agendapunten

3. Verslag overlegvergadering 2007-10-10

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 07-351

Fax


Datum

12 oktober 2007

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl


Verslag van de overlegvergadering van de Universiteitsraad op woensdag 10 oktober 2007



Aanwezig:

Leden UR:

Becht, Ferreira Pires (later), Hoogerdijk, De Jong, Koet, Landheer, Lodewijks, Meijer (vz), Poorthuis, Possel (later), Terpoorten, Vernooij, Vogelzang, Wormeester, Ziehmer

College van Bestuur:

Van Ast, Zijm

Griffie:

Ribberink, Peijster (verslag)

Afwezig:

Brinkman, Flierman, Pol, (allen m.k.)




1.Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent om 9.05 uur de vergadering en legt uit dat er vanwege hoog bezoek aan de UT niet in de vaste vergaderzaal vergaderd kan worden.

Hij meldt dat Brinkman voorlopig uit de running is vanwege overbelasting, tevens is Pol herstellende van een virusinfectie.

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


2.Mededelingen

College:

-Zoals bekend komen de Koningin en de Bondspresident vandaag op de UT. Dit ter gelegenheid van 50 jaar Euregio. Flierman is gastheer, dit is de reden van zijn afwezigheid.

-Er is een secretaris voor de 3TU.Federatie benoemd. Dit is Miriam Bult-Spiering. Op dit moment is ze opleidingsmanager bij CTW.

-Er is een persbericht ontvangen over de benoeming van een nieuwe voorzitter TUD. Dirk-Jan van den Berg. Hij begint per 1 maart 2008.

-Saskia van der Haagen is bij MB benoemd als directeur bedrijfsvoering. Verwacht wordt dat de overige benoemingen binnenkort ook bekendgemaakt kunnen worden.

-Er zijn gesprekken gevoerd met een nieuw lid voor de Raad van Toezicht. Binnenkort zal de UR benaderd worden voor een hoorgesprek.

-Er is gisteren een principeakkoord voor de CAO-VSNU tot stand gekomen. Dit akkoord moet natuurlijk nog wel goedgekeurd worden door de leden.


Voorzitter:

- Komt in het kader van 3TU. nu ook het voorzitterschap naar Twente? Het college antwoordt ontkennend.


3.Verslag van de overlegvergadering van 26 juni 2007 (UR 07-256)

Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

Naar aanleiding van:

Pg. 2 reg. 23. Er werd gevraagd naar informatie over de gezamenlijke werving voor de 3TU-masters. Zijn hier al gegevens over beschikbaar? Het college heeft deze informatie op dit moment niet beschikbaar, maar zal een schriftelijke reactie hierover aan de UR geven.


4.Herziene Nota Onderzoeksbeleid 2007 - 2010 (UR 07-269, UR 07-317)

Wormeester geeft een korte toelichting op het voorliggende conceptbesluit. Hij geeft aan dat duidelijkheid over de financiering van het beleid voor de raad een essentiële voorwaarde is om in te kunnen stemmen.

De voorzitter vraagt het college om commentaar.

Zijm geeft aan de brief met grote verbazing te hebben gelezen. Vooral de opmerking in de overwegingen over het globale karakter van de nota. Hij merkt op dat deze nota voor vijf jaar is opgesteld en het dus een strategische nota is waarin op hoofdlijnen beleid uitgewerkt is. Hij wil verder niet inhoudelijk ingaan op de genoemde punten. Hij stelt dat een nadere prioritering op financieel gebied is gegeven in de implementatienota. De UR vraagt welke nota bedoeld wordt? Dit is de nota Strategische budgetten. Hierin wordt een raming gegeven van de financiële activiteiten.

Opgemerkt wordt dat in de nota Strategische budgetten (zie UR 07-143) een kader wordt gegeven voor 2008 en niet voor de komende vijf jaar. Loskoppeling van activiteiten (onderzoek of onderwijs) van het financieel verdeelmodel kan niet, aldus de raad.

De voorzitter constateert dat het probleempunt hetzelfde blijft. Hij stelt voor om het besluit in stemming te brengen.

