agendapunten

12. Beantwoording vragen en opmerkingen begrotingsrichtlijnen 2007 (11-06-06)

Beantwoording Vragen en opmerkingen begrotingsrichtlijnen 2007 door CvB/FEZ (21-06-06)


1.De aanbiedingsbrief en de nota hebben een verschillend standpunt over UR vraag over begroting 2007 advies/informatie.

Antwoord CvB:

Zowel in de aanbiedingsbrief als de nota staat helder dat een advies wordt gevraagd omtrent de nota Begrotingsrichtlijnen.


2.Klopt het volgende globale financiële beeld voor primaire proces (te verdelen eerste geldstoom middelen)?

- Stijging inkomsten vanuit Rijk (incl. TG) : + M€ 6 pagina 5

- Verlaging CO’s en TCO: + M€ 3 pagina 18

- Stijging huisvestingslasten - M€ 5 (?)

- Verschil loon/prijsstijging en -compensatie: p.m.

- Effect Smartmix p.m.

Totaal effect t.o.v. 2006 + M€ 4 (?)

Antwoord CvB:

Het geschetste globale financiële beeld is niet correct, zeker niet gezien de afzonderlijke componenten. Hieronder wordt een globaal overzicht gegeven van het financiële beeld voor het primaire proces in het algemeen (dus excl. TG).

Rijksbijdrage: Toename M€ 4,0 (134,4 -130,4). Te splitsen in autonome ontwikkelingen met structurele doorwerking M€ 2,7 en voor 2007 incidentele mutaties in prestaties M€ 1,3.

Nieuwe ontwikkelingen: Ten aanzien van de autonome ontwikkelingen is na het uitbrengen van de nota Begrotingsrichtlijnen bekend geworden dat het WO een bezuiniging te wachten staat als gevolg van afwijkingen t.o.v. de referentieraming van de aantallen studenten. Voor de UT geldt naar verwachting een bezuiniging van M€ 1,2. Ook is bekend geworden dat compensatie voor prijsstijging in 2006 wederom erg zal tegenvallen. Voor de UT wordt rekening gehouden met een bedrag van M€ 0,3 terwijl een reële compensatie M€ 1,3 zou moeten bedragen. Voor de compensatie van de loonontwikkeling wordt er vanuit gegaan dat de CAO-ontwikkelingen minimaal gevolgd zullen worden. De nieuwe ontwikkelingen zijn nog niet formeel bevestigd.

Verlaging CO ‘s / TCO ‘s: Uitsluitend de verlaging van deze posten bij Diensten en projecten UT (M€ 1,6) leiden modelmatig in 2007 tot een besteedbare verruiming van de middelen. Bij een verlaging van de CO ‘s/TCO ’s van de faculteiten (M€ 1,4) worden de faculteiten verondersteld de met de CO/TCO samenhangende kosten voortaan te dekken uit model-inkomsten (=budget neutraal).

Stijging huisvestingslasten: In de nota wordt geen melding gemaakt van gestegen huisvestingslasten. Wellicht wordt gedoeld op de compensatie-regeling in paragraaf 3.7. Deze (aflopende) regeling wordt conform de afgesproken procedure uitgevoerd tot 2008 waarna een compensatie resteert van M€ 4,4. Deze M€ 4,4 is reeds in de Begroting 2006 opgenomen in de OZ-premieringscomponent van het UT-verdeelmodel.

Samenvattend kan het volgende beeld gegeven worden:


Zoals echter in de nota is aangegeven geven de prognoses slechts een globale indicatie.


3.Pagina 5: studentenaantallen (tranche 2005) + M€ 1.1 betreft dit (de verhoging in 2007 van de middelen uit) het zg. Paasakkoord?

Antwoord CvB:

Ja, het betreft de verhoging in 2007 (t.o.v. 2006) van de uit het Paasakkoord verkregen middelen. Zie in dit verband echter ook de vermelde bezuinigingsmaatregel hier boven.


4.Pagina 8, 3.3.3 TG:

-Kunt u onderscheid maken tussen de inkomsten voor onderwijs en voor onderzoek bij de inkomsten TG, waarover het overheadpercentage wordt geheven? In deze verhouding zou de interne toevoeging aan het onderwijs en onderzoekmodel moeten plaatsvinden.

