De Hallen

De Hallen was het eerste gebouw dat op de campus verrees. Een waar utiliteitsgebouw, waarbij vorm en functie samenvielen. Gedelegeerd curator en hoofd van het bouwbureau Stheeman merkte erover op dat ‘vrouwen het misschien niet mooi vinden, maar mannen wel, omdat het zo bijzonder doelmatig is’...

Toen in 1961 was besloten tot de oprichting van de Technische Hogeschool Twente was de grootste uitdaging om op korte termijn woon- en studieruimten voor de studenten te realiseren. De woonvoorzieningen kwamen er in de vorm van studentenflats, wat betreft de studieruimten was het resultaat – ondanks alle architectonische pretenties – De Hallen. Ook in een van de andere eerste gebouwen, de Spiegel – dat toen nog het Bestuur en Beheergebouw heette – werd college gegeven.

De Hallen was een typisch utiliteitsgebouw dat niet voor niets die veelzeggende naam kreeg. De afdelingen Werktuigbouwkunde, Elektrotechniek en Chemische Technologie werden er voorlopig gehuisvest, elk in een eigen hal, met het idee dat het pand voor andere doeleinden gebruikt zou kunnen worden als er eenmaal nieuwe, definitieve faculteitsgebouwen verrezen waren.

Een vernieuwend architectonisch statement maken was wel de laatste eis waaraan het ontwerp van De Hallen moest voldoen. Het pand moest goedkoop zijn, snel gebouwd kunnen worden en vooral flexibel en functioneel zijn. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat architecten S.J. van Embden en J.L. Choisy er niet uitgebreid over nadachten. Ze maakten een state-of-the-art glazen hal van een hectare groot. De grootste kwaliteit van het gebouw was volgens Choisy de heldere constructie ‘zoals de balken in een 16e-eeuws huis dat zijn’. Hij lichtte toe: ‘Niet de gevels zelf, maar de buiten de gevels geplaatste kolommen zijn de logische afsluiting van de “oneindig” door te trekken structuur.’

Het doelmatige gebouw was opgedeeld in vier hallen, waar drie afdelingen waren ondergebracht: Hal A Chemie, Hal C Elektrotechniek, Hal D Werktuigbouwkunde. Hal B was de centrale verbindingshal en hoofdingang. Met het gereedkomen van de afdelingsspecifieke gebouwen werd Chemische Technologie in het tegenwoordige The Gallery (daarvoor Langezijds) gevestigd, Elektrotechniek in Hogenkamp en Werktuigbouwkunde in de Horst. De Hallen verloren daarmee hun functie, wat uiteindelijk resulteerde in sloop en nieuwbouw.

Van het oorspronkelijke gebouw zijn gelukkig nog enkele relikwieën terug te vinden op de campus. De gevel van de centrale verbindingshal, ‘Hal B’, vormt tegenwoordig de gevel van de ingang van Carré en Waaier. Een oorspronkelijk stukje Hallen, met de naar buiten geplaatste kolommen, is nog te bewonderen aan de achterzijde van Zilverling, uitkijkend op P2. In deze ‘hal’ bevinden zich tegenwoordig diverse werkcollegezalen alsook het SmartXP-lab van de opleiding Creative Technology. Ook de Hallenweg herinnert nog aan het bijzondere pioniersgebouw op de campus.

De canon is altijd in ontwikkeling en staat open voor debat en discussie. Mis jij een gebeurtenis, kenmerk of markant persoon in de canon?

Voeg dan jouw eigen verhaal toe!