Gevraagd wordt wie vóór het opgestelde besluit is:

Voor: 8 tegen: 6


Dit betekent dat de Universiteitsraad niet instemt met de Herziene Nota Onderzoeksbeleid 2007 - 2010.


5.BBR (UR 07-283, UR 07-338)

Poorthuis geeft aan dat naar aanleiding van de opmerking van de UR de vorige versie gewijzigd is. Hij merkt op dat in de voorliggende versie al weer wijzigingen vereist zijn voor wat betreft de naamgeving van enkele diensten. Graag zou de raad nadere informatie willen hebben over de gestelde vragen in de toegezonden brief. Tevens vraagt de UR zich af waarom de voorzitter van het college en niet de rector de vergaderingen van het onderzoeks- en onderwijsberaad voorzit?

Het college antwoordt dat inderdaad enkele diensten nu hun definitieve naam hebben gekozen. Strategie & Coördinatie is Strategie & Communicatie geworden en het service centrum Wetenschappelijke informatievoorzieningen en bibliotheek is Bibliotheek & Archief geworden. In het hierna te behandelen reorganisatieplan Onderwijs Service Centrum is eveneens sprake van een nieuwe naamgeving: Student- en Onderwijs Service Centrum. Deze wijzigingen zullen nog worden aangepast.

Het college geeft aan dat de Master BIT onder MB valt. Bij de lerarenopleiding is men bezig met een accreditatieproces. De oude lerarenopleiding wordt vervangen. Men zal kijken of de opzet in het BBR iets gewijzigd kan worden. Voor wat betreft het voorzitterschap merkt Zijm op dat men het Onderwijsberaad en het Onderzoekberaad moet zien als strategische overleggen met de decanen en wetenschappelijk directeuren. Het is dus logisch dat de voorzitter van het college deze overleggen voorzit. Tevens geeft hij aan dat hij de inhoudelijke discussiepartner is voor de decanen en wetenschappelijk directeuren en dat het daarom niet verstandig is dat hij voorzitter is van deze beraden.

Meijer merkt op dat afgesproken is dat het BBR regelmatiger aangepast wordt en vraagt het college op welke termijn de wijzigingen doorgevoerd worden. Dit zal zo spoedig mogelijk afgehandeld worden.


Afgesproken wordt het presidium te mandateren voor definitieve besluitvorming, zodra het gewijzigde BBR ontvangen is.


6.Overeenkomst SU-UT (UR 07-307, UR 07-319)

Door de studenten wordt opgemerkt dat enkele bestuursleden van de Student Union aanwezig zouden zijn bij het bespreken van dit onderwerp. Dit is nog niet het geval. In afwachting van hun komst wordt besloten eerst het volgende punt van de agenda te behandelen.


7.Reorganisatieplan OSC (UR 07-308, UR 07-342)

Poorthuis merkt op dat in het voorliggende reorganisatieplan OSC de studenten veelal centraal staan. Hij wijst het college erop dat tijdens de vorige overleggen inzake het Onderwijs Service Centrum punten besproken zijn, zoals het cliënt charter en de samenwerking tussen de service centra onderling, die de raad nu niet terugvindt in voorliggende notitie. Tevens wil de UR een voorstel doen met betrekking tot de opzet van de nieuwe dienst. In het organisatieschema van de dienst is de nieuwe dienst ingedeeld in drie kolommen. De raad stelt voor om nader te bekijken of dit ook in twee kolommen kan. Hierdoor is er een besparing van één manager mogelijk. Een manager is nl. niet inhoudelijk maar vooral voorwaarden scheppend bezig.

Een belangrijk aandachtspunt is dat er nog steeds veel onduidelijkheid is voor de medewerkers van de afdelingen BOZ. In november gaat er een brief uit naar alle medewerkers waarin duidelijkheid wordt gegeven over hun functies. Het blijkt ook nu nog niet duidelijk te zijn of men in een accountgroep of gebruikersgroep komt en wat dit precies inhoudt. Misschien is er nog meer tijd nodig voor nadere uitwerking? Dit geldt ook voor de accountgroepen. Zij zullen een belangrijke interface vormen tussen de faculteiten en de nieuwe service centra. De precieze indeling in functiegroepen is echter nog niet vast te leggen, hetgeen blijkt uit de notitie Smit/Van Egmond.

