Agendapunten

UR 10-125 Agendaformulier Instellingscollegegelden 2010-2011

CvB stukken voor agenda Universiteitsraad



Overlegvergadering d.d. : 23 juni 2010

Commissievergadering : OOS

Agendapunt : Instellingscollegegelden 2011-2012

Bijgevoegde stukken : Discussienota instellingscollegegelden voor niet EER studenten 2011-2012, 3 mei 2010


Betrokken concerndirectie: S&C paraaf: _____


Secretaris: Van Keulen paraaf: _____


Portefeuillehouder: Brinksma paraaf: _____



1.Status agendapunt:

Rol URaad:

oTer informatie

X Ter advisering

oTer instemming

oAnders:




2.Eerder behandeld in:

Naam gremium: CVB
Datum behandeling: 8 maart 2010

Naam agendapunt: Instellingscollegegelden 2010

Conclusie toen: accoord als basis voor verdere interne afstemming en voorbereiding bespreking 3TU


Naam gremium: CVB-D
Datum behandeling: 19 mei 2010

Naam agendapunt: Instellingscollegegelden 2010

Conclusie toen: Decanen zijn accoord voor wat betreft het meer markrtconform stellen van de tarieven en de uitkomsten voor de beta opleidingen. De noodzaak tot afstemming in 3 TU verband wordt benadrukt. Wel is een aanvullende analyse van de tarieven van alfa studies van andere instellingen nodig, teneinde te voorkomen dat we het risico lopen om onze opleidingen uit de markt prijzen.



3.Toelichting/samenvatting:


De UT instellingscollegegelden (voor studenten van buiten de EER) zijn nu niet afgeleid van de werkelijke kosten van de opleidingen en marktfactoren. De huidige tarieven zijn vastgesteld op basis van de reguliere bekostiging van EER studenten. Daarbij wordt afgestemd in 3TU verband.


Op verzoek van de Rector en ter ondersteuning van de 3TU discussie in het voorjaar van 2010 over de hoogte van de instellingscollegegelden per 2011-2012 is bijgevoegde nota gemaakt. TU Delft zal inzetten op substantiële verhoging van de huidige bedragen. Recentelijk worden bedragen van €8000 voor de Bacheloropleidingen en €12500 voor de masteropleidingen genoemd.


In de nota wordt vanuit de kosten en de markt- en omgevingsfactoren het instellingstarief op een strategisch commerciële wijze benaderd, resulterend in het volgende voorstel voor 2011-2012.


1.De UT neemt dit voorjaar een besluit tot substantiële verhoging van de collegegeld tarieven voor niet EER studenten met ingang van studiejaar 2011-2012.

2.Uit bedrijfseconomische overwegingen en interne overwegingen (motiveren faculteiten) is het kostendekkend werken zeer gewenst. Rekening houdend met de kosten en de markt- en omgevingsfactoren worden de volgende richtbedragen voorgesteld, waarbij het onderscheid technisch en niet technisch wordt gehandhaafd:


Bachelor

Master

Technisch

8500

12500

Niet technisch

7500

11000

3.De feitelijke bedragen worden afgestemd in 3TU verband waarbij het uitgangspunt van de UT is dat de richtbedragen het minimum aangeven en dat de voorkeur is om in 3TU verband eensluidende tarieven vast te stellen.

4.In combinatie met het vaststellen van nieuwe collegegeldtarieven wenst de UT in 3TU verband tevens een besluit te nemen over een jaarlijkse aanpassing voor de komende 3 jaren. Daarbij gaat het om ordegroottes van €500-€1000 per jaar.

5.Teneinde tegemoet te kunnen komen aan de specifieke situatie van verschillende opleidingen, studentengroepen en beursverstrekkers formuleert de UT een differentiatiebeleid in aanvulling op de nieuw vastgestelde instellingstarieven.

6.Gezien de onduidelijkheid die nu nog bestaat over de bekostiging en de tarieven die de Nederlandse instellingen gaan hanteren vanaf 2011-2012 voor EER bachelor studenten die reeds een bachelor graad hebben en EER master studenten die reeds een master graad hebben wordt hierover nu nog geen uitspraak gedaan.



4.(Voorgenomen) besluit CvB:

Gezien

Gehoord

Overwegende

Besluit het CvB




----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------


GRIFFIE URaad: (door griffie UR in te vullen)

Eerder in URaad aan de orde geweest?

oNee.

oJa, op

Conclusie toen:


Nadere toelichting: (Voor als presidium/griffier vindt dat één van bovengenoemde punten nadere toelichting behoeft)

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………