agendapunten

Verslag overleg 2006-05-16

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 06-182

Fax


Datum

8 juni 2006

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Verslag van de overlegvergadering van de Universiteitsraad op dinsdag 16 mei 2006

Aanwezig:

Leden UR:

Brinkman, Deetman, van Dijk, Gutteling, Hendriks, Hesselink, Hollman, Houweling, Lippinkhof, D.Meijer (vz), Pol, Poorthuis, van der Wal, Wormeester

College van Bestuur:

Van Ast, Flierman

Griffie:

Ribberink, Klomp-Jongsma (Secretariaatsservice “PS” – verslag)

Afwezig:

Becht, N.Meijer, IJzermans, Zijm (allen m.k.)




1.Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent om 15.40 uur met een welkom aan de aanwezigen de vergadering.

Besloten wordt agendapunt 8 (Instellingskwaliteitszorg) te schrappen, omdat het hier gaat om een notitie waaraan ambtelijk gewerkt wordt maar die nog niet bestuurlijk besproken is.

Met inachtneming hiervan wordt de agenda vastgesteld.


T.a.v. het onderwerp Instellingskwaliteitszorg merkt de voorzitter op dat het toch niet zo kan zijn dat de raad altijd moet wachten op een kant-en-klaar voorstel van de zijde van het college – de raad wil ook pro-actief medezeggenschap kunnen plegen. Flierman stelt dat de UR uiteraard ook zelf met ideeën en voorstellen kan komen, maar het is niet correct als een notitie die nog aan het college moet worden voorgelegd eerst naar de UR gaat; verder is het zo dat het college de gesprekspartner van de UR is, en niet de opsteller van een notitie – zij het dat het de UR natuurlijk vrij staat in opiniërende zin een gesprek te hebben.

De voorzitter concludeert dat het goed is op een zeker moment nog eens over de randvoorwaarden in dergelijke gevallen te spreken.


2.Mededelingen

CvB:

Dezer dagen zullen alle UT-medewerkers via de mail geïnformeerd worden over het (op het web) beschikbaar zijn van een discussienota over de reorganisatie van de centrale en gezamenlijke dienstverlening. Het CvB benadrukt dat het gaat om een discussienota, waarover men het gesprek binnen de verschillende geledingen van de UT aan wil gaan.

Op bestuurlijk niveau hebben gesprekken plaatsgevonden met de rector en de Raad van Toezicht van het ITC. Het ministerie van OC&W heeft een beleidslijn ingezet die ertoe leidt dat instituten als het ITC niet meer zelfstandig subsidie kunnen ontvangen. Die instituten zullen ofwel op eigen kracht verder moeten ofwel onderdak moeten vinden bij een penvoerende universiteit, die verantwoordelijk wordt voor het wel en wee van de instelling binnen af te spreken voorwaarden en condities. Beide opties (uit elkaar of samen) worden momenteel verkend, waarbij er een voorkeur is voor bestuurlijke integratie van ITC en UT. Een en ander zal in de komende anderhalf jaar nader besproken en uitgewerkt worden.

De bijeenkomst voor de UT-gemeenschap op 5 april over het 3TU-proces was goed-gewaardeerd en succesvol. Waarschijnlijk zal kort na de zomervakantie een vervolgbijeenkomst belegd worden, vooral gericht op de inhoud van de Centers of Excellence en het Center of Competence en de verbanden daartussen, en waarschijnlijk ook op de bestuurlijke vormgeving.

Het college heeft beleid ontwikkeld m.b.t. de toekenning van prijzen aan UT-ers, als erkenning voor wetenschappelijke c.q. onderzoeksactiviteiten en onderwijsinspanningen. Te denken valt aan:

-per faculteit een actieleerprijs voor een student die met veel academisch talent de studie aan de UT heeft afgerond;

-een promotieprijs;

-een prijs voor talentvol vrouwelijk wetenschappelijk personeel.