De UR is van mening dat er ter bevordering van het proces wel snel één leiding gevormd moet worden en dat er gestreefd moet worden naar gezamenlijke huisvesting op korte termijn. Een studentenbalie is hierbij een belangrijk aandachtspunt.

Terpoorten geeft voor de studenten aan dat zij de mening van het personeel en het besluit onderschrijven. De studenten hebben nog enkele extra aandachtspunten. Het instellen van een informatiemanager voor onder andere het implementeren van het nieuwe ICT systeem zou een goede zaak zijn. Hetzelfde geldt voor het snel oprichten van een digitale studentenbalie. Ook gezamenlijke huisvesting van enkele relevante onderdelen van het Service Centrum dient prioriteit te krijgen. De studenten verwachten dan ook dat er aangepaste openingstijden zullen komen die beter zijn dan de huidige (soms maar 1 uurtje per dag).

Het college merkt op blij te zijn met de positieve benadering van de raad. Er is in goed vertrouwen overleg geweest met alle partijen. Aangegeven wordt dat er een nieuw studenten informatie systeem in 3TU verband wordt ontwikkeld. Informatie hierover volgt zo spoedig mogelijk.

Tevens zijn er van de andere diensten implementatienota's beschikbaar. Deze worden aan de UR toegezonden.

Er hebben discussies plaatsgevonden tussen de hoofden van de studentenadministraties en medewerkers van de studenten opleidingsbalies. Hier is goede nota van genomen. Huisvesting en digitale studenten balie zijn belangrijke punten. Er is onderzocht hoe de beste huisvesting gerealiseerd kan worden en de samenwerking tussen de service centra is eveneens onderzocht. Er is een programma van eisen opgesteld. Aan het eind van dit jaar moet hierover helderheid zijn.

Van Ast merkt op dat de notitie Smit/Van Egmond niet door het college aan de UR is toegezonden. Hierdoor is dit geen officiële nota.

Hij gaat in op de toezeggingen van het besluit.

1. Het college gaat akkoord met deze toezegging. Gevraagd wordt of er een tijdpad aangegeven kan worden? Van Ast geeft aan dat dit nu nog door Disc gedaan wordt. Men gaat er van uit dat dit voor de Kerst geregeld kan worden.

2. Zaken met betrekking tot UFO worden door het OPUT behandeld en niet met de UR. De voorzitter van de raad merkt op dat het hier gaat om formatieplannen en functies. Specifiek de types en aantallen. Tevens is het de bedoeling dat de dienstraad hiermee instemt en niet de UR. Het gaat dus om kwaliteit en aantallen. Het college zegt hier geen bezwaar tegen te hebben. Wel moet de toezegging dan anders geformuleerd worden. De UR zal dit doen.

3. Het college geeft aan dat er prestatie indicatoren ontwikkeld worden. Het gaat akkoord met deze toezegging.

Met betrekking tot de punten van de studenten:

4. Het college vindt het instellen van een informatiemanager een goede zaak en gaat akkoord.

7. Het college gaat eveneens akkoord met het realiseren van ruimere openingstijden van de studentenbalie.

3. Met betrekking tot de kwaliteit van de service verlening merkt het college op dat het uitgangspunt altijd is geweest dat de kwaliteit minimaal hetzelfde blijft of erop vooruit gaat. Dit moet in ieder geval voortkomen uit het eenduidiger maken van de processen. Mochten er bij de uitvoering problemen optreden, dan zullen er extra medewerkers aangetrokken worden. Dit is een belangrijk (essentieel) procesonderdeel en het is noodzakelijk dat dit goed gaat lopen.

Wormeester vraagt of een studentenbalie puur administratief wordt of dat ook docenten hier met vragen terecht kunnen. Het college doet hier nog geen uitspraak over, dit moet nog nader bepaald worden. Afgesproken is wel dat er een goed bemenste balie komt, eventueel worden meerdere functies hier samengebracht. Een en ander wordt in samenspraak met de medewerkers zelf gedaan. Informatie hierover komt nog. Bij de nieuwbouw is voor de studentenbalie een opdracht aan Florijn meegegeven.

