agendapunten

14. Brief CvB discussienota vervolg

21 juni 2006


Aan de medewerkers van de UT,


Op 18 mei hebben wij onze uitgangspunten en voorlopige keuzes over een efficiënte en moderne bedrijfsvoering in een discussienota aan u bekendgemaakt. U bent in de gelegenheid gesteld uw reactie te geven op de discussienota via het internet dan wel door deelname aan een werkconferentie. Ook is de nota bediscussieerd in het UMT en de CCB. Daarnaast hebben we ook op andere wijze vele reacties ontvangen. In deze brief geven wij onze eerste reactie op uw inbreng in de discussie. Uw opmerkingen hebben ons gebracht tot een aantal nadere keuzes, dan wel bijstellingen, terwijl ook duidelijk is dat een aantal onderwerpen nog verder dient te worden uitgewerkt. Eerst gaan wij in op een aantal algemene punten, vervolgens komen de verschillende werkvelden aan de orde.


Eind vorig jaar bij het opstellen van de begroting 2006 hebben wij forse financiële problemen geconstateerd. Die problemen zijn met het UMT en de universiteitsraad besproken en hebben in samenspraak enerzijds geleid tot bezuinings- en reorganisatieprocessen bij de technische faculteiten, anderzijds tot een centrale taakstelling, beide van M€ 5. Los van deze taakstelling heeft het College van Bestuur samen met het UMT vastgesteld dat de bedrijfsvoering kan worden geoptimaliseerd. Hierbij leggen wij het accent op meer dingen samen doen, en dus beter doen. Uitdrukkelijk gaat het niet om centraliseren van activiteiten, maar om het gezamenlijk aanpakken. Dit gaf de voorzitter van het College in zijn brief van 1 maart aan de universitaire gemeenschap al aan. Ook werd in die brief de bezuinigingsoperatie van M€ 5 aangehaald. Zowel de faculteiten als de ondersteuning moeten M€ 5 besparen teneinde geld vrij te maken om te investeren in noodzakelijke vernieuwingen in het primaire proces, zoals aangegeven in de bestuurlijke agenda.


Verder zijn er opmerkingen gemaakt over het door ons gekozen proces. Een nadere toelichting op dit punt is op z’n plaats. Ons is verweten dat wij handelen in strijd met de door ons gecommuniceerde waarden respect, openheid, betrouwbaar en gezamenlijk, door een nota te maken zonder betrokkenheid van de werkvloer. Dat dit door sommigen van u zo wordt ervaren, heeft ons onaangenaam verrast. Wij beschouwen het als onze verantwoordelijkheid om in het licht van de financiële problematiek en de gewenste verbetering van de bedrijfsvoering de discussie met een richtinggevend voorstel te beginnen. In de discussienota (die niet voor niets die naam draagt) hebben wij in grote lijnen geschetst hoe voor ons een moderne en efficiënte bedrijfsvoering er uitziet. Voor ons staat vast dat er een verandering in de bedrijfsvoering moet plaatsvinden, dat er op die bedrijfsvoering M€ 5 moet worden bespaard en dat er meer samen en klantgericht moet worden gewerkt. De invulling van voornoemde punten stond wat ons betreft de afgelopen weken ter discussie. Alternatieven voor de inrichting of andere overwegingen dan wel een nadere invulling van onderwerpen hoorden wij juist graag van u. Uw inbreng hebben wij nodig om in juli met een aangepaste nota te kunnen komen. Een aantal aanpassingen in de nota wordt in deze brief al aangeduid, maar de discussie is nog niet afgerond. Binnenkort vindt bijvoorbeeld een gesprek in de UR over de nota plaats.


Ook de (aangepaste) nota leggen wij aan u voor. Wij organiseren in augustus weer een werkconferentie. Daarnaast bespreken wij de aangepaste nota opnieuw met het UMT, de CCB en de UR.


De gewijzigde nota zal ook een nota op hoofdlijnen zijn, waarbij het kan zijn dat u uw inbreng niet terugvindt òf omdat we het er niet mee eens waren òf omdat het te gedetailleerd van karakter was. In dat laatste geval wordt uw inbreng bij de uitwerking van de verschillende deelopdrachten meegenomen. In die deelopdrachten werken verschillende projectgroepen de hoofdlijnen uit de nota nader uit en vragen zij medewerking van direct betrokkenen. In deze brief wordt veelvuldig verwezen naar de deelopdrachten.