Daarnaast wordt de Julianapenning nieuw leven ingeblazen, als algemeen blijk van waardering voor medewerkers die zich op bijzondere wijze inzetten voor de UT.


UReka:

Het ISO heeft opnieuw een “Twentse” voorzitter: Sebastiaan den Bak, student bestuurskunde aan de UT.


3.Verslag van de overlegvergadering van 4 april 2006 (UR 06-092)

Pag. 1 r.40: “dhr. Van Vollenhoven”.

Pag. 3 r.41: “In de begroting 2005 is hiermee is geen rekening gehouden”.

Pag. 4 r. 4 e.v.: “Pol wijst erop dat de onderzoek-gerelateerde matchingproblematiek binnen de technische faculteiten natuurlijk veel groter is dan binnen de maatschappijwetenschappelijke faculteiten. Compensatie voor studentenaantallen komt met name ten goede aan maatschappijwetenschappelijke faculteiten ter financiering van onderwijsinzet. Compensatie van studentenaantallen is dus gewenst.”

Pag. 4 r.16: “compensatie EWI ad M€ 50”.

Met inachtneming hiervan wordt het verslag vastgesteld.


Naar aanleiding van het verslag:

Pag. 4 r.43 e.v.: Er is correct genotuleerd, maar Van Ast wijst erop dat hij ten onrechte een relatie met Technische Geneeskunde heeft gelegd.

Pag. 6 pt. 12, 1e rondvraagpunt inzake discussiebijeenkomst HRM: Gebleken is dat er die dag twee bijeenkomsten gepland waren, waarvan de bijeenkomst waarop Poorthuis doelde niet is doorgegaan.

Pag. 6 pt. 12, 2e rondvraagpunt over de behoefte aan extra werkplekken in de bibliotheek in Langezijds: Van Ast meldt dat 60 werkplekken zijn ingericht en dat bewaakt zal worden of dat aantal in de behoefte voorziet.


4.Arbo en milieubeleid UT – Centraal Jaarverslag 2005 en Jaarplan 2006 (UR 06-100, UR 06-118)

De UR neemt kennis van het Centraal Jaarverslag Arbo en Milieu 2005 en stemt – conform het concept-besluit in UR 06-118 – in met het Arbo en Milieu Jaarplan 2006.


5.Richtlijn “Gericht werken met biologische agentia en ggo’s” (UR 06-091, UR 06-119)

De UR stemt – conform het conceptbesluit in UR 06-119 – in met de richtlijn “Gericht werken met biologische agentia en ggo’s”.


6.Nota “Instroom en doorstroom vrouwen in hogere WP- en OBP-functies bij de UT” (UR 06-098, UR 06-115)

Flierman legt uit dat het een bewuste keuze van het college is om iets meer accent te leggen bij vrouwen in hogere WP- dan in hogere OBP-functies, omdat het in de WP-hoek nóg moeilijker is om een rol te geven aan vrouwelijke kandidaten dan in de OBP-hoek. Maar natuurlijk moet ook het aandeel vrouwelijke OBP-ers omhoog en wordt ook daarop ingezet.

De cijfers vanuit de faculteiten zijn nog niet beschikbaar – het college stelt voor die te behandelen bij de bespreking van de jaarplannen van de faculteiten.


De UR besluit conform UR 06-115 positief te adviseren t.a.v. de nota Instroom en doorstroom vrouwen in hogere WP- en OBP-functies bij de UT.


7.Collegegeldtarieven 2007-2008 (UR 06-102, UR 06-110)

Het college antwoordt op de vragen in UR 06-110 als volgt:

Vr. 9 – Hoogte tuition fees voor niet-EER-studenten: In de huidige wetgeving bestaat er geen verplichting om voor niet-EER-studenten het wettelijke collegegeld te vragen – het is legaal een hoger bedrag te vragen. Het gaat hier om een bekostigingsmodel, een verdeelmodel voor overheidsmiddelen, en niet een vergoeding voor gemaakte kosten. Ook andere instellingen doen het zo en ook elders in Europa gebeurt het. In 3TU-verband zijn hierover afspraken gemaakt en het CvB wil daar niet op terugkomen.