Antwoord CvB:

Op dit moment ontvangt de UT uitsluitend onderwijsmiddelen voor de opleiding technische geneeskunde. Afspraak en bestendige gedragslijn is dat op de inkomsten voor tg het forfaitaire percentage wordt ingehouden en dat het op deze wijze verkregen bedrag aan het totaal van de te verdelen middelen wordt toegevoegd.

-De UR ontvangt de begroting TG separaat: zal dit voor 2007 vergezeld gaan van een advies FR TNW?

Antwoord CvB:

Bij de overige facultaire deelbegrotingen wordt geen advies van de faculteitsraad van de betreffende faculteit gevoegd, wanneer deze naar de UR worden verzonden. FEZ ziet niet de noodzaak van het meesturen van het advies van de FR TNW met de deelbegroting van tg: advisering van de FR over deze deelbegroting is een intern-facultaire aangelegenheid.


5.Pagina 9: hoge opslag opleidingen. Waarom zit AT niet in deze rij. Is hun onderwijs daadwerkelijk verschillend van TN, CT en BMT?

Antwoord CvB:

Per abuis is de opleiding AT niet in deze rij vermeld. Vanaf de Begroting 2005 ontvangt AT (toen genoemd technische wetenschappen) een hoge opslag voor infrastructurele voor-zieningen.


6.Pagina 10: Bij het onderzoeksmodel / premiecompartiment wordt de procedure genoemd. Afspraak begroting 2006 is dat er “een helder volumebeleid ten aanzien van het aantal premieplaatsen geformuleerd zal moeten worden”. Uit de genoemde procedure moet geconcludeerd worden dat dit nog niet gebeird is. Inmiddels staat dit onderwerp al weer anderhalf jaar op de agenda. Waarom is dit er nog niet?

Antwoord CvB:

Aan een helder volumebeleid is het afgelopen jaar wel degelijk gewerkt. Niet alleen is de gekozen procedure zoals beschreven op pagina 10 hiervan een uitvloeisel maar ook de inmiddels opgestelde en in werking getreden reorganisatie- saneringsplannen staan mede in het teken van dit volumebeleid. Het is nu aan de decanen en WD ‘s om het beleid verder vorm te geven. Deze vraag is overigens al eens beantwoord n.a.v. de UR-brief d.d. 23.3.2006 km. UR 06-074.


7.Pagina 11, 3.5.1. USow

-Wat heeft “Vrouwen aan de UT” (specifiek) met onderwijsstimulering te maken?

Antwoord CvB:

Deze post is hier opgenomen, omdat binnen Usow budgettaire ruimte was om dit te doen. Wanneer dit niet gedaan zou zijn, zou een afzonderlijke TCO ter dekking van deze beleidskosten opgenomen moeten worden, hetgeen tot een vermindering van de netto te verdelen middelen zou hebben geleid. De omvang van Usow blijft op deze manier binnen de 10% van de onderwijsmiddelen, die voor onderwijsstimulering beschikbaar is.

-Opmerking: zonder concrete plannen met begroting voor herbesteding van de DU-middelen dienen deze aan het primaire proces te vervallen. Uitgangspunt moet o.i. in ieder geval een substantiële reductie te zijn.

Antwoord CvB:

In de verwachting dat de DU per 1-1-2007 opgaat in SURF vervalt vanaf 2007 de bijdrage aan de DU van M€ 1. Daarvoor in de plaats is echter budget nodig voor de uitvoering van projecten op het gebied van electronische leeromgeving. Concretisering van deze aanspraak in de vorm van een bestedingsplan zal in de aanloop naar de nota Begrotingsbod 2007 plaatsvinden. Op dat moment zal ook worden bezien in hoeverre een eventuele reductie van de inzet van deze middelen mogelijk is. Overigens is ook al bij de behandeling van de begroting 2006 gemeld dat een vrijval van het gehele subsidiebedrag niet te verwachten is met het oog op de gewenste ondersteuning van ICT in het onderwijs.

8.Pagina 12: De realisatie van de bezuiniging diensten voor 2006 is heel anders in vergelijking met de begroting 2005 en ontwerp 2007. Met name voor de Centrale Diensten is een vergroting van M€ 1.4. Waardoor is dit ontstaan?

