Reacties_van_de Raad

10. Schriftelijke rondvraagpunten 2006-11-14

logo URaad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur,




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-376

Fax


Datum

9 november 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Schriftelijke rondvraagpunten overlegvergadering 14 november 2006



Geacht college,



In de interne vergadering van de Universiteitsraad zijn onderstaande vragen geformuleerd. Graag ontvangt de raad in de komende overlegvergadering een reactie van u.


a. Internationalisering


The University of Twente (UT) is targeting China, Taiwan, Vietnam, Indonesia and India as potential markets for recruiting international students. In these markets the UT sees its relatively low costs as a competitive advantage compared with the Main English Speaking Destination Countries (MESDC; UK, USA, Australia, Canada and New Zealand).


We are not convinced that this perceived competitive advantage in fact exists. We do not believe the UT is competing with the MESDC but on another, second-tier market in which it does not have a competitive cost advantage.


The reasons we believe Asian students choose for the MESDC are the ‘brand name’ of their education systems, the higher quality of education then that locally available and to a lesser extent the prospect of immigration to and employment in the MESDC upon graduation. The availability of scholarships also plays a role, particularly in promoting the university’s brand name as it attracts the ‘best and brightest’.


Fees of a M.Sc. (Electrical Engineering) or equivalent degree for Asian students.

University

Country

Total course fees

Local currency

Euro

National University of Singapore (NUS)

University of Hong Kong (HKU)

University of Nottingham


University of Twente (UT)

University Tenaga Nasional (UTN)

Singapore

China

UK

Malaysia

Netherlands

Malaysia

S$ 3,000

2 × HK$ 46,670

£ 12,150

RM 33,000

2 × € 8,310

RM 26,400

€ 1,488

€ 9,438

€ 17,984

€ 7,078

€ 16,620

€ 5,663


To an Asian student the UT does not have a reputation that is comparable to the likes of the University of Nottingham. The University of Nottingham educated D.H. Lawrence (novelist), Deng Yaping (China’s greatest sportswoman) and two kings of Malaysia. It also operates a campus in Malaysia and one in China, giving it added visibility. An Asian student will gladly payan extra € 1,364 to study in ‘well known’ Nottingham as opposed to ‘unknown’ Twente, which isn’t even located in an English speaking country, an added disadvantage.


So clearly, the UT is second-best and cannot be compared with the MESDC. So it competes with some of the best in the local Asian English-language market: NUS and HKU. According to the Shanghai Jiao Tong ranking these universities are better than the UT, their fees are lower and with the exception of Hong Kong






living costs are lower than those in the Netherlands. Flying time is less and cultural differences are smaller. Can the UT really compete?


Other competitors include good local universities such as UTN (popular with students from the Middle East) and local franchises of ‘brand name’ universities like Nottingham. These offer significantly lower fees and a much lower costs of living compared to the Netherlands.


The UT has a lot to offer international students, but convincing them that we do is an uphill battle, considering that the Dutch education system in general and the UT in particular are almost completely unknown in the region. If we underestimate this challenge and attempt to recruit good students from Asia (and not those simply rejected by MESDC), this venture will fail.


Hence we arrive at the following question:

Given the evidence and reasoning presented above, why does the Executive Board believe that it can compete with MESDC in recruiting students from the abovementioned Asian countries even though some basic assumptions and analysis of market conditions in the region suggest that efforts to recruit good students from the abovementioned Asian countries will be futile?


In order to clarify any issues regarding this written question, please contact Pieter Stek (06 1641 8551, p.e.stek@student.utwente.nl)



b. Moderne Efficiënte bedrijfsvoering


UReka is blij dat studenten de laatste tijd betrokken zijn geweest bij de invulling van de service centra. Dit bleek ook zeer nuttig, aangezien studenten toch ‘klant’ worden van deze servicecentra en tegen al bestaande problemen uit de praktijk lopen. Studenten kijken op een praktische manier tegen de mogelijke gevolgen van de service centra aan en daardoor bleek deze input erg belangrijk.

UReka is dus tevreden zoals de studenten uiteindelijk de mogelijkheid kregen om mee te praten. Wij zijn alleen wel van mening dat het betrekken van de studenten bij de invulling van de service centra erg traag op gang is gekomen. Een voorbeeld daarvan is het feit dat pas nadat UReka de wens heeft geuit een student mee te laten denken in de werkgroep Onderwijsservice Centrum, dit van de grond is gekomen. De bijeenkomsten waarin studenten mochten meedenken kwamen ook laat van de grond. Op zich logisch, aangezien de werkgroepen ook pas in september van start gingen, maar een eerste bijeenkomst had al voor de vakantie plaats kunnen vinden (net als de bijeenkomst voor de medewerkers).

De kern van dit verhaal mag duidelijk zijn, het laten meedenken van studenten is niet vanzelf gegaan. Daarom stelt UReka de volgende vraag:


1.Kan het College er zorg voor dragen dat studenten in het vervolg beter geraadpleegd worden voor het leveren van input bij ingrijpende wijzigingen waar studenten (rechtstreeks) gevolgen van ondervinden?


En aangezien het nuttig blijkt studenten te betrekken in deze ingrijpende reorganisatie stelt UReka ook de volgende vraag:


2.Kan het College er zorg voor dragen dat studenten ook in het implementatietraject voor feedback geraadpleegd worden?



Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




ir. T.M.J. Meijer

voorzitter