De UR vraagt naar de kwaliteit van de dienstverlening. De klachtenbalie moet hiervoor snel in werking zijn. Tevens wordt er gevraagd waarop de prestatie indicatoren gemonitord worden? De toegankelijkheid van het systeem en de termijn waarop het gerealiseerd kan worden? Verwacht wordt dat een en ander in de loop van volgend jaar werkzaam is. Het aantal klachten en het type klachten moeten goed geregistreerd worden. De invoer moet goed/gemakkelijk zijn. Men moet uiteindelijk leren van de klachten.

Het college is het hiermee eens. Hiervoor zullen tevens nog regelingen uitgewerkt moeten worden.

Wormeester vraagt wanneer een digitaal centrum gerealiseerd zal zijn. Het CvB kan hier geen uitspraak over doen. Dit hangt van het te ontwikkelen systeem af. Opgemerkt wordt dat tevens nog goed gekeken moet worden naar de digitale uitdraai. Misschien kunnen er rechten aan ontleend worden. Het college merkt op dat het hiervoor geen aparte protocollen wil.

Poorthuis vraagt wat er nu in de brief komt te staan die in november naar de medewerkers gezonden gaat worden? Het college geeft aan de mensen helderheid te willen geven. Er komt in ieder geval in te staan dat ze een aanstelling krijgen in het service centrum met behoud van eigen taken.

Vernooij vraagt of er al een indicatie is van het huidige serviceniveau? Wat is nu de kwaliteit van dienstverlening? Het CvB merkt op dat er relatief veel procedures zijn. Er wordt veel gedaan.

Meijer merkt op dat er nu eigenlijk een nul-meting gedaan moet worden.

De Jong geeft aan dat al deze wijzigingen een financiële besparing moeten opleveren. Hoe wordt dit opgevangen? Het college zegt toe dat hiervan een overzicht wordt gegeven. Helaas zijn er veel vacatures. Dit is natuurlijk geen juiste besparing. De veranderingen binnen de service centra lopen echter goed.


De voorzitter geeft aan dat er twee toezeggingen zijn. Hij leest de geplande wijzigingen voor de tweede toewijzing voor. De termen met betrekking tot UFO gaan eruit. "Het client charter en (het zicht op de inzet van) het nieuwe ICT systeem leiden tot het definitieve formatieplan van de medewerkers binnen het onderdeel student- en onderwijsadministratie. De benodigde functies in de nieuwe organisatie en de procedure voor indeling van het personeel in de functies (type en aantallen) worden ter instemming voorgelegd aan de dan in functie zijnde dienstraad van het SOSC."

Het college geeft aan hiermee akkoord te gaan.

De studentleden wordt gevraagd of het besluit zo akkoord is. Dit is akkoord. Een stemming is niet nodig.

Het personeel wordt gevraagd of het besluit in stemming moet worden gebracht. Dit is niet het geval. Men gaat akkoord met de voorgestelde wijzigingen.


Met inachtneming van de genoemde wijzigingen is het instemmingsbesluit van de personeelsgeleding en het advies van de studenten hierbij vastgesteld.


Overeenkomst SU-UT (UR 07-307, UR 07-319)

Possel geeft een korte inleiding waarbij hij het belang en de unieke positie van de Student Union binnen de Universiteit Twente benadrukt. Hij zou het standpunt van het college willen horen over de genoemde "mits - punten" in het besluit. Tevens wil hij aandacht vragen voor de klachtenprocedure. De studenten weten niet waar men met klachten over de Student Union naar toe moet. Het gaat om allerlei algemene klachten. De procedure hiervoor zou een prominente plek op de website moeten krijgen. Tevens vraagt de UR zich af of de inkoopvrijheid van de Student Union niet in strijd is met het vorig jaar afgesproken cateringconcept?

Het college geeft aan de opmerkingen over een klachtenprocedure ter harte te nemen. Deze zaken moeten duidelijk zijn. De Student Union is als bestuurlijk orgaan inderdaad uniek in Nederland. Andere universiteiten zullen dit voorbeeld misschien volgen. Het college bespreekt de "mits - punten".

