Aandachtspunten / Besluiten URaad

Aandachtspunten uit de overlegvergadering 14-12-2011/ 21-12-2011

Aandachtspunten uit de overlegvergadering van 14 en 21 december 2011 van de Universiteitsraad


UT jaarcirkel 2012-2013

Besluit genomen in de interne vergadering van 30 november 2011

De Universiteitsraad,

gezien:

- de UT jaarcirkel 2012 – 2013 & evaluatie 3TU Jaarrooster (UR 11 – 327);

gehoord:

- de beraadslagingen in de interne vergadering van 30 november 2011;

overwegende dat:

- het hanteren van een uniforme Jaarcirkel binnen 3TU gewenst is;

besluit:

positief te adviseren ten aanzien van de UT Jaarcirkel 2012 – 2013.


Reorganisatieplan (UR 11 – 320/UR 11 – 356/UR 11 - 360)

De Universiteitsraad,
gezien:

-Het advies van de URaad ten aanzien van het format reorganisatieplan en het negatieve advies van de URaad in november 2011 (UR 11 – 306);

-De adviezen van de faculteitsraden (in 2 of 3 termijnen) en dienstraden en de reacties van de decanen;

-De verschillende reacties van het college op commentaren en adviezen;

-Het aangepaste reorganisatieplan RoUTe 14+ (UR 11 - 320) d.d.14 november 2011;

-De op schrift gestelde wijzigingen in het voorliggende reorganisatieplan.

gehoord:

-De besprekingen met de vertegenwoordigers van de decentrale raden.

-De beraadslagingen in de overleg en commissie vergaderingen van de decembercyclus van 2011, alsmede de vertrouwelijke besprekingen ten aanzien van de beoordeling van de leerstoelen;

overwegende dat:

Het college bereid is om (rekening houdend met een inschatting van de “Veermanmiddelen” die vanaf 2013 een voorwaardelijke aanvulling op de eerste geldstroom onderwijsmiddelen vormen) vooralsnog te sturen op een totale bezuiniging van M€ 11, hetgeen het handhaven van de huidige promotiepremie en een verhoging van de onderwijsbekostiging mogelijk maakt;

De oorspronkelijke hoofddoelstelling van de reorganisatie was om op grond van een kwaliteitsbeoordeling van de onderzoekgroepen tot een algehele herschikking/vernieuwing van het leerstoelenpallet te komen, waarbij ook rekening werd gehouden met een strategische fit. Gaandeweg dit proces heeft dit echter, onder meer door structurele tekorten bij sommige faculteiten en (financiële en sociale) kosten van gedwongen ontslag, geleid tot keuzes die sterk gerelateerd zijn aan natuurlijk verloop en tot ingrepen in groepen die niet tot de core business worden gerekend;

De adviezen van de faculteitsraden genuanceerd worden door de laatste ontwikkelingen, zoals de wijziging van een aantal knelpunten en extra overleg met de FR-en;

De URaad begrip heeft voor de wijzigingen in de procesgang en de gewijzigde beoordeling door de decentrale raden en constateert dat er op detailniveau het nodige blijft aan te merken op het reorganisatieplan, maar desalniettemin bereid is tot een besluit te komen om helderheid te bieden aan betrokkenen, erop vertrouwend dat de mogelijkheden voor herplaatsing en andere van-werk-naar-werk-trajecten van met ontslag bedreigden maximaal benut worden;

De geconstateerde tekortkomingen in het deelplan van GW thans in voldoende mate ondervangen zijn.

gehoord de toezeggingen van het college dat:

1.Middels dit Reorganisatieplan niet vooruit wordt gelopen op de discussie rond de voortzetting van de bachelor opleiding Onderwijskunde. Met een eventuele opheffing van deze bachelor opleiding is een dermate geringe onderwijsinspanning betrokken dat dit geen aanleiding zal zijn voor een nieuwe reorganisatie;

