duidelijke afspraken over de verantwoording van het gevoerde beleid en eventuele deadlines;

de nota geen inzicht geeft in de beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van het beleid en – gezien de financiële situatie van de universiteit – de keuze van de prioriteiten hierbij;

het personeelsbeleid nog volop in ontwikkeling is, dat de sleutelbegrippen “flexibiliteit” en “ontwikkeling” en de projectomschrijvingen voor de hand liggende prioriteiten zijn, terwijl ook sleutelbegrippen als “uniformiteit”, “werkdrukbeheersing”, “rapportage over het gevoerde personeelsbeleid” en “voldoende middelen” van groot belang zijn.

de nadere invulling van de hoofdlijnen van het beleid zullen nopen tot beleidskeuzen en dat deze expliciet moeten worden gemaakt en beargumenteerd;

gedurende het jaar 2004 nadere invulling moet worden gegeven aan hetgeen in de voorliggende Nota Personeelsbeleid is gesteld en in de bij de nota gevoegde projectplannen wordt beschreven;


Gehoord de toezegging van het College van Bestuur dat:

1.in het najaar van 2004 opnieuw de hoofdlijnen van het personeelsbeleid ter instemming worden voorgelegd aan de Universiteitsraad;

2.de Universiteitsraad tussentijds zal worden betrokken bij de nadere invulling van het beleid;


Besluit

in te stemmen met de Nota Personeelsbeleid 2003-2007, opdat gedurende het jaar 2004 invulling kan worden gegeven aan hetgeen in de voorliggende Nota Personeelsbeleid is gesteld en in de bij de nota gevoegde projectplannen wordt beschreven;

in een advies – begin 2004 uit te brengen - aan te geven wat de raad op hoofdlijnen verwacht van de nadere invulling van het personeelsbeleid en op welke wijze hij dit zal beoordelen.



De studentgeleding van de Universiteitsraad,

gezien:

De Nota personeelsbeleid 2003 – 2007, versie 14 oktober 2003 (UR 03/335);

Het commentaar UR bij de Nota Personeelsbeleid 2003 – 2007 (UR 03/361);

De brief van het College van Bestuur aan de Universiteitsraad inzake de Nota Personeelsbeleid, d.d. 25 november 2003 (UR 03/380);

De Bijlage: probleemanalyse bij de Nota Personeelsbeleid (UR 03/380a);

De concept projectplannen van alle projecten zoals die zijn opgenomen in de Nota Personeelsbeleid (UR 03/380b1 t/m 380b11).

overwegende dat:

Het proces van de totstandkoming van de Nota Personeelsbeleid goed verlopen is;

Studenten in voldoende mate betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van de Nota Personeelsbeleid;

In de nota duidelijke beleidskeuzes gemaakt worden op het gebied van het personeelsbeleid;

Het streven is om een realistisch personeelsbeleid neer te zetten;

Onderwijs en Onderzoek van gelijk gewicht dienen te zijn en hieraan concrete maatregelen aan verbonden dienen te zijn;

Een aantal doelgroepen onderbelicht is gebleven;

Het inzetten van studentwerknemers gericht personeelsbeleid vergt;

De verantwoordelijkheid met betrekking tot de uitvoering van het personeelsbeleid ligt bij de decanen dan wel leerstoelhouders;

gehoord:

De beraadslagingen;

De toelichting van de directeur van de dienst PA&O;

De toezegging van het College van Bestuur dat er evaluatiemomenten ter controle van de uitvoering en resultaten van het personeelsbeleid ingevoerd zullen worden;

De toezegging van het College van Bestuur om Onderwijs en Onderzoek ook daadwerkelijk van gelijk gewicht te laten zijn, wat zal blijken uit een verplichte didactische cursus voor nieuwe medewerkers met een onderwijstaak (inclusief scholing op het gebied van interculturele vaardigheden voor hen die onderwijs geven aan internationale studenten) en uit concrete maatregelen om te komen tot een gelijkwaardige beloning van zowel Onderwijs- als Onderzoekstaken;

De toezegging van het College van Bestuur dat de Nota Personeelsbeleid nader uitgewerkt wordt naar doelgroepen;

De toezegging van het College van Bestuur om aan te geven hoe gewerkt gaat worden aan de internationale mobiliteit van het wetenschappelijke personeel, gegeven de internationaliseringdoelstellingen van de UT;

De toezegging van het College van Bestuur dat zo spoedig mogelijk voorzien wordt in een financieel kader en een prioriteitenstelling voor de Nota Personeelsbeleid, welke ter advisering aan de UR zullen worden voorgelegd.

adviseert:

positief met betrekking tot de Nota Personeelsbeleid 2003 – 2007, versie 14 oktober 2003 (UR 03/335);

Het college zegt toe in samenspraak met het ITBE te zullen kijken naar inhoud en omvang van de didactische cursussen voor nieuwe medewerkers. Ook een inwerkcursus voor student-assistenten zal hierbij betrokken worden.