1. Vertegenwoordiger van de gehele studentengemeenschap. Het klopt dat de Student Union niet democratisch gekozen is. Dat betekent niet de Union niet zal dienen te handelen als vertegenwoordiger van alle studenten van de UT. Het is inderdaad noodzakelijk dat er een bredere doelgroep aangeduid wordt (behalve studenten ook medewerkers en derden).

2. Studentenondernemerschap. Het gaat hier voornamelijk om beleidsontwikkeling voor studentondernemerschap. Er zijn meerdere organisaties die hiermee bezig zijn (bijv. Innovation Lab). Deze wijziging is niet akkoord.

3. Informatie UR. De Student Union is een externe stichting en hoeft geen medezeggenschapsorgaan te hebben. Er is een Raad van Toezicht ingesteld en via dit orgaan kan inspraak plaatsvinden. Het college heeft overleg met de Union over de begroting en het strategische plan. Het CvB zegt de UR toe de bedoelde informatie over de Student Union ter informatie toe te zullen zenden.

Opgemerkt wordt dat men dit in de toelichting meer expliciet kan maken. De UR stelt voor de begroting van de Student Union apart aan de UR voor te leggen. Van Ast reageert met de opmerking dat de SU-begroting onderdeel uitmaakt van de totale UT-begroting.

4. Verdiencapaciteit en belangen studentenorganisaties. Het college vindt het volstrekt vanzelfsprekend dat dit gebeurt.

Gevraagd naar de mogelijke strijdigheid van de inkoopvrijheid van de SU met het cateringconcept (artikel 4.4 overeenkomst), antwoordt het CvB dat het eerste recht van offerte naar FB gaat. Bij het overstappen naar een externe cateraar moeten hierover nadere afspraken gemaakt worden. Het is een punt van aandacht.

Wormeester geeft een voorbeeld van het omzeilen van dit artikel. Het college merkt op dat een en ander ondervangen wordt door punt 2.2 bij de overwegingen in de overeenkomst. Wormeester stelt voor deze overweging op te nemen in de overeenkomst, waardoor duidelijk wordt dat de bevoegdheden bij het CvB liggen.

Koet vraagt of de term "vertegenwoordiger" misschien vervangen kan worden door "belangenbehartiger". Er zou een nadere omschrijving toegevoegd kunnen worden.

Possel geeft aan dat de Student Union om verwarring te voorkomen zich beter niet als vertegenwoordiger van de UT gemeenschap kan presenteren.

Zijm stelt voor een en ander gezamenlijk te overleggen, zeker omdat de standpunten zo dicht bij elkaar liggen. Hij kan zich voorstellen dat de Universiteitsraad zich de vertegenwoordiger voelt van de studentengemeenschap. Toch is de term vertegenwoordiger ook in dit verband geen slecht woord.

De Jong merkt op dat dit echter niet alleen voor studenten geldt maar ook voor medewerkers (zie art. 2.6). De formulering moet dus duidelijker.

De voorzitter geeft aan dat punt 2. van de "mits - punten" geschrapt kan worden. Na de nadere uitleg van het college is dit punt duidelijker geworden.

Over de tekst bedoeld in punt 1. moet op korte termijn gesproken worden.


Afgesproken wordt dat de tekst van de overeenkomst deze week gewijzigd wordt aangeleverd bij de UR. Het presidium wordt gemandateerd het definitieve besluit te nemen.


8.Voortgang 3TU proces – Code of Conduct (UR 07-300, UR 07-337)

Vernooij merkt op dat in het 3TU proces nu een secretaris is benoemd en dat op korte termijn het voorzitterschap wisselt. Verder zijn er weinig nieuwe ontwikkelingen te melden. Voorliggende Code of Conduct wordt qua opzet redelijk vrijblijvend genoemd. Gevraagd wordt wat de meerwaarde is van deze notitie?

Van Ast merkt op dat het zeker geen vrijblijvend stuk is. Bij grote samenwerkingsverbanden wordt dit soort zaken vastgelegd. Het bevordert een goede omgang met elkaar. Zijm vult aan dat bijvoorbeeld afgesproken is dat men niet elkaars medewerkers afpakt. Men kan elkaar op diverse zaken wijzen. Het maakt duidelijk hoe we met elkaar omgaan. Vernooij vraagt of het in diverse lagen van de organisatie zijn uitwerking krijgt? Zijm antwoordt dat dit zeker de bedoeling is. Hij geeft aan dat het nog formeel in het Stichtingsreglement opgenomen wordt.