2.Het deels reeds in gang gezette proces van herplaatsen en van werk-naar-werk begeleiden van de medewerkers die volgens het plan nog met ontslag bedreigd zijn, voortvarend door de verantwoordelijke UMT-leden en het college zullen worden aangepakt. De coördinerende rol van het college bestaat eruit om, bij het uitvoeren van deze eenheidsoverstijgende reorganisatie, de financiële, personele en strategische belangen van de Universiteit als goed werkgever te bewaken;

3.Voor de resterende individuele gevallen van dreigend ontslag een beoordelingscommissie voor van-werk-naar-werk-trajecten wordt ingesteld. Deze zal paritair samengesteld zijn vanuit de werkgever enerzijds en de vakbonden(OPUT)/ medezeggenschap anderzijds. Voor de bekostiging van van-werk-naar-werk-trajecten met een tijdelijk karakter kan in overleg met het OPUT de arbeidsvoorwaardenreserve worden aangewend. Daarbij dient een breed scala van instrumenten ingezet te kunnen worden: herplaatsing, omscholing, verzelfstandiging, remplaçanten regeling, overbrugging, etc. De commissie geeft een advies over de wenselijkheid en uitvoering van een dergelijk traject, mede op grond van een totaalkostenplaatje voor de UT (scenario’s/business plan). Aanvragen staan open voor alle medewerkers wiens functie in het kader van het reorganisatieplan wordt opgeheven en daarmee met ontslag bedreigd zijn (een en ander conform het Sociaal plan);

4.Eenheden, die bezuinigingen realiseren via natuurlijk verloop, mogelijke vervroegde uittreding uit de eigen begroting zullen bekostigen. Het CvB ziet erop toe dat financieel gefaciliteerde uittreding tot een minimum wordt beperkt;

5.De wijzigingen die voortvloeien uit de reeds gedane toezeggingen van het college (zie brief college d.d. 12-12-2011) en de overige overeengekomen veranderingen in de definitieve tekst van het reorganisatieplan worden vastgelegd;

besluit: de studentgeleding positief advies te geven over en de personeelsgeleding van de Universiteitsraad in te stemmen met het Reorganisatieplan Route 14+.


Twents Onderwijs Model

Het college trekt de instemmingsvraag terug (14 dec) en doet een procedurevoorstel waarbij door kan worden gegaan met het ontwerpproces van een nieuw onderwijs model (NOM) en vervolgens in juni 2012 de instemmingsvraag voorgelegd zal worden.

Naar aanleiding van dit procedurevoorstel (21 dec. UR 11 – 361) zal de URaad - middels een ongevraagd advies - zijn aandachtspunten en vragen aan het college voorleggen. Het college zegt toe met deze punten rekening te houden bij de verdere uitwerking van de plannen. Ook actieve participatie van studenten en/of UR-leden (op persoonlijke titel) in de ontwerpteams is welkom, aldus het college. De formele opdracht van het college aan de ontwerpteams zal aan de raad toegezonden worden.



University College (UR 11 – 280/298)

De Universiteitsraad,

gezien:

- het instemmingsverzoek University College (UR 11-280);

gehoord:

- de beraadslagingen in de commissie OOS en FPB;

overwegende dat:

-Het University College een middel is voor de profilering van de Universiteit Twente als opleidingsinstituut op het snijvlak van technologie en maatschappij;

-De voortgang voor de opzet van en belangstelling van potentiele studenten voor deze opleiding invloed moet hebben op de verdere ontwikkeling;

-Een sterkere focus op het engineering domein gewenst is;

-De inzet van financiële middelen op de UT door externe bezuinigingen onder druk staan waardoor een blijvende afweging t.a.v. de inzet van middelen noodzakelijk is;

-Naar een positieve interferentie met het huidige honoursprogramma gestreefd moet worden;

gehoord de toezeggingen van het college dat:

1)Drie tijdstippen voor monitoring van voortgang en heroverweging University College ingebouwd worden. Deze momenten zullen liggen rond zomer 2012, mei 2013 en januari 2016;

2)Er een versterkte focus zal zijn op de engineering kant;

3)Bij de monitoring in mei 2013 aangegeven zal worden hoe de relatie met honoursprogramma een versterking van zowel het honoursprogramma als het UC gaat opleveren;

4)Bij de monitoring in zomer 2012 aangegeven wordt hoe de monitoring van kosten en financiële verantwoordelijkheid wordt gerealiseerd;

5)Voor het UC maximaal k€ 500 per jaar financiering boven de financiering van andere opleidingen beschikbaar is;

besluit:

in te stemmen met de instelling van het University College.