Wij zijn ervan overtuigd dat het belangrijk is tijdens het hele proces ook te sturen op het veranderen van cultuuraspecten binnen de organisatie. U mag ons aanspreken op de door ons gecommuniceerde waarden. Daarnaast vragen wij aandacht voor het verbeteren van de dienstverlening aan de klanten. Wij menen dat er meer vraaggestuurd gewerkt moet worden. Naar onze overtuiging vraagt dit op een aantal plaatsen in de organisatie een andere aanpak.


De discussienota is niet gestoeld op een uitvoerige probleemanalyse dan wel een evaluatie van de reorganisatie in 2002. Wij hebben een andere weg gekozen omdat ons een aantal zaken binnen de UT is opgevallen waardoor wij een bestuurlijke keuze maken voor een ingreep in de bedrijfsvoering. Daarnaast is bezuiniging van M€ 5 op diezelfde bedrijfsvoering noodzakelijk. De invulling van de veranderingen in de bedrijfsvoering willen wij in gezamenlijkheid doen. Een systematische evaluatie van de reorganisatie 2002 is daarbij geen noodzakelijke voorwaarde. Ook zonder evaluatie kunnen wij constateren dat de destijds voorgenomen inrichting en optimalisatie van de dienstverlening niet altijd is gerealiseerd. Het voornemen was de dienstverlening zo in te richten dat sturing vanuit de behoefte van de primaire processen plaatsvindt, een heldere indeling ontstaat naar beleidsondersteuning en operationele ondersteuning en duplicatie van dienstverlening wordt voorkomen. Dit voornemen is niet op alle plekken in de organisatie doorgevoerd. Zaken kunnen meer in gezamenlijkheid worden opgepakt. Dat wordt bevestigd door wat u naar voren heeft gebracht tijdens de werkconferenties of via het internet. Wij constateren dat er eenstemmigheid bestaat om zaken gezamenlijk op te pakken, daar waar dat mogelijk is. Door velen van u zijn opmerkingen gemaakt en suggesties gedaan over het waarborgen van kwaliteit en het organiseren van de ondersteunende taken dichtbij het primair proces. Zaken die ook door ons van groot belang worden geacht, en die we meenemen in de uitwerking.


Om een optimale bedrijfsvoering te realiseren, noemen wij vier sleutelbegrippen: optimale taakverdeling, gezamenlijke verantwoordelijkheid, standaardisatie en gemeenschappelijkheid. Daar voegen we het sleutelbegrip klantgerichtheid aan toe. Klantgerichtheid houdt in dat er sprake is van vraaggestuurde dienstverlening, georganiseerd dichtbij het primair proces. Wij willen daarbij tevens waken voor een klant - leverancier verhouding waar door de klant het respect voor de leverancier uit het oog wordt verloren (en andersom). Wat ons betreft realiseren we een cultuur waarin we elkaar als partner zien en waarin wordt samengewerkt aan de realisatie van de strategische doelen van de UT.


Wij zijn ons bewust dat wij aan de vooravond staan van een complex veranderingproces dat zowel de organisatie, de werkwijze als de cultuur van de UT betreft en dat alles dan nog in het licht van een besparing van M€ 5 op de ondersteuning. U mag van ons verwachten dat wij een zorgvuldig veranderingsproces zullen organiseren, in het juiste tempo. Dat tempo kan verschillen voor de verschillende deelopdrachten die wij straks verstrekken. Het College is van mening dat bij de ICT, de onderwijsondersteuning en -administratie en bij de verbetering van de samenhang in de beleidsvoorbereiding prioriteit moet liggen.