De voorzitter vraagt of het besluit akkoord is. Er zijn geen opmerkingen.

Het besluit wordt ongewijzigd vastgesteld.


9.Voorstel UR t.a.v. UT Arbo- en milieuverslaglegging (UR 07-270, UR 07-327)

Koet merkt op dat in de vorige cyclus het jaarverslag UT van de Arbodienst behandeld is. Hij constateert dat er geen gegevens over studenten in opgenomen zijn en noemt enkele specifieke klachten uit de voorliggende brief.

Het college beaamt dat er inderdaad geen gegevens over de studenten in het jaarverslag opgenomen zijn. Het verwacht dat het moeilijk wordt om deze gegevens vast te leggen omdat er onvoldoende informatie hierover beschikbaar is bij de diensten. Van de SAD is bericht ontvangen dat er in 2006 geen studenten in behandeling zijn geweest bij de SAD. Hetzelfde geldt voor de psychologen. Waarschijnlijk lossen de studenten hun problemen anders op. Het CvB voelt niet de behoefte om de vrijheden van de studenten op dit punt aan te tasten.

Opgemerkt wordt dat het om een indicatie van de problemen gaat. Bezoeken aan een studentenpsycholoog kunnen wel geregistreerd worden, dit tast de vrijheden van de studenten niet aan. Het CvB geeft aan dat het deze informatie zal proberen te laten vastleggen. Opgemerkt wordt dat deze informatievoorziening kan zorgen voor een betere arbo zorg voor studenten. Het college geeft aan qua arbobeleid met studenten en medewerkers op eenzelfde wijze om te willen gaan. Terpoorten vult aan dat trends binnen het onderwijs zoals het laptop gebruik en de klachten die hierdoor ontstaan mede aanleiding zijn voor deze vragen.

De voorzitter geeft aan dat in de volgende commissievergadering geïnventariseerd kan worden welke gegevens verzameld kunnen worden. Een en ander in overleg met een beleidsmedewerker. Over dit initiatiefvoorstel, moet eerst nog verder overleg plaatsvinden. Het moet wel zinnig en nuttig zijn.

Opgemerkt wordt dat alles binnen het nieuwe OSC valt. Men vraagt zich verder af welke informatie de huisartsen willen aanleveren? De anonimiteit van de gegevens moet gewaarborgd worden. Doelstelling en aggregatieniveau moeten duidelijk vastgelegd worden.

Afgesproken is dat verder overleg volgt in de commissie PS&I.


10.Planning & Controlcyclus (UR 07-309)

Wormeerster meldt dat de Universiteitsraad het eens is met de strekking van dit beleidsstuk. Wel vraagt men zich af hoe de decentrale medezeggenschap hierin past?

Het college merkt op dat één en ander voortkomt uit het overleg CvB - decanen/wetenschappelijk directeuren. Er worden taakstellingen met hen vastgelegd. Dit moet zich nog ontwikkelen. Decanen moeten wel tijdig de begroting bespreken met de Faculteitsraden. Maar dit hoeft natuurlijk niet pas te gebeuren als de definitieve begroting voorligt. Men kan hierover ook voortijdig met elkaar spreken.

Wormeester stelt dat hierbij dan wel een tijdspad belangrijk is. Van Ast merkt op dat de bespreking buiten de definitieve cijfers om moet gaan. Er moet vanuit de kadernota gesproken worden. Het moet een inhoudelijke bespreking worden. En dit kan daarom op een eerder moment dan bij de behandeling van de definitieve nota. Wel moet natuurlijk ook de definitieve nota besproken worden. Meijer merkt op dat de raden dan veelal achteraf advies moeten geven omdat het jaarplan en nog niet ligt. Het CvB zal geen voorstellen accepteren die niet compleet zijn. Tevens wil het college de decanen en wetenschappelijk directeuren meegeven dat tijdig overleg met de decentrale raden over deze nota’s belangrijk is. De Jong merkt op dat het beleidsrijker maken belangrijk is maar dat hier wel duidelijkheid over moet zijn (voor beide zijden). Van Ast geeft aan dat regels hierover in de kadernota komen. Het CvB wil trouwens geen informatie op detailniveau. Dit zou in de faculteitsplannen zelf naar voren moeten komen. De verantwoording ligt bij de decanen en wetenschappelijk directeuren. De kaders worden aangegeven. Men moet proberen de jaarplannen met elkaar op te stellen.


