Campusagent Roelof Strijker

Vóór de komst van de THT was Drienerlo een rustig landgoed. Het viel onder het gezag van hoofdagent Roelof Strijker, die er weinig mee te stellen had. Dat veranderde toen in 1964 de eerste studenten arriveerden en Strijker het opeens druk kreeg: van een toezichthouder veranderde hij in hét aanspreekpunt voor de studenten, én voor degenen die last hadden van de nieuwe bewoners.

Toezicht houden op een landgoed met enkele pachtboerderijen is wel wat anders dan toezicht houden op een gebied met honderden studenten. Strijker krijgt te maken met onvoorziene omstandigheden. Zo is er bijvoorbeeld een ochtend waarop de hoofdagent nogal wat klachten krijgt: alle plaatsnaamborden van Enschede en Hengelo blijken in de nacht verwisseld te zijn. Hij begrijpt meteen dat het een actie van ‘zijn studenten’ moet zijn geweest.

Strijker blijkt de juiste man op de juiste plek. Hij is altijd bereid om de gemoederen te sussen en de streken van zijn studenten te vergoelijken. Die ochtend zegt hij tegen de behoorlijk nijdige directeur Openbare Werken: ‘Wacht nou eerst eens af of er schade is, die borden worden heus wel weer teruggeplaatst.’ En dat gebeurde ook.

Strijker weet de meeste situaties zonder bekeuringen op te lossen en groeit uit tot een vertrouwenspersoon van de studenten, die regelmatig bij hem komen met vragen. Over financiën, over meisjes, zelfs over ongewenste zwangerschappen. En er was die keer dat enkele studenten ’s nachts een medestudent uit de politiecel hebben bevrijd, en ze in hun maag zaten met de sleutels die ze van de wachtcommandant hadden gepikt...

Na zijn afscheid in mei 1977 houdt Strijker contact met de campus. Zo wordt hij in 1986 nog door het THT Nieuws geïnterviewd: ‘Soms voelden mijn vrouw en ik ons net de ouders van een weeshuis,’ vertelt hij in dat interview. ‘Nu er een paar duizend studenten rondlopen is het moeilijker mensen te bereiken. Ze gaan onder in de massaliteit. Maar als je echt met ze zou praten sta je ervan te kijken waar ze allemaal mee te maken hebben, waar ze over in zitten. Maar ik geloof dat niemand daar meer de tijd voor uittrekt.’

Ze waren gezegend met zo’n hoofdagent, die ondeugende eerste bewoners van het Drienerlose ‘weeshuis’.

 

De canon is altijd in ontwikkeling en staat open voor debat en discussie. Mis jij een gebeurtenis, kenmerk of markant persoon in de canon?

Voeg dan jouw eigen verhaal toe!