Antwoord CvB:

In BR2005 werd er ten onrechte van uitgegaan dat in 2006 de TCO’s Alumnibeleid (M€ 0,3) zouden vervallen, verder is in 2005 de CO van ITBE verhoogd (M€ 0,1) voor coördinatietaken Mm. Evenmin kon in de BR 2005 al rekening gehouden worden met de nieuwe TCO’s in 2005 (M€ 0,3) en 2006 (M€ 1,1) en het vervallen van TCO’s in 2007 (M€ - 0,4). Deze veranderingen in de centrale bekostiging van diensten worden in elke fase van het begrotingsproces toegelicht. Voor de nieuwe TCO’s in deze jaren wordt verwezen naar de betreffende kolom in “Totaaloverzicht TCO’s” in de begrotingen 2005 en 2006 en in de BR 2007.


9.Pagina 14, 3.9.1: Na de centralisatie van de financiële administratie (accountinghouse) lijken de facultaire financiële administraties weer flink in omvang toegenomen: kunt u dat kwantificeren in fte’s?

Antwoord CvB:

De bezetting van de facultaire clusters is ongeveer 8 fte hoger dan de 35 fte waarvan in de implementatieplannen van Herstructurering werd uitgegaan. Aanstelling van financiële mede­werkers is de primaire verantwoordelijkheid van de faculteit zelf.

De uitbreiding is met name het gevolg van de in de afgelopen jaren gestegen omzet 2e en 3e geldstroomomzet en de in de afgelopen jaren steeds verder aangescherpte verantwoordingseisen bij extern gesubsidieerde projecten.


10.Pagina 14, 3.9.3: Waarom wordt deze vreemde TCO nu weer voortgezet? Verder staat deze in bijlage 7 bij EWI.

Antwoord CvB:

Deze TCO is inderdaad abusievelijk bijlage 7 van de nota bij EWI opgenomen, maar is bestemd voor TNW. Dit zal uiteraard in de nota Begrotingsbod 2007 hersteld worden. Deze TCO is per abuis in 2006 vervallen en dient ter afdekking van de personeelslasten samenhangend met het door TNW overgenomen personeel van NCLR.


11.Pagina 14, TCO ITBE: betekent dit een structurele verhoging van de CO ter grootte van k€ 663?

Antwoord CvB:

In 2005 zijn alle aan instellingssystemen gerelateerde budgetten van faculteiten en overige diensten via een budgetverschuiving geconcentreerd in de CO van ITBE.

In de in december 2005 in de CCO besproken Meerjarenbegroting Instellingssystemen 2006-2010 is een prognose opgenomen van de jaarlijkse exploitatielasten. Volgens deze prognose zal t.o.v. het budget 2005 in 2007 k€ 663, in 2008 k€ 867 en in 2009 k€ 889 extra budget nodig zijn. Vooralsnog is in de begrotingsrichtlijnen 2007 een extra TCO opgenomen van k€ 150. In de aanloop naar de begroting 2007 zal het college de integrale begroting Instellingssystemen beoordelen, teneinde het werkelijk benodigde budget 2007 vast te stellen.

In dit stadium kan niet worden overzien in hoeverre deze extra lasten structureel zullen zijn, vanzelfsprekend zullen ook de uitgaven voor Instellingssystemen kritisch worden beoordeeld in de komende bezuinigingsronde.


12.Pagina 17, aanvulling USoz: waarom wordt deze aanvulling met slechts M€ 0.3 teruggebracht (berekening) en hoe verloopt de verdere afbouw?

Antwoord CvB:

Deze TCO is gedurende 2007 en 2008 nog noodzakelijk om de doorlopende verplichtingen vanuit met name de portfolio-analyse te dekken. Uitgaande van een gelijke dotatie aan Usoz als in 2006 (M€ 4,7) en een verplichtingenniveau in 2007 van M€ 5,9 (zie bijlage 5 van de nota Begrotingsrichtlijnen 2007) is in 2007 nog een aanvullende TCO van M€ 1,2 noodzakelijk. Dit zal ook in 2008 waarschijnlijk nog het geval zijn, aangezien dit het laatste jaar van de portfolio is. Vanaf 2009 worden de verplichtingen in snel tempo afgebouwd.


13.Pagina 19 (3.11.3):

-de pre-master fase als masterfase bekostigen is onterecht gezien het niveau van de vakken (bachelor) en de rijksbekostiging.

Antwoord CvB:

In relatie tot de rijksbekostiging zouden de pre-mastervakken helemaal niet meer bekostigd moeten worden (geen rijksbekostiging). Met ingang van de Begroting 2005 worden de pre-master ssp ’s afzonderlijk onderkend in de onderwijsvervlechtingsmatrix. Op dat moment is de volgende rekenregel opgesteld:

“De fase waarin het vak binnen het studieprogramma van de student zit, wordt gebruikt om aan te geven of ssp ’s worden toegekend aan de bachelor- dan wel masterfase”.