Bureau van de universiteit


In de discussienota staat dat er een strategische staf wordt ingericht om de huidige versnipperde beleidsondersteuning op onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie te bundelen. Daarbij geven we aan dat er een splitsing tussen beleid en uitvoering wordt nagestreefd. Op het continuüm strategisch-tactisch-operationeel is het streven van het College erop gericht de uitersten van elkaar te scheiden en op ieder niveau optimaal te organiseren. Dat leidt niet tot eenvoudige of eenduidige uitwerking, maar noodzakelijkerwijs tot compromissen. Die zullen we dan weer beoordelen op het gewenste onderscheid. Deze splitsing is in de discussienota niet op alle punten consistent doorgevoerd. Het College heeft wel het voornemen om dat te bewerkstelligen en wijzigt dit punt in die zin dat er een beleidsstaf wordt ingericht, gericht op enerzijds instellingsstrategie en anderzijds instellingsbrede beleidsondersteuning van de primaire processen: onderwijs, onderzoek met daaraan verwant kennisvalorisatie, studentbeleid, wetenschappelijke informatie en internationalisering. Op de positie van Bureau Communicatie gaan we in een volgende paragraaf in. De keuze voor bovengenoemde beleidsstaf heeft ook tot gevolg dat er geen eenheid studentzaken in het Bureau van de universiteit wordt opgenomen. Wel komt er een beleidsadviseur op het gebied van studentzaken, maar de uitvoerende taken op dat gebied worden elders ondergebracht. De Student Union krijgt als aanspreekpunt de beleidsadviseur op het gebied van studentzaken, zodat de verbinding met het College is gewaarborgd. Ook het International Office krijgt geen plek in het Bureau van de universiteit, uitsluitend de beleidscapaciteit op het gebied van internationalisering wordt in het Bureau georganiseerd. Ten slotte zal de Vastgoedgroep Drienerlo worden ondergebracht bij de dienst Faciliteiten. Door de VGD onder te brengen bij de dienst Faciliteiten verwacht het College een betere afstemming tussen de VGD en het huidige FB. Het College wil de projectleider van de VGD direct blijven aansturen, vanwege het belang van het project voor de UT.


Binnen het huidige DUB zijn nog ondergebracht: Griffie, Juridische zaken, Operational audit en Institutional research. Deze worden naast de beleidsstaf onderdeel van het Bureau van de universiteit en behouden zo hun centrale positie en intensieve relatie met het College van Bestuur.


Naast de beleidsondersteuning die in de beleidsstaf is ondergebracht, is er ook beleidsondersteuning van de ondersteunde processen personeel, financiën, ICT communicatie en huisvesting. Wij gaan nog na welke positionering voor deze beleidsterreinen het meest passend is omdat het splitsen van uitvoering en beleid op sommige onderdelen ook een verlies aan efficiency of gewenste kwaliteit kan betekenen. Het College is zich ervan bewust niet voor één model te kiezen, enerzijds uitvoering en beleid bundelen of anderzijds uitvoering en beleid splitsen. Per beleidsterrein kijken we wat de meest passende vorm van organiseren is, ook afhankelijk van de strategische verbinding. Op het gebied van ICT menen wij dat de noodzaak een aantal zaken gezamenlijk op te pakken een positionering van het beleidsveld ICT dicht bij het College rechtvaardigt, enerzijds om recht te doen aan vraagsturing, anderzijds om dubbeling zoveel mogelijk te voorkomen. Door deze keuze geven wij waarborging aan vraaggestuurd ICT. Op de werkvelden financiën, personeel en communicatie wordt verderop in deze brief ingegaan.


Onderwijsondersteuning


Menigeen maakt zich zorgen over de kwaliteit van de dienstverlening onder meer door het verkleinen van de betrokkenheid bij de klant in de door ons voorgestelde inrichting van de organisatie. Het College is opgevallen dat in dit kader veelvuldig het woord “centralisatie” is gevallen. Voor ons betekent het inrichten van een shared service center niet dat taken worden gecentraliseerd. In een shared service center worden taken die gezamenlijk uitgevoerd kunnen worden gebundeld. Het is juist onze bedoeling de faculteiten “eigenaar” te laten zijn van zo’n shared service center. Zij zijn immers de belangrijkste “klant”. Wij blijven bij ons standpunt dat het bundelen van taken een efficiencyslag betekent en dat dit op het gebied van onderwijsadministratie ook mogelijk moet zijn. Naar ons oordeel is het grootste gedeelte van de administratieve taken op het gebied van onderwijsondersteuning niet opleidingspecifiek. Overigens zal in een deelopdracht dit punt nader worden uitgezocht. Welke delen van DiSC, naast CSA, wij opnemen in het shared service center is dan ook een punt van onderzoek.