11.Tussentijdse financiële rapportage t.m augustus (UR 07-332, UR 07-343)

Wormeester geeft aan dat ten tijde van de commissievergadering nog geen cijfers beschikbaar waren.

Het college beantwoordt de vragen uit de brief.

- Het positieve resultaat door het niet invullen van personeel blijkt te ontstaan doordat het moeilijk is om wetenschappelijk personeel te krijgen. Tijdens het najaaroverleg zal hierover met de faculteiten gesproken worden.

- Het negatieve resultaat binnen projecten UT en CBE komt voort uit de volgende zaken. De korting op de lerarenopleiding, 1 miljoen is niet doorgekort op de faculteiten maar binnen CBE geboekt. De nieuwbouw is vertraagd, daardoor moet er extra onderhoud gepleegd worden. Er is een voorziening voor de catering opgenomen. En er is een reorganisatievoorziening EMB opgenomen. Tevens speelt er aan aantal zaken binnen het 3TU proces. Hier komt men nog op terug.

Wormeester merkt op dat in de begroting geen voorzieningen zijn opgenomen.

Het totale plaatje levert wel een positief beeld op. Het resultaat zal ongeveer M€ 5 zijn op basis van het huidige beeld.


12.Schriftelijke rondvraagpunten (UR 07-344)

a. Onderzoek onderwijszaalbehoefte

Possel geeft een korte toelichting en vraagt of het college de gestelde vragen uit de brief kan toelichten of beantwoorden.

Het CvB geeft aan dat bij de tweede ronde inzake het huisvestingsplan/vastgoedinvestering afspraken zijn gemaakt om de onderwijszaalbehoefte te onderzoeken. Een rapport hierover wordt binnenkort verwacht. De plannen worden eerst met de Raad van Toezicht besproken daarna komt het in de UR cyclus. Volgens een opgesteld schema door de heer Beusekamp is er op dit moment nog geen sprake van ondercapaciteit voor de onderwijsruimten. Dit schema wordt voortdurend bijgewerkt. Het schema zal aan de UR worden aangeboden.

Inzake vraag b. en c. merkt het college op dat het niet in de planning ligt om avondcolleges te gaan geven. Dus dit is voorlopig niet aan de orde.

Met betrekking tot vraag d. geeft het college aan dat uitstel van verbouwingen niet aan de orde is. Eind 2008 moet voldaan zijn aan de afspraken uit het convenant met de gemeente Enschede inzake de Arbowetgeving. Er is constant overleg over nieuwbouwplannen en eventuele wijzigingen die hierop noodzakelijk zijn. De termijnen hiervoor liggen vast.

Lodewijks merkt op dat het soms voorkomt dat de capaciteit van lesruimten door grotere groepen onvoldoende is. Hij geeft een voorbeeld van het op de grond moeten zitten van minstens 10 personen in een college. Het college merkt op dat dit niet zou mogen voorkomen. Dit wordt goed in de gaten gehouden en er wordt regelmatig gecontroleerd en overleg over gevoerd.

In de volgende cyclus zal de 3e Fase Vastgoedplan aan de orde komen.


b. Sintelbaan

Naar aanleiding van enkele artikelen over de sintelbaan in het UT-Nieuws en informatie vanuit de Student Union legt de UR enkele vragen hierover voor aan het college. Hij merkt op dat hij (zeker als hardloper) het betreurt als de sintelbaan van de campus zou verdwijnen.

