Reactie van de Raad

UR 09-167 Schriftelijke Rondvraag 24-06-2009

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 300/302


Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 09 - 167

Fax


Datum

19 juni 2009

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl


Betreft: Schriftelijke rondvraagpunten overlegvergadering 24 juni 2009




Geacht college,


De Universiteitsraad heeft in zijn interne vergadering bijgaande rondvraagpunten geformuleerd.

Graag ontvangt de raad in de komende overlegvergadering uw reactie hierop.


a. Industrieel Ontwerpen in de Bouw

In het UT-nieuws van 11 juni 2009 wordt een nieuwe studie aangekondigd, namelijk Industrieel Ontwerpen voor de Bouw. Volgens het bericht gaat het om een tweejarige master, beginnend per september 2009 en gaat het eerst om een nieuwe track binnen de bestaande opleiding Industrial Design. Vooropgesteld dat de nieuwe track een aanwinst zou kunnen zijn voor de UT, mede in het kader van Route ’14, en het procedureel richting URaad klopt, wil de URaad wel de aandacht vestigen op mogelijke vervolgstappen van het CvB.

Naar aanleiding van de nieuwe track hebben we de volgende vragen:


1) Is het CvB voornemens de nieuwe track te vermarkten als (aparte) opleiding?


2) Is het CvB voornemens om een aparte accreditatie aan te vragen voor deze nieuwe track?


3) Houdt het CvB rekening met de afspraak tussen CvB en URaad dat de URaad in moet stemmen met nieuwe opleidingen (artikel 11, lid 4.b van het Reglement Universiteitsraad UT 2004)?


b. TG en de wet BIG

Naar aanleiding van de toespraak die minister Klink bij gelegenheid van de opening van het academisch jaar op 1 september 2008 gehouden heeft, heeft het College in de overlegvergadering van de URaad op 9 september 2008 meegedeeld dat een basisakkoord met het ministerie van WVS bereikt is over de manier waarop afgestudeerden van TG (technical physicians) hun beroep kunnen uitoefenen. Zij komen onder de wet BIG te vallen.

De eerste TG’ers zullen binnenkort afstuderen. De URaad verzoekt u antwoord op de volgende vraag:


Kan de eerste afgestudeerde TG’er zijn/haar beroepsuitoefening inmiddels baseren op de wet BIG? Zo nee, kan het College aangeven of, wanneer en hoe de TG’er in de wet BIG opgenomen wordt?








c. Kosten Sportfaciliteiten

De afgelopen tijd zijn er twee mooie nieuwe sportvoorzieningen gerealiseerd, de “beachbakken” en de uitbreiding van de fitnessruimte. Dit is op zich een heuglijk feit, ons is echter ter ore gekomen dat de kosten van de realisatie van deze faciliteiten ten opzichte van de eerste raming zeer groot zijn. Voor de beachbakken gaat het om een bedrag van €100k dat door de verenigingen geraamd is naar een uitgave van €350k. Bij de fitness is het bedrag gestegen van €100k naar €500k.

Kloppen deze bedragen?

Wat is de oorzaak van de verhoging van de kosten?

Wat wil het college er aan doen om een dergelijke situatie in de toekomst te voorkomen? Er staat immers een nieuwe sporthal à €3.500k gepland in het Vastgoedplan 2009-2014.



d. Handhaving UR Reglement

De balans opmakend van dit academisch jaar hebben wij meermalen moeten constateren dat bestuurlijke issues in een verkeerde status zijn aangeboden of – erger – helemaal niet. Waarop de raad het initiatief moest nemen. Inmiddels is er gezamenlijk een nieuw aanbiedingsformat tot stand gekomen en verwachten wij in ieder geval een verbetering in de wijze waarop een ander aan de raad wordt aangeboden (zoals bestuurlijk geaccordeerd met een aanbiedingsbrief inclusief de status, voorzien van eerdere adviezen in de betreffende gremia en voorzien van een adequate managementsamenvatting).


Ten aanzien van de procedurele status en de handhaving van het UR - Reglement behouden wij echter onze zorgen en daarom leggen wij u de volgende vragen voor.

1.Deelt het College de gevoelens van de Raad dat in de afgelopen periode te vaak is afgeweken van de in het UR - Reglement vastgelegde artikelen?

2.Welke maatregelen neemt het College opdat de bepalingen in het UR - reglement worden gehandhaafd zonder dat hier vanuit de Raad bij voortduring op moet worden aangedrongen waardoor een verkeerde beeldvorming ontstaat richting de inzet van de raad (“proceduretijgers”) en de inhoudelijke discussie wordt belemmerd?




Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




drs. F.L. Lagendijk

voorzitter