Bij hantering van deze regel bleek ondermeer dat vakken met dezelfde vakcode (Ba of MA) worden gegeven aan zowel studenten in de Ba- en Ma-fase. Een omvangrijke her(dubbel) codering van vakken zou noodzakelijk zijn. Omdat het op dat moment om een gering aantal ssp ’s ging (1500 ssp ‘s) is om praktische redenen gekozen voor een bekostiging op masterniveau.

Nu het aantal pre-master ECTS beduidend hoger ligt (13000 ECTS) heeft FEZ een nader onderzoek naar het bekostigingsniveau in overweging e.e.a. eveneens in samenhang met de doorberekening van kosten in het kader van doorstroomminoren aan HBO-instellingen.
-Is het niet meer bekostigen van doctoraaldiploma’s in het toekomstig ministerieel model een probleem voor de UT?

Antwoord CvB:

Problemen worden niet verwacht. De Minister heeft bepaald dat de wijziging van de bekostigingssystematiek vanwege de invoering van de BaMa-structuur voor de instellingen, gedurende de invoerfase, budgettair neutraal zal verlopen. Met ingang van 2008 wordt verwacht dat de doctoraal-diploma ’s geheel vervangen zullen zijn door Ba- en Ma-diploma ‘s.

Een tussentijdse aanpassing van de bekostiging op basis van leerrechten wordt door de universiteiten echter niet wenselijk geacht omdat dat de transparantie van het rijksmodel gedurende de invoerfase niet ten goede komt.

-31 april 2006 bestaat niet.


14.Pagina 20, 4.2: Het opstellen van een onderwijsbegroting door de faculteiten (vorig jaar afgesproken) ontbreekt als richtlijn.

Antwoord CvB:

Het splitsen van de begroting in zowel een onderwijs- als onderzoeksdeel vergt een zorgvuldige voorbereiding. Naast een aanpassing van de (administratieve) systemen om de verlangde informatie tijdig en betrouwbaar te registreren en te leveren dient de cultuur zodanig te zijn dat integraal tijdschrijven wordt geaccepteerd en bevorderd door het management van de eenheden, opdat de urenverantwoording ook betrouwbaar is. Bij de uitwerking van beleidsdoelen en –plannen wordt met bovenstaande rekening gehouden.


15.Pagina 20. De eenheden maken een jaarplan dat aangeeft hoe zij bijdragen aan de missie van de UT. Maakt het college ook een jaarplan naar aanleiding van deze decentrale plannen wat aangeeft hoe de begroting in het kader van het instellingsplan moet worden gezien?

Antwoord CvB:

Ja, hoewel een dergelijk overkoepelend jaarplan niet gezien moet worden als uitsluitend een jaarplan naar aanleiding van de decentrale plannen. Voor de UT als geheel staat de uitwerking van het Instellingsplan 2005-2010 en de uitwerking van de Bestuurlijke Agenda 2006-2007 voor het begrotingsjaar 2007 centraal.


16.Pagina 19 (3.11.4): Meerjarenbegroting:: van de faculteiten wordt een sluitende meerjarenbegroting verwacht in 2008. Om verantwoord toe te groeien naar een evenwichtssituatie is zicht op een meerjarig inkomsten- en uitgavenpatroon noodzakelijk.

-Wanneer levert het college een actuele meerjarenraming aan (toezegging dit college voor maart 2006) waarmee de eenheden een facultaire meerjarenbegroting nog dit jaar kunnen opstellen?

Antwoord CvB:

In de eerste zin van deze vraag is tevens het antwoord besloten: Een sluitende meerjarenbegroting wordt verwacht in 2008.

-Wat is het beslag (ongeveer) van de te compenseren bedragen gerealiseerde premieplaatsen?

Antwoord CvB:

Gedoeld wordt op de compensatie aangegane verplichtingen onderzoekprojecten. Op basis van de in 2004 gerealiseerde aantallen premieplaatsen zijn de volgende compensatie-bedragen berekend.


Op basis van de in 2005 gerealiseerde premieplaatsen zal een geactualiseerde berekening van de omvang van de verplichtingen worden opgesteld. Verwacht wordt dat de bedragen, bekend bij het Bod 2007, niet substantieel zullen afwijken.


