Agendapunten

4. Brief CvB instemmingsvraag

Aan de voorzitter van de universiteitsraad



uw kenmerk


behandeld door

k.b.devries

ons kenmerk

378.790

telefoon

053- 489 4458

datum

1 mei 2007

fax




bijlage

1



onderwerp

Instemmingsvraag



In de meivergadering van de UR ligt het Reorganisatieplan Efficiënte, Moderne Bedrijfsvoering voor ter instemming. Met deze brief stellen wij de instemmingsvraag en preciseren wij deze.


In de maand maart hebben wij u het reorganisatieplan, kenmerk 378.360, aangeboden. Het advies inzake het plan werd in de UR-vergadering van 3 april jl. besproken. Die bespreking betrof ondermeer diverse bijstellingen die door het College op verzoek van de UR waren doorgevoerd. Het definitieve advies, d.d. 17 april, kenmerk UR 07-132, bevat de adviestekst die de basis vormt voor de mogelijke instemming van uw raad.


Met inachtneming van hetgeen is gesteld in het advies van de UR vraagt het College van Bestuur nu uw instemming met het Reorganisatieplan Efficiënte, Moderne Bedrijfsvoering. De instemmingsvraag betreft het gehele reorganisatieplan. Tijdens de behandeling van de adviesvraag is gesproken over het verschuiven van de instemmingsvraag over een gedeelte van het Onderwijs Servicecentrum. Dat gedeelte zal ter instemming voorliggen in de oktobervergadering van de UR. Het betreft de organisatie, inrichting en inpassing van de taken van de huidige BOZ-en in het toekomstige OSC.


Dit betekent dat de overige organisatiewijzigingen, waarvan de hoofdlijnen zijn beschreven in het reorganisatieplan, nu wel voorliggen voor instemming. Ter informatie melden wij u dat het College heeft besloten tot een nader onderzoek naar de taken van de Onderwijskundige Dienst van ITBE die in zijn geheel overgaat naar het OSC. Dit naar aanleiding van vragen van decanen over het jaarplan 2007 van de OD. Dit onderzoek laat onverlet dat het voorstel voor de integratie van de OD deel blijft uitmaken van de instemmingsvraag zoals die nu voorligt. Immers, indien het onderzoek leidt tot aandachtspunten terzake de taken van de OD, kan daarbij de 5 fte flexibele formatie, zoals die is verwoord in het reorganisatieplan, worden benut, danwel kan wijziging van uitvoering van taken binnen de huidige formatie door ontwikkeling of verschuiving plaatsvinden.


Wij spraken met u af dat in oktober de tekst van het reorganisatieplan zal worden aangepast, zodat vanaf dat moment sprake is van een integraal document dat gebruikt kan worden bij het verifiëren van afspraken en het uitvoeren van toekomstige evaluaties.


De invulling van de medezeggenschap is besproken in de Commissies FVA en PSI. Naar aanleiding van deze overleggen stelt het College van Bestuur nu voor om voor de drie servicecentra en het FB één dienstraad in te stellen waarbij ieder van de centra werkt met een onderdeel-commissie. In een nader reglement kunnen dan werkwijze en agenda worden bepaald. Na de beantwoording van de instemmingsvraag kunnen wij in overleg voorzien in een dergelijk reglement. Gezien de positie van de Secretaris van de Universiteit stellen wij dat deze namens de servicecentra en het FB het overleg voert. Hij kan zich laten vergezellen door een directeur van één der servicecentra of het FB. Naar wij hebben begrepen kunt u instemmen met onze verdere voorstellen voor de medezeggenschap zoals verwoord in onze brief van 18 april, kenmerk 378.639.


Ten aanzien van de taakstelling en positie van de CCO. Het College streeft naar het instellen van een Universitaire Commissie Onderwijs, onverminderd de bestuurlijke rol van de decanen naast, die een taakstelling en samenstelling zal hebben die recht doet aan de positie van de opleidingsdirecteuren en studenten. Een dergelijke commissie zal zijn opgenomen in het herziene BBR dat u in juni wordt voorgelegd.


Tijdens de behandeling in de aprilvergadering van de Raad is toegezegd door het College zo spoedig mogelijk na de bespreking in het OPUT het sociaal vangnet bij de realisatie van natuurlijk verloop te presenteren. Als bijlage bij deze brief treft u het Sociaal Convenant aan, waarover op 24 april een onderhandelaarsakkoord is bereikt. Dat akkoord wacht nu nog op ondertekening maar zal naar verwachting niet wijzigen. Onmiddellijk nadat het convenant door partijen is ondertekend zenden wij u dit toe.


Indien u naar aanleiding van deze brief nadere overwegingen heeft die blokkerend lijken voor de beantwoording van de instemmingsvraag nodigen wij u uit deze kenbaar te maken zodat wij tijdig met u kunnen overleggen.


In het vertrouwen dat de instemmingsvraag op 15 mei positief beantwoord zal worden,




Namens het College van Bestuur,







drs. P.A. Binsbergen,

Secretaris van de Universiteit