In de discussienota geven we aan dat de onderwijsondersteuning binnen faculteiten zeer divers is georganiseerd. Daarmee doelen wij op studieadviseurs, stagecoördinatoren, onderwijscoördinatoren, enzovoort. Ook geven we aan dat het ontbreken van een eenduidige inrichting een optimale bedrijfsvoering niet in de weg hoeft te staan. Echter, wij zijn er niet van overtuigd dat we op dit punt geen efficiencyslag kunnen maken. In een deelopdracht laten we onderzoeken of zaken gezamenlijk kunnen worden opgepakt, of taken worden gedupliceerd en of het mogelijk is vanuit een standaard te werken. Ook wij zijn van oordeel dat de onderwijsondersteuning dicht bij de klant moet worden georganiseerd en de korte lijnen gehandhaafd. Wij krijgen de indruk dat de dienstverlening binnen de onderwijsondersteuning een hele hoge servicegraad kent. Daarbij stellen we ons de vraag of we dat willen handhaven nu we geld willen vrijmaken voor het primair proces. Ook het serviceniveau maakt onderdeel uit van de deelopdracht die wij verlenen.


Onderwijsondersteuning vindt ook plaats in andere delen van DiSC en binnen ITBE. Later in deze brief komen we terug op deze diensten.


Over de haalbaarheid van de bezuinigingstaakstelling op het gebied van onderwijsondersteuning zijn grote twijfels geuit. Vooralsnog handhaven wij echter de bezuinigingsdoelstelling. In de deelopdracht zal nadere analyse moeten uitwijzen of en hoe door bundeling van activiteiten en standaardisatie deze doelstelling kan worden bereikt.


ICT - ondersteuning


Wij constateren dat er overeenstemming bestaat over het bundelen van ICT- activiteiten. Velen van u verwachten dat er winst op het ICT- vlak te behalen is door standaardisatie. Wel zijn er veel vragen gesteld over welke functies een plaats krijgen in het shared service center zoals in de discussienota beschreven. Vanzelfsprekend zal dat punt in de deelopdracht nader onderzocht worden. De invulling van het shared service center hangt ook af van de wensen van de afnemers. Zij moeten invloed kunnen uitoefenen op het productenpakket. Naast een standaardpakket moet de mogelijkheid van maatwerk aanwezig zijn. Zoals het College er op dit moment tegen aankijkt, gaat het hierbij in beginsel om algemene ICT- ondersteuning. Echter, het College laat onderzoeken of gebruikers gebonden ICT- ook gebundeld kan worden in het shared service center. Het College ziet het shared service center als een kans om een betere ICT- afstemming binnen de UT te krijgen. Door (delen van de) ICT- teams uit faculteiten en ITBE te bundelen zullen zij voortaan gezamenlijk als partners werken. Naar onze overtuiging levert dit een forse besparing op.


Het College is er terecht op geattendeerd dat delen van ITBE in de discussienota niet zijn genoemd. Het betreft de expertisegroepen Informatievoorziening & Automatisering, Telecommunicatie & Systemen en Werkplekondersteuning & Gebruikersvoorlichting. Deze worden in het geheel ondergebracht bij de UT brede ICT- ondersteuning in het shared service center. Indien er binnen andere diensten (algemene) ICT- ondersteuning is georganiseerd, gaat deze ook over naar het shared service center.


In de discussienota geven wij aan dat bij het bureau van de universiteit een informatiemanager wordt geplaatst. Deze informatiemanager blijft gehandhaafd. Wij verwachten deze informatiemanager een coördinatierol te geven tussen de wensen van het College en de faculteiten en het shared service center. Het College is erop gewezen dat een goede verbinding tussen het informatiemanagement en vooral de expertisegroep Informatievoorziening & Automatisering noodzakelijk is. Naar onze overtuiging zal die verbinding middels de informatiemanager worden gewaarborgd.


Over de functie en definitie van shared service centers zijn diverse opmerkingen geplaatst. Wij zullen daar in de deelopdrachten specifiek aandacht aan besteden. U moet zich realiseren dat het College met de ontwikkeling van shared service centers op diverse terreinen een verdere ontwikkeling in de richting van dienstverlening dicht bij en gericht op het primair proces voorstaat en ook de bundeling van activiteiten die nu in diensten en in faculteiten worden uitgevoerd mogelijk maakt. Daarbij blijven eisen van eenduidige dienstverlening met een laagdrempelige toegang bestaan. De zorg is geuit dat door deze ontwikkeling de doorberekeningsproblematiek nog wordt verdiept en dat het aantal SLA (service level agreements) zal toenemen. Dat is niet wat het College beoogt. Wij zullen naar aanleiding van uw opmerkingen hier extra scherp op zijn en blijven.