Reorganisatie Eenheid Campus (UR 11 – 324/UR 11 – 340)

De Universiteitsraad,

gezien:

-Het Reorganisatieplan Eenheid Campus, UR 11 – 324;

-Het positieve advies van de dienstraad S&O, UR 11 – 337;

-Het positieve advies van de dienstraad FB, UR 11 – 338;

gehoord:

-de beraadslaging in de commissie Financiën, Personeel en Bedrijfsvoering en de interne vergadering van 23 november 2011;

overwegende dat:

-het bundelen van alle campusactiviteiten wenselijk is;

gehoord de toezegging van het college dat:

-de bezuinigingstaakstelling van 800.000 euro gefaseerd zal worden uitgevoerd in treden van 200.000 euro per jaar;

besluit:

             in te stemmen met de Reorganisatieplan Eenheid Campus.


Strategisch Plan Student Union (UR 11 – 317/UR 11 – 339)

De Universiteitsraad,

gezien:

-Strategisch Plan 2012 – 2015 van de Student Union, UR 11-317;

gehoord:

- De beraadslagingen binnen de commissie OOS en de interne vergadering;

besluit

in te stemmen met het Strategisch Plan 2012 – 2015 van de Student Union.


Gemeenschappelijke Regeling Water Technology (UR 11 – 321/UR 11 – 334)

De Universiteitsraad,

gezien:

-De Gemeenschappelijke Regeling Water Technology, UR 11-321;

gehoord:

-De antwoorden in de commissie OOS;

-De beraadslagingen in de interne vergadering;

overwegende dat:

-Deze gemeenschappelijke regeling voordelen biedt voor de universiteit;

-Er in de toekomst tevens gekeken kan worden naar mogelijkheden voor minors bij Wetsus;

besluit:

in te stemmen met de gemeenschappelijke regeling Water Technology.



Richtlijn Bindend Studieadvies (UR 11 – 322/UR 11 – 333)

De Universiteitsraad,

gezien:

-De Evaluatie Pilot Bindend Studie Advies 2009-2011 (UR 11-322);

-De Richtlijn BSA op de UT;

-De brief van het CvB van 22 november inzake onderzoek naar een instellingsbrede invoering van het Bindend Studie Advies;

gehoord:

-de beraadslaging in de commissie Onderwijs, Onderzoek en Studentenzaken en de interne vergadering van 30 november 2011;

overwegende dat:

-De evaluatie positieve resultaten schetst;

-Het onveranderd laten van de richtlijnen het mogelijk maakt om de resultaten en de ervaringen in de jaren 2009-2013 onderling met elkaar te vergelijken;

-Het CvB laat onderzoeken of instellingsbrede invoering van het BSA wenselijk dan wel mogelijk is;

-Er voor een instellingsbrede invoering van het BSA een apart voorstel aan de URaad wordt voorgelegd;

besluit:

                in te stemmen met het hanteren van dezelfde richtlijn, die is opgesteld voor de pilot BSA op de UT en gehanteerd wordt in de jaren 2009-2012, voor de verlenging van de pilot met 1 jaar (2012-2013).


Begroting 2012 (UR 11 – 332/UR 11 - ???)

