agendapunten

8. Brief CvB Octrooireglement

Aan de voorzitter van de Universiteitsraad



uw kenmerk


telefoon

053-489 4899

ons kenmerk

374.665/PW

fax

053-489 4898

datum

7 juni 2006

e-mail

p.g.welman@utwente.nl

bijlage

Reglement inzake uitvindingen van UT-personeel, -studenten en anderen

onderwerp

Octrooireglement




Hierbij bied het College van Bestuur u ter informatie het Octrooireglement aan.


In de Bestuurlijke Agenda 2005/2006 van de Federatie van Technische Universiteiten i.o. wordt in hoofdstuk 3 “Kennisvalorisatie” over harmonisering van de bestaande regelingen octrooien gesproken. Naar aanleiding hiervan is door de werkgroep 3TU Innovation Lab bij de 3 TU’s de aanpak betreffende octrooien geïnventariseerd en geanalyseerd en vergeleken met ervaringen en regelingen bij andere instellingen waaronder ook bijvoorbeeld Luik, Aken en Leuven. Op basis van de vergelijkingen en analyses zijn een aantal uitgangspunten geformuleerd. Deze zijn tijdens het bestuurlijk overleg 3TU Innovation Lab, d.d. 31 maart 2006, vastgesteld.


Op basis van de uitkomsten in 3TU verband heeft de TU/e, samen met juristen van Holland van Gijzen en octrooideskundigen van Licentec, gekeken naar een vast te stellen ‘regeling octrooien en vindingen voor de TU/e’. Daarbij is gebruik gemaakt van de ervaringen en materialen van de andere TU’s voor zover beschikbaar.


De op 3TU niveau vastgestelde uitgangspunten en de regeling van TU/e zijn door Innovation Lab Twente gebruikt voor bijgesloten reglement inzake uitvindingen van UT Personeel, -Studenten en anderen (octrooiregeling). Op 9 mei jl. heeft het College van Bestuur met de octrooiregeling ingestemd.


Achtergrond

Actieve kennisvalorisatie begint met de te valoriseren kennis en knowhow en beoogde resultaten van onderzoek zo vroeg mogelijk tastbaar en identificeerbaar te maken; vervolgens is het zaak om tijdig de (mogelijke) potentie van de kennis en resultaten in te schatten en daaraan gekoppeld dit vast te leggen en waar mogelijk te beschermen. Op basis hiervan kan dan een actieve exploitatiestrategie en vercommercialisering van kennis worden nagestreefd als onderdeel van de totale kennisvalorisatie binnen de 3 TU’s. De octrooiregeling richt zich vooral op de eerste onderdelen zoals hiervoor genoemd. Octrooibeleid en kennisbescherming alsmede de daaraan gekoppelde uitgangspunten zijn dus een voorwaarde voor de beoogde actieve kennisvalorisatie zoals we die allen nastreven. Met het octrooibeleid wordt geenszins beoogd als Innovation Lab Twente zelf een uitgebreide octrooiportefeuille op te bouwen, laat staan te beheren. Het uiteindelijke doel is om meer, sneller en beter de kennis die binnen de UT wordt ontwikkeld door te laten stromen (tegen faire vergoedingen) naar het bedrijfsleven (grootbedrijf, midden en kleinbedrijf en starters). De regeling richt zich primair op patenteerbare kennis, maar dient breed geïnterpreteerd te worden waardoor de uitgangspunten en afspraken ook gehanteerd kunnen worden voor niet patenteerbare kennis zoals software en systemen en andere resultaten waaraan Intellectual Property Rights kunnen worden verbonden.


Uitgangspunten 3TU:

1.Octrooien, het beheer en exploitatie hiervan, het ondersteunen van het proces en de benodigde middelen / budgetten worden integraal ondergebracht binnen Innovation Lab.

2.Instelling van een octrooiadviescommissie, gecoördineerd en ondersteund door Innovation Lab en instelling van een heldere octrooiprocedure en procesinrichting. Het CvB benoemt de octrooiadviescommissie; een voorstel voor de samenstelling wordt gedaan vanuit Innovation Lab.

3.Instelling van een octrooifonds, gecoördineerd door Innovation Lab per instelling op eigen wijze in te richten en te financieren.