Dienst Informatietechnologie, Bibliotheek en Educatie


Het College heeft de indruk dat het nog steeds verstandig is de dienst ITBE op te splitsen en vindt in diverse reacties steun hiervoor. Wel zijn er zorgen geuit over het waarborgen van de verbinding tussen ICT en de onderwijskundige ondersteuning en bibliotheek. Het College vindt dit ook een punt van aandacht. In de deelopdrachten gaan wij na op welke wijze de coördinatie tussen deze verschillende taakvelden vorm krijgt. Het kan een idee zijn de informatiemanager een coördinatierol te geven.


Op de ICT taken die op dit moment binnen ITBE zijn ondergebracht, gaan wij bovenstaand in. In de discussienota vermelden wij dat de educatie gerichte activiteiten van ITBE (Onderwijskundige dienstverlening/ICT voor Onderwijs en Onderzoek) verbonden kunnen worden met het instituut ELAN binnen de faculteit GW. Ondertussen ontvingen wij van de decaan van de faculteit GW een advies over deze positionering. Het College van Bestuur gaat zich nog nader beraden op dit advies. Wij sluiten niet uit dat wij tot een ander standpunt komen, dan het standpunt dat wij in de discussienota aangeven. In de aangepaste nota komt het standpunt van het College op het advies terug. Daar waar op dit moment beleidsvoorbereiding op het gebied van onderwijs binnen ITBE plaatsvindt, wordt dit verplaatst naar de beleidsstaf van het Bureau van de universiteit.


Beleidsvorming op het gebied van wetenschappelijke informatie vindt plaats in de beleidsstaf van het Bureau van de universiteit. Het College wil dit vanwege de verbondenheid met onderwijs en onderzoek dicht bij het bestuur organiseren. In de lijn van internationalisering en studentzaken organiseren we de uitvoering op het gebied van wetenschappelijke informatie (bibliotheek) binnen de dienst Faciliteiten.


Dienst Financiën / Dienst Personeel Arbeid en Organisatie


Het College is regelmatig de vraag gesteld waarom in de discussienota de diensten FEZ en PA&O buiten schot zijn gebleven. Zoals onder het kopje “Bureau van de universiteit” aangegeven, gaan wij nog na of op de werkvelden van FEZ en PA&O het scheiden van uitvoering en beleid tot optimalisering leidt of dat een scheiding juist efficiencyverlies tot gevolg heeft. Voor ons staat voorop dat de soliditeit van de administraties gewaarborgd moet blijven en de samenhang in de discipline. Daartegenover kan het strategisch belang van samenhang in de beleidsvoorbereiding op het gebied van onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie en de middelen functies (zoals P&O) tot een bundeling van beleidscapaciteit in de beleidsstaf van het Bureau van de universiteit leiden. In een deelopdracht wordt de optimale inrichting van de personele en financiële functie nader onderzocht. Ook mogelijke besparingen binnen de P- en F- kolom nemen wij daarbij mee.


Bureau Communicatie


De positie van het Bureau communicatie zal nader moeten worden bezien. BC zal in ieder geval niet als geheel onderdeel gaan uitmaken van het Bureau van de universiteit. De uitvoerende taken binnen BC worden elders belegd dan wel uitbesteed. Vanwege de verbondenheid tussen bestuur en communicatie en de grote strategische betekenis kiest het College er voor een deel van BC wel onder te brengen bij de beleidsstaf van het Bureau van de universiteit. Het gaat daarbij om corporate communication en de lijn van scholier, via student naar alumnus. Wetenschapscommunicatie, alumnibeleid en het op instellingsniveau ontwikkelen van wervingsstrategieën worden ook gepositioneerd binnen het Bureau van de universiteit. Verder is het belangrijk dat een verbinding blijft bestaan tussen de communicatieadviseurs binnen de faculteiten en het communicatiebeleid op UT niveau. Het College heeft de indruk dat deze verbinding op dit moment nog niet optimaal is. Wij willen bezien hoe dat geoptimaliseerd kan worden en welke inrichting daarbij passend is. Over deze verbinding zijn in de diverse gremia opmerkingen gemaakt die wij meenemen in de opdracht.



Dienst Studentenvoorzieningen en Campus


Het College is gevraagd welke verbeteringen wij verwachten door de dienst DiSC op te heffen. Het voornemen om DiSC op te heffen is niet primair ingegeven vanuit efficiencyoverwegingen. Door te kiezen voor een shared service center op het gebied van onderwijsondersteuning en -administratie en door beleidscapaciteit vanuit DiSC over te hevelen naar de beleidsstaf meent het College dat er onvoldoende activiteiten overblijven om te organiseren in één dienst. Naar ons oordeel levert het opheffen van een dienst wel een besparing op.