17.Aandachtspunten wijziging verdeelmodel die in deze nota aanbod hadden moeten komen:
-De overheveling van het budget voor poolruimtes (van infra- naar ECTS-bekostiging) is in strijd met de modeluitgangspunten en lost het probleem van het toegeleverd onderwijs slechts ten dele op.
-De verdeelsystematiek voor infra onderwijs is ongunstig voor faculteiten die netto toeleveraar zijn (zie berekening vorig jaar)

-10% centrale stimulering voor onderwijs is een maximum en niet een minimum zoals dat nu in de praktijk wordt gehanteerd.

-Heroverweging CS/DSoz in relatie tot onderzoekbeleid en matchingproblematiek.

-Toerekening overhead aan alle onderwijs- en onderzoeksactiviteiten.

-Wijze en omvang stimulering derde geldstroom promotietrajecten.

Antwoord CvB:

Opmerking vooraf: De eerste maatregel en in het verlengde daarvan eveneens de tweede zijn indertijd doorgevoerd op uitdrukkelijk advies van de UR. In het verdeelmodel zijn geen omvangrijke wijzigingen voorzien voor 2007. Daarom geen redenen om deze aandachtspunten van de UR in de nota op te nemen.


18.Bijlage 4: prestatie-indicatoren.

In welke mate is het aantal (top)publicaties een maat voor de wetenschappelijke kwaliteit. Voor welke onderzoeksgebieden geldt dit en voor welke niet. Is het referentie getal gelijk per gebied.

Aantrekkingskracht buitenlandse promovendi. Wat zegt dit criterium? Bijvoorbeeld RUG gaat zeer goed scoren omdat Nederlandse promovendi niet willen. Criterium zegt in de technische richting eerder wat over onvermogen om Nederlandse promovendi te krijgen.

Antwoord CvB:

Het aantal toppublicaties bestaat uit gerefereede tijdschriftartikelen, gerefereede conferentiebijdragen en internationale boeken en boek-hoofdstukken. Dit is een goede indicator, zij het natuurlijk niet de enige, voor wetenschappelijke kwaliteit. Het is een goede indicator voor alle wetenschapsgebieden, omdat er 3 verschillende soorten publicaties tot de toppublicaties worden gerekend. Verschillende publicatieculturen komen hierdoor alle tot hun recht. Onduidelijk is wat met het referentiegetal per gebied wordt bedoeld, een dergelijk referentiegetal is op dit moment niet beschikbaar. De aantrekkingskracht buitenlandse promovendi zegt iets over de effecten van het internationaliseringsbeleid: de UT wil een internationale instelling zijn en buitenlandse studenten en medewerkers aantrekken.


Tijdschema: bij bespreking van de begroting 2006 is geconstateerd dat het tijdschema (te) weinig ruimte laat voor bespreking in de centrale en decentrale medezeggenschap. Die ruimte is niet vergroot: decentraal moet nog steeds binnen 4 weken de deelbegroting en het facultair plan worden verstuurd naar het college en de tijd die de UR gegund is voor bestudering en bespreking van de begroting past niet binnen het gebruikelijke voorbereidingstraject van de UR (commissie/intern), en is zeker niet voldoende om naast een financiële voorbereiding ook een inhoudelijke discussie te hebben in het overleg. Daarnaast is het blijkbaar de bedoeling om alle vragen voor het eerst in het overleg te behandelen. Daarmee is enige interne UR-standpuntbepaling pas mogelijk als het advies ook pas later wordt uitgebracht. De voorlichtingsochtend voor nieuwe UR-leden (12 sept) valt samen met een reeds geplande algemene scholingsdag voor de medezeggenschap.


Antwoord CvB

Bespreking van de begrotingen in de decentrale medezeggenschap kan ook geschieden als de begroting van de eenheid is ingediend. Wijzigingen uit het overleg kunnen worden meegenomen in het verdere begrotingsproces.

Het begrotingsproces is naar zijn aard aan een strak tijdsschema gebonden. Het college zal in dit kader zijn uiterste best doen om de in de nota Begrotingsrichtlijnen 2007 opgenomen data ten aanzien van de aanlevering van stukken ook daadwerkelijk te halen. Gezocht zal worden naar een moment rond 7 december om een overleg tussen college en UR in te plannen over de vragen die de UR naar aanleiding van de Ontwerp-Begroting 2007 zal opstellen.


De voorlichtingsochtend zal naar een andere datum worden verplaatst.