De Universiteitsraad,

gezien:

- de begroting 2012, UR 11 – 332;

- de kadernota 2012 – 2016 inclusief advies van de UR, UR 11 - 284;

- de kadernota II 2012 – 2016 inclusief advies van de UR;

- de vragen van de commissie FPB en de antwoorden van het college, UR 11 - 289;

- de brief van d.d. 13 december 2011 over het onderhandelingsstandpunt CvB , UR 11 – 353;

gehoord:

- de beraadslagingen in de commissie FPB;

overwegende:

- dat de bekostiging van het primair proces sterk onder druk staat bij een gelijktijdige verhoging

van lasten;

- een dergelijke druk gepaard moet gaan met een duidelijke afspraak over verandering van inzet

van de beperkte onderzoeks- en onderwijscapaciteit;

- via o.a. de nota sturing onderzoek en de beleidsvisie op activisme huidige gedachte toewijzingen

en kortingen in deze gebieden van een beleidsmatige ondersteuning moeten worden voorzien

voordat dergelijke maatregelen worden uitgevoerd;

- dat het college heeft aangegeven de begroting 2012 te wijzigen door de korting op de

promotiepremies niet door te voeren;

gehoord de toezegging van het college:

1.de middelen beschikbaar voor onderwijs zoveel mogelijk op niveau te houden;

2.naar aanleiding van het BAO onderzoek te komen met een nieuwe bekostigingssystematiek onderwijs die meer aansluit bij de differentiatie in kosten bij verschillende opleidingen;

3.in de nota sturing onderzoek in te gaan op nut en noodzaak van de gewenste herinvesteringen onderzoek;

4.de beleidsvisie activisme van het college mede de basis is voor de discussie over de benodigde middelen voor afstudeersteun;

5.de faculteiten de opdracht krijgen om voor juni 2012 het onderzoeksdeel van het facultair strategisch plan, inclusief het leerstoelenplan, te herijken naar aanleiding van de resultaten van de reorganisatie Route 14+;

6.het college bij de kaderstelling begroting 2013 stringentere richtlijnen meegeeft voor de opstelling van de samenvatting van de jaarplannen van de eenheden;

7.een meer kwantitatieve analyse wordt gebruikt ter ondersteuning van de beleidsopzet zoals verwoord in de begroting;

8.plannen voor wijziging in beoordeling van aio’s in met name het eerste jaar in het kader van een wijziging van het personeelsbeleid aan de UR worden voorgelegd;

9.in het kader van de kaderstelling 2013 een heroverweging van alle posten binnen USOW en USOZ te maken;

besluit:

positief te adviseren over de concept begroting 2012, inclusief de door het college aangegeven opheffing van de korting op de promotiepremie.


Samenwerkingsovereenkomst The Gallery

De Universiteitsraad,

gezien:

-     de samenwerkingsovereenkomst The Gallery en de verdere daarop betrekking hebbende

stukken, UR 11 – 351; 

gehoord:

-       de beraadslaging in de overlegvergadering van 21 december 2011;

overwegende dat:

-     de samenwerkingsovereenkomst alleen betrekking heeft op de eerste fase, hetgeen betekent alleen op de inbreng van 500.000 euro uit UT middelen;

-     dit bedrag conform eerdere afspraken opgebracht wordt in natura, zijnde het pand Langezijds;

gehoord de toezegging van het college dat:

-     het college de verdere besluitvorming rond the Gallery, zijnde besluiten rond vervolgfases, immer voorlegt aan de raad;

besluit:

           positief te adviseren inzake deze samenwerkingsovereenkomst.


Schriftelijke rondvraagpunten (UR 11 – 342)

Het voorstel van de CC fractie om het propedeuse diploma af te schaffen, zal door het college bekeken worden. De vraag van de raad over waarborging van integriteit van wetenschappelijk onderzoek zal schriftelijk beantwoord worden.


Rondvraag 21 december

De vraag van de raad naar de communicatie rond de maatregelen m.b.t. de Stanregeling zal schriftelijke door het college worden beantwoord.

Naar aanleiding van de geconstateerde problemen rond de opslag van data wordt afgesproken later op een moment samen de oorzaken hiervan te bespreken om te bezien hoe een en ander in de toekomst voorkomen kan worden.