Het college kijkt naar mogelijkheden om een in het kader van het internationaliseringsbeleid een bijbehorend beurzenprogramma op te zetten en daarin zou bijvoorbeeld het bovenwettelijk deel van het collegegeld voor een deel ondergebracht kunnen worden.

Vr. 1 – Collegegeldtarieven: De tarieven van de 3 TU’s zijn gelijk, met dien verstande dat bij de UT voor de alpha- en gammaopleidingen een naar rato aangepast tarief geldt.

Vr. 2 – Collegegeldtarief voor een student die uit zijn leerrechten is gelopen: Daarover heeft in 3TU-verband nog geen afstemming plaatsgevonden. Op termijn zal dat wel moeten gebeuren, en het maakt dan ook deel uit van een 3TU-aandachtspuntenlijst. Overigens zijn de precieze plannen van Eindhoven enigszins anders dan in de publiciteit is gekomen – het gaat om een intentie, een formeel besluit is er nog niet.

Vr. 3 – Jaarlijkse indexering: Eventuele afwijking hiervan wordt in 3TU-verband afgestemd.

Vr. 4 – Opleidingen die buiten het 3TU-samenwerkingsverband vallen zijn de alpha- en gammaopleidingen van de UT. Flierman gaat ervan uit dat daar een lijst van bestaat en dat de lengte van een master een criterium zal zijn voor differentiatie in het tarief.

Vr. 5 – Een iets lager tarief voor bachelors dan voor masters is ingegeven door de markt.

Vr. 6 – BSc-tarief: Er zijn 7 Nederlandse universiteiten die een tarief van rond € 5000 hanteren.

Vr. 7 – Kosten taalcursus Nederlands: Een dergelijke taalcursus is momenteel alleen voor Duitse studenten beschikbaar en kost € 1199 inclusief examen. Examendeelname sec kost € 100.

Vr. 8 – IDM en het tarief voor niet-EER-masterstudenten: Overwogen wordt de dubbeldiplomering (Dortmund) los te laten, dan is het een complete opleiding binnen de UT waarvoor het algemene tarief geldt.


De UR besluit conform UR 06-110 positief te adviseren t.a.v. het voorgenomen CVB-besluit van 11.4.2006 inzake de collegegeldtarieven 2007-2008.


8.Instellingskwaliteitszorg (UR 06-120)

Agendapunt geschrapt.


9.Notitie Alumnibeleid en fondsenwerving (UR 06-099, UR 06-123)

In antwoord op vragen van de UR t.a.v. het afschaffen van subsidies aan studenten die naar het buitenland willen geeft het CvB het volgende aan:

Veel behoort tot de bevoegdheid van het CvB en een deel hoort onder het Universiteitsfonds, dat een zelfstandig orgaan is. De SRC-subsidies die vanuit de UT-budgetten komen worden onverkort gehandhaafd. Ook kunnen de verengingen bij het Universiteitsfonds gewoon subsidies blijven aanvragen. Het stukje subsidie aan individuele studenten dat door het Universiteitsfonds werd verschaft wordt door haar afgeschaft. Zoals eerder aangegeven is de UT bezig met het maken van een structureel beurzenbeleid in het kader van de internationalisering – dat zou dan gevoed moeten worden uit onder andere geld dat het Universiteitsfonds beschikbaar heeft, donaties van bedrijven en instellingen en de opslag op de collegegelden zoals bij punt 7 besproken.