In de discussienota kiezen wij ervoor studentenbegeleiding en International Office voorlopig onder te brengen bij het Bureau van de universiteit. Daar komen wij nu op terug, uitsluitend de beleidscapaciteit van DiSC op het gebied van studentzaken en internationalisering wordt ondergebracht bij de beleidsstaf. Wij zullen ons nog nader bezinnen op de wijze en plek van onderbrenging van de overige onderdelen van het huidige DiSC. Onderbrenging in een kolom studenten binnen de dienst Faciliteiten sluiten wij niet uit. Bij de dienst Faciliteiten brengen wij in ieder geval sport en cultuur onder. Ten aanzien van International Office beziet het College nog of uitbreiding met onderdelen vanuit PA&O (waar vergunningaanvraag voor buitenlandse medewerkers plaatsvindt) en het taalcoördinatiepunt van ITBE een efficiëntere bedrijfsvoering oplevert. Het oprichten van een Bureau Buitenland behoort tot de mogelijkheden.


Er zijn zorgen geuit over het behoud van de campusgedachte. Het College is absoluut niet voornemens deze gedachte te verlaten. Het is voor onze universiteit juist een groot goed dat behouden moet blijven. Het enkele feit dat wij zaken anders organiseren, betekent naar onze overtuiging niet dat wij de campus niet in stand houden.


Zoals door een aantal van u opgemerkt, komt in de discussienota de positie van de student onvoldoende aan de orde. Studenten hebben gepleit voor het instandhouden van de 1-loket gedachte. Het College zal met de Student Union overleggen over de invulling van deze gedachte in de nieuwe organisatie. Overigens verwacht het College door delen van DiSC te organiseren in de dienst Faciliteiten dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de 1-loket gedachte.


Voor de Student Union is op dit moment hun toegang tot het College en via DUB en via DiSC georganiseerd. Dat is naar ons oordeel niet overzichtelijk. Bij de beleidsstaf wijzen wij één medewerker aan die aanspreekpunt wordt voor de Student Union voor bestuurlijke kwesties. Uiteraard blijft het directe werkoverleg tussen de Student Union en het College bestaan.


Facilitair Bedrijf


Zoals in de discussienota aangegeven, zijn wij voornemens de functie van het FB te wijzigen. Wij willen het FB ombuigen naar een dienst waarbij de klant centraal staat (vraaggestuurd) en waarbij naast standaardwerk ook maatwerk kan worden geleverd. De afnemer van diensten kan via afspraken maximaal maatwerk in de facilitering ontvangen.


Door u zijn opmerkingen gemaakt over de omvang en de bestuurbaarheid van de dienst Faciliteiten die zal ontstaan. Wij zien dat niet als een probleem.

In onze ogen bestaat de nieuwe dienst uit een aantal kolommen, met elk een eigen aansturing. Op welke wijze wij de huidige activiteiten van het FB daarin onderbrengen wordt nog bezien.


Inrichting van de facultaire organisatie


Het College signaleert knelpunten in de besturing van de universiteit. Naar ons oordeel wordt dat onder meer veroorzaakt doordat faculteiten niet op eenduidige wijze zijn ingericht. Daardoor is er geen rolvastheid. Het College wenst voor de faculteiten, in overleg met het verantwoordelijk management, te komen tot een in hoofdlijnen gestandaardiseerde inrichting en vormgeving van de bedrijfsvoering die optimaal aansluit bij deze universiteit. Dat er diverse unieke situaties bestaan die een afwijkende organisatie vragen onderkent het College, maar het ontslaat ons niet van de plicht diverse van de huidige suboptimale werkwijzen en structuren te beëindigen.


Ten slotte


Bovenstaande opmerkingen nemen wij op in de nota “Efficiënte, moderne bedrijfsvoering”, die in juli zal verschijnen. De gewijzigde nota wordt na de zomervakantie met het UMT, CCB en in de UR besproken. Ook u krijgt de gelegenheid te reageren op die nota. Er zal in augustus opnieuw een werkconferentie worden georganiseerd. Als u graag op deze brief wilt reageren, kan dat via het reactieformulier op de site.


Anne Flierman

Kees van Ast

Henk Zijm