Onderwijsjaarcirkel en 5 ECTS - richtlijn

De besluitvorming rond dit punt (invoering van een semestersysteem en inkorting van het studiejaar van 42 naar 40 weken) is aangehouden in afwachting van nader informatie van het college over studeerbaarheid voor de studenten bij overgang van een trimestersysteem naar een semestersysteem en informatie vanuit de opleidingen over de (on)mogelijkheid van uitvoering van een en ander in verband met werkdruk voor de docenten.

De raad constateert dat het voorgenomen besluit in zake de 5 ECTS - richtlijn zonder motivatie of argumentatie is voorgelegd. Er is ook een verschil van mening over de bevoegdheid van de raad in dezen. Volgens het college is het adviesrecht van toepassing, maar volgens de raad impliceert het voorgenomen besluit een wijziging van het Studentenstatuut en is derhalve sprake van instemmingsrecht. Het college zal het voorgenomen besluit alsnog motiveren. Tevens zal het begrip "richtlijn" nader toegelicht worden. In de tweede week van januari zal hierover opnieuw overleg tussen college en UR plaatsvinden.


Rookbeleid UT 2003

De Universiteitsraad

Gezien:

het Rookbeleid Universiteit Twente 2003 (UR 03/347);

het Property Inspection Report van de Universiteit Twente, d.d. 26 en 27 mei 2003;

gehoord:

de toelichting van de betrokken beleidsmedewerker;

De toezegging van het College van Bestuur dat er daadwerkelijk actie ondernomen wordt naar aanleiding van “de stand van zaken rookbeleid per gebouw”.

overwegende dat:

de UT verplicht is te voldoen aan de Tabakswet;

het van belang is dat er duidelijkheid is over rookverboden in de diverse gebouwen van de UT;

besluit:

in te stemmen met het Rookbeleid Universiteit Twente 2003 (UR 03/347).



Richtlijn "Werken met gevaarlijke stoffen"


De Universiteitsraad

Gezien:

de Richtlijn “Werken met gevaarlijke stoffen” (UR 03/362);

de brief van de dienst PA&O aan het College van Bestuur inzake het actiepunt Property Inspection Report: “03-06 Koel- en vrieskasten”, d.d. 22 oktober 2003.

gehoord:

de toelichting van de betrokken beleidsmedewerker;

de reactie van de betrokken Faculteitsraden op de werkbaarheid van de richtlijn.

overwegende dat:

de UT verplicht is te voldoen aan de Arbowetgeving;

de UT zodoende beleid dient te voeren dat risico’s voor de veiligheid en gezondheid voor de medewerkers zoveel mogelijk uitsluit;

de reeds bestaande richtlijn bijgesteld diende te worden naar aanleiding van het Property Inspection Report Universiteit Twente;

de richtlijn reeds bekend is bij de desbetreffende eenheden (AMC’s);

besluit:

in te stemmen met Richtlijn “Werken met gevaarlijke stoffen” (UR 03/362).



Transfer vakgroep BPM

Om de faculteitsraad CTW de gelegenheid te geven met de decaan te overleggen over de eventuele financiële en personele consequenties van de beoogde transfer van de vakgroep BPM wordt besluitvorming aangehouden tot de extra overlegvergadering in de tweede week van januari 2004. Het college zal hierover met de decaan van CTW in overleg treden.



Schriftelijke rondvraagpunten

De schriftelijke rondvraagpunten met betrekking tot a)gebouwentoegang en b)huisartsenvoorziening zullen wegens tijdgebrek schriftelijk door het college worden beantwoord.

Ten aanzien van de "Openstelling pc-zalen /practicum-zalen" wordt door de UR onderstaand advies aan het college geformuleerd.

De Universiteitsraad,

gezien:

de nota “Centraal Inloggen” (UR 03 392) november 2003 vanuit het S-Beraad (bijgesloten);

overwegende dat:

de huidige benutting van de facultaire PC- en Practicum-zalen (verder te noemen: PC-zalen) verre van efficiënt is;

door openstelling van PC-zalen voor alle studenten, ongeacht studie-achtergrond, de vraag van studenten naar PC-voorzieningen beter beantwoord kan worden;

het gebruik van PC’s door studenten over het algemeen gaat om gebruik van standaard applicaties;

financiële bezwaren voor faculteiten weggenomen kunnen worden door een te ontwikkelen verdeelsleutel;

voor PC-zalen een reserveringssysteem opgezet kan worden gelijk aan dat voor collegezalen;

het voorstel zal leiden tot (grote) weerstand vanuit de faculteiten op zowel praktische als financiële gronden;

adviseert:

de PC-zalen open te stellen voor alle studenten, ongeacht de studie die door deze studenten gevolgd wordt;

de PC’s in de PC-zalen te voorzien van een standaard set applicaties;

het voor studenten mogelijk te maken om overal in te loggen met het studentnummer en wachtwoord.


Rondvraag

Het college zegt desgevraagd toe de UR te zullen informeren over het onlangs genomen besluit inzake de portfolio - analyse.