Het college stelt dat de afweging die de Student Union hierover heeft gemaakt volstrekt legaal is. De SU heeft in het kader van haar exploitatie een prioriteitenlijstje gemaakt. Hierbij kwam naar voren dat er meer behoefte is aan binnensport en dat er daardoor geen geld vrijgemaakt kan worden voor een nieuwe sintelbaan. Tevens ligt er een keuze voor diverse soorten banen met hieraan verschillende prijskaartjes. De SU heeft geconstateerd dat er binnen het huidige budget geen gelden beschikbaar zijn. Het CvB merkt op dat dit geen CvB besluit is. Wel zal in het najaarsoverleg hierover nog gesproken worden met de Student Union. Tevens geeft het college aan dat helaas de communicatie hierover onduidelijk geweest is.

Gevraagd wordt of de SU dit "autonoom" kan beslissen of moet men dit doen in samenspraak met het college? Het CvB geeft aan dat de Student Union wel een afweging kan maken over de vraag waarvoor men wel of niet geld wil reserveren in de begroting.

De UR vraagt of deze zaken ook in het Strategisch Plan opgenomen worden? Tevens wil de raad zijn zorgen uiten. Het college geeft aan nog te zullen praten over dit onderwerp en dat nog niet zeker is of de sintelbaan verdwijnt van de Campus.

Gevraagd wordt of het een besparing oplevert voor de Student Union indien het college nu investeert in een nieuwe sintelbaan? CvB: Ja.

Naar aanleiding van vraag 3 in de brief wordt gevraagd of er voldoende middelen zijn om het campusterrein en haar voorzieningen te onderhouden? Van Ast merkt op dat er wel een verbreding nodig is qua sportvoorzieningen. Het college heeft op dit moment geen zicht of er voldoende geïnvesteerd wordt in de voorzieningen. Investeringen zijn echter wel noodzakelijk.

Vernooij vraagt of er over dit specifieke geval opnieuw overleg komt en wat hiervoor het tijdpad is? Het college geeft aan dat één en ander in het begrotingsoverleg besproken wordt. Dit najaar zal een besluit hierover genomen worden.


c. Huisvesting SAD/Huisarts/fysiotherapeut

Poorthuis merkt op dat bovengenoemde organisaties zelfstandige bedrijven zijn die op de campus gehuisvest zijn. De UR onderkent en ondersteunt het belang van deze organisaties op de campus. Hij is echter van mening dat deze bedrijven in één gebouw gehuisvest zouden moeten zijn om de eenheid te bevorderen en vergelijkbare of aan elkaar gerelateerde dienstverlening zoveel mogelijk bij elkaar te brengen. Is het college het hiermee eens?

Het college geeft aan het te prefereren als deze bedrijven in één gebouw gehuisvest zouden kunnen zijn, en heeft daar ook toestemming voor gegeven. Het zijn echter onafhankelijke/zelfstandige bedrijven op het UT terrein. De beleidsmedewerker Winkler is met hen in gesprek hierover. Het CvB zal erop aandringen dat de bedrijven gezamenlijk gehuisvest worden maar kan hen hiertoe niet dwingen. Er is nog geen definitief besluit hierover genomen. Wel zal het college de nieuwbouw nog toetsen.


13.Rondvraag

De Jong merkt op dat hij een brief thuis heeft ontvangen over gratis sporten. Het blijkt dat deze brief de dag erna is teruggetrokken. De Jong vraagt het college naar de stand van zaken hieromtrent?

Het college weet de stand van zaken niet precies en zal hierop terugkomen.


Tevens wil De Jong zijn hart luchten over de gang van zaken tijdens de laatste vergaderingen. Er werden in de vorige vergadering en vandaag weer termen gebruikt waarvan hij vindt dat ze niet kunnen. De termen worden soms als kop gebruikt in het UT-Nieuws waardoor een negatieve sfeer ontstaat.

Hij verzoekt iedereen dit soort terminologie niet te gebruiken, ook omdat dit negatief kan werken in de toekomst voor het vinden van kandidaten voor de medezeggenschap.

Het college merkt op het eens te zijn met De Jong. Wel wijst het er op dat soms in de overwegingen teksten staan die weerlegd kunnen worden waardoor er fricties zouden kunnen ontstaan.

Het is een goed punt!


14.Sluiting

Om 11.50 uur sluit de voorzitter de vergadering. Hij bedankt iedereen voor zijn of haar inbreng in de vergadering.


*****