Het Universiteitsfonds heeft als beleid aan te sluiten bij het beleid van de universiteit. De beleidsverschuiving van bevorderen van “dat wat eruit gaat” naar “dat wat erin komt” heeft in het Universiteitsfonds te maken met de effectiviteit van wat een student met het geld kan doen en met het feit dat het niet van doorslaggevende invloed is voor al of niet naar het buitenland gaan – men gaat toch wel.

Het is van belang dat een behoorlijk aantal studenten vanuit het buitenland hier naar toe komt. Dus alles wat kan bijdragen aan zo’n beurzenprogramma wordt aangegrepen, inclusief de acties vanuit het Universiteitsfonds.


Op de vraag of het Twentse Mobiliteitsfonds helemaal los staat van het Universiteitsfonds wordt bevestigend geantwoord.


Hesselink vraagt ten slotte nogmaals aandacht voor het verbeteren van de voorzieningen voor buitenlandse studenten, waarop Flierman antwoordt dat het college zich zeer bewust is van de noodzaak van het investeren in Engelstalige faciliteiten rondom en tijdens de studie.


10.Voortgang 3TU-proces (UR 06-117)

Ter informatie is een kort verslag van het 3TU.M-overleg op 7.4.2006 bij de agenda gevoegd (UR 06-117). Op de vraag of er nog nieuwe aspecten te melden zijn t.a.v. het 3TU-proces vertelt Flierman dat er in het najaar wederom een conferentie over de voortgang belegd wordt voor de medewerkers. Hij is van mening dat het wensenlijstje van de 3TU.M t.a.v. de samenwerking op onderwijsgebied reële punten bevat die in de komende jaren geleidelijk afgestemd zullen moeten worden.

Op dit moment wordt veel aandacht besteed aan bijvoorbeeld het Innovatielab en het werven van hoogleraren voor de CoE’s e.d.; het is de bedoeling in juni advertenties te plaatsen in een aantal toonaangevende (internationale) bladen. Belangrijk onderwerp in de contacten tussen de voorzitters vormen de governance-aspecten. In het komend najaar zal een nul-versie van de statuten van de federatie moeten ontstaan.

Het valt het CvB op dat het 3TU-proces nationaal en internationaal veel belangstelling krijgt, in die zin dat het een eigen dynamiek krijgt en men wil praten met de 3TU en “erbij wil horen”.


Worrmeester stelt de invoering van het systeem van lint-minors in Eindhoven aan de orde en vraagt zich af of de consequentie van deze werkwijze niet zal zijn dat het straks onontkoombaar is om op dat systeem over te stappen. Verder vindt hij dat het van groot belang is om afspraken te maken over de mogelijkheden van uitwisseling van studenten.

Flierman erkent dat de discussie over het minorsysteem van Eindhoven een lastige is. Maar het is nog veel te vroeg om een conclusie te trekken over wiens systeem moet prevaleren. Naar het oordeel van Wormeester moet daarover nú het gesprek gestart worden.

Het college zal het bestuur van de Graduate School vragen nog eens goed naar het 3TU.M-lijstje te kijken.


UReka hoopt dat de UR betrokken zal worden bij de besluitvorming over de “harde knip”. UReka heeft als standpunt: flexibiliteit in het onderwijs is van groot belang – weinig flexibiliteit leidt tot een zeer grote daling van het activisme, hetgeen gezien kan worden als zelfmoord voor een ondernemende universiteit. Van der Wal merkt op zich daar als studentgeleding van de Campus Coalitie van harte bij aan te sluiten.

Flierman: Er wordt gewerkt aan een notitie over onderwijsbeleid. Deze komt in september aan de orde in de UR, en biedt alle ruimte om over flexibiliteit, zachte en harde knippen etc. van gedachten te wisselen.


Op de vraag van de voorzitter of er aan het eind van het jaar een document over de afstemming in 3TU-verband zal zijn antwoordt Flierman dat dergelijke zaken thuishoren in een bestuurlijke agenda waarbij de 3TU aangeeft wat zij in welke volgorde denkt op te lossen – een begin van een antwoord zal in september in een gezamenlijk overleg aan de orde kunnen komen.