4.Octrooien worden nu (nog) vaak door betrokken bedrijven / instellingen (die onderzoek deels sponsoren / financieren) gedeponeerd; uitgangspunt moet zijn dat tenzij anders afgesproken (en zo mogelijk dus sprake is van volledige externe financiering tegen tenminste integrale tarieven), octrooien altijd eigendom van de universiteit zijn. Dit behoeft aanpassingen in standaard contracten, templates en / of iets als algemene voorwaarden. Hier is dus het uitgangspunt dat de individuele TU in principe eigenaar is van de te realiseren IP, maar wel de intentie heeft om zo snel mogelijk dit IP op basis van zakelijke afspraken over te dragen aan het geïnteresseerde bedrijfsleven.

5.Versterken van de interne octrooideskundigheid, zowel juridisch als ook pro-actieve marketing en sales binnen Innovation Lab; formering van een team van experts tussen de 3 TU’s die nauw samenwerken en kennis en ervaring delen.

6.De hulp van externe bureaus wordt ingeroepen voor het toetsen aan de criteria ‘industriële toepasbaarheid’, ‘marktpotentie’ en ‘time-to-market’. Voorstel is om als 3TU’s te streven naar gezamenlijke afspraken en het formeren van het hiervoor genoemde team van experts binnen de 3TU’s in gezamenlijkheid die onderling kennis en ervaring delen en nauw samenwerken en wellicht voor elkaar kunnen inspringen in geval van pieken in werklast.

7.Versterken van het interne octrooibewustzijn bij onderzoekers; getracht wordt de cursus “How to Sell Technology” in gezamenlijk 3TU verband aan te bieden; bijvoorbeeld drie cursussen per jaar voor gezamenlijke instellingen en STW op centrale locatie.

8.Afstemming met en samenwerking met organisaties als STW over octrooiprocedure en regelingen in het geval van gezamenlijke octrooirechten. Inmiddels is overeengekomen dat octrooien altijd op naam van de TU of op beider namen (maar niet meer alleen STW) worden aangevraagd en geregistreerd; verder wordt vanuit STW een programma manager / account manager gedecentraliseerd en in team Innovation Lab opgenomen.

9.Bij besluit (gehoord hebbende de octrooiadviescommissie en afgestemd met de faculteit) tot aanvraag van een octrooi een toekenning van € 1500,= aan de uitvinder(s) persoonlijk als incentive om octrooibewustzijn te stimuleren en resultaat ook op dit vlak te belonen.

10.Bij verkrijging van inkomsten uit verkoop of licentiering van het octrooi wordt de volgende verdeelsleutel (zonder maximum) gehanteerd voor de verdeling van de winst (na aftrek van gemaakte directe en indirecte kosten die t.b.v. het octrooi zijn gemaakt welke terugvloeien in het octrooifonds waaruit de kosten zijn gedekt):

a.331/3% gaat naar de uitvinder(s) (individueel of gezamenlijk, onderling in overleg te verdelen);

b.331/3% gaat naar de faculteit / het onderzoeksinstituut / de capaciteitsgroep van de uitvinder(s) voor financiering van nieuwe onderzoeksactiviteiten;

c.331/3% gaat naar de universiteit c.q. wordt teruggestort in het octrooifonds van het Innovation Lab.


Onder directe en indirecte kosten worden verstaan de kosten voor aanvraag octrooi, de kosten inhuur externe deskundigheid, de eventuele taxen en instandhoudingskosten en dergelijke. De onderzoekskosten gemaakt om tot het octrooi te komen worden niet als kosten verrekend, tenzij vooraf separate afspraken hierover zijn gemaakt.




In voorkomende situaties zou bijvoorbeeld overeengekomen kunnen worden tussen partijen dat bij onvoldoende financiering van een te starten onderzoeksproject (bijvoorbeeld dekking tegen minder dan de integrale tarieven (zonder winstopslag)) de te verwachten inkomsten uit IP eerst worden aangewend om het onderzoek c.q. de gemaakte kosten ‘terug’ te financieren voordat de revenuen conform bovenstaande verdeelsleutel worden verdeeld. Dit kan alleen maar het geval zijn indien hierover met alle betrokkenen eerst afspraken zijn gemaakt.


Zoals in de inleiding opgemerkt is op basis van o.a. bovenstaande uitgangspunten de octrooiregeling van de UT opgesteld.


Namens het College van Bestuur,





Drs. P.A. Binsbergen,

Secretaris van de universiteit