11.Schriftelijke rondvraagpunten UR 06-111, UR 06-127)

Het college in reactie op UR 06-111:

Taalbeleidsplan:

Het gaat inderdaad om de documenten 1 en 2 uit de voetnoot in het collegebesluit 6.12.2004.

Naar het oordeel van het college heeft de UR geen advies- dan wel instemmingsrecht t.a.v. het Taalbeleidsplan. Ook vindt het college in zijn algemeenheid dat niet ieder onderwerp dat in het Instellingsplan genoemd wordt en verder uitgewerkt wordt, in detail in de UR hoeft te worden besproken. Maar als er behoefte is erover van gedachten te wisselen met het college is dat uiteraard mogelijk, bijvoorbeeld in samenhang met de internationaliseringsnotitie die de volgende keer aan de orde komt.


ELO

Nu Zijm afwezig is wordt afgesproken dat hij schriftelijk op de vragen in UR 06-099 m.b.t. TAST/TOST/VIST en de rol van de UR zal antwoorden.


Reorganisatieplannen

Door de faculteiten zelf zijn schattingen gemaakt bij een maximale toepassing van allerlei regelingen. Zoals bekend is met de decanen afgesproken dat het college centraal de voorzieningen naar 2008 zal treffen; dat gebeurt ten laste van het resultaat 2005. Naar schatting gaat het daarbij om bedragen rond M€ 3 à M€ 4. De afspraak is dat vanuit het college samen met de betreffende decanen de verdere uitwerking van de plannen gemonitord wordt. Er zal gewerkt worden op basis van het door het college voorgestelde sociaal plan, waarover overigens op enkele punten nog geen overeenstemming is bereikt met de bonden – maar zodra dat het geval is zal er mee aan de gang worden gegaan.

Wat de nonactiviteitsregelingen voor 55-plussers betreft: Het gaat om plaatsen waarvoor geen budget is. Waar mogelijk zal natuurlijk wel gekeken worden of iemand wellicht wèl intern plaatsbaar is. M.a.w.: de universiteit zal als een redelijk werkgever en met gezond verstand handelen; dat neemt niet weg dat bepaalde gemaakte keuzes onafwendbaar zijn, omdat het gaat om strategische keuzes.


In de volgende cyclus zal, zoals al gezegd, het onderwerp opnieuw aan de orde komen.


Het college in reactie op UR 06-127 inzake de drankenautomaten:

Van Ast zal ook nog schriftelijk op de vragen ingaan. In het kort antwoordt hij alvast als volgt:

Vr. 1 – Fair Trade producten: Toegezegd wordt deze optie alsnog mee te nemen in de Europese aanbesteding.

Vr. 2 – Ecologische/biologische producten: Vorig jaar is daarmee ervaring opgedaan, en het bleek dat veel producten bleven liggen – een aandeel van 5% in de cateringomzet is dan ook niet gehaald.

Onder verwijzing naar de brief van de Campus Coalitie over dit onderwerp (“als het maar goedkoop genoeg is zal er meer van verkocht worden”) stelt Gutteling voor dit thema alsnog mee te nemen in het catering-gebeuren. Dit wordt door het college toegezegd.

Vr. 3 – Kopieerkosten omlaag brengen: Toegezegd wordt te kijken naar mogelijkheden om te bezuinigen op kopieerkosten door dubbelzijdig afdrukken.

Vr. 4 – Milieuvriendelijker printen: Ook hier zal naar gekeken worden.


12.Rondvraag

Van der Wal: De gebruikers van het Gezondheidscentrum vragen zich af waarom van hen een effectieve meerprijs wordt gevraagd voor de nieuwbouw en van de andere huurders niet.

Het college zal hierop in het volgende overleg terugkomen.


13.Sluiting

Om 17.10 uur sluit de voorzitter de vergadering.


*****